Hugo Claus ging dood als een heer van stand: nog een teugje champagne nippend en een laatste liedje zingend. Omdat hij zo graag leefde, heeft hij zelf voor de dood gekozen. Zodoende, zoals in Euthanasia van J.C. Bloem
...

Hugo Claus ging dood als een heer van stand: nog een teugje champagne nippend en een laatste liedje zingend. Omdat hij zo graag leefde, heeft hij zelf voor de dood gekozen. Zodoende, zoals in Euthanasia van J.C. Bloem '. .. Verzadigd heen te gaan van 's levens koningsmaal, Opdat hij 't hoofd niet kere en tegen 't kussen wene Bij 't wrange denken aan den eersten morgenstraal.' Omdat hij, zoals iemand ooit schreef, 'als een vaardige cowboy door de klassieken stormde' en elk marmeren borstbeeld had gelassood, wist Claus wat Seneca aan Lucilius had geschreven: 'Leven is niet belangrijk, want alle slaven en alle dieren leven ook; goed te sterven, met wijsheid en moed, is belangrijk.' Mogelijk heeft hij ook gedacht aan Antonin Artaud. Claus was heel jong toen hij in Parijs de geniale theatermaker, pas ontslagen uit de psychiatrische instelling in Rodez, ineengedoken achter een cafétafeltje zag zitten. Tenminste, dat vertelde Claus graag. Al moest je, zoals Josse De Pauw in De Morgen zei, altijd wel opletten met diens beweringen, want 'Hugo Claus heeft aardig wat verhalen over zichzelf verzonnen'. Daarom ook monkelde Jan Guillemin altijd als hij over Hugo Claus sprak. Guillemin, een minzame Oostendenaar, was een gewezen leraar Nederlands en de turfchroniqueur van de krant Het Volk. Tijdens de oorlog hadden hij en Albert De Jonghe, de latere historicus, de kleine Claus in de school gehad, in het atheneum van Kortrijk. Guillemin en De Jonghe hadden, net als de ouders van Claus, na de oorlog 'een beetje last' gekregen. Als Hugo Claus ter sprake kwam, haalde Guillemin graag Bertus Aafjes aan: 'Een dichter liegt weleens de waarheid.' Meer vertelde Guillemin daar nooit over. ' Zonder een element van wreedheid dat aan de basis ligt van elk spektakel, is theater onmogelijk' en ' ik heb nooit iets gestudeerd, maar alles geleefd en dat heeft me iets geleerd', twee beweringen van Artaud die Claus naar het hart gingen. Of het verhaal van de verwrakte, tandenloze Artaud achter die cafétafel nu waar is of niet, het maakt eigenlijk niks uit. Wat de lezer overhoudt, is het aangrijpende In memoriam de dichter van Rodez. ' Bij ons, de vreemden, de verdoolden De nooit gelanden, de ontwrichten Is een bleke kapitein gestorven. ...' Afgelopen week waren we heel ver van zoveel ingetogenheid. 'Hugo Claus heeft Vlaanderen bevrijd', beweerde een overspannen nieuwslezer. Een andere commentator, die kennelijk nooit Michel de Ghelderode las, loofde de overleden auteur omdat hij ons bevrijdde van de bekrompenheid van ' la Flandre profonde' en daarbij de banvloeken van katholiek Vlaanderen trotseerde. Eigenlijk viel die confrontatie nogal mee voor de jonge Claus die in de jaren 1947-1948, samen met Manu Ruys en Frans Van Mechelen meewerkte aan het blad Branding en door Ons Verbond, blad van het Katholiek Vlaams Hoogstudenten Verbond in Gent, naar aanleiding van De Eendenjacht (later uitgebracht als De Metsiers), als 'een jongere van groot formaat' werd geprezen. Was het niet Willem Elsschot, alvast geen tjeef, die De Metsiers afdeed als ' gewild ordinair en zo rommelig dat men onmogelijk uit de personages kan wijs worden...'? Een pijnlijker oordeel eigenlijk dan dat van een intussen vergeten 'snurkende recensent' van De Standaard over Het Verdriet van België. Als volleerde cabotin wist Hugo Claus precies tegen welke schenen te trappen voor het nodige theatrale effect. En veel zal wel de schuld zijn geweest van de nonnenschool waarop hij voor de oorlog verbleef en waar hij 'alle souplesse verspeelde om op uitgestoken handen van medemensen in te gaan'. Doch de kans is groot dat latere biografen tot de vaststelling komen dat de diepste krassen op zijn ziel, zoals bij zoveel van zijn generatiegenoten, veroorzaakt werden door de repressieperiode. Het moeten geen vrolijke dagen zijn geweest voor de zoon van 'een zwartzak' en voor een gewezen lid van de Nationaal Socialistische Jeugd Vlaanderen (N.S.J.V.) die in Deinze op college werd geplaatst. Hugo Claus heeft Vlaanderen niet bevrijd. Wat Gilbert K. Chesterton over Charles Dickens schreef: 'Hij deed wat misschien geen enkele staatsman ooit werkelijk gedaan heeft: hij riep het volk op', was ook nooit de ambitie noch de zorg van Hugo Claus. Hugo Claus besefte vooral, heel jong al, dat 'de vrijheid zo voor het grijpen ligt'. Zonder god noch meester leven, vergt offers die weinigen zich kunnen veroorloven. Hugo Claus wel. Dat maakte hem bijzonder. door Rik Van Cauwelaert