Het was een warme avond in Melbourne, eind november vorig jaar, toen de terugmatch werd gespeeld van het barrageduel dat de 32ste deelnemer aan deze wereldbeker moest opleveren. Iran, dat in de heenmatch 1-1 gelijk had gespeeld, stond voor het oog van tachtigduizend enthousiaste Australiërs 2-0 achter en maakte geen kans meer op kwalificatie. En toen bleek plotseling dat het loont om zijn levenswijze te richten naar de wetten van boven: een wonder! Vroeger mochten katholieken daar wel eens op hopen, bij de Zwarte Madonna van Chestochova of in de grot van Lourdes, maar de laatste die daar zonder benen werd binnengedragen om tien minuten later juichend buiten te sprinten, kan dat ook al een tijdje niet meer verder vertellen.
...

Het was een warme avond in Melbourne, eind november vorig jaar, toen de terugmatch werd gespeeld van het barrageduel dat de 32ste deelnemer aan deze wereldbeker moest opleveren. Iran, dat in de heenmatch 1-1 gelijk had gespeeld, stond voor het oog van tachtigduizend enthousiaste Australiërs 2-0 achter en maakte geen kans meer op kwalificatie. En toen bleek plotseling dat het loont om zijn levenswijze te richten naar de wetten van boven: een wonder! Vroeger mochten katholieken daar wel eens op hopen, bij de Zwarte Madonna van Chestochova of in de grot van Lourdes, maar de laatste die daar zonder benen werd binnengedragen om tien minuten later juichend buiten te sprinten, kan dat ook al een tijdje niet meer verder vertellen. In Melbourne voltrok zich wél een wonder. Voor het oog van honderd miljoenen televisiegetuigen in de hele wereld. Twaalf minuten voor tijd maakte Karim Bagheri 2-1, al zijn ze in Australië nog niet uitgepraat over het buitenspel dat aan dat doelpunt voorafging. Twee minuten later scoorde Khodadad Azizi 2-2. Australië eruit, en Iran voor de tweede keer naar de eindronde. De vreugde van de Iraniërs was met geen pen te beschrijven. De spelers gingen zelfs de arbiter zoenen. Sandor Puhl was dat, de Hongaar die vier jaar geleden de finale van de World Cup floot. Een week na de match in Melbourne werd hij door de Uefa geschorst. Niet vanwege dat zoenen, wel omdat hij in de Champions-Leaguematch tussenFeyenoord en Manchester United een onvoorstelbare fout van Paul Bosvelt op de Ier Dennis Irwin onbestraft had gelaten. Irwin kon maanden niet meer gaan, laat staan voetballen. De eerste belangrijke match die hij miste, was de return tegen de Rode Duivels, die hij een paar weken eerder met een magistrale vrijschop lelijk liggen had gehad. België won de return met 2-1. Onze dank dus, aan Sandor Puhl en Paul Bosvelt. En leve de fair play. De Australiërs zaten met een forse kater. Alweer. In Oceanië is er geen tegenstand van niveau, waardoor de ploeg niet gewapend is voor verbeten internationale confrontaties. En bovendien worden ze altijd veroordeeld tot een barragewedstrijd tegen ofwel een Aziatisch, ofwel een Zuid-Amerikaans land. Vier jaar geleden was dat Argentinië. Ga er maar aan staan. De Australiërs zijn dat beu en willen een andere regeling. Op deze eindronde hadden ze vast gerekend, de ontgoocheling was enorm. In Teheran daarentegen, werd gefeest zoals indertijd alleen de sjah dat kon. De Braziliaanse bondscoach Valdeir Vieira werd als een nieuwe profeet gehuldigd, en twee dagen later ontslagen. Een lot dat in de aanloop naar dit WK wel meer coaches van geplaatste landen te beurt viel. Vieira, die zelf tijdens de voorronde de Iraniër Mayeli Kohan had vervangen, werd aan het hoofd van de Iraanse troepen opgevolgd door de 63-jarige Tomislav Ivic, die het exact vier maanden volhield. De Iraniërs begrepen geen snars van het beruchte Ivic-systeem, en toen de serieuze oefenwedstrijden eraan kwamen, bleek dat ook op het veld. Een 0-2 nederlaag tegen Hongarije in Teheran had de kritiek al doen loskomen. Toen half mei met 7-1 werd verloren tegen de reserven van AS Roma, was de maat vol. Ivic eruit, en de vierde bondscoach in deze WK-campagne deed zijn intrede: Jalal Talebi, oud-speler van de Iraanse nationale ploeg en technisch adviseur van de Iraanse voetbalbond. Die won zijn eerste oefenwedstrijd met 4-1 van Inter Milaan. Weliswaar niet op volle sterkte, maar toch. Het is beter dan 7-1 verlies tegen de tweede ploeg van AS Roma. Tot de verdienstelijke prestatie tegen de Joegoslaven - 1-0 verlies - de aandacht trok, was de belangstelling voor de Iraanse ploeg hier in Frankrijk gering. De Iraniërs stimuleerden ze ook niet. De ploeg heeft haar hoofdkwartier in Yssingeaux, ten zuiden van Lyon, in Slot Montbarnier. De bar in het hotel is afgebroken, al het vrouwelijke personeel tijdelijk op non-actief gezet, en in de omgeving is de Franse gendarmerie in de hoogste staat van paraatheid. Zelfs een onschuldig optreden van Iraanse dansers en muzikanten, dat gepland was voor volgende zondag in het centrum van Lyon en waarop tienduizend bezoekers verwacht werden, is om veiligheidsredenen afgelast. DE HANDEN VAN SEPP BLATTERIran was al één keer aanwezig op de eindronde, in Argentinië in 1978. Het zat toen in de groep van Nederland, en speelde zowaar 1-1 gelijk tegen de Schotten. Tegen Peru verloor het met 4-1 en tegen Nederland met 3-0, een hattrick van Rob Rensenbrink. De sterspelers van de huidige Iraanse ploeg spelen in Duitsland. Khodadad Azizi bij FC Köln, Karim Bagheri en Ali Daei bij Arminia Bielefeld. Die laatste is ondertussen verkocht aan Bayern München. Dat Iran bij zijn tweede deelname uitgerekend in de groep van Duitsland, Joegoslavië en de Verenigde Staten werd uitgeloot, moet de wil van de hemel geweest zijn. Die daarvoor gebruik heeft gemaakt van de handen van Sepp Blatter, de pasverkozen Fifavoorzitter en toen secretaris-generaal. Blatter is de man die de meeste Fifalotingen in goede banen leidt, en tevens omvormt tot de Sepp Blatter Talkshow. Met lotingballetjes kan hij toveren. Men heeft hem al van alles verdacht. Zoals sommige balletjes vooraf in de koelkast stoppen, zodat hij kan voelen wanneer hij een bepaalde ploeg moet trekken. Blatter blijft het, met de schuldigst mogelijke glimlach om de lippen, ontkennen. Dat hij de Verenigde Staten en Iran tegen elkaar in het veld bracht, deed in eerste instantie de wenkbrauwen fronsen. Maar al spoedig sloeg die stemming om. Net als een tafeltenniswedstrijd in de jaren zeventig de dooi tussen China en de VS inluidde, zou het voetbal ook de verhouding tussen de VS en Iran gevoelig kunnen verbeteren. Tenminste, als het er op het veld een beetje sportief toegaat. De wedstrijd van volgende zondag wordt geleid door de Zwitser Urs Meier, een 38-jarige ondernemer die eerder dit jaar onder meer de inhuldigingsmatch van het Stade de France tussen Frankrijk en Spanje leidde. Nog geen maand na de loting in Marseille had, op 7 januari van dit jaar, al een belangrijke doorbraak plaats toen de Iraanse president Mohammed Khatami zich liet interviewen door CNN. Khatami roemde daarin de Verenigde Staten omdat zij van bij de stichting een voorbeeld waren geweest van hoe je godsdienst en individuele vrijheid kon combineren. Iets waarvan het huidige Iran zelf niet bepaald een voorbeeld is. Khatami noemde met name Abraham Lincoln een president met grote verdiensten. Over diens verre opvolgers van eind twintigste eeuw was hij minder opgetogen. Bemoeizieke onruststokers, dat was de korte samenvatting van vele woorden over dit delicate onderwerp. Verder nodigde de president, wetenschappers, journalisten, toeristen en sportlui uit om zijn land te bezoeken. Het eerste Amerikaanse sportteam dat op die uitnodiging inging, was een worstelploeg, die eind februari aantrad in Teheran. De eerste keer sinds '79, dat een Amerikaanse sportploeg in Iran te gast was. De worstelaars kregen van de toeschouwers een warm applaus, al hield de Iraanse pers het wel bij schampere commentaren, omdat in de sporthal een Amerikaanse vlag hing, terwijl die elders in het Midden-Oosten meestal dient om in brand te worden gestoken. In de Verenigde Staten kreeg dat sportieve bezoek slechts een beperkte weerklank, omdat de media met affaires van een heel wat bredere envergure in de weer waren. Zoals bijvoorbeeld het Zippergate-schandaal rond president Clinton, en de dreiging van een nieuwe Golfoorlog tegen Irak. Toen de worstelaars in Teheran over de mat rolden, ging tien breedtegraden meer naar links in Bagdad VN-secretaris-generaal Kofi Annan op zijn Grieks-Romeins in de clinch met Saddam Hoessein. DE GIJZELING VAN DE AMBASSADEHet belang van het interview met president Khatami was vooral dat het plaatsvond, de inhoud deed minder ter zake. Khatami volgde in mei '97 Hashemi Rafsanjani op, en wordt beschouwd als een wat mildere en meer liberaal gezinde politieke leider. Iemand die ook al eens afwijkt van wat de hoogste geestelijke leider, ayatollah Ali Khamenei, voorschrijft. Het aantreden van Khatami had plaats op een moment dat de betrekkingen tussen de VS en Iran weer eens op een vriespunt stonden. De Amerikanen verdenken Iran van medewerking aan de aanslag op legerflats in het Saudi-Arabische Dhahran, waarbij in juni '96 negentien Amerikaanse militairen omkwamen. Het Pentagon stelde nadien een heus militair vergeldingsplan op. Tussen Iran en de Verenigde Staten is de verhouding al gespannen sinds het vertrek van sjah Reza Pahlevi, agent van het Westen in het gebied van de Perzische Golf. In 1963 haalde die met zijn "Witte Revolutie" alle macht naar zich toe. Sjiitische leiders trokken in ballingschap naar het buitenland. Onder meer vanuit Parijs voerde ayatollah Ruhollah Khomeiny de oppositie aan tegen de sjah, die in 1973 van Iran een eenpartij-staat maakte. Khomeiny riep zijn landgenoten op om terug te keren tot de islam, en de sjah af te zetten. Hij maakte zelf in '78 een triomfantelijke terugkeer in Teheran en vestigde er een anti-westers en anti-Israëlisch regime. De definitieve breuk met de Amerikanen kwam er kort nadien, toen Iraanse strijders op 4 november 1979 de Amerikaanse ambassade in Teheran bestormden en begonnen aan een bezetting van het gebouw en een gijzeling van het personeel, die liefst 444 dagen zou duren. De gijzeling was een nachtmerrie voor de regering- Carter in Washington, die een regelrechte oorlog met Iran niet aandurfde. Het dreef Carter de nederlaag in bij de presidentsverkiezingen van 1980. In de jaren tachtig keken de Amerikanen nauwlettend toe op de eerste Golfoorlog tussen Iran en Irak. Een oorlog die de Iraanse sportploegen voor minstens tien jaar buitenspel zou zetten. Saddam Hoessein slaagde er niet in zijn territoriale aanspraken op delen van Iran waar te maken. Waarna hij Koeweit binnenviel en de Amerikanen, om hun oliebelangen veilig te stellen, in 1991 verplicht waren een oorlog uit te vechten met de vijand van hun vijand. Die dus normaal gezien hun vriend had moeten zijn. Op dat moment was ayatollah Khomeiny al overleden, en president Rafsanjani koos voor een zeer voorzichtige houding. Iran kwam niet rechtstreeks tussen in de Golfoorlog, al verleende het wel faciliteiten aan Saddam Hoessein, met wie ze kort voordien nog in oorlog waren geweest. Iran had zich eind jaren tachtig ook nog de woede van het Westen op de hals gehaald, toen Khomeiny de fatwa uitsprak tegen de Brits-Indische schrijver Salman Rushdie, die in zijn roman "De Duivelsverzen" de Profeet zou beledigd hebben. Die fatwa geeft elke islamiet, waar ook ter wereld, het recht om Rushdie te doden. De schrijver leeft sindsdien ondergedoken, en ook al dringt het huidige Iraanse regime niet meer aan op zijn executie, de fatwa kan niet worden ingetrokken. In het CNN-interview met Khatami, werd er niet over gesproken. De zaak-Rushdie maakte het de Amerikanen makkelijker om de andere westerse landen achter hun isolatiepolitiek ten opzichte van Iran te krijgen. OGEN DICHT EN POEN SCHEPPENSinds een jaar of twee is dat echter aan het veranderen. Vooral Duitsland ziet in Iran economische mogelijkheden, en wil de betrekkingen verbeteren. Dat ook de Duitsers op deze wereldbeker tegen Iran uitkomen, is uiteraard toeval, maar het toeval moet ons geloof toch niet te veel op de proef stellen. Want ook met de Joegoslaven, de vierde ploeg in groep F, heeft Iran een speciale relatie. Als vriend van de Bosnische moslims, is Teheran niet bepaald een vriend van Belgrado. Niet alleen de Duitsers, ook andere Europeanen wensten niet langer de Amerikaanse politiek te volgen. De Franse maatschappij Total sleepte een monstercontract voor aardgaswinning in de Perzische Golf in de wacht. En de Russen onderhandelden over de levering van twee kernreactoren voor de centrale van Bushehr. Iets waar vooral de Verenigde Staten en Israël met huiver tegenaan keken, omdat die reactor zou kunnen worden aangewend om kernwapens te ontwikkelen. Oekraïne trok zich uit het project terug onder Amerikaanse druk. Politiek leidden al deze belangen naar een "kritische dialoog" met Teheran. Een eufemisme voor: ogen dichtknijpen en poen scheppen. Maar die kritische dialoog kwam op de helling te staan, toen in april '97 een Duitse rechtbank de Iraanse regering en de Iraanse geestelijke leiding verantwoordelijk stelde voor een aanslag in 1992 op het Mykonos-restaurant in Berlijn. Daarbij kwamen vier Iraans-Koerdische politici om het leven. Teheran was verbolgen over dit vonnis en riep onmiddellijk zijn ambassadeur terug, waarna de EU-landen gezamenlijk hetzelfde deden. Minder dan zes maanden later namen al die ambassadeurs in alle stilte hun posten weer in. Khatami is sindsdien druk in de weer om Iran verder uit het isolement te halen, al stuit hij op felle weerstand bij de conservatieve geestelijken. Hij organiseerde al een islamitische top in Teheran, en heeft zich ook weer als een belangrijk speler op de energiemarkt gemanifesteerd. De reusachtige olie- en aardgasvoorraden uit de Kaspische Zee worden vanuit Turkmenistan vervoerd door pipelines op Iraans grondgebied, en dat is in de relatie met vele andere landen een interessante troef. De Amerikanen zagen het aantreden van Khatami als een kans om de relaties te ontdooien. Dit met de steun van de Zwitsers, die de Verenigde Staten in Teheran vertegenwoordigen, en via geheime diplomatie het terrein aftastten. Washington was er zich maar al te goed van bewust dat andere grote landen niet langer akkoord gingen met de onverbiddelijke boycotacties tegen zowel Iran en Libië, als tegen Irak. Ten tijde van de recentste spanning met Irak keerden liefst drie permanente leden van de Veiligheidsraad zich tegen de Amerikanen: China, Rusland en Frankrijk. In verband met Iran voelde Washington dat een belangrijk deel van de olie- en aardgashandel dreigde te ontglippen. Vandaar dat betere relaties welkom waren. Het Amerikaans Congres ging, overigens tegen de wil van het Witte Huis, akkoord om steun te geven aan een Amerikaans radiostation, Radio Free Iran, dat op Iran gericht is, maar niet meteen de goedkeuring wegdraagt van de geestelijke leiding in Teheran. Het is één voorbeeld dat aantoont hoe delicaat elke toenaderingspoging is. Vooral omdat de opheffing van de economische sancties nog niet in het verschiet ligt, en de Amerikanen als de dood zijn voor een mogelijke, met Russische steun gemaakte, Iraanse kernbom. De Fifa heeft zich van dat alles niets aangetrokken, en de hand van Blatter heeft de twee vijanden verplicht om elkaar in de ogen te kijken. De Fifa overtreft met deze stunt andermaal de Verenigde Naties. Zoals eerder met het opnemen van China naast Taiwan, met het indelen van Israël bij de Uefa, en met het in volle apartheid samenvoegen van de zwarte en blanke Zuid-Afrikaanse voetbalbonden. Er moet nu alleen voor gezorgd worden dat de wedstrijd van zondag sportief verloopt. Het zou ideaal zijn mocht er geen verliezer zijn. Zoiets kunnen we met gerust gemoed overlaten aan Sepp Blatter. Eén-één?Geen enkele Iraniër begreep het Ivic-systeem. De Fifa kan meer dan de Verenigde Naties. De bar werd afgebroken, de vrouwen staan op non-actief.Koen Meulenaere