Uit de getuigenissen van de ballingschapsjaren blijkt dat Napoleon zichzelf absoluut niet als een grote vrouwenversierder wilde zien. Hij liep zeker niet met zijn veroveringen te koop, integendeel: de verhalen over zijn vele maîtresses noemde hij steevast overdreven of zelfs onwaar. Zijn kamerheer Marchand maakte het in Sint-Helena een keer mee hoe de baas een boek naar de verste hoek van zijn werkkamer slingerde. Het was Les amours secrètes de Buonaparte, het werkje van een fantasierijke broodschrijver dat samen met een vracht andere boeken per schip zijn weg van Frankrijk naar Sint-Helena had gevonden. 'Wat een pest!' schreeuwde Napoleon. 'Ze maken van mij een Hercules! Niet één zin in dat boek is waar.'
...