Het moet geen gewoonte worden, maar voor een keer mag het eens wat incestueus. Knack bestaat deze week 30 jaar. Een geweldige verjaardag mag dat niet heten, maar het is nu eenmaal een veelvoud van een lustrum, en dus een goede aanleiding voor een feestje en een gelegenheidsinitiatief. Zo komt straks een stoet dertigjarigen langs, waarvan de meesten zich van hun zelfbewuste kant tonen en al verrassend goed in het leven gesettled blijken te zijn. Och ja.
...

Het moet geen gewoonte worden, maar voor een keer mag het eens wat incestueus. Knack bestaat deze week 30 jaar. Een geweldige verjaardag mag dat niet heten, maar het is nu eenmaal een veelvoud van een lustrum, en dus een goede aanleiding voor een feestje en een gelegenheidsinitiatief. Zo komt straks een stoet dertigjarigen langs, waarvan de meesten zich van hun zelfbewuste kant tonen en al verrassend goed in het leven gesettled blijken te zijn. Och ja. Hoe verzinnen we het toch? Zeker is: hoe eigenzinnig een redactie ook denkt te zijn, ze ontsnapt niet aan haar tijd - maar dat is tenslotte het wezen van haar vak. Het is te merken aan de manier waarop Knack zijn opeenvolgende lustrums luister bijzette. Vijf jaar Knack laat een ambitieus blad zien, paraat om de wereld te veranderen. Het pakte zowaar met vijftig 'stellingen' uit, bedoeld om België 'te genezen'. Want het land was ziek; het leed aan ouderdomskwaaltjes en daar hoorde verandering in te komen, en snel een beetje. Dat het bijvoorbeeld toch tijd werd dat een Vlaamse romanheld eens het vliegtuig nam. De bede is verhoord: de Vlaamse romanheld is tegenwoordig niet meer uit vliegtuigen weg te slaan. Ja, er mocht al eens gelachen worden. Vijf jaar later, in het door crisisgevoelens verpeste 1981, beweerde Knack 'geen fuifnummer' te zijn en zich 'koelbloedig' op weg naar de twintig te begeven. En dat was het zo'n beetje. Al verscheen er in die dagen wel een fors boek, chic, genaaid met stofomslag, De knikker en het spel, een keur uit wat Knack dacht het beste uit zijn tienjarige bestaan te zijn. De redactie meende toen dat haar werk beter verdiende dan de weg van alle papier. Eens lachen, oké, maar toch niet te hard. Nog eens vijf jaar later, onder Wilfried Martens' sombere premierschap, brak de nostalgie uit. De redactie ging acht 'mensen van toen' nog eens opzoeken. Zij waren sinds de vroege jaren zeventig op de achtergrond geraakt en zijn nu helemaal vergeten. Hoewel, bokser Jean-Pierre Coopman blijft zo jong als hij zich voelt en het meisje Marleen Porta, dat als rebelse puber-schrijfster werd opgedolven, is vandaag minister van Onderwijs Marleen Vanderpoorten. 't Kan verkeren. De toekomst gloorde heel wat hoopvoller bij het vierde lustrum, in 1991, de twintigste verjaardag. Een selectie twintigjarigen mocht zijn verwachtingen daarover ontvouwen. Een bijlage - getooid in de nieuwe layout, waarbij het Knacklogo eindelijk een hoofdletter kreeg - beweerde boudweg 'Er is leven op aarde'. Ze probeerde met doorwrochte portretten en diepgaande interviews het wezen van de tijd te vatten. Gemengde gevoelens alom: de Koude Oorlog was voorbij, maar met de Golfoorlog was inderdaad een nieuw en onzeker tijdvak aangebroken. In 1996, een kwarteeuw Knack, wou de redactie het niet meer zelf allemaal uitleggen. Honderd 'onbekende Vlamingen' kregen hun portret, van een pasgeborene tot een honderdjarige, een poging om het echte Vlaanderen in beeld te brengen. Reality-pers, het leven zoals het is, een dwarsdoorsnede van het bestaan in zijn volle, dagelijkse breedte en zoals het eigenlijk nooit verandert. Behalve dan in de waan van de dag. Alleen wie daar niet doorheen kan kijken, wie geen geheugen heeft, gelooft dat die echt wat te betekenen zou hebben. Vooruit, en nu weer aan het werk.Marc Reynebeau