De vraag 'wat is beter?' is niet zo gek bij een man als Lewis. Zijn nieuwe boek, dat deze week uitkomt in het Nederlandse taalgebied, stelt in de titel zélf de prikkelende vraag Wat is er misgegaan? Met de islam, om precies te zijn. Want, betoogt Lewis, dat er iets mis is in de moslimwereld van nu, staat wel vast. Voor die stelling had de Britse emeritus-hoogleraar en leidende Midden-Oosten-expert van Princeton University 11 september niet nodig. Op de dag van de aanslagen in de Verenigde Staten was het boek net klaar om gedrukt te worden.
...

De vraag 'wat is beter?' is niet zo gek bij een man als Lewis. Zijn nieuwe boek, dat deze week uitkomt in het Nederlandse taalgebied, stelt in de titel zélf de prikkelende vraag Wat is er misgegaan? Met de islam, om precies te zijn. Want, betoogt Lewis, dat er iets mis is in de moslimwereld van nu, staat wel vast. Voor die stelling had de Britse emeritus-hoogleraar en leidende Midden-Oosten-expert van Princeton University 11 september niet nodig. Op de dag van de aanslagen in de Verenigde Staten was het boek net klaar om gedrukt te worden. Wat is er misgegaan? is een indrukwekkend boek. Het schetst de context voor terreur zoals we die sinds 11 september zien, zonder die terreur expliciet te noemen. 'Helaas hebben de aanslagen mijn denkbeelden alleen maar bevestigd', zegt Lewis. Hij geeft in zijn boek een historische schets van de ondergang van het islamitische wereldrijk. Hij beschrijft de hoogtijdagen en de neergang van het Otto- maanse Rijk, zijn specialiteit, maar analyseert ook hoe de leiders en commentatoren in de islamitische wereld zelf die ondergang zien. Specifiek komt de vraag aan de orde bij wie de schuld werd - en wordt - gelegd voor de groeiende achterstand op politiek, cultureel en economisch gebied. Aan een algemene stelling die na 11 september opgeld deed, wil Lewis niet: dat de islam zélf het probleem is. In het boek schrijft hij: 'Als de islam een obstakel is voor vrijheid, wetenschap en economische ontwikkeling, hoe kan het dan dat de moslimsamenleving in het verleden een pionier is geweest op alle drie deze gebieden?'BERNARD LEWIS: Een simpel antwoord is er niet. Het is moeilijk om te zien wat symptomen zijn, en wat oorzaken van de problemen. Maar vergelijkingen met andere religies en beschavingen zijn zinvol. Dan zie je dat het christendom en de islam veel meer gemeen hebben dan we willen geloven. De strijd tussen de twee geloven is sinds de 14e eeuw al zo fel, juist omdat ze op elkaar lijken. Het zijn beide beschavingen die zijn bepaald door geloof, niet door etniciteit of ras. Ze hebben beide universele aspiraties: de heidenen moeten eigenlijk worden bekeerd. Beide menen dat hun ene God het laatste woord heeft, en dat zij de gelukkige hoeders van dat woord zijn. De twee zijn theologisch vergelijkbaar, geo- grafisch aanpalend, en historisch opeenvolgend in hun heerschappij. Op het hoogtepunt van de Middeleeuwen waren er betekenisvolle ruzies mogelijk, omdat ze elkaar begrepen. Met Aziatische religies kon niet worden gepraat; de basisvoorwaarden om elkaar te begrijpen ontbraken. Maar een moslim kon tegen een christen zeggen: 'Je zult in de hel branden omdat je een heiden bent', en de christen wist waar hij het over had. Wij zien de Middeleeuwen als een donkere, barbaarse periode. De overgang tussen de Oudheid en de moderne tijd voor Europa. Maar die tijd was het hoogtepunt van de islamitische cultuur. Daar zag je toen het beste, meest beschaafde wat de menselijke geschiedenis had voortgebracht, een enorm cultuurgoed dat drie continenten en allerlei culturen en rassen samenbracht, dat een grote mate van vrijheid behelsde. Dit leidde tot een sterk gevoel van superioriteit. En terecht, zou je kunnen zeggen. LEWIS: Het probleem was dat aan dit beeld werd vastgehouden nadat het niet langer relevant was. Terwijl intellectuele nieuwsgierigheid zich ontwikkelde in de westerse wereld, verdween die in de Arabische wereld. De moslims wisten al eeuwen alles, en het was niet voor te stellen dat Europa iets voortbracht dat de moeite waard was. LEWIS: Taal speelt een belangrijke rol. Europeanen moesten met elkaar praten in elkaars taal en bovendien Grieks en Hebreeuws leren om hun heilige schriften te kunnen lezen. Het Arabisch daarentegen was niet alleen de taal van de koran, iedereen sprak het, en er was dus geen stimulans om vreemde talen te leren. Dat leidde vanzelf tot een naar binnen gekeerde blik. De moslimwereld begon achterop te raken, zonder dat men wist waarom. Toen de Europeanen barbaren waren, werd er niet op ze gelet. Toen ze zich begonnen te ontwikkelen, veranderde dit niet. LEWIS: De onwetendheid is voorbij. Nu ziet men hoe groot de achterstand is. De vraag wat er is misgegaan wordt natuurlijk gesteld. In de islamitische wereld dacht men aan drie gebieden. Na eeuwen van succesvolle invasies werden ze plotseling militair gepasseerd. De oplossing zou dus ook wel op militair gebied liggen: met betere, geïmiteerde wapens, enorme legers, enzovoort. Toen was er de economische ontwikkeling in het Westen. Dus moesten er ook fabrieken komen in de Arabische wereld, maar die waren altijd van mindere kwaliteit en al verouderd op het moment dat ze met de productie begonnen. Dan waren er de politieke vernieuwingen. Democratie, parlementen. Dat gingen islamitische landen ook proberen. Maar alleen het nazi-model werd met succes geïmiteerd. De autoritaire, totalitaire regeervorm was de enige die kon werken. Vrijheid, de essentie van de nieuwe politieke systemen in Europa, was voor de helft van de islamitische bevolking ondenkbaar. De emancipatie van vrouwen heeft nooit plaatsgevonden in de islam; de weinige islamitische bezoekers aan het Westen in de 19e eeuw zagen de vrijheid van vrouwen als een groot probleem. LEWIS: Een Turkse schrijver besprak in 1867 de positie van de vrouw, bij mijn weten de eerste referentie hieraan in de islamitische literatuur. Hoe kunnen wij slagen als we de helft van de bevolking buiten beschouwing laten? Ataturk pikte die vraag op in 1923. Vrouwen moeten meer rechten krijgen, argumenteerde hij, om de simpele reden dat de meest urgente opdracht nu is dat we het Westen bijbenen. LEWIS: De religie zelf speelt natuurlijk een rol in de ontwikkeling van de cultuur. Voor veel moslims is het niet mogelijk om kritisch naar de kern van hun eigen geloof te kijken. Ik denk ook niet dat daar het probleem zit. Wel in het misbruik van de religie. Fanatisme kan een oorzaak van achterstand zijn. Dat de religie zo diep in de staat zit, is natuurlijk een probleem. Het gekke is dat, tot de westerse Reformatie, moslims veel vrijer waren. In het Ottomaanse Rijk heerste een grote mate van vrijheid en tolerantie. Vervolgde christenen vonden er soms een veilige haven. Dat is omgeslagen. Nu zie je een reactionaire, negatieve interpretatie van het geloof. En de gevolgen ervaren we. Er zijn zeker 250 universiteiten in de islamitische wereld. Maar als er iets moet worden gebouwd, moeten de ingenieurs uit Europa komen. Of zelfs uit Korea. Dat wordt als een schande ervaren. LEWIS: Er zijn twee reacties mogelijk. De vrij zinloze: wie heeft ons dit aangedaan? En de meer constructieve: hoe kunnen we vooruitkomen? Die eerste vraag is vaak de enige die wordt gesteld. Het is een neurotische respons, een zoektocht naar zondebokken. Uiteindelijk kom je dan uit op het westerse imperialisme, dat de schuld van alles zou zijn. Dit is een historisch onjuiste voorstelling van zaken. De ondergang van het islamitische machtsblok begon lang voordat het Westen imperialistisch werd, en ging voort nadat aan het expliciete imperialisme een einde kwam. De visie van 'oriëntalisten' zoals Edward Said is dat het verfoeide Westen alle schuld draagt. Een zinloze redenering, die de geschiedenis op zijn kop zet. Dat is nooit een goed idee. LEWIS: Het staat vast dat er iets grondig mis is. Dan is het de taak van ons en hen om de vraag te stellen: wat? Die moet leiden tot een keuze. Onderdeel worden van de moderne wereld, waaraan voorafgaat dat de islam dus in de problemen is geraakt doordat de moderniteit werd afgewezen. Maar er is ook een stroming die het falen juist zoekt in de neiging om de ongelovigen te imiteren. De oplossing is dan een steeds verder naar binnen keren en afsluiten. Dit is de opvatting van de Iraanse overheid, van de Wahabisten in Arabië, en van de terroristen. LEWIS: De strijd voor bevrijding en ontwikkeling kan alleen in de islamitische landen zélf worden gevoerd. Ik ben wel optimistischer dan een jaar geleden. Je ziet een toenemend kritische blik van de oppositie in Iran en Irak, je hoort dissidente geluiden binnen de Palestijnse Autoriteit. Maar je moet voorzichtig zijn, niet te veel en niet te snel willen. We moeten onthouden dat het enige westerse politieke model dat vooralsnog met succes is geïmiteerd, de absolute dictatuur is. De twee alternatieven zijn op dit moment helder, ook voor moslims. Als de islamitische wereld zichzelf vrij kan maken en aansluiting kan vinden bij de rest van de wereld, kan er vrede komen. In het Midden-Oosten, tussen de Arabische wereld en het Westen. Maar als uiteindelijk wordt gekozen voor een voortzetting van de huidige koers, dan zal een negatieve spiraal volgen. Als er niet snel fundamentele veranderingen komen, zal de zelfmoordaanslag de definitieve metafoor voor de islam worden. Diederik van HoogstratenBernard Lewis, 'Wat is er misgegaan?', De Arbeiderspers, Amsterdam.'Fanatisme kan een oorzaak van achterstand zijn.'