Mattheuspassie van JS Bach o.l.v. Paul McCreesh. Gabrieli Players, met o.a. Mark Padmore, Deborah York, Magdalena Koûená, Peter Harvey. - Archiv 474 200-2
...

Mattheuspassie van JS Bach o.l.v. Paul McCreesh. Gabrieli Players, met o.a. Mark Padmore, Deborah York, Magdalena Koûená, Peter Harvey. - Archiv 474 200-2 Wel aan te bevelen opnamen: - O.l.v. Philippe Herreweghe. Collegium Vocale/Instrumentale Gent. - HMC 951676.78. - O.l.v. Nikolaus Harnoncourt (Caecilia-prijs). Concentus Musicus Wien/Arnold Schoenberg Chor. Plus autografe partituur. û Teldec Das Werk 8573-81036-2 - O.l.v. John Eliot Gardiner. The English Baroque Soloists/The Monteverdi Choir. - Archiv 427-648-2In deze Goede Week staat de passiemuziek weer centraal, en zeker de Mattheuspassie van Johann Sebastian Bach, het summum van dramatisch meesterschap en muzikale emotie. Ondanks de lengte is het populair; bij Kruidvat werden er in één jaar tijd veertigduizend exemplaren van verkocht. Dat halen zelfs popalbums niet. Niemand blijft er dan ook onberoerd bij. De dubbelkoren in deze passie reageren in alle facetten, van berustend naar opstandig of hysterisch. Er is theater zoals in Sind Blitze, sind Donner met stereo-effecten. Soms wil je huilen: Blute nur, du liebes Herz en Erbarme dich. Er zijn momenten van inkeer: Am Abend, da es kühle war. Het Aus Liebe doet waanzinnig pijn. Mache dich, mein Herze, rein vertelt over een enorm vertrouwen. In Nun ist der Herr zur Ruh gebracht neemt elke solist afscheid vanuit een eigen wereld. Het innigste is het dankwoord van de sopraan. Er bestaan veel cd-opnamen van. De nieuwste is die met de Gabrieli Players onder leiding van Paul McCreesh, een vermaard ensemble van een vermaard dirigent. Je bent dan nieuwsgierig; je hoopt op iets heel moois. Maar wat een ontgoocheling als je aan de beluistering begint, want McCreesh doet vreemde dingen. Op de eerste plaats gebruikt hij twee koren van elk maar vier leden. Twee kwartetten derhalve. Hij beroept zich daarbij op de twintig jaar geleden met hoongelach ontvangen bevinding van de Amerikaanse musicoloog/dirigent Joshua Rifkin dat Bachs koorwerk gezongen moet worden met één stem per partij. Hij kreeg daarbij zowaar de steun van Andrew Parrott. Het is echter een ridicule stelling. In plaats van er eerlijk voor uit te komen dat zo'n kwartetbezetting gemakkelijker is, en vooral ook goedkoper als je op tournee gaat. Arme Bach, die zich de luxe van een behoorlijk koor niet kon veroorloven zoals zijn collega Händel in Londen. Waar hálen ze het. Ton Koopman gaf hen in Bach's Choir, an ongoing story (Early Music, februari '98) gelukkig lik op stuk door aan de hand van Bachs 'Kurtzer, iedoch höchstnöthiger Entwurff einer wohlbestallten Kirchen Music' voor het gemeentebestuur van Leipzig (1730) aan te tonen dat Bach voor de koren naast de solisten voor elke stem nog twee of liefst drie zogenaamde ripienisten eiste. Om praktische of financiële redenen kun je een reductie van een koor naar een kwartet natuurlijk wel riskeren, zeker bij sommige cantates. 'Live' dan wel, maar niet op een dure cd. Bij de Mattheuspassie, in feite een religieuze opera met alle dramatiek en muzikale emotie van dien, kan dat nooit. Volk is volk, en met vier man heb je geen volk. Het slavenkoor in Nabucco breng je ook niet met een kwartet. Bij de turbae (het opgezweepte volk zoals in Lass ihn kreuzigen) is dat dito. Wees gerust: om het massa-effect in deze passie te krijgen, heb je geen koren van vijftig man elk nodig, maar wel van minstens 15 à 16, zoals Philippe Herreweghe doet. Nadeel van een kwartet is bovendien, dat een enkele stem akelig dominant kan worden, zoals hier vaak de sopraan. Ergerlijk bij McCreesh zijn ook sommige tempi. Hij is over het algemeen al een vlugge jongen zoals het in de moderne barokopvatting schijnt te horen, maar in het beginkoor Kommt, ihr Töchter, helft mir klagen slaat hij alle records. In dit grootse koorwerk zit als retorisch affect naast het klagen onder meer het samenstromen van de massa om de vreselijke tragedie bij te wonen en het verdriet te delen. Dat doe je niet al huppelend. Toch maakt McCreesh er een vrolijk stuk van als een soort oproep voor een K3-show. Behalve dat hoor je nog andere onaangename dingen, zoals de on-Bachse 'Vorhalt' in Wozu (wat Masaaki Suzuki en Stephen Cleobury jammer genoeg ook doen), laat hij het verminderd septiemakkoord van Barrabam door een machtig orgel volledig doorklinken terwijl dat in Bachs autograaf enkel voor de bastoon van de continuo aangeduid staat (heel subtiel!), en dergelijke ingrepen meer. Kleinigheden weliswaar, maar toch veelzeggend. McCreesh werkt niet met aparte solisten. Ze zijn gewoon de zangers van de koren. Hier en daar moet hij dan foefelen. Als solist zijn ze wel prijzenswaardig: Mark Padmore is een voorbeeldig verhalende evangelist. Het Erbarme dich van Magdalena Koûená is een van de ontroerendste die ik ken. Dit alles redt echter het geheel niet. Geen aanrader dus, maar hieronder volgen tips voor enkele wél aan te bevelen producties. Bachs Mattheuspassie mag namelijk niet ontbreken in uw discotheek. Half december vorig jaar schreef Bart Plouvier in Weekend Knack: 'Mijn ultieme troost in bange dagen is de Mattheuspassie van Bach, letterlijk en figuurlijk een orgelpunt achter de kakofonische werkelijkheid van alle dagen, ernstig zonder somber te worden, plechtstatig, overweldigend en toch wars van alle religieuze pathos. [... ] Er bestaat voor mij geen ander stuk muziek dat dit vermag, met zo'n hoge troostbaarheidsfactor. Muziek als medicijn, therapie, als geestverruimend middel.' Zo mooi kan ik het niet verwoorden. Fons de Haas