Duidelijker kon de uitslag moeilijk zijn: 79 procent van de Oost-Timorese kiezers stemden op 30 augustus voor onafhankelijkheid. De verkiezingsdag zelf bleef het vrij rustig. Dat bevestigde de vermoedens dat het geweld in de aanloop naar de verkiezingen bedoeld was om de mensen uit het stemhokje weg te houden. Dan kon Jakarta rustig zeggen dat het volk toch niet erg geïnteresseerd was in onafhankelijkheid en moest het Oost-Timor alleen maar wat autonomie geven. En met wat druk vanuit de andere helft van het eiland - West-Timor blijft Indonesisch - waar veel pro-Indonesische milities hun uitvalsbasis hebben, zou er van die autonomie in de praktijk niets terechtkomen.
...

Duidelijker kon de uitslag moeilijk zijn: 79 procent van de Oost-Timorese kiezers stemden op 30 augustus voor onafhankelijkheid. De verkiezingsdag zelf bleef het vrij rustig. Dat bevestigde de vermoedens dat het geweld in de aanloop naar de verkiezingen bedoeld was om de mensen uit het stemhokje weg te houden. Dan kon Jakarta rustig zeggen dat het volk toch niet erg geïnteresseerd was in onafhankelijkheid en moest het Oost-Timor alleen maar wat autonomie geven. En met wat druk vanuit de andere helft van het eiland - West-Timor blijft Indonesisch - waar veel pro-Indonesische milities hun uitvalsbasis hebben, zou er van die autonomie in de praktijk niets terechtkomen.Maar de kiezers kwamen wel opdagen en stemden voor onafhankelijkheid. Meteen barstte het geweld weer los, en politie en leger lieten begaan. En net als voor het referendum drong de internationale gemeenschap erop aan om een VN-vredesmacht te sturen. Vorige week donderdag gaf Jakarta ogenschijnlijk toe. De VN-macht mocht komen, maar wel pas nadat het Indonesische parlement de uitslag van het referendum heeft geaccepteerd. En het is verre van zeker dat het dat zal doen, want de meerderheid in het parlement is tegen opdeling van het land en ziet onafhankelijkheid voor Oost-Timor als een precedent voor het onrustige westelijk Nieuw-Guinea en de separatisten van Atjeh. En bovendien kan de uitslag officieel eigenlijk pas erkend worden in november, wanneer het nieuwe parlement aantreedt. In drie maanden kunnen er veel doden vallen. En kan Oost-Timor zo onrustig worden dat het leger zelf "de orde" zal herstellen. Minister van Defensie generaal Wiranto heeft er nooit twijfel over laten bestaan dat hij tegenstander is van een onafhankelijk Oost-Timor. Legerwoordvoerder generaal Sudrajat verklaarde dat enkel politie en leger gewapend waren. De televisiebeelden hebben intussen het tegendeel laten zien. Maar die verklaringen zijn natuurlijk bedoeld voor Jakarta, waar de media wél berichten dat duizenden mensen vluchten, maar dat wijten aan de nakende onafhankelijkheid.HET LEGER IS DE BAASDat president Habibie plechtig verklaart dat de regering de uitslag accepteert, is mooi. Maar iedereen lijkt te zijn vergeten dat het leger altijd de lakens heeft uitgedeeld in Indonesië. Ook de vroegere president Soeharto kwam maar ten val, nadat de legertop zijn steun had opgezegd. Oost-Timor wordt ondertussen meegezogen in een draaikolk van geweld. Zelfs een onaantastbaar geachte figuur als Carlos Felipe Ximenes Belo (51), bisschop van Dili en Nobelprijswinnaar voor de Vrede, is naar verluidt op de vlucht. Dat het leger een man als Belo niet kan (wil?) beschermen, is een veeg teken. Bisschop Belo speelde een hoofdrol in de lange bittere strijd die Oost-Timor voor zijn onafhankelijkheid voert. Toen Johannes Paulus II in 1989 Indonesië bezocht, braken op Oost-Timor onlusten uit. Belo stelde zijn paleis open voor honderden jongeren die door leger en politie gezocht werden. Iedereen wist wat hen te wachten stond als ze in handen van de "ordetroepen" vielen: foltering en gevangenis. Belo onderhandelde tot ze ongedeerd naar huis konden. Ook deze keer schuilden zo'n tweeduizend doodsbange mensen in en rond het bisschoppelijk paleis. Dat werd aangevallen en beschoten. Net als VN-konvooien, Rode Kruis-posten en kloosters. In 1996 kreeg Belo de Nobelprijs voor de Vrede, de beloning voor zijn niet-aflatend protest tegen de schending van de mensenrechten door het Indonesische leger. Hij deelde de prijs met Jose Ramos-Horta, toen leider in ballingschap van de onafhankelijkheidsstrijd. Horta mocht terugkomen toen Jakarta zag dat Oost-Timor niet te houden was. Belo kent zijn land. Vorige week, vlak voor het referendum over onafhankelijkheid, schreef hij aan de internationale gemeenschap: "Diplomatie is nu de enige hoop om in mijn land een nieuw bloedbad te vermijden. De Indonesische regering moet een internationale vredesmacht toelaten." Hij was bang voor meer geweld en kreeg gelijk. Niemand lijkt nog veilig: de westerse landen evacueren hun burgers, journalisten werden in allerijl geëvacueerd, de berichten over slachtingen blijven binnenstromen. Australië wil onmiddellijk een zwaarbewapende vredesmacht naar het eiland sturen. De VN-Veiligheidsraad onder voorzitterschap - o ironie - van Nederland dat zo lang Indonesië koloniseerde, moet daartoe een mandaat verlenen. En zelfs als de rust terugkeert, zal Oost-Timor een onafhankelijke en betrouwbare onderhandelaar nodig hebben. Velen stelden en stellen hun hoop op Belo. In het vrijwel volledig katholieke Oost-Timor heeft hij zijn titel en functie als visitekaartje. De vredesprijs gaf hem nog meer aanzien als onderhandelaar. Zelfs bij de Indonesische regering die - zo gaat het gerucht - haar oren niet kon geloven toen hij drie jaar geleden de Nobelprijs kreeg.BIDDEN VOOR VREDEBelo was de man die de nieuwe president B.J. Habibie in mei vorig jaar ging vertellen dat de bevolking van Oost-Timor geen autonomie wilde binnen het Indonesische staatsbestel, maar een referendum over onafhankelijkheid. Toen Habibie na zes maanden toegaf, was het weer Belo die pro-Indonesische milities en onafhankelijkheidsstrijders rond de tafel kreeg om te onderhandelen over een vreedzame stembusgang. In april schoten pro-Indonesische milities minstens 25 mensen dood in de kerk van Liquica, een half uur rijden van de hoofdstad Dili. Belo schortte de onderhandelingen op. Hij bleef oproepen tot kalmte. Maar het geweld gehoorzaamt zijn eigen wetten en ten slotte concludeerde bisschop Belo - boos en wanhopig - dat het referendum een vergissing was en nog meer geweld zou oproepen. Zijn vrienden zeggen dat hij inderdaad veranderd is. Hij heeft te veel moorden gezien, te veel geweld aangeklaagd. Diplomaten beschrijven recente ontmoetingen als "pijnlijk". Ze zeggen dat de bisschop meer en meer geïrriteerd raakt door de stroom buitenlandse bezoekers die zijn tijd in beslag nemen terwijl in de straten gevochten en gemoord wordt. "Hij moet bijzonder gefrustreerd zijn: zo lang en hard werken en niets bereiken," meldde een diplomaat. "Hij is oprecht", zegt een ander diplomaat. "Hij is heel erg bezorgd. Zijn volk respecteert hem. Hij is een politiek beest, maar hij kan niet goed overweg met politieke spelletjes. Hij is erg nerveus en prikkelbaar." Zijn frustratie brengt hem tot een openheid die je maar zelden ziet bij een bisschop. Zijn vrienden zien hem al in de rol van Jean-Bertrand Aristide, de priester die president werd in Haïti. De twee hebben veel gemeen: net als Aristide verdedigt Belo hartstochtelijk de armen, verdrukten en vervolgden. Maar Belo wil de politiek niet in, zegt hij. Veel mensen zien hem nochtans als een politicus. Zoals een Indonesisch politicus die hem prijst voor zijn gave om te luisteren en te onderhandelen, maar vindt dat Belo "de indruk nalaat dat hij naar één kant overhelt." En dat wil hier zeggen dat hij voor onafhankelijkheid is. Dat geven zelf Belo's vurigste aanhangers toe: Belo is zo kwaad over de terreur van de milities dat hij maar moeilijk kan verbergen dat ook voor hem onafhankelijkheid de enige overgebleven weg is. En daarom, zegt de Indonesische politicus, zou hij beter samenwerken met die andere Oost-Timorese bisschop: Basilho do Nascimento. Die is bisschop van Baucau en kwam pas drie jaar geleden uit Portugal terug. Hij is kalmer en gereserveerder en vormt een goed tegengewicht voor de prikkelbare Belo. Maar beide bisschoppen hebben al van het Vaticaan te horen gekregen dat ze zich niet te zeer met politiek moeten inlaten. Belo's voorganger - Dom Martinho Costa Lopes - werd teruggeroepen omdat hij de onafhankelijkheid steunde. Rome is bang voor wraakacties tegen de Oost-Timorese katholieken als de kerk zich te zeer engageert in de strijd voor onafhankelijheid. Maar hoe moet het dan? Iemand - Belo of iemand anders - zal de voor- en tegenstanders van onafhankelijkheid moeten verzoenen. De uitslag van het referendum laat geen andere mogelijkheid. Maar nu het leger haast openlijk de kant kiest van de pro-Indonesische milities lijkt het een onmogelijke opgave om het geweld op Oost-Timor een halt toe te roepen. De oproep van de bisschop voor een internationale vredesmacht blijft onbeantwoord. Zo ook zijn gebeden voor vrede.Copyright Knack/Financial Times Bewerking: Misjoe Verleyen