Opnieuw is vorige week het Israëlische leger een Palestijns vluchtelingenkamp in de Gazastrook binnengevallen met als voorwendsel dat van daaruit geschoten werd. Het gebeurde op woensdag 2 mei in het midden van de nacht: soldaten, tanks en drie bulldozers die een honderdtal meter het kamp Rafah binnendrongen - in het zuiden van de Gazastrook - en daar 17 huizen platlegden en de moskee beschadigden. Na vier uur van zware vuurgevechten, waarbij een Palestijnse dode viel en twaalf mensen onder wie drie kinderen gewond raakten, trok het leger zich terug - zonder de veroordelingen uit Washington af te wachten. Volgens de legerwoordvoerder in Jeruzalem was dit 'een reactie van wettige verdediging'. Volgens Buitenlandse Zaken in Washington een actie 'die de inspanningen ondermijnt om de situatie te ontmijnen en het geweld met de Palestijnen te stoppen'. Die reactie dient gezien in het licht van inspanningen van de regering-Bush om een politiek voor het Midden-Oosten te formuleren. Die zal, zij het misschien met wat minder geestdrift en voluntarisme, wat minder persoonlijk engagement, ongeveer dezelfde zijn als de oude Amerikaanse politiek. Omdat er, al bij al, geen alternatief voor is.
...

Opnieuw is vorige week het Israëlische leger een Palestijns vluchtelingenkamp in de Gazastrook binnengevallen met als voorwendsel dat van daaruit geschoten werd. Het gebeurde op woensdag 2 mei in het midden van de nacht: soldaten, tanks en drie bulldozers die een honderdtal meter het kamp Rafah binnendrongen - in het zuiden van de Gazastrook - en daar 17 huizen platlegden en de moskee beschadigden. Na vier uur van zware vuurgevechten, waarbij een Palestijnse dode viel en twaalf mensen onder wie drie kinderen gewond raakten, trok het leger zich terug - zonder de veroordelingen uit Washington af te wachten. Volgens de legerwoordvoerder in Jeruzalem was dit 'een reactie van wettige verdediging'. Volgens Buitenlandse Zaken in Washington een actie 'die de inspanningen ondermijnt om de situatie te ontmijnen en het geweld met de Palestijnen te stoppen'. Die reactie dient gezien in het licht van inspanningen van de regering-Bush om een politiek voor het Midden-Oosten te formuleren. Die zal, zij het misschien met wat minder geestdrift en voluntarisme, wat minder persoonlijk engagement, ongeveer dezelfde zijn als de oude Amerikaanse politiek. Omdat er, al bij al, geen alternatief voor is. Voor de Palestijnen is deze terugkeer van de Bush-slinger in elk geval goed nieuws. Aanvankelijk waren zij geneigd van de Amerikaanse president George W. Bush meer te verwachten dan ze van van zijn voorganger Bill Clinton gezien hadden, en dus zijn ze vreselijk geschrokken van de gretige manier waarop de nieuwe president de lijn van de nieuwe Israëlische premier Ariel Sharon heeft geslikt. Die bestaat erin 'niet te onderhandelen onder geweld' en daarmee worden de Palestijnse verzets- en terreurdaden bedoeld en niet de Israëlische militaire bezetting, kolonisatie en collectieve afstraffingen (en ook niet de 'buitengerechtelijke' liquidaties van Palestijnen door Israëlische speciale moordeenheden). Momenteel lijkt het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken ervan uit te gaan dat de Verenigde Staten nog andere belangen hebben in de regio dan hun alliantie met Israël (de Golfolie en Saudi-Arabië; de alliantie tegen de Iraakse leider Saddam Hoessein; de samenwerking tegen het spookachtige terreurnetwerk van Osama Bin Laden en zijn islamistische medestanders; de moeilijke verhoudingen tussen de 'klassieke' spelers in het ballet van het Midden-Oosten: reusachtig Egypte, centraal Jordanië, het gesloten Syrië van de nog onbekende Bashar el Assad en zijn Libanese drukketel, en dan het onleesbare Iraanse buitenbeentje, om alleen de meest voor de hand liggende te noemen). De regio is ontvlambaar, niet alleen wegens de aardolie, en de Amerikanen hebben er, ingeval van uit de hand lopend conflict, veel te verliezen. Dus raadt minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell nu zijn Israëlische vrienden Ariel Sharon en diens minister van Buitenlandse Zaken Shimon Peres aan zelf het geweld een beetje in de hand te houden - terwijl, zeker, ook de Palestijnen hun verantwoordelijkheid op te nemen hebben in de vermindering van het geweld. Tegelijk hebben de Amerikanen in de Jordaans-Egyptische 'non-paper' een geschikt werktuig gezien om weer op weg te gaan naar de onderhandelingen die er toch moeten komen, en raden ze het Sharon stellig af dat zonder meer naar de prullenmand te verwijzen. SHARM EL SHEIKHDat voorstel van de twee Arabische buurlanden, die formeel vrede hebben gesloten met Israël, behelst de terugtrekking van Israël naar de posities van september vorig jaar, de betaling van de achtergehouden fondsen, en de bevriezing van de nederzettingenpolitiek van Israël in de Bezette Gebieden, ook in Oost-Jeruzalem. Dan zullen de Palestijnen weer samenwerken in de gemeenschappelijke veiligheidsstructuren, en zal de Palestijnse Autoriteit alles in het werk stellen om aan Palestijnse kant het geweld stop te zetten. Zowat alles wat in het voorstel staat is al ooit door Israël aanvaard en ondertekend, maar zijn kolonisatiepolitiek heeft Israël nog nooit 'bevroren' en dat is het zeker ook nu niet van plan. Daarom weigert Sharon het voorstel terwijl de Palestijnse Autoriteit het volledig aanvaardt. Maar bij monde van Saeb Erekat gaven ze wel te verstaan dat het schrappen van de bevriezing de dood van het akkoord zou betekenen. Maar uiteindelijk lijkt het allemaal in de richting te moeten gaan van de schematische oplossing die Clinton op het einde van zijn mandaat ongeveer bij elkaar had, en die bij de onderhandelingen in Taba bijna tot een akkoord geleid had. Maar het kwam toen te laat: de Israëli's achter premier Ehud Barak konden het niet meer ondertekenen omdat ze, een week voor de verkiezingen, beschuldigd zouden worden dat ze het land verkochten om de verkiezing te kunnen winnen, en omdat de rechterzijde het, als zij won, nooit aanvaard zou hebben; maar het kabinet van Barak had op 28 december vorig jaar beslist dat het dit plan, met bepaalde reserves, zou aanvaarden - en de Palestijnen hadden eveneens beslist die ideeën van Clinton, met reserves, te accepteren (dixit Yossi Beilin). In die richting, helemaal of ongeveer, zal de beweging dus verder moeten gaan, want er zijn geen zeven oplossingen voor deze vijftigjarige oorlog. De weigering van Peres en Sharon om weer aan te knopen bij Taba, zoals de Palestijnen vragen, is slechts een dure vorm van tijdverlies. Duur in termen van economie, van internationale standing, en in een dagelijkse som van verwoestingen en mensenlevens. Wat dat betekent werd de afgelopen week weer goed in de verf gezet. Na een relatieve kalmte van enkele dagen ontploften op 30 april bijna tegelijk in Ramallah en in Gaza-stad twee zware bommen die twee gebouwen van twee verdiepingen volledig verwoestten, en verscheidene slachtoffers maakten - in Ramallah de twee kinderen van een jong gezin die onder het puin bedolven werden, in Gaza twee jonge mannen en een aantal zwaargewonden. De verwarring en oorlogspsychose is nu zo groot dat niemand weet of Israël achter deze ontploffingen zit. De Israëlische jacht op Hamas-leden en Fatah-commandanten, met helikopters, met moordaanslagen, door bommen met afstandsbediening, laat alle opties open. Huizen ontploffen niet vanzelf, en het duurde dan ook niet lang voor een kolonist, Asaf Hershkowitz, op de Westoever bij Ofra, door Palestijnen doodgeschoten werd. Waarna dan de weg openlag voor bovenvermelde incursie in Rafah van het Israëlische leger. Op een bevreemdende manier lijken de oude vrienden en politieke tegenstanders Shimon Peres en Ariel Sharon in hun huidige coalitie tot de klassieke werkverdeling tussen ' good cop' en ' bad cop' te zijn gekomen. Terwijl vredesnobelprijswinnaar Peres (al enige tijd hoort men dat hij hem moet teruggeven, die prijs) in Egypte en Amerika verzoenende formules verkoopt, gaat zijn partner Sharon thuis, in de Bezette Gebieden en bij de kolonisten te vuur en te zwaard te werk en doet de onverzoenlijkste uitspraken: nooit zal hij kolonies ontruimen, nooit de Jordaanvallei afstaan, nooit concessies doen. Het zou lichtzinnig zijn dit alles af te doen als komedie. Niemand minder dan Yossi Beilin, ex-minister en veteraan van het vredesproces, schreef in The New York Times: 'Mensen zullen zeggen dat dit het noodlot is, dat Israël zich niet kan integreren in het Midden-Oosten, dat het van nature een vreemde plant is en het beter is voor Israël zich te versterken als een democratisch-westers bruggenhoofd in de regio en zijn droom van vrede op te geven. Als deze aanpak, die de Israëlische rechterzijde onder Sharon karakteriseert, wortel zou schieten, riskeert Israël een episode in de geschiedenis te worden.' Dat zijn zwaarwegende woorden, die angst en zorg in de hele regio weerspiegelen. Temeer waar Sharon nog steeds een meerderheid van de Israëlische bevolking achter zijn ijzer-, vuur- en betonpolitiek lijkt te hebben. SABRA EN SHATILAWant Sharon is geen onbekende in de regio. Een goed jaar geleden heeft Barak de troepen uit het getergde Libanon teruggetrokken die Sharon daar in 1982 naartoe had gebracht. Nu nog is rondlopen in de kampen van de Beiroetse zuidrand - eigenlijk: zuidelijke helft - een eigenaardig waagstuk. De moordpartij in 1982 in de Palestijnse vluchtelingenkampen Sabra en Shatila, onder het toeziend oog van het Israëlische leger en met de instemming van Sharon, heeft de index van wreedheid in het Midden-Oosten een paar punten opgekrikt. Het kamp ligt daar nog, in nog steeds half verwoest Beiroet, als een soort aandenken waar niemand van weten wil. Zeker de Libanese autoriteiten niet, bevolkt met een radeloze mensenmassa waar alle radicale organisaties ruim ingeplant zijn, alleen Yasser Arafats El Fatah niet. En ligt hier nog de puinhoop van 1982, verder zuidelijk liggen de wijken waar Hezbollah regeert. De Libanese sjiïeten die alleen voor Palestijnen sympathie hebben in zover ze bruikbaar zijn tegen Israël. De vervaarlijkste, best georganiseerde guerrilla die het Midden-Oosten de afgelopen jaren gezien heeft. Met een leiding die het oor heeft van de ultraconservatieve Iraanse 'gids' Ali Khamenei. Lucide mensen in Beiroet maken er geen geheim van dat, een kleine tien jaar na het einde van de burgeroorlog, alle fracties weer klaar zijn in Libanon om aan een nieuwe ronde gevechten te beginnen, als de situatie blijft verslechteren.DE GEHEIME CONTACTENDe crux van het probleem in de regio, nu het Oslo-proces voorlopig buiten werking is, is het recht op terugkeer geworden. Dat element meer dan elk ander, door Barak onwetend op tafel gebracht door zijn frase het conflict te willen 'sluiten', is nu explosief in Jordanië, Syrië en zeker in Libanon. Het belet de Palestijnse leider Yasser Arafat zelf akkoorden te ondertekenen, aangezien een goed deel vluchtelingen in de kampen van de Westoever en de Gazastrook zitten, een potentieel radicale oppositie tegen zijn beleid. Alles in het Midden-Oosten is ingewikkelder dan het lijkt. De Israëlische samenleving, nu uitgesproken voorstander van uitzichtloze 'harde actie', weet dat de toekomst in een vergelijk met de Palestijnen ligt. Dat bewijzen peilingen door de jaren heen. In Libanon is de regering gekoloniseerd door Damascus, en gegijzeld door Israël in de zogenaamde Shaba-farms, een achtergehouden stuk heuvelland dat Israël en Syrië toelaat elkaar de duvel aan te doen als dat zo uitkomt. Met de Hezbollah al dan niet als tussenpersoon. In Jordanië heeft de koning vrede gesloten met Israël, maar zijn volk dat voor meer dan de helft uit Palestijnen bestaat, niet. Naarmate de toestand verslechtert in Palestina krijgt het paleis in Amman het moeilijker om die vrede tegen radicale oppositie te verdedigen. Zelfs in Damascus moet de jonge president Bashar el Assad rekening houden met een soort openbare opinie, en hij kan zich niet de - imaginaire - toegevingen aan Israël permitteren die zijn vader eventueel had kunnen overwegen. De enige oplossing voor al deze problemen, dat geeft nu bijna iedereen in de regio toe - zelfs de radicalen in Shatila geven toe dat er te negotiëren valt over het 'recht op terugkeer' - is een algemeen vredesproces dat wel moet beginnen met de Palestijnen en Israëli's in Palestina zelf. Jammer voor de kolonisten. De mensen die nog steeds 'discrete' contacten leggen, aan de Israëlische linkerzijde, met de Palestijnse Autoriteit en haar meer lucide opposities, bereiden die onderhandeling nog steeds voor. Het bekendste daarvan is natuurlijk het netwerk van Yossi Beilin, die daarvoor door de kolonistenleiding al voor 'verrader' en 'bloedzuigend insect' is uitgescholden. Het vervelende, voor de Israëlische vredesduiven, is dat het opportunistische temperament van hun landgenoten momenteel meer brood ziet in de stoere taal en machoacties van Ariel Sharon. Misschien kan daarom, en wellicht ook niet, een timide geste uit de Europese Unie helpen. De EU heeft immers associatie- en samenwerkingsakkoorden met Israël, en België bilaterale douaneakkoorden. Er zijn handelsovereenkomsten en er is universitaire samenwerking. Dit alles op basis van een Europees reglement, ondanks alles aanvaard en in werking, dat landen die de mensenrechten flagrant schenden, bijvoorbeeld door 'buitengerechtelijke' moorden, van dit soort associatie uitgesloten worden. Een voorgaande was het geval Sierra Leone. Minister van Buitenlandse Zaken Louis Michel, met de vraag geconfronteerd inzake Israël, wou er juridisch niets tegen inbrengen. 'In de grond heeft uw denkbeeldige jurist gelijk,' zei hij, 'maar politiek gezien is het misschien te vroeg voor dit soort actie.' Hoe langer de huidige fase van het conflict aansleept, hoe dieper het zich invreet, hoe sneller de politiek misschien verandert: woensdag de tweede mei stelden Agalev en SP, beide regeringspartijen, de opschorting voor van de samenwerkingsakkoorden van de Europese Unie met Israël. De Unie zal daar wellicht geen oren naar hebben (Nederland, het Verenigd Koninkrijk, Duitsland hebben andere belangen), maar in Israël zal het allicht niet onopgemerkt voorbijgaan.Foto's Maria FialhoSus van Elzen