De 'broertjes H.' zijn fervente jagers, maar dit keer lijken ze zelf aangeschoten wild. Zelfs de Franstalige pers heeft haar gebruikelijke terughoudendheid laten varen. Opmerkelijk eensgezind wordt er de laatste weken afgerekend met de beroemdste fruitboeren uit de Belgische geschiedenis.
...

De 'broertjes H.' zijn fervente jagers, maar dit keer lijken ze zelf aangeschoten wild. Zelfs de Franstalige pers heeft haar gebruikelijke terughoudendheid laten varen. Opmerkelijk eensgezind wordt er de laatste weken afgerekend met de beroemdste fruitboeren uit de Belgische geschiedenis. Concrete aanleiding is het dossier Francorchamps. Senator Jean-Marie Happart, weliswaar gespeend van enig politiek talent maar in business als de broer ván, ondertekende mee het beruchte formule 1-contract dat Wallonië nu al wekenlang in rep en roer zet. Bevel van hogerhand zei hij, zonder verdere toelichting , waardoor hij (uit wraak, wordt in de PS gezegd, omdat broer José in 2004 niet opnieuw minister mocht worden) allerhande speculaties vrije baan gaf. Hij voegde eraan toe de tekst van de overeenkomst niet te hebben gelezen en keek alsof hij water zag branden. Het typecontract met formule 1-goeroe Bernie Ecclestone bleek in het Engels opgesteld. Dat oversteeg ruim het begripsvermogen van de vechtersbaas uit Voeren, die als een absoluut uilskuiken te boek staat. Vervolgens kwam aan het licht dat een goede vriendin en ex-woordvoerster van gewezen landbouwminister José Happart 250.000 euro commissieloon (acht procent op het totaalbedrag van nooit uitbetaalde Waalse overheidssubsidies) wilde aanrekenen aan de failliete Grand Prix-organisator Didier Defourny. De zenuwen van PS-voorzitter Elio Di Rupo worden de laatste weken zwaar op de proef gesteld. Het was Guy Spitaels die de gebroeders Happart in het midden van de jaren '80 binnenhaalde - toen een meesterlijke zet. De PS zat op de oppositiebanken en was in slechte vorm, José Happart was het omstreden maar populaire boegbeeld van de strijd tegen de zogenaamde 'annexatie' van het dorpje Voeren bij Limburg. De brutale voorman van Retour à Liège krijgt in die tijd aanbiedingen van álle politieke partijen. Hij heeft de hele Wetstraat in zijn greep. De beruchte Voeren-carrousel is immers in beweging gezet. In 1982 heeft Happart afgetekend de gemeenteraadsverkiezingen gewonnen. Maar om als burgemeester benoemd te kunnen worden, moest hij bewijzen Nederlands te kennen, wat Happart weigert, waardoor de sjerp hem tijdelijk wordt afgepakt, en de carrousel klaar is voor een nieuw rondje. 'Ik heb een afspraak met de geschiedenis', verklaarde José toen hij in 1984 tot de PS toetrad. Voor één keertje was dat niet eens overdreven. Happart bleek een electoraal goudhaantje. Bij de Europese verkiezingen van 1984 kreeg hij bijna 235.000 voorkeurstemmen achter zich, een record. Vijf jaar later, in 1989, zonder netwerk of lokale machtsbasis, zelfs meer dan 300.000. Een regelrecht plebisciet was het. Er werd gesproken van het Waalse 'Tindemans-effect'. Op het toppunt van zijn roem verzamelde monsieur H. in zijn dooie eentje 40 procent van alle stemmen voor zijn partij. Het Waalse regionalisme beleefde een tweede jeugd, en wat voor één. 'Je kunt beter zwart zijn in Zuid-Afrika dan Franstalig in Voeren' - dat niveau. Happart is een snoever van nature en al snel stijgt de roem hem naar het hoofd. De zoon uit een welgestelde landbouwersfamilie, die regeringen kan doen vallen en jarenlang het tempo van de Wetstraat bepaalt, gaat zich steeds driester gedragen. Aan officiële partijstandpunten laat hij zich weinig gelegen. 'Monsieur Wallonie' is een solospeler. Hij ziet zichzelf als de reddende engel van de partij, als de waardige opvolger van de legendarische Waalse vakbondsleider André Renard, en als een dam tegen extreem rechts - wat hij gedurende enige tijd ook is geweest. Maar hij baart het PS-apparaat ook grote zorgen. Spitaels dacht dat hij zijn Voerense joker naar eigen goeddunken kon manipuleren, maar kwam meer dan eens bedrogen uit. De man van één lokaal gevecht brandt namelijk van bovenlokale ambitie. Toen toenmalig partijvoorzitter Philippe Busquin hem begin jaren 1990 van de eerste plaats op de Europese lijst probeerde weg te houden, dreigde Happart met een scheurlijst. Bij de verkiezingen van 1994 lijdt de door schandalen verzwakte PS zware verliezen. Happart is de enige die standhoudt. Hij is ervan overtuigd dat hij de PS 'van de slachting heeft gered'. Overmoedig geworden, doet Happart een overnamebod op de partij. Busquin steekt er met een statutenwijziging een stokje voor. In Voeren keert intussen de rust langzaam terug. En dankzij de inwijking van nogal wat Nederlanders, slaat de balans er in het voordeel van de Vlamingen om. Tegen die tijd heeft Happart zich tot een linkse populist van het extreme soort omgeschoold. Hij pleit voor de introductie van de 25-urige werkweek zonder loonverlies - zijn kiezers nemen het aan voor zoete koek. En toch. Vanaf midden jaren '90 verbleekt de ster van monsieur H. Verkiezing na verkiezing boet hij aan populariteit in. Na de moord op André Cools wordt Happart in allerlei onfrisse zaakjes genoemd. Zijn zoon Gregory blijkt betrokken bij een netwerk van callgirls. Ironisch genoeg werpt José zich in de woelige jaren na de moord als de witte ridder van de Luikse PS op. Terwijl hij in werkelijkheid alleen nog investeert in het vooruithelpen van zijn eigen carrière, en die van zijn onmiddellijke entourage. Als het even kon, hij zou zijn moeder een postje bezorgen, wordt in Luik gezegd. Zijn tweelingbroer heeft José in elk geval altijd de hand boven het hoofd gehouden, deels ook uit compassie, zeggen sommigen, want al van bij het begin konden politieke medestanders in Voeren feilloos de slimme van de domme Happart onderscheiden, hoewel ze sprekend op elkaar gelijken. Geen van beiden was overigens voor de politiek in de wieg gelegd. Toen José Happart zich bij de socialisten aansloot, kon hij geen fatsoenlijke zin op papier krijgen (nu nog niet, zeggen kwatongen). Hij is geen intellectueel, hij heeft trouwens een gruwelijke hekel aan dat slag van mensen, maar hij is wel bijzonder sluw en geslepen. Hij kan goed situaties doorgronden, heeft een neus voor zaakjes in de politiek, bezat ooit, in zijn jonge leven, sterke overtuigingen, en deinst niet snel terug. Toch blijft het een raadsel hoe een briljante geest als Guy Spitaels destijds zo onder de indruk is gekomen van die robuuste appelboer. Twintig jaar later zit PS-voorzitter Elio Di Rupo, niet zo'n fruitliefhebber als zijn illustere voorganger, er zwaar mee in de maag. De Happarts belichamen par excellence het soort parvenu's waarvoor volgens Di Rupo in de partij geen plaats meer is. Misschien kan er wat verschuiven eind 2006. Als voorzitter van het Waalse parlement heeft José Happart, net als alle PS-ministers, een brief ondertekend waarin hij zich bereid verklaart na de gemeenteraadsverkiezingen zijn mandaat eventueel aan de partij terug te geven. Tenzij Di Rupo vroeger in actie komt, maar dat is niet zonder risico. De PS-voorzitter wordt op dit moment in Luik en Charleroi, de twee grootste federaties in zijn partij, met zware tegenstand geconfronteerd. Een muitende Happart kan hij missen als kiespijn. Bovendien, buiten de partij zou Happart wel eens gevaarlijker kunnen zijn dan erbinnen. En Elio Di Rupo loopt de laatste tijd met het schrikbeeld van de Italiaanse socialisten voor ogen. Belaagd door schandalen, zijn die uiteindelijk aan interne verscheurdheid kapotgegaan. De Happarts hebben veel krediet verspeeld. José leidt een luizenleventje op kosten van de belastingbetaler, om over Jean-Marie maar te zwijgen. Hij vult zijn dagen met lekkere maaltijden, goede wijnen, vrouwen, en dure jachtpartijen. Aan politiek doet hij al geruime tijd niet meer. Ook niet toen hij nog Waals minister van Landbouw was. Hij heeft in die functie wel veel gereisd, vooral naar Afrikaanse landen, om er exotische dieren te gaan schieten. 'Wie heeft er in zijn leven nog nooit gefraudeerd', wierp de voorzitter van het Waalse parlement zijn verbouwereerde publiek op de viering van 25 jaar Waals Gewest voor de voeten. 'Noss José', zoals de Walen hem liefkozend noemen, is volstrekt oncontroleerbaar, een ongeleid projectiel, en alleen daarom al een nachtmerrie voor Elio Di Rupo. Een lefgozer is het wel, de zelfverklaarde Robin Hood van de kleine man en de onderdrukte Waal. Happart lijkt niet te beseffen dat het feestje bijna voorbij is. Over een netwerk beschikt hij niet meer. Of het moesten plaatselijke bedrijfsleiders en andere kapitaalkrachtige jachtvrienden zijn. Maar voor zijn oude politieke medestanders is hij onherkenbaar veranderd. Jean-Maurice Dehousse kreeg van zijn vroegere buddy te horen dat hij een man van het verleden is. 'Kan best,' antwoordde Dehousse, 'maar José Happart is dat van hem vergeten.'Happart staat dicht bij de uitgang, maar voorlopig houdt de PS hem aan boord. Hoewel ook dat weer gevaren inhoudt. In het worst case scenario van Elio Di Rupo ontstaat er toch nog een gelegenheidscoalitie tussen de oude regionalisten, Happart, Van Cauwenberghe, Dehousse, een soort verbond der gedupeerden, en een verzamelpunt voor al wie zijn positie door de partijvernieuwing bedreigd ziet. Men kan José Happart in elk geval beter niet te vroeg afschrijven. Bij de regionale verkiezingen van 2004 gaf niemand een cent om Monsieur H. Maar hij behaalde toch nog 30.000 voorkeurstemmen, de op één na beste score van de PS in Wallonië. Han RenardDe Happarts belichamen par excellence het soort parvenu's waarvoor volgens Di Rupo in de partij geen plaats meer is.