De nieuwe roman van Leo Pleysier is niet om even te lezen, maar om van buiten te leren.
...

De nieuwe roman van Leo Pleysier is niet om even te lezen, maar om van buiten te leren.Het is een lange vlucht van de Kempen tot in Nigeria. En het is een dwars en onhandig boek. Het is zo kort met z'n kleine 140 pagina's, het doet zo luchtig aan en is zo helder en wars van fraseologie geschreven dat je denkt, ik steek het in mijn zak en van hier tot in Nigeria lees ik het twee keer. Maar schijn bedriegt. Er staat trouwens geen bloem, maar een aardlaag op de kaft. Grond. Het verhaal van ?Zwart van het volk?, zo heet de nieuwe roman van Leo Pleysier, is gauw verteld. Een zwijgende man uit de Kempen neemt een vol DC-10-vliegtuig vanuit Londen naar Nigeria, waar hij als chemicus en grondspecialist al jaren werkt aan een universiteit. Hij is er getrouwd met een Nigeriaanse en heeft kinderen, daar gaat hij nu terug naartoe : naar huis. De dood van zijn moeder deed hem terugkeren naar de Kempen. Hij was te laat. Zijn moeder was het enige dat hem nog bond, voor zijn familie had hij niet moeten komen. Nu gaat hij weer weg, een deel van zijn leven is afgesloten. De vraag is wat hij met het volgende deel aanmoet. Hij denkt terug aan het bericht, zijn bezoek aan het dorp en de familie, het kerkhof, de moedertaal en de redenen waarom hij in de eerste plaats ver weg was gegaan. Maar ook aan zijn leven in Afrika, Afrika meer in het algemeen en de mensen in het bijzonder, de Afrikanen en de niet-Afrikanen, alles, enfin, tot en met de ontvangst als hij weer thuis zal zijn, de kinderen, de vrouw, het huis, dat alles overdenkt de man zwijgend in het vliegtuig. De roman eindigt als het vliegtuig aankomt en hij weer thuis is, alsof hij dan had moeten beginnen. Alsof hij een pauze is geweest, een respijt dat men cadeau krijgt, een stilte. GEVOELIGE ORENIk probeer Pleysier te parafraseren. Hij zegt dat hij met taal bezig is. De moedertaal die hem blijft ?zeer doen aan zijn oren?. Die hem met kinderversjes kan opmonteren diep in Afrika, maar die blijft zeer doen. In feite is hij bezig met stilte. Zijn helden hebben gevoelige oren en zouden een moment rust willen. Daarom gaan ze weg, om te constateren dat het ook elders niet stil is. Dat weet de zwijgende man al. Als het vliegtuig aangekomen is, zal hij de anderen eerst laten uitstappen. ?Zelf wil hij nog even rustig blijven zitten. Nog een paar momenten lang wil hij genieten van de stilte van het gelande vliegtuig voor hij zich in het rumoer en in het gedrang begeeft.? Ik wed dat hij er thuis niets van zal zeggen. Zo te zien is Pleysier over stilte beginnen schrijven in ?Wit is altijd schoon?, al was dat meer in een omgekeerde beweging, door het lawaai te beschrijven dat naar stilte doet verlangen. Weggaan kwam er bij in ?De Gele Rivier is bevrozen?, het verhaal van de non waarvoor hij vorig jaar de Staatsprijs voor Proza kreeg. Het weggaan bracht de wereld en de tragiek in zijn werk, en dan leek het logisch te veronderstellen dat hij in die richting verder zou gaan. Maar schijn bedriegt, zeker bij het lezen van ?Zwart van het volk?. Bij een eerste lezing lijkt het boek een soort terugkeer naar vroegere verteltechnieken, die de schrijver nu op niet al te handige manier toepast op een nieuw terrein dat hem niet goed ligt. Dan krijgen stukken over Afrika de allure van een soort reisreportage, of een inleiding op ?Afrika voor beginners?. En wat daar dan in opvalt en zelfs ergert, is de dwarse geest waarmee de onweerlegbare clichés over Afrika zijn opgetekend. De weigering om ?politiek correct? te zijn of om aan een mode mee te doen. Afrika ziet er slecht uit, met al zijn pracht en zijn met vlagen gedemonstreerde generositeit : al wat het geeft zal het terugnemen, en vreemden wie het er goed gaat, als ze op eigen benen staan, gaat het slechts voorlopig goed. Hijzelf, de zwijgende man, weet dat ook al wel. Hij gaat niet meer alleen naar de stad. Uit schaamte voor zijn gepriviligieerde levenswijze, en ook voor de loop van de geschiedenis, maar toch ook omdat het er onveilig is. In de grond is het er niet beter dan in de Kempen. DE DOODSTILLE DIEPTENMaar kijk, dit alles weet ik maar sinds ik het boek een tweede keer las. En terwijl ik bezig ben, zit ik het een derde keer te lezen. Dat gaat hoe langer hoe makkelijker. Het is een tekst die, aanvankelijk weerbarstig, zich wondergoed leent tot van buiten leren. En tegelijk gaat hij over van alles, over aardlagen en luchtlagen, warm en koud, Afrika en de Kempen, reizen en stilzitten, en de stilte die van alles de uitkomst zou moeten zijn. Het is een tekst die zich een plaats zoekt in je hoofd (zoals ook die van de non al deed, maar de non was harder en vrolijker van karakter) en die bij je blijft. Zeker na de derde lezing. En ik schreef bijna dat hij niet tragisch is, maar dat is hij wel. Alleen schrijft koppige Pleysier nergens bij waarover het gaat, zodat de lezer dat maar op eigen kracht bijeen moet lezen. Haalt hij het er niet uit dat het tragisch is, des te erger voor hem denkt Pleysier dan. Daarom noemde ik het een onhandig boek, omdat de lezer het maar één keer zal lezen. Hij zal niet zien hoe ijselijk pessimistisch het is en hoe bodemloos misantropisch, met zijn held die nergens meer naartoe kan de wereld zit in dit boek, maar ze is geen oplossing en die zwijgt omdat hij alles al weet en hij alleen nog naar stilte zoekt. Die hij trouwens ook niet zal vinden. Niet zomaar een stilte, de mooie stilte van de doodstille diepten ?waar alleen nog maar het wonderlijke ruisen is te horen van de onderaardse luchtstromen die langs de gladde, koele wanden strijken van de lege, schotelvormige holtes en gewelven.?Sus van Elzen Leo Pleysier, ?Zwart van het volk?, De Bezige Bij, Amsterdam, 142 blz., 550 fr.Leo Pleysier : een onhandig boek.