Baron Albert Frère mag zich een zeer rijk man noemen. De meest controversiële figuur uit wat overblijft van de Belgische haute finance is nochtans van bescheiden afkomst. Ondernemen ligt hem niet, geld verdienen met kopen en verkopen des te meer. Dat is een gevolg van een trauma uit zijn jeugd, bekende hij ooit in een van zijn zeldzame interviews. Telkens als de jonge Frère zijn moeder vroeg om iets te kopen, antwoordde zij hem dat ze geen Rothschild was. Zodat hij dan maar zelf de Belgische Rothschild is geworden.
...

Baron Albert Frère mag zich een zeer rijk man noemen. De meest controversiële figuur uit wat overblijft van de Belgische haute finance is nochtans van bescheiden afkomst. Ondernemen ligt hem niet, geld verdienen met kopen en verkopen des te meer. Dat is een gevolg van een trauma uit zijn jeugd, bekende hij ooit in een van zijn zeldzame interviews. Telkens als de jonge Frère zijn moeder vroeg om iets te kopen, antwoordde zij hem dat ze geen Rothschild was. Zodat hij dan maar zelf de Belgische Rothschild is geworden. De geschiedenis van zijn start en klim in het kapitalisme werd nog niet echt geschreven. Zelf toont hij zich daar niet erg behulpzaam bij. Zeker heeft de belastingbetaler flink geholpen, toen de overheid hem als het ware zijn startkapitaal aanbood in ruil voor zijn commercieel monopolie in het noodlijdende staalbekken van Charleroi. De mogelijkheden van het archeologisch holdingsysteem heeft hij spitstechnologisch aangewend. Met een minimum aan kapitaal kon hij als referentieaandeelhouder grote groepen controleren via een cascade van holdings en kruisparticipaties. Dat holdingsysteem heeft de Belgische economie niet steeds evenveel deugd gedaan. Dat bleek al bij het debacle van de Generale Maatschappij van België goed tien jaar geleden. De kern van de Belgische economie sukkelde toen in Franse handen. Vanuit Parijs holt Suez-Lyonnaise des Eaux nu 's lands grootste holding uit en houdt ze een stevige greep op de energiegroepen Tractebel, Electrabel en Distrigas, het industriële Union Minière en zelfs de bankverzekeringsgroep Fortis/Generale Bank. Hoewel Frère helemaal niet tot de Generale-familie behoort - de haute finance is geen kliek vrienden -, manoeuvreerde hij zich dankzij het versnipperd aandeelhoudersschap tot de grootste aandeelhouder in Suez-Lyonnaise en zetelt in de raad van bestuur als zelfbenoemd Belgisch verankeraar. Hoe zwaar die bescherming weegt, kon de Generale Bank zopas ervaren, toen ze met het Nederlandse ABN Amro van een grote Europese toekomst droomde, maar tegen heug en meug bij zuster Fortis moest. En voorts ook Tractebel en Electrabel, die dankzij een fusie weer de Belgische driekleur zouden kunnen hijsen, maar zoiets lust de Franse moederholding niet. DE ANDERE BELGEN MOESTEN VOLGENSedert enige tijd is Albert Frère zijn holdings aan het leegmaken. De Waalse financier trok zich terug uit de Bank Brussel Lambert, die naar de Nederlandse bankverzekeraar ING verhuisde; uit Tractebel en uit de verzekeringsgroep Royal Belge, die nu tot het Franse Axa behoort. Zijn laatste stunt is de verkoop van de olie- en chemiegroep Petrofina - Belgiës grootste industriële groep waarvan Frère voorzitter is - aan het Franse Total. Het nieuws sloeg verleden week in als een bom, en toch lag het in de lijn van de verwachtingen. "Als deelnemingen op een bepaald ogenblik hun maturiteit bereiken, dan moet de holding ze ten gelde maken", luidt de ijzeren logica van het Frère-imperium. De Frère-holdings verkopen dus hun, pakweg, 30 procent van Petrofina. Tot op de valreep nog leek het eveneens Franse Elf Aquitaine de kandidaat-koper met de meeste kansen, en zelfs de Italiaanse energieholding Eni toonde belangstelling. Maar de prijs van Total was duidelijk beter. Total-voorzitter Pierre Desmarets koestert, zo is bekend, grote ambitie om te groeien. Als Albert Frère verkoopt, moesten de andere "Belgen" wel volgen: Electrabel, Tractebel en Fortis AG uit de Generale-familie, samen goed voor ruim tien procent. Voor hen was Petrofina geen strategische participatie, maar alleen een belegging - een wederdienst aan Frère die hen de elektriciteit als monopolie liet. Binnen enkele maanden volgt een openbaar omruilbod voor de op de beurzen uitstaande aandelen. Dat moet wettelijk, want de controle verandert en de prijs ligt boven de beurskoers. Hoeveel verkoopwinst op het aandeel zit, is moeilijk te voorspellen. Total biedt geen geld maar ruilt aandelen. Op de Parijse beurs verzwakt het Total-papier echter. Frankrijk kijkt met argwaan naar de verovering van dit Belgische prestigestuk. Het moet Albert Frère nagegeven worden; bij de aandelenruil promoveert hij met acht procent tot de grootste aandeelhouder van het nieuwe Total Fina. COMPLEMENTAIRE MAATSCHAPPIJENWereldwijd regent het fusies in de oliesector. Onder druk van de lage olieprijzen krimpen de marges van de producenten. Tegelijk groeien de kosten voor productie en verwerking gigantisch. Zo sloegen eerder reuzen als BP en Amoco de handen in mekaar, en zopas realiseerden Mobil en Exxon de grootste fusie ooit. Het samengaan van het pas recent volledig geprivatiseerde Franse Total en de grootste Belgische groep past in die logica. Petrofina gaat door als kleinschalig, wat zijn rustige koers op de internationale markten verklaart. Niettemin geldt het als een van de meest rendabele oliegroepen. Total Fina klimt naar plaats vier of vijf op de wereldranglijst van de oliegroepen, vergelijkbaar met het Amerikaanse Texaco. Bovendien vullen de beide maatschappijen mekaar goed aan. Total is sterk in de exploratie en de productie van olie, Petrofina in de raffinage en petrochemie. De verfactiviteiten Sigma van de Belgische groep krijgen door de fusie een nieuwe toekomst, tenminste als de Europese Commissie geen bezwaren opwerpt tegen de dominatie positie in de gemeenschappelijke markt. Alweer verlaat dus een steraandeel de Brusselse beurs. Maar, belangrijker, opnieuw verliest België een belangrijk economisch beslissingscentrum. Aan de Belgische geschiedenis van de groep die in 1920 enkele Antwerpse zakenlui als de Compagnie Financière Belge des Petroles oprichtten, is een einde gekomen. Petrofina-topman François Cornelis wordt de tweede man in Total Fina en behoudt in Brussel de beslissingscentra voor raffinage en petrochemie. Net de twee takken van de oliegroep waarvoor in Europa een overcapaciteit bestaat. Hij zal meer dan gewone managementscapaciteiten moeten bewijzen om de fabrieken en de werkgelegenheid in Antwerpen en Féluy veilig te stellen. Waarom is Petrofina gekocht en kocht het niet zelf? De Belgische groep is nooit met aquisities gegroeid. Ze heeft steeds geleden onder de cultuurbotsing tussen een financier als Frère en het industrieel management. Dat management slaagde er niet in de groep substantieel uit te bouwen omdat kapitaalverhogingen onmogelijk bleken. De beurs zou zeker gevolgd zijn, maar Frère wilde het geld niet opbrengen en wilde evenmin zijn machtspositie laten verwateren.AL ONZE ENERGIE IS NU FRANSAlle onze energievoorziening zit nu in Franse handen: gas en elektriciteit via de Generale-familie bij Suez-Lyonnaise, olie bij Total Fina. Voortaan kan de chemiegroep Solvay er prat op gaan het grootste Belgische industriële bedrijf te zijn. Het enige, overigens, in de Belgische top-10. De dienstensector krijgt alle gewicht. Qua omzet is de distributiegroep Delhaize De Leeuw het grootste Belgische bedrijf - het is niet meer dan normaal dat het Verbond van Belgische Ondernemingen Delhaize-topman Gui de Vaucleroy tot zijn nieuwe voorzitter heeft verkozen. De concurrerende GIB Group volgt dichtbij. Grote Belgen zijn voorts hele en halve overheidsbedrijven als De Post, de NMBS en Belgacom. Tussen de buitenlandseautoassembleurs - Ford, Toyota en Volvo - prijken vooraan eenzaam nog een paar Belgen: de brouwersgroep Interbrew en de fabrikant van bouwmaterialen Eternit. Ook de Waalse staalgroep Cockerill Sambre is zopas verkocht. Het Franse Usinor betaalt 35 miljard frank voor drie kwart CS, die de Belgische belastingbetaler in de jaren zeventig en tachtig 175 miljard frank aan reddingsgeld kostte. Kredietbank en Cera hebben met een fusie hun Vlaamse roots bevestigd en het Gemeentekrediet behield in een samenwerkingsakkoord met het Franse Crédit Local de France - in Dexia - zijn Belgische eer. Maar de andere grootbanken gaan buitenlands. Crédit Lyonnais Belgium verhuist van een Franse naar een Duitse eigenaar, de Bankers Trust. Alleen Paribas Bank België keerde terug, aangezien de Bacob Bank van de christelijke arbeidersbeweging daar het geld voor over had. De 72-jarige Frère trekt zich volledig terug uit België en misschien wel uit het actieve zakendoen. Voor miljarden kocht hij de Château Cheval Blanc, een prestigieuze wijngaard in Frankrijk, waar het aangenaam toeven is. Maar hij, of zijn zoon Gérald, houdt stevige participaties in Suez-Lyonnaise en in Total. Gefluisterd wordt inmiddels dat zijn 50 procent in de Luxemburgse televisiegroep CLT/UFA op de markt komt. Guido Despiegelaere