Jarenlang werd er naar hem gezocht, maar altijd vruchteloos. Hij had zich teruggetrokken in Moskou om van daaruit zijn zaakjes te runnen. Hij werd gezocht voor allerhande flagrante schendingen van bestanden en embargo's, door illegaal wapens te leveren aan naties en groepen in oorlog. In alle recente Afrikaanse oorlogen moet hij zaken hebben gedaan.
...

Jarenlang werd er naar hem gezocht, maar altijd vruchteloos. Hij had zich teruggetrokken in Moskou om van daaruit zijn zaakjes te runnen. Hij werd gezocht voor allerhande flagrante schendingen van bestanden en embargo's, door illegaal wapens te leveren aan naties en groepen in oorlog. In alle recente Afrikaanse oorlogen moet hij zaken hebben gedaan. Het bleef hem ondanks zware beschuldigingen en harde bewijzen voor de wind gaan. Pas nadat de Amerikanen hem na de aanslagen van 11 september 2001 ervan beschuldigden ook wapens te hebben geleverd aan de taliban en Al-Qaeda moest hij in Rusland onderduiken. Wat hij met succes deed. Tot hij begin dit jaar in de val werd gelokt, en undercoveragenten van het Amerikaanse Drugsbestrijdingsagentschap (DEA) hem wijsmaakten dat ze gezanten waren van de Colombiaanse FARC-rebellen (die veel winst puren uit drugshandel), en dat ze zware wapens wilden voor hun strijd tegen het regeringsleger. Op 6 maart 2008 werd Viktor Bout in de Thaise hoofdstad Bangkok gearresteerd. Verwacht werd dat hij snel aan de Verenig-de Staten zou worden uitgeleverd. Maar dat is nog altijd niet gebeurd. Dure Russische advocaten hebben zich op de zaak gestort, en pleiten 'uitlokking van een misdrijf': dat hij iets gedaan zou hebben dat hij nooit zou hebben gedaan als de undercoveragenten hem er niet toe hadden aangezet. Naar verluidt oefent ook de Russische regering druk uit op de Thaise autoriteiten om Bout niet uit te leveren maar hem in Rusland te laten berechten. Bout heeft ook een les geleerd uit de problemen die in het Internationaal Strafhof in Den Haag zijn gerezen. Daar voert de van misdaden tegen de menselijkheid beschuldigde Congolese krijgsheer Thomas Lubanga een vooralsnog succesvolle strijd om aan te tonen dat hij geen eerlijke kans heeft om zich te verdedigen zolang hij niet weet wie hem waarvan beschuldigt. De meeste getuigen in dit soort dossiers zijn zo bang dat ze alleen anoniem hun verhaal willen doen. Ook de vroegere Con-golese vicepresident Jean-Pierre Bemba, die nu eveneens in Den Haag in de cel zit,zal zich op die kwestie beroepen. Bout en Bemba zijn (of waren) trouwens grote vrienden. Bout stelt nu al dat hij niet weet wie de mannen zijn die hem in de val lokten, zodat hij niet kan oordelen of ze hem al dan niet terecht beschuldigen. Zolang ze hun namen niet prijsgeven, heeft hij geen eerlijke kans. Als undercoveragenten kunnen die mannen in principe hun naam niet prijsgeven. Vanuit zijn cel heeft Bout nu een lang interview gegeven aan de Russische krant Kommersant. Daarin schreeuwt hij, zoals verwacht kon worden, zijn onschuld uit. Hij weet niet wie de mannen zijn die hem arresteerden, noch waarom ze hem oppakten. Hij was gewoon in Thailand met vakantie, bekommerd als hij is om zijn gezondheid. Hij begrijpt ook niet waarom zijn vriend Bemba is opgepakt. Als er één man is die in Congo vrede had kunnen brengen, dan wel Bemba. Er werden daarom niet minder dan drie aanslagen op hem gepleegd nadat hij vicepresident was geworden! In de visie van Bout mocht Bemba geen president worden omdat hij niet goed lag bij de Amerikanen, die na 11 september 2001 een totalitair en fascistoïde regime zouden zijn geworden. Volgens het Strafhof hebben Bemba's troepen zich tijdens een demarche in de Centraal-Afrikaanse Republiek aan grootschalige wreedheden schuldig gemaakt. Dat Bout nu in de problemen zit, is volgens hemzelf grotendeels te wijten aan de westerse media, die al dan niet bewust een verkeerd beeld van hem ophangen. En waarschijnlijk aan een of andere halvegare die zijn identiteit aannam om de grote jan uit te hangen. Hij beweert nooit op de plaatsen te zijn geweest waar de Amerikaanse agenten hem ontmoetten om een wapendeal te regelen. Hij stelt dat hij zijn privéloopbaan als vertaler in Russische overheidsdienst begon, zo de wereld rondreisde en op die manier in de luchtvaartindustrie geïnteresseerd raakte. Zo werd hij zakenman. Tot zijn eerste opdrachten behoorden, naar zijn zeggen, alle transporten van Franse troepen in 1994 naar wat toen nog Oost-Zaïre was, en alle transporten van Belgische troepen naar en van de vredesoperatie van de Verenigde Naties in Somalië. Bouts basis was destijds de luchthaven van Oostende (twee medewerkers en een héél klein bureautje, zo vat hij dat samen), waar hij al snel verdacht werd van louche operaties, en waar een onderzoek tegen hem gestart werd - het eerste in een lange reeks. Als hij al wapens vervoerde, stelt hij nu, was het legaal, zoals iedereen dat doet, met de juiste papieren. Het hele verhaal over hoe hij systematisch alle regels aan zijn laars lapte, is in zijn woorden alweer een fabricage. Hij vervoerde trouwens vooral verse groenten en andere voedingsproducten. Hij had ook een logische verklaring voor zijn succes: hij was altijd de eerste. Het belang daarvan is dat je dan zelf de regels kunt bepalen. Hij stelt nu dat hij misschien in de problemen kwam omdat hij zo duur was. Een gevolg van het feit dat hij de eerste was, maar niet illegaal; dat is gewoon een zakelijke wet. Hij zegt dat hij dikwijls benaderd werd om geheime informatie te verschaffen over de mensen met en voor wie hij werkte, maar dat hij dat steevast weigerde. Hij wilde daar niets mee te maken hebben. Maar nu willen de Amerikanen zijn vel, en ze gebruiken daarbij volgens hem een methode die destijds door nazipropagandist Joseph Goebbels met succes werd toegepast: iets zo dikwijls herhalen dat de mensen het op den duur gaan geloven. Van de 38 personen met wie Bout in de Thaise gevangenis zit, zijn er volgens hem zes op verzoek van de Amerikanen gearresteerd. Interessant aan het artikel is dat hij enkele voorbeelden noemt van mensen die hebben meegewerkt om hem in diskrediet te brengen. Een daarvan is Johan Peleman, een Vlaamse wapenhandelonderzoeker die al een tijd voor de Verenigde Naties werkt om malafide transacties in onder meer Congo in kaart te brengen. Bout beschuldigt Peleman ervan een nobody te zijn die veel geld van de VN verspilt aan totaal overbodige onderzoeken, en die van het beschuldigen van onschuldigen zoals Bout een lucratieve onderneming maakte. Hilarisch is dat hij Peleman er ook van beschuldigt een diamanthandelaar te zijn geweest, en hem nooit te hebben willen spreken. De man heeft eindeloos veel pogingen ondernomen om Bout te spreken, is zelfs naar Bouts uitvalsbasis in Dubai gevlogen om hem te zien te krijgen, maar altijd was de vogel net gevlogen. Grappig is ook dat Bout zich boos maakt op twee Belgische journalisten (fotograaf Wim Van Cappellen en de auteur van dit stuk) die hem in de val hebben gelokt door foto's van hem te maken bij een vliegtuig met soldaten. Het was niet eens zijn vliegtuig, en het waren niet zijn soldaten, ful-mineert hij nu, maar het paste wel in het beeld van wapentrafikant dat de wereld van hem wilde ophangen. En dat ondanks het feit dat hij de 'zieke' fotograaf nog een luchtlift gaf om zich te kunnen laten verzorgen... Maar hij had er destijds te weinig aandacht voor gehad, zodat hij te laat had gezien dat ook die twee moesten dienen om hem als malafide wapenhandelaar te kunnen afschilderen. Die foto's en het hele verhaal over Bouts veldoperaties verschenen op 16 mei 2001 als wereldprimeur in Knack. DOOR DIRK DRAULANS