Hodjatoleslam Ali Akbar Hashemi Rafsanjani was acht jaar lang - van 1989 tot 1997 - president van de Iraanse Islamitische Republiek. Voordien was hij vertrouweling en pupil van de revolutionaire ayatollah Imam Roehollah Khomeini, voorzitter van het parlement en spilfiguur in het ondoorzichtige Iraanse revolutionaire machtscentrum. Nu was hij eigenlijk, zei men in Teheran, stilaan wel aan zijn pensioen toe. Om het geld hoefde hij niets meer te doen. Ook al daarom kon je, in de aanloop naar de parlementsverkiezingen van 18 februari, van verschillende kanten horen dat het een vergissing van hem was, zich opnieuw op de politiek te werpen, en zelfs opnieuw de belangrijke post van parlementsvoorzitter te ambiëren. Beter had hij zich op de achtergrond gehouden, zeiden die stemmen, en de actieve politiek aan zijn dochters overgelaten. Want de campagne ging smerig worden.
...

Hodjatoleslam Ali Akbar Hashemi Rafsanjani was acht jaar lang - van 1989 tot 1997 - president van de Iraanse Islamitische Republiek. Voordien was hij vertrouweling en pupil van de revolutionaire ayatollah Imam Roehollah Khomeini, voorzitter van het parlement en spilfiguur in het ondoorzichtige Iraanse revolutionaire machtscentrum. Nu was hij eigenlijk, zei men in Teheran, stilaan wel aan zijn pensioen toe. Om het geld hoefde hij niets meer te doen. Ook al daarom kon je, in de aanloop naar de parlementsverkiezingen van 18 februari, van verschillende kanten horen dat het een vergissing van hem was, zich opnieuw op de politiek te werpen, en zelfs opnieuw de belangrijke post van parlementsvoorzitter te ambiëren. Beter had hij zich op de achtergrond gehouden, zeiden die stemmen, en de actieve politiek aan zijn dochters overgelaten. Want de campagne ging smerig worden. Het vervolg is bekend: De lijst van Rafsanjani, Kargozaran (Dienaren van de Opbouw) ging roemloos ten onder, en daarmee meteen ook de directe politieke ambities van de familie. Rafsanjani bleek uiterst impopulair te zijn en zijn dochter Faezi Hashemi, nochtans het boegbeeld van het Iraanse feminisme, werd door het publiek met het systeem, zoniet rechtstreeks met haar vader vereenzelvigd. Uiteindelijk raakte alleen hijzelf in het parlement, en dan nog met de hakken over de sloot. Voor Rafsanjani, de machtige sterke man, de centrale figuur van wie men zei dat in Iran hij het geld had - de 'gids' Ali Khamenei heeft de soldaten, - was dit zo'n onvoorstelbaar gezichtsverlies dat menigeen zich begon af te vragen of hij het daar wel bij zou laten. Het verlies was immers, op het eerste gezicht, bijna onverklaarbaar: Rafsanjani stond bekend als een modernist, een pragmatisch man die na de oorlog tegen Irak aan de wederopbouw van zijn land gewerkt had. Een man van - zij het liberale - economische modellen en opening van Iran naar de wereld. Om te beginnen naar Saudi-Arabië en andere buurlanden. Maar naar men hoopte ook naar Europa en de Verenigde Staten. Hij wilde eigenlijk mee op de lijst van het Participatiefront - de lijst van Mohammedreza Khatami, die zo verpletterend de verkiezingen ging winnen - maar daar bleek men hem niet te willen. Dat was het eerste affront, een aanwijzing misschien. Wilde men hem niet omdat zijn economisch model als mislukt beschouwd kon worden (Iran zit sinds een paar jaar in een diepe economische crisis) of omdat hij het doelwit werd van geruchten over corruptie op grote schaal, nepotisme en persoonlijke verrijking? Over fortuinen die door zijn zonen en aanverwanten bijeenversierd werden in contracten en louche deals op kosten van het Iraanse volk? Of wilde men de reputatie van de hervormerslijst niet besmetten met een man van macht die nu ook verdacht werd van sinistere manipulaties?DE TOP EN DE IJSBERGIedereen weet in Iran wat er gebeurd is in de donkere jaren van de revolutionaire terreur en van de oorlog tegen Irak, en iedereen is het erover eens dat wat men weet maar het topje van een ijsberg van gruwel en terreur is. Toen vorig jaar het schandaal van de reeks moorden op schrijvers en intellectuelen over Teheran losbarstte, in volle hervormingsperiode al, reikte dat tot aan het presidentiële paleis, waar president Khatami er persoonlijk voor kon zorgen dat het onderzoek ten einde gevoerd werd. Of misschien niet ten einde, maar wel tot in het informatieministerie zelf, waar 'losgeslagen elementen' van de geheime dienst de eliminatie van 'tegenstanders' op touw gezet hadden. Een belangrijk element daarin was Said Emami, de voormalige vice-minister van de inlichtingendienst, verantwoordelijk voor 'operationele aangelegenheden'. Die werd gepakt en begon te bekennen. Tot hij in de gevangenis op een ingewikkelde manier 'zelfmoord pleegde'. Was hij te veel aan het zeggen, te hoog aan het mikken? Volgens Akbar Ganji, een gezien journalist van de linkerzijde, was Rafsanjani de man achter de moorden. En niet alleen dat: hij, en niet Khomeini, zou er verantwoordelijk voor geweest zijn dat de oorlog tegen Irak maanden langer duurde dan noodzakelijk was. (Dit in tegenstelling tot het oudere verhaal, dat Rafsanjani de Imam liet overhalen dat de oorlog gestopt moest worden.) Dit alles en nog meer heeft Ganji opgeschreven in een boek, Kerker van spoken, waarvan de verschijning evenwel vertraging opgelopen heeft. Nog meer dan de corruptie weegt voor Ganji de beschuldiging dat Rafsanjani in die jaren politiek verantwoordelijk was voor (of toch zeker op de hoogte was van) een sinister en hooggeplaatst gremium waar de eliminatie van politieke tegenstanders beslist werd. Om tachtig tot honderd doden over een periode van een tiental jaren zou dat gaan. Maar namen van die kring heeft Ganji totnogtoe niet genoemd, en in Iran zelf zit het hele verhaal in de fluistersfeer van de politieke geruchten. Is er iets van waar? Er ís zoveel gruwelijks gebeurd, dus waarom zou ook dit niet waar zijn? DE SLIMSTE VAN NEGENAli Akbar Hashemi heet niet echt 'Rafsanjani': hoge geestelijken krijgen een bijnaam naar de plek waar ze vandaan komen, in zijn geval dus het dorp Rafsanjan, een stoffig, midden-Perzisch centrum van pistacheteelt (hij heeft zelf nog enkele hectaren pistachebomen staan). Daar, of liever in een aanpalend gehucht, werd Ali Akbar geboren in 1934, een van negen kinderen van een heel vrome middelgrote boer. Zijn eerste lessen kreeg hij daar van een oude seyed - zo noemt men in Iran afstammelingen van de Profeet. Toen hij 14 jaar was, vertrok hij naar de heilige stad Qom, de religieuze sjiitische universiteitsstad waar men toen net geweigerd had de studie van Europese talen in het studiepakket op te nemen. De jaren vijftig waren de tijd van Mossadegh en het Iraanse nationalisme - de nationalisering van de olie, de Amerikaans geïnspireerde staatsgreep die de sjah weer aan de macht bracht, het begin van de moderniseringspogingen van de sjah, en diens aanvallen op het religieuze establishment. Ali Akbar werd daar een overtuigde nationalist, gehecht aan de Iraanse culturele en religieuze identiteit, leerling van ayatollah Khomeini - een ambitieuze religieus conservatieve revolutionair van het zuiverste water. In 1963 liet de sjah de recalcitrante Faizeh-medresa (religieuze school) van Qom aanvallen, waar Khomeini lesgaf. Ali Akbar, 29, mollah (dat is: sjiitisch geestelijke) en zakenman, werd opgepakt en twee maanden in een kazerne opgesloten. In 1964 werd hij voor het eerst echt gearresteerd. In 1967 opnieuw, wegens het bespotten van de kroningsplechtigheid van de sjah. In 1971 weer, wegens zijn contacten met de islamitisch-marxistische organisatie Moejahedin Khalk (de groep die later de gewapende strijd tegen het islamitische regime zal beginnen). In 1972 wegens zijn steun aan families van politieke gevangenen. In 1975 weer wegens Moejahedin-contacten (hij was daar bezig te trachten 'de afwijkende islamitische doctrine te corrigeren'). Al bij al twee tot vier jaar gevangenis, naar gelang van de bronnen. Na de revolutie was Ali Akbar Hashemi de vertrouwensman van de ayatollah Khomeini. Hij werd snel voorzitter van het parlement, was het voorwerp van een moordaanslag, en wist later, toen de revolutionaire terreur losbarstte na de Moejahedin-bomaanslagen in Teheran, heelhuids en wel alle verwikkelingen en intriges te overleven. Maakt Iran, nu Rafsanjani ogenschijnlijk de macht niet meer nodig had en ze toch verloor, de beschadiging van een voorheen onaantastbare figuur mee? Het is opvallend dat de klacht tegen hem, ingediend door een overigens niet genoemde Belg van Iraanse afkomst, wegens 'medeplichtigheid aan onwettelijke opsluiting, martelingen en fysieke en morele wreedheid in de periode 1983-'89', precies op dit moment komt. De Brusselse onderzoeksrechter Damien Vandermeersch onderzoekt of de klacht ontvankelijk is - en of hij bevoegd is voor de kwestie. Dat alles is weliswaar theoretisch - maar het heeft intussen in heel Iran geleid tot een nationalistische oprisping die heel het land, van links tot rechts, als één man achter de impopulaire Rafsanjani gezet heeft, en uiterst rechtse ayatollah's als Hasan Sanei van de 15de Khordad-stichting, met dreigementen tegen België in het geweer brengt. Tegelijk kwamen ook de Moejahedin-activisten weer op het toneel met beschuldigingen van folteringen en verminkingen in Iran - weerom in 1984, 'maar het gaat nog steeds zo door,' zegt de Nationale Raad van het Iraans Verzet - lees de Moejahedin. En ook de anti-Rafsanjani-publicaties van Akbar Gandji halen dezer dagen de internationale pers. Het lijkt wel een revolutionair plan.Sus van Elzen