www.nieuwzuid.be
...

www.nieuwzuid.be Drie feiten op een rijtje. Frank Albers, voormalig hoofdredacteur van het Nieuw Wereldtijdschrift, geeft er de brui aan bij de Standaard der Letteren; Jos Borré haakt na een kwarteeuw af als recensent bij De Morgen; en bij De Tijd wordt samen met Pigment, ook de wekelijkse boekenrubriek afgeschaft. Literaire critici komen steeds minder aan de bak bij de kwaliteitskranten. Boekenbijlagen bevatten alsmaar minder recensies of beschouwende artikels over de Schone Letteren, maar steeds meer interviews met schrijvers en columns. De verbreding die zowel bij Standaard der Letteren als bij De Morgen Boeken is ingezet, maakt dat voortaan ook thrillers en andere ontspanningsliteratuur een plaats krijgen. De bijlagen richten zich niet langer uitsluitend op de literatuurliefhebber, maar op het brede publiek. Het voornaamste slachtoffer is de poëziecriticus, sowieso al een bedreigde diersoort. Zo zag Jos Joosten, sinds jaar en dag de poëziecriticus van De Standaard, zijn rubriek gehalveerd en daarna afgeschaft, na het vertrek van Frank Albers. Een monument als Jos Borré moest zich in De Morgen beperkten tot korte stukjes waarin het onmogelijk was om nog een evolutie te schetsen van het oeuvre van een auteur. Als specialist Vlaamse literatuur, had hij ook te lijden onder de disproportionele aandacht voor buitenlandse schrijvers. In een opmerkelijk artikel 'Kritiek op een keerpunt', dat in het volgende nummer van het kunstkritische tijdschrift NieuwZuid verschijnt, verwijst Jos Joosten naar de eminente Nederlandse criticus Kees Fens. Die stopte in november 1977 (!) met het recenseren van nieuwe boeken voor de Volkskrant en beperkte zich tot een rubriek waarin hij boeken naar eigen keuze besprak. 'Het steeds duidelijker wordende streven van uitgeverij en boekhandel naar een rendement op korte termijn heeft de laatste jaren niet alleen de omloopsnelheid van het boek steeds sterker verhoogd, er is in voorpropaganda en begeleidende reclame ook steeds meer de nadruk komen te liggen op die paar boeken waarvan op korte termijn een maximum van commercieel rendement verwacht kan worden', schreef hij toen. Die kritiek sluit aan bij die van Frank Albers en die van Jos Borré (op zaterdag 24/9 in het Radio1-programma Het Salon) en kwam ook uitgebreid aan bod in een debat over literaire kritiek, vorige dinsdag in Passa Porta in Brussel. Heel wat literaire critici, zoals Albers en Borré, lijken zich neer te leggen bij wat hen een onafwendbare evolutie lijkt. Jos Joosten ontwaart een lichtpuntje: 'Ik geloof dat je kunt zeggen dat de meest opzienbarende verandering in het poëziedebat van het laatste jaar de opkomst van de poëzielogs is', schrijft hij. Vooral in Nederland zijn er een hele reeks interactieve nieuwsgroepen over literatuur, online poëzietijdschriften en tal van websites van poëzieliefhebbers en -schrijvers opgedoken. Volgens Joosten kan het internet stilaan beschouwd worden als een 'volwaardig kritisch medium'. Daarbij heeft het internet het voordeel van de snelheid. Net zoals Julien Weverbergh in de jaren zestig met zijn gestencild tijdschrift BOK kunnen de poëzieweblogs bliksemsnel inspelen op de actualiteit. Deze evolutie is voorlopig een zuiver Nederlands verschijnsel. In Vlaanderen blijft het op dit vlak erg stil op het internet. Als de literaire kritiek zijn weg vindt naar het internet, rijst meteen een ernstig probleem voor de literaire tijdschriften. Die worden in Vlaanderen riant gesubsidieerd door het Vlaams Fonds voor de Letteren, maar zij dragen dat belastinggeld vooral naar de drukker. De distributie van tijdschriften als Yang, Dietsche Warande & Belfort, Parmentier of NieuwZuid laat heel wat te wensen over, waardoor de kleine groep geïnteresseerde lezers vaak zelfs geen kennis kán nemen van hun inhoud. De commissie tijdschriften van het Letterenfonds zou er goed aan doen om het hele systeem te herzien en vooral online-initiatieven te stimuleren. De productiekosten van een performante web-log bedragen nauwelijks meer dan 100 euro. Op die manier kan het subsidiegeld integraal gebruikt worden om honoraria uit te betalen. Misschien verdienen de literaire critici dan binnenkort toch weer een beetje hun boterham. Het internet biedt trouwens ook steeds meer soelaas voor andere kunstcritici. Zo hebben de theater- of kunstrecensenten dezelfde kritiek als de literatuurcritici. Zij klagen eveneens dat er steeds minder plaats is voor recensies over theater of moderne plastische kunst. Stilaan ontstaan dan ook online initiatieven of bouwen tijdschriften (zoals Rekto: Verso (www.rektoverso.be) of De Witte Raaf (www.dewitteraaf.be) een online verlengstuk aan hun papieren versie. Die vullen het vacuüm op en bieden opnieuw een forum aan critici en recensenten die los van de druk van verkoop- of oplagecijfers hun werk kunnen doen. Een niet onbelangrijk detail blijft vooralsnog onoplosbaar: al die internetinitiatieven werken met vrijwilligers. Geld is er - voorlopig - nog niet mee te verdienen. En doorstromen van het internet naar de mainstream media, lijkt in de huidige constellatie moeilijker dan ooit. Karl van den Broeck