Slachtoffers die klagen over hun behandeling in de rechtbank, processen die blijven aanslepen en vooral de groeiende twijfel of een volksjury wel geschikt is om te oordelen over schuld en onschuld. Er schort iets aan de assisenrechtspraak in ons land, daar was iedereen het vorig jaar al over eens. Minister van Justitie Laurette Onkelinx (PS) vroeg twaalf experts om zich in een 'commissie assisenprocedure' te buigen over mogelijke hervormingen. Begin maart was de meerderheid van hen het erover eens dat de voordelen van de assisenrechtspraak niet opgewassen zijn tegen de nadelen. Ze stelden in de plaats een 'crimineel hof' voor, dat samengesteld zou zijn uit twee beroepsrecht...

Slachtoffers die klagen over hun behandeling in de rechtbank, processen die blijven aanslepen en vooral de groeiende twijfel of een volksjury wel geschikt is om te oordelen over schuld en onschuld. Er schort iets aan de assisenrechtspraak in ons land, daar was iedereen het vorig jaar al over eens. Minister van Justitie Laurette Onkelinx (PS) vroeg twaalf experts om zich in een 'commissie assisenprocedure' te buigen over mogelijke hervormingen. Begin maart was de meerderheid van hen het erover eens dat de voordelen van de assisenrechtspraak niet opgewassen zijn tegen de nadelen. Ze stelden in de plaats een 'crimineel hof' voor, dat samengesteld zou zijn uit twee beroepsrechters en drie lekenrechters. Onkelinx opteert evenwel voor een tweede scenario dat de commissie als reserve had uitgetekend en waarin het assisenhof blijft bestaan, weliswaar na doorgedreven hervormingen. 'Hoe dan ook zullen de lekenrechters in het nieuwe systeem de hulp krijgen van beroepsrechters', zegt KUL-professor en strafpleiter Raf Verstraeten, die samen met ULB-rechtsfilosoof Benoît Frydman de commissie voorzit. RAF VERSTRAETEN: De minister heeft geoordeeld dat de jury moet blijven omdat ze het een heel waardevol onderdeel van justitie vindt. De participatie van de burger en zijn vertrouwen in het gerecht zijn belangrijk, maar dat moet natuurlijk afgewogen worden tegen de vraag of een volksjury wel het meest geschikt is om een oordeel te vellen. VERSTRAETEN: Het is fout om te stellen dat de juryleden zich tijdens een proces enkel moeten uitspreken over de feiten. Ze moeten ook oordelen over de juridische begrippen en daarvoor zijn ze niet zonder meer geschikt. Er moet dus minstens een soort samenspel komen tussen leken en beroepsrechters. Dat staat ook zo in het tweede scenario. Een of drie beroepsrechters zullen de juryleden bijstaan bij de beraadslaging. Als men consequent is, dan moeten die rechters ook stemrecht krijgen. De absolute soevereiniteit van de loutere volksjury zou dan tot het verleden behoren. VERSTRAETEN: De voorstanders van een volksjury beweren toch altijd dat de burgers mondig en verstandig genoeg zijn om die taak op zich te nemen? Waarom zouden ze die capaciteiten plots verliezen in het bijzijn van rechters? Bovendien zal de jury nog altijd in de meerderheid zijn. Het gebrek aan assertiviteit zou je ook kunnen zien als een extra argument om hen te laten bijstaan door beroepsrechters. De juridische deskundigheid van de magistraten zal hoe dan ook nodig zijn omdat de jury in het nieuwe systeem haar beslissing zal moeten motiveren. VERSTRAETEN: We krijgen weinig tijd, maar de minister wil er nu eenmaal vaart achter zetten. Om aan de blijvende, zeer terechte klachten van de slachtoffers tegemoet te komen, zijn er echter geen grote wetgevende hervormingen van de procedure nodig. Behalve het recht om te worden gehoord tijdens het proces, gaat het vooral om problemen die te maken hebben met de opvang en het onthaal. Een eigen plaats in de rechtszaal en begeleiding door een maatschappelijk assistent, zou naast enkele andere praktische schikkingen, al een merkbare verbetering opleveren. Wat de leeftijden betreft, moeten we ons inderdaad de vraag stellen of mensen die ouder zijn dan zestig of jonger dan dertig ook niet in een jury kunnen zitten. Dat laatste vormt uiteindelijk eerder een modaliteit die niet tot de kern van de hervorming behoort. Hannes Cattebeke