Angst, zo zei de Britse premier Tony Blair eind vorige week, is wat hem motiveert om zich vierkant achter de Verenigde Staten te scharen in hun aanstaande oorlog tegen Irak. Blair is naar eigen zeggen als de dood voor een cocktail met als ingrediënten de 'schurkenstaten', het internationale terrorisme en massavernietigingswapens. Dat is het recept dat volgens Blair met Irak in de maak is en dat de wereld alleen 'een nachtmerrie' te bieden heeft, waaruit het heel pijnlijk ontwaken zal zijn.
...

Angst, zo zei de Britse premier Tony Blair eind vorige week, is wat hem motiveert om zich vierkant achter de Verenigde Staten te scharen in hun aanstaande oorlog tegen Irak. Blair is naar eigen zeggen als de dood voor een cocktail met als ingrediënten de 'schurkenstaten', het internationale terrorisme en massavernietigingswapens. Dat is het recept dat volgens Blair met Irak in de maak is en dat de wereld alleen 'een nachtmerrie' te bieden heeft, waaruit het heel pijnlijk ontwaken zal zijn. De premier had wat uit te leggen. De Britse publieke opinie is niet voor een oorlog tegen Irak te vinden, een miljoen vredesmilitanten marcheerde door Londen, zijn populariteit kalft almaar verder af, de pas geïnstalleerde aartsbisschop van Canterbury Rowan Williams - een gezaghebbende stem voor de erg reli- gieuze Blair - vindt de oorlog niet te rechtvaardigen en in zijn eigen Labourpartij broeit de opstand. Met een balsturige publieke opinie valt te leven. Blair kan hopen dat ze kort van geheugen is en dat een voorspoedig verloop van de oorlog de stemming doet omslaan. Maar verzet in het parlement is een andere kwestie. Daar hangt zijn politieke toekomst van af. In een democratie is het voor regeerders een nadeel dat een parlement niet altijd hun mening deelt. In Irak heeft Saddam daar bijvoorbeeld minder last van. De Turkse regering ondervond dat nadeel vorige zaterdag nog toen ze niet de vereiste parlementaire meerderheid vond om de Amerikanen toe te staan om de oorlog vanaf Turks grondgebied te beginnen. En Tony Blair maakte woensdag mee dat 122 partijgenoten - ruim een kwart van de Labourfractie - hem in het Lagerhuis in de steek lieten met zijn Irak-politiek. Zo'n rebellie is in ruim honderd jaar niet meer vertoond geweest. Niet dat Blair dreigde te worden weggestemd. De meeste Conservatieven zijn de Irak-politiek best genegen, maar het is gênant voor een premier dat hij voor zijn overleven alleen op de oppositie kan rekenen. Blair heeft al van alles bedacht om de oorlog tegen Irak aan zijn achterban en de publieke opinie verkocht te krijgen. Dat Irak zijn voeten veegt aan de mensenrechten, dat het massa's gruwelwapens verbergt, dat het de terreur organiseert. Nu hebben de Britse geheime diensten een document klaar dat uitlegt hoe Irak zijn verboden wapens aan inspectie onttrekt. Maar altijd was er wel iets dat voor scepsis zorgde - het ergst toen bleek dat de al-Qaedaconnectie met Bagdad alleen bleek te steunen op een van het internet geplukte paper van een student. Kortom, de twijfel schaadt de geloofwaardigheid van al deze 'bewijzen'. Dat is het hele probleem van deze oorlog. Niemand kan zomaar de goede zin ervan duidelijk maken en al te vaak blijkt de informatie daarover zo al niet vervalst dan toch gemanipuleerd. Alles wijst erop dat het dossier tegen Saddam Hoessein wordt ondermijnd door een verborgen agenda. Zeker is alleen: de oorlog is een privéobsessie van de neo-conservatieven die het nu in Washington voor het zeggen hebben en uit zijn op een ideologische, haast fundamentalistische kruistocht. De Irak-crisis heeft een nieuwe Tony Blair gecreëerd. Tevoren was hij de gladde Tony die meer het product van een pr-machine dan van een politieke overtuiging was. Hij omringde zich met een batterij spin doctors en stelde zonder verpinken zijn mening bij als hij daarmee zijn publiek kon behagen. Vandaag toont hij zich daarentegen als een man met een missie, die niet langer bereid is om af te stappen van zijn ideeën wanneer de opiniepeilingen tegenvallen. Hij gedraagt zich meer en meer als een onbegrepene, bewogen door een intieme moraliteit die hij bijwijlen met verve uitdraagt. Hij wil wel zijn best doen om onwilligen te overtuigen van zijn gelijk, maar zal zich uiteindelijk, zo zei hij afgelopen weekend in een interview, 'door de geschiedenis' laten beoordelen. Versta: niet door peilingen, niet door verkiezingen, wel door de feiten. De na vijf jaar verblijf in Downing Street nummer 10 erg zelfverzekerd geworden Blair koos voor de vlucht naar voren. Terwijl het lang onderschatte verzet in zijn eigen partij blijft toenemen, gaf hij te verstaan dat de oorlog er hoe dan ook komt. De Veiligheidsraad van de VN krijgt wel nog eerst de kans om een tweede 'oorlogsresolutie' goed te keuren (zie kader), maar de uitslag van de stemming doet er al niet meer toe. Meteen daarna komt de aanval op gang, valt om patriottische redenen geen parlementaire tegenstand meer te vrezen en kan Blair hopen op een snelle militaire overwinning. Het Iraakse leger is tenslotte geen partij voor de oorlogsmachine waarmee het zich geconfronteerd ziet. De oorlog is trouwens al begonnen. Onder het mom van het afdwingen van het vliegverbod in de zogeheten no-fly zones boven Irak, zijn de VS en het Verenigd Koninkrijk de invasie al volop aan het voorbereiden met permanente luchtaanvallen tegen Iraakse militaire installaties. Die oorlog heeft al een eerste slachtoffer gemaakt: Europa. De vlucht naar voren en het voldongen feit van Blair hebben niet alleen aangetoond dat de EU over niet de minste internationale slagkracht beschikt bij gebrek aan interne cohesie, ze hebben daarbinnen ook een Frans-Duits blok (met onder meer nog België) tegenover een Brits-Spaanse alliantie geplaatst. De eerste groep slaagt er niet in de Unie op een ferm gemeenschappelijk spoor te houden, de tweede vindt dat het niet realistisch is om dat zelfs maar te proberen. De uitslag is dezelfde: dat de EU er in de hele kwestie niet eens aan te pas komt. Marc ReynebeauDE NIEUWE BLAIR WIL NIET BEHAGEN, MAAR OVERTUIGEN.