Het blijft toch verbazen hoe politici zich kunnen verkijken op het belang van kunst en cultuur voor dit kleine deelstaatje. Luttele dagen voor de verkiezingen trokken Filip Dewinter en Marie-Rose Morel weer alle registers open tegen de elitaire kunstenaars die volksvreemde kunst maken en daarvoor veel te veel subsidie krijgen. Een karikatuur die er bij veel mensen jammer genoeg ingaat als zoete koek. Daarbij wordt maar al te vaak vergeten dat Vlaanderen in het buitenland bijna uitsluitend bekend is om zijn kunstenaars. Googelt u 'Flemish' eens, voor de lol. Namen als Rubens, Van Dij...

Het blijft toch verbazen hoe politici zich kunnen verkijken op het belang van kunst en cultuur voor dit kleine deelstaatje. Luttele dagen voor de verkiezingen trokken Filip Dewinter en Marie-Rose Morel weer alle registers open tegen de elitaire kunstenaars die volksvreemde kunst maken en daarvoor veel te veel subsidie krijgen. Een karikatuur die er bij veel mensen jammer genoeg ingaat als zoete koek. Daarbij wordt maar al te vaak vergeten dat Vlaanderen in het buitenland bijna uitsluitend bekend is om zijn kunstenaars. Googelt u 'Flemish' eens, voor de lol. Namen als Rubens, Van Dijck, maar ook Dries Van Noten, Ivo van Hove, Philippe Herreweghe en Sigiswald Kuijken scoren veel hoger dan die van Lernout&Hauspie, AB InBev of Umicore. Dat de Vlaamse creatieve industrie in de top drie van de hele wereld staat, zoals onlangs nog bleek uit een studie van de stad Antwerpen, is in schril contrast met de almaar slabakkende cijfers van de concurrentiekracht van andere sectoren. België (u weet wel, dat landje waar Vlaanderen deel van uitmaakt) heeft al lang begrepen dat het kunst en cultuur nodig heeft om in het buitenland te scoren. Met witlof, bier en chocolade zullen we het in de informatiemaatschappij niet halen. Begin juni brachten twee (overleden en nooit gesubsidieerde) kunstenaars - René Magritte en Hergé - honderden journalisten uit binnen- en buitenland op de been. Het Musée Magritte Museum en het Kuifjemuseum zijn in één klap de bekendste musea van België geworden. Verwacht wordt dat ze jaarlijks honderdduizenden toeristen zullen lokken. Brussel profileert zich meer en meer als striphoofdstad. En waar blijft Vlaanderen? Wij hebben zelfs geen Rubensmuseum. U hebt ongetwijfeld ook buitenlandse vrienden die ontgoocheld waren na een bezoek aan het Rubenshuis in Antwerpen. Daar hangen wel een paar mooie doeken van de meester, maar de echte topstukken krijg je er niet te zien. Daar moet je in totaal dertien andere locaties in de stad voor bezoeken. Maar ook in steden als Gent, Mechelen, Brussel en Doornik hangen prachtwerken van Rubens. Wie brengt die allemaal samen? Wedden dat het er nooit van komt? De Vlaamse kunsthistorische musea in Brugge, Gent en Antwerpen slagen er zelfs niet in om samen te werken op het vlak van hun collecties (Brugge zou de Vlaamse primitieven kunnen tonen, Gent de negentiende eeuw en Antwerpen de Gouden Eeuw). Een nog groter obstakel is dat een Vlaams Rubens- museum zou moeten samenwerken met een federale instelling als de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis in Brussel. En dat is zo goed als onmogelijk. Antwerpen zou nochtans een topattractie rijker zijn met een goed gestoffeerd Rubensmuseum en een aansluitende stadwandeling langs de kerken die zijn religieuze werken tonen. Zelfs al heeft de volgende minister van Cultuur daar miljoenen subsidies voor veil, dan nog zal deze droom nooit werkelijkheid worden. Arm Vlaanderen. Pauvre Belgique. door Karl van den Broeck