Uit de getuigenissen van de ballingschapsjaren blijkt dat Napoleon zichzelf absoluut niet als een grote vrouwenversierder wilde zien. Hij liep zeker niet met zijn veroveringen te koop, integendeel: de verhalen over zijn vele maîtresses noemde hij steevast overdreven of zelfs onwaar. Zijn kamerheer Marchand maakte het in Sint-Helena een keer mee hoe de baas een boek naar de verste hoek van zijn werkkamer slingerde. Het was Les amours secrètes de Buonaparte, het werkje van een fantasierijke broodschrijver dat samen met een vracht andere boeken per schip zijn weg van Frankrijk naar Sint-Helena had gevonden. 'Wat een pest!' schreeuwde Napoleon. 'Ze maken van mij een Hercules! Niet één zin in dat boek is waar.'
...

Uit de getuigenissen van de ballingschapsjaren blijkt dat Napoleon zichzelf absoluut niet als een grote vrouwenversierder wilde zien. Hij liep zeker niet met zijn veroveringen te koop, integendeel: de verhalen over zijn vele maîtresses noemde hij steevast overdreven of zelfs onwaar. Zijn kamerheer Marchand maakte het in Sint-Helena een keer mee hoe de baas een boek naar de verste hoek van zijn werkkamer slingerde. Het was Les amours secrètes de Buonaparte, het werkje van een fantasierijke broodschrijver dat samen met een vracht andere boeken per schip zijn weg van Frankrijk naar Sint-Helena had gevonden. 'Wat een pest!' schreeuwde Napoleon. 'Ze maken van mij een Hercules! Niet één zin in dat boek is waar.'Joséphine Bonaparte, weduwe de Beauharnais, was een grande dame. Ze heeft haar echtgenoot Napoleon in de aanvangsjaren van hun huwelijk flink bedrogen en dat zette hij haar later met gelijke munt betaald, maar de liefde tussen hen beiden was niettemin echt en diep. Joséphine was als consulsvrouw en later als keizerin zijn steun en toeverlaat. Hij scheidde van haar tegen zijn zin, om politieke redenen.Napoleons eerste echtgenote werd geboren op een suikerplantage van haar familie op Martinique, waar ze bekendstond als Rose de Tascher de la Pagerie. In 1779 werd ze op 16-jarige leeftijd uitgehuwelijkt aan burggraaf Alexandre de Beauharnais. Het was op geen enkel moment een gelukkig huwelijk, waaruit evenwel twee kinderen werden geboren: Eugène (1781) en Hortense (1783), die allebei een roemrijk en boeiend leven zouden kennen. Hun ouders scheidden in 1785 na amper zes jaar van elkaar, maar bleven wel contact houden. Rose was een zeer begeerlijke vrouw, ook al was ze niet echt een klassieke schoonheid. Met 1 meter 50 had ze een normale lengte en ze was slank, maar haar voornaamste troef waren haar buitengewoon sierlijke voeten. Enkels en voeten bleven in die tijd onzichtbaar, waardoor ze een geweldige erotische aantrekkingskracht hadden en op een man al evenveel indruk maakten als welgevormde boezems. Bovendien had Rose ook een heel mooie, zachte stem. En dan was er dat buitengewone gelaat met die net niet blanke huid en die raadselachtige lippen, en het kastanjebruine, krullende haar eromheen. Maar wat een man nog het meest van slag kon brengen waren haar ogen: soms groenachtig, dan weer lichtbruin, maar steeds fonkelend.Rose belandde in Parijs in volle revolutietijd, en verpauperde zienderogen. Ze was afhankelijk van enkele hooggeplaatste vrienden zoals politicus Tallien en bankier Emmery, maar zelfs die hadden het niet makkelijk om haar de nodige eieren, broden en kippen te laten bezorgen. De stad was in crisis. Voedsel was zelfs schaars voor wie het kon betalen. Het werd nog erger toen het land begin 1793 in de verstikkende greep van de Comités raakte. In juni van dat jaar trad Maximilien de Robespierre op de voorgrond, een man voor wie er slechts twee partijen waren: het volk en zijn vijanden. En wie die vijanden waren, bepaalde hij. Het was de periode van de Terreur. Op willekeurige wijze werden ter linker- en ter rechterzijde echte en vermeende vijanden opgepakt en onthoofd. De guillotine werd een beleidsinstrument.Op een gegeven moment werd Alexandre de Beauharnais gearresteerd en onthoofd, omdat hij volgens het regime schuld droeg aan de val van het republikeinse Mainz. Ook zijn ex-echtgenote werd ter dood veroordeeld, maar een dag voor ze naar de guillotine zou worden gebracht werd Robespierre afgezet. Rose de Beauharnais overleefde op het nippertje, maar was nu arm en moest zich staande houden met de wapens waarover ze beschikte: haar creoolse charme en nog steeds intacte sexappeal. Ze was 32 en leefde op de rand van de afgrond toen ze de maîtresse werd van de nieuwe sterke man van het Directoire, Paul Barras.De allereerste ontmoeting tussen Rose de Beauharnais en Bonaparte vond plaats tijdens een ontvangst in het salon van de Talliens, op het eind van augustus 1795. Hij was haar in meerdere opzichten opgevallen. Een vreemd personage, met een ruwheid en onmiskenbaar gebrek aan sociale vaardigheden die van hem een outsider in deze elitaire omgeving maakten. Maar tegelijk zag Rose ook iets anders. Een stevige brok karakter en fierheid, een ontegensprekelijk charisma en een aparte, haast kwetsbare charme die werd opgewekt door zijn bleke, bijna uitgemergelde gezicht en verfomfaaide uiterlijk. Rose de Beauharnais vond hem te min, maar daar kwam verandering in toen hij in oktober 1795 de opstand tegen de republiek neersloeg en plots een belangrijke en goedbetaalde topper in het republikeinse bestel werd. De kaarten lagen nu helemaal anders, en Rose beantwoordde de vurige verlangens die ze tijdens vroegere ontmoetingen in de ogen van de zes jaar jongere Bonaparte had gelezen. Het moet wat geweest zijn voor deze provinciaalse officier van 26 jaar, die van al die kokette Parisiennes uit de beau monde nooit enige aandacht had gekregen.Napoleon had tot dan toe vooral prostituees en vluggertjes gekend, en werd in de wereld van Rose overweldigd door een sensualiteit, een gevoeligheid en een raffinement die hij niet kende. Vijftien dagen later waren ze elkaars geliefden. Hij was vervuld van hartstocht en verrukking. Net als hij met een eerdere liefde had gedaan, besloot hij haar met een nieuwe naam aan te spreken: Joséphine. Als wilde hij door die naamswijziging een streep trekken onder haar verleden en iedereen duidelijk maken dat een van de bekoorlijkste Parisiennes vanaf nu alleen de zijne zou zijn. In december touwden ze. Het hoeft geen betoog dat Joséphine op dat moment meer dan alleen amoureuze motieven had, maar dat gold net zo goed voor Napoleon. Het huwelijk ontsloot voor hem de poort naar de beau monde, de netwerken en de clubs waar in strategische vriendschappen werd gehandeld.Het Directoire gaf de generaal opdracht in Noord-Italië de strijd aan te binden met de Oostenrijkers. Pasgetrouwd of niet, van de grote bazen kreeg hij het bevel om zonder vrouw te vertrekken. Ze mocht alleen mee in zijn binnenzak, als portret. Napoleon mocht van geluk spreken dat hij zijn huwelijk al geconsumeerd had voor het werd gesloten. Terwijl hij met slaande trom door Noord-Italië trok en de ene overwinning na de andere behaalde, ging hij ook door met die andere, intiemere strijd: die van de sentimenten en de hartstocht. Zijn brieven aan Joséphine bleven goeddeels onbeantwoord. Hoe minder hij van haar vernam, des te passioneler werden zijn schrijfsels. Liefdesverklaringen, woedebuien en smeekbedes volgden elkaar op. Joséphine vond telkens een excuus om niet in te gaan op zijn dringende verzoeken om naar Italië te komen. Ze was nu eens ziek, dan weer ongesteld, of anders gewoon moe.Hoe zegerijker Bonaparte was in Italië, hoe dieper hij de put in ging. In Milaan zakte hij weg in neerslachtigheid. Dagenlang al verwachtte hij Joséphine, ze had beloofd te komen, er waren koeriers naar Parijs gestuurd en weer teruggekomen. Hij had voor haar een magnifieke residentie ingericht in het Palazzo Serbelloni aan de Corso Venezia, maar Joséphine was niet opgedaagd. Op zijn smachtende brieven antwoordde ze ontwijkend, een beetje spottend zelfs. Aan haar vriendin Thérésia vertelde ze dat haar man in 'een echt delirium' verkeerde. Ze vond hem vooral een lastpak, in het beste geval een dwaas, en was intussen een verhouding begonnen met de huzarenluitenant Hippolyte Charles.Uiteindelijk raakten zelfs de regeringsleden bij de affaire betrokken, nadat Bonaparte uit pure wanhoop Directoire-lid Carnot had aangeschreven. Die krabde zich verontrust achter de oren toen hij ontdekte dat de wonderboy op het punt stond te breken. 'Ik ben ten einde raad', had Bonaparte hem gemeld. 'Mijn vrouw komt niet. Ze heeft een minnaar die haar in Parijs houdt.' Paul Barras kreeg een gelijksoortig schrijven. 'Ik haat alle vrouwen! Ik ben wanhopig!' meldde de generaal hem, waarop hij dreigde om terug naar huis te komen. Vanaf dat moment werd Joséphines gescharrel met luitenant Charles een staatszaak. De politici wilden generaal Bonaparte in geen geval in Parijs zien opdagen. Zijn bewind in de rijkste streek van Italië leverde de Franse schatkist een fortuin op, maar bovendien hadden zijn militaire en politieke exploten hem in de Franse hoofdstad bijzonder geliefd gemaakt. Een politieke concurrent was in de maak, en dan nog wel een met een leger achter zich. Alles liever dan die man te zien terugkeren. Dus stuurden ze Joséphine naar Milaan.Pas tijdens de grootse Egyptische veldtocht in 1797 kwam Napoleon haar ontrouw te weten. Het richtte hem bijna ten gronde. Intussen was er voor Joséphine in Paris geen vuiltje aan de lucht. Ondanks vele waarschuwingen, onder meer van haar eigen zoon Eugène, ging ze door met haar buitenechtelijke gescharrel. Geld gaf ze intussen uit alsof het niet op kon. Ze besloot zich een eigen kasteeltje aan te schaffen, op kosten van haar man. Ze had haar oog laten vallen op Malmaison, een bucolische plek in Rueuil, net ten zuidwesten van Parijs. Na zijn terugkeer uit Egypte in 1799 overwoog Napoleon om te scheiden, maar zo ver is het niet gekomen, omdat het echtpaar in de laatste maanden van dat jaar het middelpunt van een nieuwe staatsgreep werd. Joséphine, die nooit rechtstreeks betrokken werd in de geheime beraadslagingen, wist donders goed waar haar man mee bezig was. Dat kon ook moeilijk anders, want hun woonst in de rue de la Victoire werd het centrum van de samenzwering. Onder Joséphines luchters werden plannen gesmeed die iedere aanwezige op de guillotine konden doen belanden. Weken later greep Napoleon de macht en werd Eerste Consul, het staatshoofd van de nieuwe republiek. In amper een dag tijd was ook Joséphine nu de eerste vrouw van het land geworden. Vijf dagen na de coup verlieten de Bonapartes hun huis in de rue de la Victoire en namen hun intrek in de officiële ambtsvertrekken van het Palais du Luxembourg.Zowel Napoleon als Joséphine zat plots in een geheel nieuwe rol. De overgang van gewoon burger naar echtgenote van de Eerste Consul was abrupt en bracht talloze verplichtingen met zich mee. Ze werd geconfronteerd met strikt geregelde agenda's, moest in alles de voorbeeldige echtgenote zijn en diende zich zeer snel aan te passen aan nieuwe leefregels. Sinds de Revolutie hadden de gebeurtenissen een razendsnelle loop gekend, waarin Joséphines huwelijk met Bonaparte geen rust had gebracht. Alles ging te snel. Te veel glorie, te veel grandeur, te veel verplichtingen, te veel Napoleon misschien ook.Joséphine was niet langer de onmisbare, vereerde godin van Bonaparte, maar de ongeruste echtgenote die zich verlaagde tot achtervolgingen en bespiedingen. In versneld tempo begon hij er de ene na de andere minnares op na te houden. Ze leed eronder. Hij begreep dat niet: minnaressen kwamen en gingen, maar in zijn ogen was Joséphine buiten categorie, onaantastbaar en onvervangbaar. Veel minder dan minnares was ze nu vooral Bonapartes beste vriendin geworden, zijn vertrouwelinge veel meer dan zijn godin. Ondanks zijn gestoei in de marge beleefde het koppel toch gelukkige jaren. Zoals het Consulaat voor Frankrijk een gouden tijd werd, zo was het dat ook voor de Bonapartes. Haar rol in de coup van 1799 en haar politiek verantwoordelijkheidsbesef tijdens de vorige oorlog hadden meer dan ooit aangetoond hoe complementair beide echtelieden wel waren. Zo samenhangend werd hun verhouding zelfs dat hij er gaandeweg van overtuigd raakte dat zijn vrouw essentieel was voor zijn succes. Dat heeft hij goed gezien. Zonder de balsemende Joséphine zou Napoleons bewind als Eerste Consul en later als keizer veel meer geleden hebben onder de perceptie dat het veeleer harteloos dan standvastig was, eerder brutaal dan vastberaden. Haar publieke rol is van groot publicitair belang geweest. Met hun beiden vormden ze een charismatisch koningspaar: zij, de onberispelijke, elegante goedheid, hij, de man van staal, die zijn land uit de chaos haalde en Europa naar de moderniteit leidde.Tegelijk was er iets wat hun geluk alsmaar meer in de weg ging staan: haar onvruchtbaarheid, die gaandeweg een staatszaak werd. In 1809 leidde ze tot een echtscheiding. Naast de kwestie van de troonsopvolging was ook het bondgenootschap met Oostenrijk een doorslaggevende factor. Een politiek huwelijk met een van de dochters van de Weense keizer kon vrede en stabiliteit opleveren, dus hertrouwde Napoleon met Marie-Louise van Oostenrijk. Joséphine heeft er de prijs voor betaald. Haar gezondheid ging onderuit en nauwelijks vijf jaar na hun echtscheiding, een maand voor haar 51ste verjaardag, overleed ze. Ze stierf op 29 mei 1814, precies op het middaguur.Het kasteel in Malmaison was de laatste plek die Napoleon bezocht voor hij in 1815 voorgoed Frankrijk verliet. Samen met Joséphines dochter Hortense maakte hij een laatste wandeling door de kasteeltuin. Het weer was stralend. Arm in arm kuierden ze over de tuinpaden. Napoleon vroeg hoe ze zich voelde. Zonder op het antwoord te wachten, sprak hij plotseling de ware reden van zijn bezoek uit. 'Arme Joséphine. Het valt me zo zwaar te bedenken dat ze hier nooit meer zal zijn. Op elk moment verwacht ik dat ik haar door een deur zie komen of dat ik haar op haar knieën zie zitten terwijl ze de rozen snoeit.' Zijn blik was omfloerst. Ook Hortense verbeet haar tranen. Toen kwam het definitieve oordeel. 'Zij was de meest gracieuze mens die ik ooit gekend heb. Een vrouw in de krachtigste betekenis van het woord, vervuld van het leven en innig goed van hart.''Ik moet trouwen met een buik', zei Napoleon toen hij in het huwelijk trad met aartshertogin Marie-Louise van Habsburg-Lotharingen, de oudste dochter van de Oostenrijkse keizer Frans I. Daarmee bedoelde hij dat wat hem betreft een huwelijk alleen geslaagd kon worden genoemd als de nieuwe keizerin het land een troonopvolger zou schenken. Wat dat betreft bood de 18-jarige Marie-Louise de beste perspectieven. De statistieken lagen trouwens op de regeringstafel: haar moeder had dertien kinderen ter wereld gebracht, haar grootmoeder zeventien en haar overgrootmoeder zelfs zesentwintig.Heel haar jonge leven lang was ze op een toekomst voorbereid waarin niet haar persoonlijke voorkeur of emotie zouden bepalen met wie ze later zou trouwen, maar de wil van haar vader en het hogere belang van het keizerrijk. Ze was niet opgevoed in de Hofburg te Wenen, maar in Laxenburg en Schloss Schönbrunn, ver van de echte wereld en ver van papa en mama. Marie-Louise was op alle denkbare manieren voorbereid op een politiek huwelijk binnen de oerconservatieve adellijke kringen van het traditionele Europa. Maar niets had haar natuurlijk kunnen voorbereiden op een huwelijk met Napoleon, de belichaming van de 'verwerpelijke' verlichting, een atheïst die volgens haar gouvernante alleen naar de mis ging omdat het hem politiek voordeel opleverde, een man van wie haar leraars haar hadden verteld dat hij een monster was die verschillende van zijn generaals eigenhandig had gewurgd. Ze had geleerd om de man te haten die de politiek haar nu opdrong.Op 15 februari 1810 kreeg Marie-Louise voor het eerst te horen dat haar een huwelijksaanzoek te wachten stond van de man die ze een 'antichrist' had genoemd en van wie ze ooit symbolisch een speelgoedpop had verbrand. Het was buitenlandminister Metternich die haar inlichtte. Hij vroeg wat ze ervan dacht. Haar antwoordde kwam prompt en luidde als volgt: 'Ik wil alleen dat wat mijn plicht me beveelt te willen.' Want zo was ze opgevoed: geprangd in plichtsbesef en gewend om te gehoorzamen.Op 11 maart trad Marie-Louise in het huwelijk met Napoleon, die zelf niet aanwezig was tijdens de plechtigheid in Wenen. Hij werd per procuratie vertegenwoordigd. Twee dagen later reisde ze af naar Frankrijk, om plaats te nemen op een troon die haar tante zeventien jaar eerder was afgedaald om het schavot van de guillotine te beklimmen. Om te trouwen met de man die de Revolutie belichaamde, die de legers van haar land vier keer had verslagen, het keizerrijk van haar aloude Habsburgse familie in mootjes had verdeeld, die twee keer bezit had genomen van Wenen en haar geliefde Schloss Schönbrunn.Het enige wat hij tot nu toe van haar te zien had gekregen, was een geschilderd portret, dat was toegezonden uit Wenen. Met argusogen had hij het bestudeerd. Lange blonde haren, die in lange krullen op het voorhoofd hingen, dikke lippen, een zware Habsburgse kin, een slanke hals, brede schouders, magere armen, mooie voeten vooral. Met haar 1,67 meter was ze groot voor een vrouw uit die tijd en nauwelijks enkele millimeters kleiner dan hij. Hij had zijn conclusie getrokken. Marie-Louise was geen schoonheid voor wie men een omweg van honderd kilometer maakte, maar ze kon door de beugel.Later op Sint-Helena zou hij zich herinneren hoe kleinburgerlijk hij zijn kakelverse echtgenote had aangetroffen in de koets die hen naar Compiègne bracht. 'Het arme schepsel, ze had een hele redevoering vanbuiten geleerd. De hele rit door heeft ze die opgezegd. Ik van mijn kant had alleen maar zin om met haar de liefde te bedrijven.' Toen het paar in Compiègne de sjees uitstapte, nam Napoleon nauwelijks de tijd om haar voor te stellen aan de gekroonde hoofden en andere familieleden die inderhaast naar het kasteel waren gesommeerd. Op een drafje werd het hoogstnoodzakelijke protocol afgehaspeld. Hij had genoeg gewacht, het was tijd voor actie. Terwijl beneden in het paleis alle fraai getooide hooggeplaatsten er voor Piet Snot bij zaten, lag Napoleon enkele minuten na aankomst met Marie-Louise te stoeien in de keizerlijke slaapkamer, die overigens nog steeds te bekijken valt in het paleis van Compiègne. Marie-Louise heeft niet alleen zonder aarzelen gedaan wat van haar verwacht werd, maar ook zonder enige tegenzin. Het klikte tussen hen. Op 20 maart 1811 zette ze een zoontje ter wereld.Van amoureuze veroveringen zijn er in Marie-Louises tijd nauwelijks sporen terug te vinden. Omgekeerd zorgde hij ervoor dat zijn piepjonge vrouw geen kans kreeg op misstappen. Haar comfort was vrijwel eindeloos, haar bewegingsvrijheid zo goed als nihil. Omdat hij eigenlijk niet lang zonder haar kon - en zij zonder hem - begon het werk eronder te lijden. Minder dan vroeger was hij in zijn werkkamer te vinden, dossiers bleven liggen, ministerraden werden korter. De werkkracht van de keizer werd gemist. Net voor hij in de lente van 1813 opnieuw naar de slagvelden van Midden-Europa vertrok, werd Marie-Louise benoemd tot regentes van het keizerrijk. Napoleon legde uit dat hij zijn functie als staatshoofd tijdelijk zou neerleggen vanaf het ogenblik dat hij de grens van het keizerrijk overstak en naar de strijdtonelen verdween, waarop zijn echtgenote zou regeren in zijn naam. Een ongekende beslissing, maar ook een van het gewaagde soort. Toen Napoleons koets op 15 april 1813 om 4 uur in de ochtend het paleis van Saint-Cloud uit reed, was het keizerrijk met zijn 44 miljoen inwoners in handen van een 21-jarige zonder enige politieke ervaring. Meer dan een representatief staatshoofd was Marie-Louise dus niet, een beperking die volkomen overeenstemde met haar mogelijkheden en de ernst van de toestand.Begin 1814 was de situatie nog zorgwekkender. Napoleon moest het nu op Frans grondgebied opnemen tegen de internationale coalitie, waartoe ook zijn eigen schoonvader behoorde. In de nacht van 24 op 25 januari nam hij afscheid van de keizerin. Vervuld van onrust en bange voorgevoelens had Marie-Louise al enkele uren stilletjes gehuild. 'Ik ga papa Franz verslaan!' kreeg ze te horen op het allerlaatste familiesouper waaraan haar man deelnam. Vervolgens ging Napoleon naar de slaapkamer van zijn zoontje. Op zijn tenen sloop hij naar het bed van de kleine koning van Rome. Het jongetje sliep. Hij aaide het kind, bleef even zitten bij het bedje en vertrok. De kleine Napoleon was toen precies 2 jaar, 10 maanden en 4 dagen oud. Hij zou zijn papa nooit meer zien.Na Napoleons nederlaag en troonsafstand in de lente van 1814 zat een treurige Marie-Louise opgesloten in Schönbrunn en had van haar vader de toestemming om naar Aix-les-Bains te reizen, zodat ze in het thermale kuuroord wat kon bekomen. Intussen verloren de Franse en Oostenrijkse geheime politie haar geen seconde uit het oog. Maar papa Franz had nog een veel betere troefkaart achter de hand, een persoonlijke begeleider voor zijn dochter in de persoon van de hoogst charmante graaf Adam Adalbert von Neipperg. 'Binnen zes weken ben ik haar beste vriend en binnen zes maanden haar minnaar', pochte hij voor zijn vertrek tegen intimi. In werkelijkheid bleek hij niet zo veel tijd nodig te hebben. Napoleon heeft Marie-Louise nooit meer gezien. Toen aan zijn carrière in Waterloo een definitief einde was gekomen, keerde zij zich totaal van hem af. Eenmaal beland op Sint-Helena heeft hij van Marie-Louise, door Napoleon nog steeds 'de keizerin' genoemd, nooit meer iets vernomen. Het heeft hem diep getroffen. Het enige wat hij van haar nog had, was een haarlok. Napoleon, die over alles en iedereen een hard oordeel klaar had, heeft echter nooit één onvertogen woord over zijn 'keizerin' gesproken. Marchand, die vlak bij of soms in de slaapkamer van Napoleon sliep, was er verscheidene malen getuige van hoe hij in zijn slaap over Marie-Louise sprak.Toen Napoleon in 1807 tegen Rusland en Pruisen ten strijde trok, belandde hij in Polen, een land dat op dat moment niet eens bestond. De Poolse gebieden waren verkaveld tussen Pruisen en Rusland, en alle Poolse hoop op onafhankelijkheid was op de Franse keizer gevestigd. Toen de keizerlijke karavaan ten westen van Warschau even halthield in het dorpje Blonie, kwam het tot een onverwachte maar belangrijke ontmoeting. Net als zovele van haar landgenoten was de toen 20-jarige Maria Walewska overgelukkig met Napoleons aankomst in Polen, dat al jaren onder het juk van afwisselend Pruisen en Rusland zuchtte. Toen beide landen keer op keer door de Fransen werden verslagen op de slagvelden van Austerlitz, Jena en andere plaatsen, was dat nieuws in de Poolse straten telkens op gejuich onthaald. En toen de onoverwinnelijke Napoleon plots in Polen zelf bleek te zijn, was het enthousiasme grenzeloos.Maria Walewska was geboren als telg van een rijke Poolse adellijke familie in Kiernozia. In 1805 was ze in het huwelijk getreden met graaf Athenasius Colonna-Walewski, een bemiddelde grootgrondbezitter, met wie ze een zoon had. Het was geen makkelijk huwelijk, want de 70-jarige graaf was vier keer ouder dan zijn amper volwassen echtgenote. Toen Napoleons komst werd aangekondigd, ging Walewska samen met een van haar nichten op weg naar Blonie, in de hoop een glimp van haar idool op te vangen. Daar werden ze, te midden van het volkse tumult dat de keizerlijke koets omringde, opgemerkt door hofmaarschalk Duroc. 'Alstublieft, ik wil hem zien!' had hij haar horen uitroepen. Duroc, die naast het managen van het hof ook de intiemere behoeftes van zijn chef in de gaten hield, was meteen uit het rijtuig van de keizer gestapt. Hij had hen gewenkt en naar de openstaande koetsdeur gebracht, waar zich een korte maar intense dialoog ontspon. Bijna was ze de keizer om de hals gevlogen. Met een smachtende stem had ze in perfect Frans geroepen dat hij welkom was in haar land, dat hij een held was. Dat niets goed genoeg zou zijn om hem de aanhankelijkheid van de Polen te betonen. Niet wetend wie deze verschijning was, bleef Napoleon perplex zitten en keek haar aan met de blik die al zovelen had overrompeld en verleid. Vervolgens had hij haar een tuiltje bloemen aangereikt dat een omstander in de koets had geworpen. 'Neem het, als bewijs van mijn goede bedoelingen. We zien elkaar terug in Warschau, dat hoop ik tenminste', had hij tegen haar gezegd. En toen sprak hij nog een laatste zinnetje, waar Maria helemaal ondersteboven van was. 'Ik hoop dan van uw lippen een dankwoord te mogen ontvangen.' Toen de koets uit het zicht was verdwenen, stond ze nog steeds aan de grond genageld, overmand door een duister voorgevoel.In zijn staatsvertrekken in Warschau ging Napoleon over tot de orde van de dag: oorlog en vrede. Maar in de late uurtjes was hij met andere dingen bezig. Bedolven onder de impressies die de Poolse op hem had losgelaten, gaf hij te verstaan dat hij haar wilde terugzien. Het probleem was evenwel dat niemand kon vertellen wie ze eigenlijk was. Over naar zijn helper Duroc, die als geen ander de wensen van de keizer wist in te willigen. Tijdens een bespreking met een van Polens belangrijkste figuren, prins Poniatowski, nam Duroc de man even terzijde. Hij gaf hem een uitgebreide persoonsbeschrijving en Poniatowski wist onmiddellijk wie hij bedoelde. Een ontmoeting? Dat kon Poniatowski wel regelen, wat zou een mens niet doen om de redder van het vaderland te behagen? Een week later werd ten huize van de prins een bal georganiseerd, met Talleyrand als gastheer. Er lag slechts één bedoeling aan ten grondslag: Maria Walewska opnieuw met de keizer in contact brengen. Toen Maria haar uitnodiging las, vertelden haar instincten haar dat ze veel, veel te ver was gegaan. Ze liet weten verhinderd te zijn en niet te kunnen komen, een weigering die bij Poniatowski tot grote consternatie leidde. Hij schakelde alles en iedereen in die invloed op Maria kon uitoefenen, inclusief haar eigen echtgenoot. Pas toen de oude graaf Athenasius haar vroeg en uiteindelijk zelfs beval om naar het bal te gaan en Napoleon te ontmoeten, gaf ze toe. Zo belandde ze op het bal. Het werd een gebeurtenis die haast even spannend was als Napoleons veldslagen.De avond was nog jong toen Poniatowski haar onder de nauwelijks verhulde blikken van tientallen Franse en Poolse aanwezigen opzocht. 'De keizer zou graag met u de dans inzetten', had hij gevraagd. 'Ik dans niet vanavond', was het ontmoedigende antwoord. Poniatowski had haar toegefluisterd dat er gedanst moest worden, dat het een bevel was, dat ze hem in de ogen van de keizer in diskrediet zou brengen als ze niet danste. Maria weigerde. Terwijl de balgasten opzij weken, stapte Napoleon met besliste tred en klinkende sporen op haar af. Haar ogen richtten zich op de parketvloer. Toen sprak hij: 'Dit is niet de verwelkoming waar ik recht op meende te hebben, nadat...' De rest was onverstaanbaar. Geen klank kwam over Walewska's lippen. Hij liep verder. Enkele minuten later werd zijn vertrek aangekondigd. Kordaat marcheerde hij naar buiten.Toen ze later die avond alleen in haar slaapkamer was, kwam haar kamermeisje aankloppen met een brief voor haar meesteres. Maria scheurde de enveloppe meteen open. 'Ik heb alleen u gezien, ik ben gek van u, ik verlang naar u. Graag een onmiddellijk antwoord om de ongeduldige hartstocht te kalmeren van N.' Kom zo maar eens aan je nachtrust. 's Ochtends klopte Poniatowski aan. Of ze wel goed begreep wat hier op het spel stond? Of ze nog goed bij haar hoofd was? Of ze alstublieft wilde doen wat hij haar vroeg? Maria gaf geen centimeter toe, en dat leidde alleen maar tot een verdere prikkeling van Napoleons hormonen.Wat volgde, was een aanslepend verleidingsspel met diners, verstolen blikken en smachtende brieven van de keizer, die echter stuk voor stuk onbeantwoord bleven. In een van die brieven verlaagde hij zich tot de volgende uitlating: 'Uw vaderland zal me nog meer aan het hart gebakken zijn als u medelijden toont voor mijn arm hart. N.' Het was pure chantage, die echter op een koude steen viel. Maria deed alsof de brief niet bestond. Napoleons, die gewend was om zijn woorden beantwoord te zien met buigingen en het klakken van hakken, stond stomverbaasd over zoveel vrouwelijke zelfstandigheid. Bij elke afwijzing werd zijn wil om haar te krijgen groter. Ten einde raad riep hij er opnieuw Duroc bij, die de opdracht kreeg een bemiddelingspoging te doen. Duroc betrok ook Poniatowski bij de zaak, die op zijn beurt enkele Polen inlichtte. Er ontpopte zich een heuse samenzwering, en de verliefdheid van Napoleon werd een staatszaak. Men praatte van alle kanten op Maria in. Als ze inging op de avances van de machtigste man van Europa en diens maîtresse werd, kon ze hem beïnvloeden en zou Napoleon allicht bereid worden gevonden om Polen als onafhankelijk land te erkennen en die erkenning ook af te dwingen bij de Russen. Dat is uiteindelijk ook het motief dat Maria Walewska zelf heeft aangevoerd om haar relatie met Napoleon uit te leggen. 'Het was de totale opoffering. Alles geschiedde om te zaaien en dan te oogsten en zo dat hogere doel te bereiken. Alleen dat kon excuseren wat ik heb gedaan. Dat doel obsedeerde mij. Het was sterker dan mijn wil en mijn geweten.'Maria Walewska werd Napoleons minnares. Veel wijst erop dat er meer aan de hand was dan politieke berekening, maar dat neemt niet weg dat ze trouw bleef aan haar oorspronkelijke beweegreden. Op elk denkbaar moment sprak ze Napoleon aan op zijn verantwoordelijkheden jegens Polen. Dat hij naar haar luisterde en met haar in discussie ging, is een hele prestatie van Walewska. Het was de eerste keer in zijn leven dat Napoleon het aanvaardde om met een vrouw over politiek te praten. Ze was dan ook zeer hardnekkig. Elk van zijn vragen zag hij beantwoord met een politieke wedervraag. Tegenover haar eisen stelde hij telkens opnieuw zijn voorstel: de Polen moesten eendrachtig optreden, meer aandacht besteden aan het welzijn van hun volk en moderniseringen invoeren zoals Frankrijk had gedaan. Het land moest zich militair engageren in de strijd tegen Rusland. Pas dan viel er te praten. Elk woord werd door Walewska doorgebriefd aan Poniatowski en leden van de Poolse regering, die ze ongehinderd kon spreken en ontvangen waar ze maar wilde.Geleidelijk aan kreeg de rol van Walewska een onverwachte inkleuring. Ze bepleitte weliswaar de Poolse zaak bij Napoleon, maar tegelijkertijd begon ze ook de visie van de keizer op het internationale gebeuren bij de Polen aan te kaarten. In feite nam ze de politieke rol op die Joséphine ooit had gespeeld. En zo werd Maria Walewska niets minder dan zijn 'femme polonaise'.In korte tijd ontstond tussen de twee een hechte kameraadschap. Maria werd waarachtig verliefd, een liefde die vermengd was met onzekerheid en wanhoop over de te verwachten uitkomst van deze vreemdsoortige relatie. Tegelijk groeide in Napoleon met de dag een affectie en tedere zorgzaamheid voor de tengere maar moedige en ijzersterke Maria. Niemand was er ooit in geslaagd dit soort gevoelens los te maken bij de man die tot dan toe had geroepen dat de echte liefde niets voor hem was. Mensen die het konden weten, vertelden dat ze Napoleon nog nooit zo verliefd hadden gezien.Tussen de vele oorlogen en politieke beslommeringen van Napoleon, bleven hij en Walewska elkaar de daaropvolgende jaren zien. In het najaar van 1809 verbleven ze een tijdlang samen in het Oostenrijkse Schloss Schönbrunn, waar de keizer zijn tijdelijk onderkomen had. Daar raakte Maria zwanger van de zoon die 4 mei 1810 in Polen geboren werd als Alexandre Florian Joseph Colonna-Walewski.Na het huwelijk met Marie-Louise in 1810 heeft hij met de Poolse naar alle waarschijnlijkheid niets meer gehad. Alles wijst erop dat ze geen fysieke relatie meer hadden, al bleef hun vriendschap zeer intiem en diep. Maria Walewska heeft ongetwijfeld geleden onder de verwijdering. Ook al begreep ze zeer goed waarom Napoleon met een Oostenrijkse was getrouwd, gekwetst was ze evenzeer. Tegelijk was ze groots genoeg om zonder scènes plaats te maken. Wel had ze hem herhaaldelijk haar bezorgdheid geuit over de toekomst die haar en het kind te wachten stond. Daarover had Napoleon haar echter gerustgesteld. Hij toonde zich bijzonder verheugd over de nakomeling. Het dient gezegd hij ook woord heeft gehouden en goed voor de materiële welstand van zijn 'Poolse familie' heeft gezorgd.Tijdens zijn eerste troonsafstand in 1814 schaarde Maria zich opnieuw aan zijn zijde. Amper vierentwintig uur na Napoleons zelfmoordpoging liet ze zich op de avond van 14 april 1814 aanmelden in Fontainebleau, maar de gedeprimeerde Napoleon wilde haar niet onder ogen komen. Toen de keizer in zijn verbanningsoord op het eiland Elba verbleef, stond ze er opnieuw. Op 1 september 1814 was Maria Walewska met haar zoontje Alexandre naar Italië gereisd. Nooit is achterhaald hoe de ontmoeting met Napoleon precies bewerkstelligd werd. De keizer heeft er immers alles aan gedaan om de omstandigheden geheim te houden. Onder geen beding wilde hij dat de samenkomst ter ore zou komen van Wenen. Dat had zijn hereniging met Marie-Louise in de weg kunnen staan.Maria en Napoleon hebben op Elba enkele heerlijke ogenblikken beleefd. Urenlang heeft Napoleon naar de kleine Alexandre gekeken terwijl hij op het gras speelde. Hij liet Marchand een stoel brengen, ging zitten en nam het kind op schoot. Zijn kind. Secondelang drukte hij de jongen tegen zich aan, het hoofd afgewend van de schaarse toeschouwers. Men heeft er het raden naar wat er op dat moment in het hoofd van beide ouders moet hebben gespeeld.Het werd 1815. Napoleon keerde terug naar Parijs, verloor de slag van Waterloo en was nu zeker van de ondergang. Opnieuw daagde Walewska op. Ze bood aan om hem te vergezellen, waar de reis ook heen zou gaan. Het was een genereus aanbod, dat Napoleon echter van de hand wees. Een jaar later trouwde zet met graaf Philippe Antoine D'Ornano, die ze in 1817 een zoon schonk. Kort daarna overleed ze aan een slepende nierziekte, op de veel te jonge leeftijd van 31 jaar.Na deze drie vrouwen en de talloze maîtresses tussenin was er op het einde van Napoleons leven nog plaats voor één laatste liefde. Haar naam was Albine, echtgenote van graaf Charles de Montholon, een van de vier generaals die vrijwillig met de keizer waren afgereisd naar het verbanningseiland Sint-Helena. Albine raakte er gefascineerd door de verbannen keizer. Aan tafel zat ze steeds aan zijn linkerhand. Ze gingen samen in de calèche rijden en maakten lange wandelingen in de tuin die Napoleon rond de residentie had laten aanleggen. Nog veel opvallender is dat ze regelmatig bij hem op bezoek ging in zijn privévertrek en in zijn badkamer, waar hij haar 'ontving in bad'. Naakt dus. Geen van de drie directe betrokkenen, noch een van de memoiresschrijvers van Sint-Helena heeft ooit letterlijk op papier gezet dat Albine en Napoleon daadwerkelijk seksuele betrekkingen met elkaar hebben gehad, maar veel wijst wel in die richting.Napoleon was op Sint-Helena ziekelijk, verzwakt en flink aangekomen. Tussen 1800 en 1820 was zijn lichaamsgewicht van 67 kilogram naar 90 gestegen. Een aantrekkelijke fysieke verschijning kon je hem dus niet echt meer noemen. Maar wat Abeline noch haar echtgenoot konden voorzien, was dat zij helemaal in de ban zou raken van de magnetiserende, kolossale persoonlijkheid die Napoleon had. Ze had het al na enkele weken aan Las Cases, nog een vrijwillige banneling, gezegd: 'Toen ik naar hier kwam, ben ik mijn man gevolgd. Vandaag ben ik echter op Sint-Helena omwille van de keizer.'Albine was een intelligente vrouw. Ze vond het geweldig om naar de lange uiteenzettingen van Napoleon te luisteren terwijl hij de wereldproblemen uiteenzette, zijn campagnes becommentarieerde of uitlegde waarom zijn Code Civil zo fundamenteel was voor de verdere ontwikkeling van Europa. Net zoals haar man begon ze de visies en de analyses van Napoleon naar waarde te schatten naarmate ze in de gesprekken betrokken raakte. Ongelofelijk boeiend vond ze de wijze waarop hij de voorlezing van de avondlectuur - de oude klassieken, Corneille, Voltaire, maar ook de Bijbel - kon onderbreken met lange beschouwingen, die hij voor de vuist maar met een begeesterend brio ten beste gaf. 'Sinds we in Longwood woonden, luisterde en keek ik naar de keizer met een interesse en bewondering die elke dag toenam, en ik hechtte me aan zijn karakter, zijn genie. Kortom, alles aan hem inspireerde me. Het is waar dat koningen net als bergen zijn, omdat ze slechts mooi zijn zolang men ze van ver bekijkt, maar bij hem was dat anders. Hoe meer ik hem zag, hoe meer ik van hem hield', schreef Albine later.Zoals zovelen voor haar raakte ze in de ban van zijn charisma, maar dan zonder de nare kantjes die er tijdens het keizerrijk bij waren geweest. In vele ooggetuigenverslagen over de figuur Napoleon is in die jaren gewag gemaakt van zijn onmiddellijke impact op de mensen die met hem in contact kwamen. La baguette magique, zoals zij het uitdrukte. Albine wist precies te duiden wat er aan de hand was. 'Moet men denken dat alleen zijn genie volstond om dat effect te bereiken? Welnee. Het zat in zijn expressie, in een gebaar, een blik, een woord waarmee hij iemand voor altijd het gevoel kon geven iets heel bijzonders te hebben meegemaakt, iets wat nooit meer zou weggaan. Een ogenblik volstond om te voelen dat je met hem op dezelfde, intieme golflengte zat.'Geen enkele vrouw - en misschien zelfs geen enkele man - die Napoleon persoonlijk en intiem gekend heeft, wist ooit op die manier tot zijn kern door te dringen. En zo komt het dat we in de later opgetekende memoires van Albine de Montholon misschien wel het ware hart van Napoleon ontdekken. 'Als zij die gemeend hebben dat hij geen gevoel had voor alles wat niet met ambitie of met regeren te maken had en alleen maar mensen gebruikte, slechts een maand bij ons in Longwood hadden verbleven, hem daar horen praten over zijn gevoelens, als ze hem ook maar één keer bezig hadden gezien met onze kinderen en hoe hij zich interesseerde aan hun naïeve gesprekken, aan het sprookje dat ze 's ochtends hadden geleerd, dan zouden al die mensen hun mening over hem hebben moeten herzien en zijn ware goedaardigheid moeten erkennen.' Albine heeft Napoleon niet van dichtbij meegemaakt toen hij staatshoofd was, maar haar inzicht is een onmisbare aanvulling op wat in de loop van de geschiedenis door vriend en tegenstander over hem werd gezegd.De betrekkingen tussen Napoleon en Albine werden intensiever in het jaar 1817. Dat jaar raakte ze ook zwanger, en op 26 januari 1818 beviel ze van een dochter. Het kindje had twee bijzonder opvallende kenmerken. Ten eerste leek het sprekend op Napoleon. Ten tweede kreeg ze van de Montholons een zeer intrigerende naam. In de omgang zou men haar Joséphine noemen, maar haar volledige naam was Marie Caroline Julie Elisabeth Joséphine Napoléone.