Een jachtpiloot uit Kleine Brogel werd opgenomen in het korps van de Europese kandidaat-ruimtevaarders. Met wat geluk wordt hij de tweede Belg die de dampkring verlaat. Na de minzame doorbijter uit Poperinge die zes jaar geleden deelnam aan een missie met een Amerikaans ruimteveer, kan de nieuwkomer uitkijken naar een verblijf aan boord van het nog te bouwen internationale ruimtestation. Frank De Winne, astronaut in spe, is geboren twee weken nadat Joeri Gagarin zijn memorabele eerste wenteling om de aarde uitvoerde. In de 37 jaar die sindsdien verstreken zijn, mocht welgeteld één Belg enkele dagen in de ruimte vertoeven. Een slechte score is dat nochtans niet. Ook Nederland telt nog maar één ruimtevaarder, en de grotere Europese landen hooguit een handjevol. De plaatsen zijn nu eenmaal beperkt. Alle Europese ruimtevaarders waren passagiers die een zitje kregen aan boord van een Amerikaans of Russisch toestel. Dat na bijna veertig jaar bemande ruimtevaart nog maar twee landen in staat zijn een mens in de ruimte te brengen, is de wat ontnuchterende vaststelling. Men kan er alleen maar uit besluiten dat er niet veel vaart zit in de ruimtevaart.
...

Een jachtpiloot uit Kleine Brogel werd opgenomen in het korps van de Europese kandidaat-ruimtevaarders. Met wat geluk wordt hij de tweede Belg die de dampkring verlaat. Na de minzame doorbijter uit Poperinge die zes jaar geleden deelnam aan een missie met een Amerikaans ruimteveer, kan de nieuwkomer uitkijken naar een verblijf aan boord van het nog te bouwen internationale ruimtestation. Frank De Winne, astronaut in spe, is geboren twee weken nadat Joeri Gagarin zijn memorabele eerste wenteling om de aarde uitvoerde. In de 37 jaar die sindsdien verstreken zijn, mocht welgeteld één Belg enkele dagen in de ruimte vertoeven. Een slechte score is dat nochtans niet. Ook Nederland telt nog maar één ruimtevaarder, en de grotere Europese landen hooguit een handjevol. De plaatsen zijn nu eenmaal beperkt. Alle Europese ruimtevaarders waren passagiers die een zitje kregen aan boord van een Amerikaans of Russisch toestel. Dat na bijna veertig jaar bemande ruimtevaart nog maar twee landen in staat zijn een mens in de ruimte te brengen, is de wat ontnuchterende vaststelling. Men kan er alleen maar uit besluiten dat er niet veel vaart zit in de ruimtevaart. Niet één Europeaan - en sinds een kwarteeuw niemand ter wereld - kwam verder dan een lage omloopbaan om de aarde. Geen enkel land beschikt nog over de middelen om een reis buiten de onmiddellijke omgeving van onze planeet te ondernemen. De maan ligt nu verder buiten bereik dan een halve eeuw geleden. Zoals het bouwen van kathedralen of het vertellen van grote verhalen, behoort het reizen naar de hemellichamen tot het verleden. De postmoderne mens houdt de voeten op de grond en richt de blik naar de onderkant van zijn bedremmeld bestaan. Het vuur is uit. Met de gedrevenheid waarmee de Amerikanen in de jaren zestig de maan veroverden, hadden ze al in de jaren tachtig kunnen wandelen in de duinen op Mars. Maar Mars staat nog altijd als een onbereikbare stip aan de hemel en het kost de Nasa en haar internationale partners op dit ogenblik de grootste moeite een bescheiden ruimtestation in een baan om de aarde te plaatsen. Nooit bracht een technologische ontwikkeling zo weinig terecht van de verwachtingen die ze wekte. In de beginfase leek het even of het elan waarmee het luchtruim was veroverd, zich zou voortzetten in de verkenning van de ruimte. Amper acht jaar na de tocht van Gagarin landden al mensen op de maan. Maar die climax was meteen het einde. Zoals Icarus zijn vleugels verloor toen hij te dicht bij de zon kwam, speelde Apollo de zijne kwijt bij de maan. Nog terwijl de Apollo-maanreizen bezig waren, werd het programma opgedoekt. Niets kwam in de plaats, tenzij het ruimteveer dat geen enkele belofte zou inlossen. Deze hybride machine die opstijgt als een raket en landt als een vliegtuig, werd ontworpen om de toegang tot de ruimte goedkoper, veiliger en vlotter te maken. Maar het ruimteveer werd het duurste lanceertuig ooit, blijft zeer gevaarlijk (eenmaal verloor een volledige bemanning het leven) en is zo complex dat hoogstens een tiental lanceringen per jaar mogelijk zijn. Na veertig jaar is de bemande ruimtevaart niet dood, maar strompelt zij voort in half comateuze toestand. De Russen klampen zich vast aan hun Mir-station, omdat zij weten dat er daarna voor hen geen toekomst is. De Amerikanen werken een reeks fantasieloze vluchten af, graaiend naar wat wetenschappelijk of economisch nut, maar nooit verder gerakend dan de eeuwige, eentonige, lage cirkelbaan om de aarde. Het heroïsme van de bemanningen die het infernale ruimteveer bestijgen, brengt geen enkel hemellichaam dichterbij. De geschiedenis van de ruimtevaart lijkt niet meer op die van de luchtvaart. In december 1903 kwam het eerste gemotoriseerde vliegtuig van de grond. Orville Wright legde met het toestel, dat hij samen met zijn broer Wilbur gebouwd had, in twaalf seconden een afstand van veertig meter af. Vijf jaar later vloog Wilbur in twee uur honderd kilometer. In 1909 stak Blériot vliegend het Kanaal over en in 1927 Lindbergh de Atlantische Oceaan. In 1947, nog geen 44 jaar na het eerste sprongetje van Orville Wright, doorboorde Yeager de geluidsmuur. Na de Tweede Wereldoorlog werd het massale en comfortabele vervoer van passagiers over de hele planeet een routinebedrijf. Routine bestaat nog altijd niet in de ruimtevaart. Meer dan veertig jaar na de eerste Spoetniks is de lancering van een raket allesbehalve een sinecure. De risico's blijven groot, de kosten astronomisch, de verzekeringspremies haast niet te betalen. Grootschalige toepassingen blijven dan ook uit. Veertig jaar na de gebroeders Wright hadden al honderdduizenden mensen in een vliegtuig plaatsgenomen, veertig jaar na Gagarin hooguit vierhonderd in een ruimtetuig. Iedereen kan op elk ogenblik onvoorbereid in een vliegtuig stappen, maar om met een ruimteveer mee te mogen, moet men eerst een training van vele maanden doormaken. Die opleiding is niet alleen nodig om met de toestand van gewichtloosheid vertrouwd te raken, maar ook om de procedures in te oefenen die in noodsituaties uitgevoerd moeten worden. Het was daarom met gemengde gevoelens dat de Nasa-experts de deelneming goedkeurden van John Glenn aan de 95ste vlucht van het ruimteveer. De 77-jarige Glenn dankt zijn plaats aan boord niet alleen aan het feit dat hij in prima conditie verkeert, maar ook aan zijn status van nationale held en zijn invloed als senator. Als eerste Amerikaan die rond de aarde wentelde, kan aan de moed en bekwaamheid van de man niet getwijfeld worden, maar in de cockpit van het ruimteveer is hij een wat zorgwekkende verschijning. Astronauten horen nog altijd aan fysieke eisen te voldoen die men aan een bijna-tachtigjarige niet kan stellen. Ook de eerste luchtreizigers waren jonge waaghalzen met gespierde armen en vinnige reflexen. Maar anders dan in de latere ruimtevaart, waren passagiers van alle leeftijden al vlug welkom aan boord, ook al moesten die een gierende wind, daverende propellers en adem afsnijdende luchtzakken doorstaan. Op een lentedag in 1910, nog geen zeven jaar na zijn eerste vlucht, nam Orville zijn vader mee de lucht in. De man was 82 en het tochtje beviel hem best. Oude mensen, wisten de Grieken al, zijn tweemaal kinderen. Misschien brengen zij in de ruimtevaart wat broodnodig nieuw leven.Gerard Bodifée