We zijn zover. Tweeduizend! Het is niet waar wat prozaïsche geesten beweren, dat alles voortaan blijft zoals het was, op een cijfertje in het jaartal na, een twee die in plaats van een één vooraan staat. Nee, er verandert véél. Een symbool verdwijnt; en niet alleen verdwijnt het, het keert terug, veranderd in zijn tegendeel.
...

We zijn zover. Tweeduizend! Het is niet waar wat prozaïsche geesten beweren, dat alles voortaan blijft zoals het was, op een cijfertje in het jaartal na, een twee die in plaats van een één vooraan staat. Nee, er verandert véél. Een symbool verdwijnt; en niet alleen verdwijnt het, het keert terug, veranderd in zijn tegendeel. Heel de voorbije eeuw, heel het leven van wie nu leeft, stond het jaar 2000 symbool voor de toekomst en voor vooruitgang, twee begrippen die lange tijd hetzelfde betekenden. Eerst langzaam, maar dan steeds sneller, schoof het ronde jaartal dichterbij, een millennium liep af, een tijdperk dat ingeluid was door de vikings en de kruisvaarders en dat alles tot stand heeft gebracht wat het leven modern maakt. Hoe zou het einde zijn? Hoeveel wonderlijker zou het leven nog zijn in het jaar 2000 dan het al was geworden? Of halen we het einde niet? Want de gedachte aan een mogelijke apocalyps door een nucleaire of ecologische catastrofe heeft ook postgevat in de loop van deze laatste eeuw die het vooruitgangsgeloof zag aftakelen. Hollywoodfilms, populaire magazines en sciencefictionboeken hebben er zich mee beziggehouden. In het jaar 2000 doen robots het huishouden, meenden de profeten van de technologie te weten. De videofoon zal de telefoon vervangen hebben. De stadsbewoner verplaatst zich over rollende voetpaden of met kleine helikopters tussen de wolkenkrabbers, en op het platteland gebeurt het vervoer met vliegende auto's of in treinen die door transparante pneumatische tubes glijden. Vliegtuigen doorkruisen de stratosfeer, aangedreven door atoomenergie. Op de maan worden delfstoffen gewonnen. Tering en kanker zijn overwonnen en met wat geluk haalt iedereen de honderd. De meesterwerken van de literatuur liggen op microfilm in elke huiskamer. Amerika is de absolute supermacht, maar in vredestijd gebruikt deze menslievende mogendheid haar nucleaire ladingen alleen om kanalen te graven en tunnels door bergen te boren. Dat was "het jaar 2000" van rond 1950. Welk is dat van nu? We hebben Internet en aids nu, files en disco's, gsm's, pc's en cd-roms, Jerry Springer en Brusselmans. De universiteiten en hogescholen zitten vol, iedereen studeert, maar de afgestudeerden kijken de rest van hun leven naar praatshows op tv. We hebben oorlogen, méér dan ooit, maar geen nucleaire, en in de Kaukasus werd nog op de valreep een volk vertrapt door een gevallen supermacht. Het is wat minder glamoureus uitgevallen dan verwacht, ondanks de laserstralen in de disco en de laptops thuis, maar het leeft en het beweegt. Veel dromen flopten en andere komen niet eens meer op. Wie wil nog vliegende auto's rond zijn hoofd? Als symbool van de toekomst is "2000" compleet verouderd op het moment dat het door de kalender wordt ingehaald. De toekomstvisioenen die het jaartal ooit moest oproepen, zijn nu ouderwets geworden, kinderlijke fantasieën uit het verleden. De werkelijkheid zelf is niet minder bezig zich snel uit de tijd te werken, haar toekomstsymbool achterna. Alles vervalt en veroudert in deze productiemaatschappij. Op koopwaar kleeft een datum, en die wordt het betreffende artikel snel fataal. Het magische getal 2000 waarmee nog gepronkt wordt in de naam van producten om die de schijn te geven hun tijd vooruit te zijn, geeft voortaan juist aan hoe gedateerd ze zijn. Vanaf nu werkt het omgekeerd. Wat nog "2000" heet of vermeldt, is vergane glorie. Niemand wil binnenkort nog Windows 2000, Office 2000 of ander prehistorisch spul. De werkelijkheid volgt het lot van de voorspellingen, maar volgde de voorspellingen zelf niet. Waarom niet? Misschien waren de rollende voetpaden en vliegende auto's nooit ernstig bedoeld, alleen maar bedacht om te amuseren, en waren ze alvast in dat opzicht een voorafbeelding van wat komen zou. Maar is het wel mogelijk op een serieuzer manier vooruit te kijken? Er werden in elk geval pogingen gedaan en het is interessant daarop nu terug te blikken. In de jaren zestig ontstond een stroming in de sociale wetenschappen om door middel van statistische analyses en computermodellen van plausibele scenario's de toekomst uit te stippelen. Ook deze wetenschappelijke futurologen gebruikten het jaar 2000 vaak als een referentiepunt waarop ze hun technieken toepasten. Drieëndertig jaar geleden verscheen zo het monumentale werk, The Year 2000, van Herman Kahn en Anthony Wiener, allebei vorsers van het Hudson Institute. Hoe ontwikkelt de wereld zich, sociaal, technologisch en economisch?, vroegen de auteurs zich af. Ze onderzochten de voorspelbare trends en de mogelijkheid van trendbrekende verrassingen, en gaven dan met curven en tabellen aannemelijke antwoorden. Voor de wereldbevolking in het jaar 2000 berekenden ze het totale aantal op 6,4 miljard. (Op dat ogenblik bedroeg het aantal nog 3,3 miljard) De komst van de zes miljardste wereldburger werd, zoals men zich herinnert, enkele weken geleden gevierd. Die gebeurtenis was dus vrij goed op schema. Gewaagder was de lijst technologische vernieuwingen die Kahn en Wiener in het vooruitzicht stelden. Nee, van het massaal gebruik van luchtkussenvoertuigen of batterijen met grote opslagcapaciteit is niet veel terechtgekomen, evenmin als van de langdurige invriezing van mensen, de directe prikkeling van de hersenen voor communicaties, bemande bases op de maan en op de zeebodem, of chemische methoden ter verbetering van de intelligentie, zoals de auteurs allemaal "zeer waarschijnlijk" hebben geacht. Over het algemeen hebben ze de mogelijkheden van de ruimtevaart en van de nucleaire technologie overschat en die van de informatietechnologie onderschat. Maar jawel, de genetische manipulatie van planten en dieren hebben ze zien aankomen, en ook de elektronische bankverrichtingen, wereldwijde communicatienetwerken, en de "onmiddellijke toegang van individuen tot de informatie die hen interesseert door middel van rekeneenheden met hoge snelheid". Internet dus. Maar zoals de dromers, konden de wetenschappers maar voorspellen wat in aanleg al bestond. De toekomst zelf volgt haar eigen ingevingen. En welke bochten zal zij verder nemen nu het symbool van het futurisme, dat van de ouderwetsheid is geworden?Gerard Bodifée