Sint-Michielsgestel, een in het Noord-Brabantse land verscholen dorp en van oudsher een veldritbastion, leeft al maanden toe naar de belangrijkste cyclocross van het jaar. In de hoop dat Richard Groenendaal, de plaatselijke held, straks iedereen in extase brengt.
...

Sint-Michielsgestel, een in het Noord-Brabantse land verscholen dorp en van oudsher een veldritbastion, leeft al maanden toe naar de belangrijkste cyclocross van het jaar. In de hoop dat Richard Groenendaal, de plaatselijke held, straks iedereen in extase brengt.Groenendaal kent de snelle en technisch niet zo erg moeilijke omloop, waarop de Oost-Vlaming Mario De Clercq zijn wereldtitel verdedigt, als geen ander. De ooit als kroonprins van het Nederlandse veldrijden geldende zoon van ex-crosser Rein Groenendaal moet de tegenstand vooral in eigen rangen zoeken. Veteraan Adri Van der Poel, die straks uit de arena treedt, is gebrand op een afscheid in stijl. Maar vooral Sven Nijs, de heerser van dit seizoen, is vast van plan om zijn indrukwekkende campagne met een regenboogtrui te bekronen. De drie topveldrijders staan onder contract bij Rabobank, al blijkt dat in een individuele discipline als het cyclocrossen maar zelden een voordeel. Toch is het opmerkelijk dat de Nederlandse Rabobank, als een van de zeldzame zichzelf respecterende sponsors, zo fors investeert in de zich in een gesloten wereld afspelende winterse bedrijvigheid. Het past in het kader van de filosofie van deze financiële instelling: ze wil een heel jaar aanwezig zijn in de wielrennerij. "Bovendien leert de ervaring dat de publicitaire return uit het veldrijden zeer groot is", zegt Theo de Rooy, een van de ploegleiders van het sinds 1996 in de wielersport actieve team. Ooit was De Rooy het prototype van een knecht. In de legendarische formatie van Peter Post zweette en zwoegde hij voor de kopmannen en gold als een onmisbare schakel in een lange en onwrikbare ketting. In dat team fungeerde hij ook vier jaar lang als sportdirecteur voordat hij naar Rabobank overstapte. Theo de Rooy, die het veldrijden van nabij volgt, voelt zich uitstekend binnen de strakke organisatie van de ploeg. Continuïteit is het sleutelwoord en dat verandert niet als het imago van de wielersport wordt besmeurd. Zoals onlangs, toen de Nederlandse ex-renners Peter Winnen, Steven Rooks en Maarten Ducrot openbaarden dat ze tijdens hun carrière werden aangezet tot het gebruik van verboden middelen. De beschuldigde mensen ontkenden met de hardnekkigheid waarmee dat soort verhalen altijd van de tafel worden geveegd. Ook Theo de Rooy houdt de faam van zijn sport hoog. "We kunnen alleen maar constateren dat de wielrennerij met een gezondheidscampagne bezig is, maar er niet in slaagt die te verkopen", zucht hij.Theo de Rooy: Ik heb jaren met Winnen, Rooks en Ducrot gefietst, mijn ervaringen met hen zijn heel anders. Ik ben heel verbaasd over hun reactie. Ze leken me alledrie op een bloedserieuze manier met hun vak bezig. Ik heb acht jaar de kamer gedeeld met Peter Winnen. Als ik hoor wat hij nu vertelt, hoe emotioneel hij reageert, ik kan dat niet begrijpen. Maar ik weet zeker dat we nooit het gevoel hebben gehad in een situatie te zijn terechtgekomen waarin we geen richting meer konden geven aan onze carrière. Toch komen die wilde verhalen over doping steeds weer naar boven.De Rooy: Ook omdat het allemaal erg wordt uitvergroot. Er zijn honderden ex-renners die perfect gelukkig zijn, met veel plezier op hun carrière terugkijken en blakend van gezondheid door het leven stappen. Daar hoor je nooit iets van. Maar als iemand iets over doping zegt, steekt er meteen een storm op en wordt de wielersport weer afgeschilderd als een gesloten gemeenschap. Terwijl ik vind dat we juist heel open zijn. Maar Winnen, Rooks en Ducrot spreken over zaken die tien, vijftien jaar geleden aan de orde waren. De wielersport nu is totaal anders en wordt steeds transparanter. Dat wordt in de hand gewerkt door de UCI, door de adequate maatregelen die stap voor stap worden genomen. Steeds meer gezondheidscontroles en meer parameters controleren, het is de enige juiste manier. En ik merk dat de bereidwilligheid om de problemen op te lossen erg groot is. Maar die boodschap gaat volledig verloren in de chaos van mensen die dingen verklaren over vijftien jaar geleden. Terwijl het nu veel gemakkelijker is om renner te zijn, wegens de begeleiding. Renners worden tegen zichzelf beschermd. Maar dat sluit het gebruik van doping toch niet uit. Want je hoort nog steeds fluisteren: er worden producten genomen die verbergen dat je verboden middelen hebt gebruikt.De Rooy: Dat kan nu absoluut niet meer, met al die gezondheidscontroles. Ze zijn veel efficiënter dan dopingcontroles. Die laatste kunnen dingen opsporen die je niet bewust genomen hebt, bepaalde voedingssupplementen die niet als zodanig op de verpakking staan. Zoals bij Merlene Ottey en Linford Christie bijvoorbeeld. Zo worden carrières verwoest. Terwijl je bij gezondheidscontroles juist de spiegel van het bloed kunt nagaan. En er zijn zoveel parameters dat je álles ziet, dat er echt niets meer te verbergen valt. Op de duur heeft elke renner zijn eigen medisch rapport, zijn database, je kunt alles tot in de puntjes nagaan. Maar ik herhaal het : die boodschap slaat niet aan. Nu weer door drie ex-renners die bepaalde dingen in de publiciteit gaan gooien. Maar wat ze vertellen, zegt meer over henzelf dan over hun situatie. Ik heb lang genoeg gekoerst om te weten dat we altijd onze eigen baas zijn geweest. Wordt de directie van Rabobank niet zenuwachtig als het klimaat door dat soort verhalen vergiftigd dreigt te worden?De Rooy: Ze vragen wel eens uitleg. Meer niet. Uiteindelijk zijn we ook niet rechtstreeks betrokken. Rabobank blijft de wielersport een ideaal reclamemiddel vinden. Vandaar dat ze ook zo'n belang hecht aan de organisatie van de ploeg. Het is bijvoorbeeld niet toevallig dat in de afgelopen vier jaar van heel ons personeelsbestand maar twee man zijn weggegaan. Bovendien besteedt de ploeg ook heel veel aandacht aan de jeugd. Daar zit een duidelijke filosofie achter, met name de beste elementen laten doorstromen. Straks hebben we weer vier neoprofs in de ploeg, die in ideale omstandigheden kunnen debuteren, na een optimale opleiding en met een professionele begeleiding. Vroeger werd een neoprof op de rooster gelegd en keken ze eens of hij niet aanbrandde. Nu wordt hij dag en nacht bijgestaan. Rabobank streeft in alle opzichten naar kwaliteit. Vandaar dat ook de beste veldrijders zijn aangetrokken. In de eerste plaats waren dat Adri Van der Poel en Richard Groenendaal.De Rooy: Betere veldrijders waren en zijn er niet in Nederland. Bovendien ging het ook om twee renners die in de wegwedstrijden die ze rijden ook meteen als volwaardig lid van de ploeg meedraaien. Ze passen tactisch goed in ons programma. Het is niet zo dat zij op de weg als opvulling dienen; als ze rijden, zijn ze goed genoeg om een sprint aan te trekken of een leiderstrui te helpen verdedigen. Het is iets meer dan alleen die winter. Ook bij Sven Nijs.De Rooy: Absoluut. Als je zag hoe Nijs zich tijdens de Ronde van Denemarken afbeulde in dienst van Rolf Sörensen die de leiderstrui droeg, dat dwingt respect af bij de andere renners. We zijn heel blij dat we Nijs hebben aangeworven. In de eerste plaats is dat gebeurd omdat Rabobank ook in België en vooral in de grensstreek publicitaire belangen heeft. We zijn met Sven gaan praten en we kwamen meteen onder de indruk van de manier waarop hij over zijn vak dacht. Hij wist heel veel zinvolle dingen te vertellen over zijn training, over zijn voorbereiding. Sven verstaat de kunst om zich door de juiste mensen te laten begeleiden, het zit bij hem heel harmonieus in mekaar. Bovendien heeft hij veel uitstraling, terwijl hij anderzijds toch gekenmerkt wordt door eenvoud. Als je ziet hoe spontaan en natuurlijk hij met zijn supporters omgaat, hij zou bij wijze van spreken voor die mensen een drankje bestellen en rondbrengen. En hij barst van de klasse.De Rooy: Ontegensprekelijk. Maar hij wint niet zomaar, hij leeft voor zijn vak, hij blijft vasthouden aan de basisprincipes waar het om gaat: discipline, op tijd slapen, letten op de voeding, hard trainen, zich door niets of niemand uit zijn concentratie laten halen. Sommigen zeggen wel eens dat hij te fanatiek is, dat hij zich meer moet ontspannen, maar die ingesteldheid hoort bij zijn karakter, dat maakt hem tot wat hij is. Alleen als hij onder grote druk staat, wil hij nog wel eens een uitglijder maken, zoals in het Belgisch kampioenschap. Maar dat vind ik ook wel mooi, dat geeft een emotionele lading en spanning. Het is een goede eigenschap dat je dat hebt, dat houdt je scherp. Zeker in het veldrijden, waar de start zo cruciaal is. Het is belangrijk dat je jezelf kunt oppeppen, dat je de adrenaline opvoert. Je moet er alleen voor zorgen dat je door die zenuwachtigheid niet te veel energie verliest. Dat was in het verleden bij Sven Nijs wel eens het geval. Maar na een aantal jaren leer je daar beter mee omgaan. Sven heeft die gespannenheid trouwens beter onder controle dan vroeger. Omdat hij zo goed bezig is met zijn training weet hij dat hij zijn conditie heel lang kan aanhouden. Zoals dit seizoen is gebleken. Alleen net voor de eindejaarsperiode heeft hij even wat gas teruggenomen, wat minder getraind, slechts één wedstrijd per week. Dat is heel bewust gebeurd. Om mentaal scherp te staan als de grote crossen er weer aankwamen. Bepaalt Sven Nijs zoiets zelf?De Rooy: Hij doet dat in overleg met onze ploegarts, Geert Leinders. Aan de hand van tests, waarbij er vooral over wordt gewaakt dat je niet mentaal wordt gesloopt. Want daar gaat het uiteindelijk om, dat de geest fris blijft. Sven bekijkt dat allemaal heel rustig, hij laat zich buiten de wedstrijd door niemand opjagen. Het is geen toeval dat hij zijn contract bij Rabobank al tot 2002 heeft verlengd. Dat ging heel snel, hij gaat geen aanbiedingen tegen mekaar uitspelen. Hij voelt zich goed bij ons, rust en stabiliteit zijn voor hem heel belangrijk. En vooral: hij bekijkt alles op lange termijn. Velen vinden dat Nijs ook als wegrenner een behoorlijke carrière zou kunnen uitbouwen.De Rooy: Dat is absoluut waar. Vorig jaar heeft één zaak me gefrappeerd: na het veldritseizoen nam hij een paar weken vakantie en reed hij vervolgens in de Ronde van de Oise zijn allereerste wedstrijd. De manier waarop hij meteen in de kop van het peloton meedraaide, zonder zich te moeten forceren, zoiets had ik nog niet vaak gezien. Hij mengde zich in massaspurten en eindigde in de buurt van de tiende plaats. In de Ronde van Midden-Zeeland werd hij vervolgens vierde, hij zat meteen in een kopgroep in een wedstrijd van tweehonderd kilometer. Daar waren ook verschillende renners van TVM bij en die hadden de handen vol om hem af te houden. Als je Nijs in rittenwedstrijden zo ziet werken voor de ploeg, dan merk je: hij is een van de eersten van de ploeg die op kop rijdt en een van de laatsten die kapotgaat. Het is ook daardoor dat hij die basisuithouding kweekt, die hem toelaat om de hele winter aan de top te rijden. Dat is een knappe prestatie, want onderschat dat niet: veldrijders rijden constant in het rood. Los daarvan is een carrière op de weg voor Sven niet aan de orde. Dat zou op dit moment heel dom zijn. Vooral ook omdat hij het cyclocrossen nog jaren kan domineren. Sven Nijs is tweeëntwintig en fysiek nog niet volgroeid.De Rooy: Hij moet inderdaad nog sterker worden. Maar de essentiële vraag zal zijn: kan hij de uitdagingen en prikkels blijven vinden om zo te leven voor zijn vak als nu, om die discipline en die wil om te winnen te blijven behouden? En: hoe gaat hij op een gegeven moment om met een lange periode van minder presteren? Zoals bijvoorbeeld Richard Groenendaal het vorig seizoen heeft meegemaakt. Veel trainen, geen prijs rijden, ziek worden, het is vaak allemaal zo ongrijpbaar. Hij heeft nooit de juiste balans kunnen vinden. Maar hij weet nu wat het is om weer gezond te zijn, mentaal goed in mekaar te steken en te presteren. Groenendaal is een heel ander type dan Nijs.De Rooy: Hij is fysiek sterker, maar technisch minder. En hij is soms wat impulsief in zijn uitspaken. Maar hij wordt vooral gedreven door een enorme eerzucht, hij wil altijd winnen. Vandaar dat er in het duel met Nijs vaak veel bitsigheid zit. En dat er achteraf al eens sterke uitspraken worden gedaan.De Rooy: Dat hoort erbij. Je kunt het veldrijden uiteindelijk niet projecteren op het wielrennen op de weg. Dat er al eens woorden vallen, daar moet je niet te zwaar aan tillen. Zolang het maar niet ontaardt in moddergevechten, in verwijten over en weer. Ook Adri Van der Poel blijft presteren.De Rooy: Wat Adri doet, is fenomenaal. Ik heb nog met hem samen in de nationale amateurselectie gereden, ik ben negen jaar geleden gestopt en hij rijdt nu nog. Het is onvoorstelbaar dat hij die discipline zolang kan blijven opbrengen, iedere dag opnieuw die kilometers afmalen. Adri is een vakidioot. Altijd maar weer zoeken, dingen aanpassen en veranderen, steeds die onrust, opnieuw tests doen en daar dan dingen uithalen waar hij zich weer aan optrekt, steeds met dat materiaal bezig, andere banden, andere wielen, altijd maar zoeken. Al twintig jaar dezelfde bevlogenheid, onvoorstelbaar. Een speciale man. Ik herinner me dat hij een jaar of vier geleden na een veldritseizoen twee weken vakantie nam, de Tirreno-Adriatico reed en in Milaan-Sanremo enorm veel werk verrichtte voor Rolf Sörensen. Zijn trui wegbrengen, drinkbus halen, met hem naar voren rijden, de hele dag door. Vervolgens wilde hij een paar weken later in Parijs-Roubaix nog eens uitblinken, maar hij kwam in de finale net iets te kort. Er was de hele dag in het stof gereden, dat lag hem iets minder. Maar na afloop mopperde hij en zei dat hij wel wist waaraan het lag: hij had na het veldritseizoen geen twee weken vakantie mogen nemen maar onmiddellijk op de weg moeten beginnen. Adri was op dat moment zesendertig, dat zegt alles over het heilig vuur dat steeds in hem is blijven branden. Ook al zet hij er dus nu een punt achter. Hoe groot is de rol van de ploegleider eigenlijk bij de begeleiding van de veldrijders?De Rooy: Die is relatief gering. Veldrijders zijn heel zelfstandig, dat valt op. Ze trekken hun plan, ze zijn het gewoon om dingen zelf te organiseren. Je hoeft alleen maar na het veldritseizoen te overleggen over de wedstrijden die ze op de weg willen rijden. Hoe belangrijk is het wereldkampioenschap voor Rabobank?De Rooy: We willen natuurlijk winnen. Maar dat zal niet gemakkelijk zijn. Ik verwacht veel van Mario De Clercq, die heeft evenveel kans om te winnen als Sven Nijs of Richard Groenendaal. Want de omloop ligt hem en hij is tactisch sterk. Het zou me niet verbazen als hij voor de derde keer wereldkampioen wordt. Maar zelfs in dat geval is het seizoen voor ons heel goed geweest, de publicitaire return was enorm. Ik heb nooit begrepen dat er niet méér sponsors zijn die ons voorbeeld volgen. Dat zou voor de professionele ondersteuning alleen maar goed zijn. Jacques Sys