De eigentijdse en de nieuwe geschiedenis krijgen aandacht in (ver)nieuw(d)e tijdschriften.
...

De eigentijdse en de nieuwe geschiedenis krijgen aandacht in (ver)nieuw(d)e tijdschriften.Zelfs academici worden kieskeurig als het op de verzorging van hun tijdschriften aankomt. Die bladen dragen soms nog wat saaie (zij het des te duidelijker) namen, maar zelfs de nieuwe Bijdragen tot de Eigentijdse Geschiedenis (BEG) afficheert zich prominent als een ?geïllustreerd tijdschrift? het oog wil kennelijk ook wat. Een beetje veel zelfs ; een auteur kan geen terloopse opmerking maken over de grote zaagbek, of, hop, daar wordt een tekening van dat beest uit het Grote Waterwildboek gereproduceerd. Dit zeer verzorgde, lijvige en degelijke tijdschrift wordt gepubliceerd door het Studiecentrum Oorlog en Hedendaagse Maatschappij (Soma), de nieuwe naam van het Navorsings- en Studiecentrum voor de Geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog. De naamsverandering weerspiegelt een gewijzigde wetenschappelijke optiek. De Tweede Wereldoorlog wordt niet langer gezien als een fundamentele breuk in de (Belgische) geschiedenis ; veeleer moet, aldus hoofdredacteur Rudi van Doorslaer en Soma-directeur José Gotovitch, de twintigste eeuw in haar geheel worden beschouwd. De BEG zullen zich meer bepaald toeleggen op de geschiedenis van België sinds de Eerste Wereldoorlog. Het inzicht is zonder meer correct, maar de wijziging in het actieterrein van het Soma heeft ongetwijfeld nog andere redenen. Vooreerst was het werkveld van het vroegere centrum specifiek gericht op de oorlog omwille van de uitzonderlijkheid van het fenomeen zelf. Het centrum had een wetenschappelijke opdracht, maar de bestaansreden ervan had duidelijk ook te maken met het traumatische karakter van de oorlog. Dat verzetsorganisaties een rol speelden in het beheer van het centrum, illustreerde dat. Ten tweede, toen het centrum in de jaren zestig van start ging, vormde de oorlog een haast absolute breuklijn, ook in de publieke perceptie. En wat daarop volgde, kon nauwelijks een voorwerp van historisch onderzoek zijn. Dat was nauwelijks veredelde actualiteit en dus een zorg voor de journalistiek. Die visie had ook te maken met problemen inzake bronnen en methodologie en met een academische koudwatervrees om zich in te laten met ?delicaat? geachte want politiek toen nog altijd omstreden thema's zoals de Koningskwestie. Veel van die koudwatervrees is ondertussen verdampt. En er gingen vooral weer een paar decennia overheen, er ging nog meer geschiedenis overheen liggen. Daardoor verloor de herinnering aan de oorlog en zijn nasleep in het collectieve geheugen zijn dominantie en zijn scherpte. Wie recul behoeft, krijgt die van de tijd zelf cadeau. AANDACHT VOOR CULTUURZeer veel licentieverhandelingen die tegenwoordig aan de universiteiten worden geschreven, behandelen net de eigentijdse (of ?contemporaine?), ook naoorlogse geschiedenis. Ze vormen een potentieel rijk reservoir van bijdragen voor de BEG. Daarmee zal dit blad vast in concurrentie treden met het aloude, interuniversitaire Belgisch Tijdschrift voor Nieuwste Geschiedenis (BTNG), dat met de vorige jaargang ook een grondige (en geslaagde) vormelijke face-lift onderging. In de klassieke periodisering van het verleden is de eigentijdse geschiedenis (de tijd sinds 1914) immers een onderdeel van de nieuwste geschiedenis (de periode sinds 1789). En in het jongste nummer van het BTNG ligt de nadruk inderdaad op de 19de eeuw. Toeval ? Opvallend is dat de BEG zich in een redactioneel statement wil wijden aan het eigentijdse verleden van België ?en zijn culturen?. Het is niet zeer duidelijk wat dit betekent, maar de toevoeging illustreert in alle geval het groeiende belang van culturele en menswetenschappelijke thema's in de historiografie, waar tevoren traditioneel de nadruk lag op de politieke en de sociaal-economische geschiedenis. Typisch is dat in de recensie-rubriek van de BEG eerst de thema's biografie, cultuur en migratie worden behandeld vooraleer de politiek aandacht krijgt. Ook in het BTNG wegen de traditionele onderzoeksvelden niet meer zo zwaar door en tekent zich een bescheiden verschuiving af naar sociaal-culturele onderwerpen (het ontstaan van de telegrafie, echtscheiding en abortus). Nog explicieter is deze tendens in een ander nieuw historisch (en ook al uitbundig geïllustreerd) blad. Het ?tijdschrift voor de geschiedenis van de sociale bewegingen? draagt de poëtische titel Brood & Rozen en is een publicatie van het Archief en Museum van de Socialistische Arbeidersbeweging in Gent. De drijvende kracht erachter was de helaas onlangs overleden Guy Vanschoenbeek. De titel van het blad verwijst naar de Amerikaanse sociale geschiedenis, toen tijdens een textielstaking in 1912 niet alleen ?brood? werd geëist, maar roses too. Rozen representeerden de behoefte aan levenskwaliteit, aan cultuur. Het recentste, tweede nummer van Brood & Rozen werd trouwens gewijd aan het thema ?arbeiderscultuur?, met een breedvoerig inleidend essay van Vanschoenbeek, gevolgd door bijdragen over Emile Verhaeren en Cyriel Buysse. Een curieus verschil is evenwel dat de BEG en het BTNG zich even uitdrukkelijk als traditioneel als Belgisch affirmeren. Beide bladen hebben trouwens ook een Franstalige titel en bevatten artikels in de twee landstalen. Daarvan is geen sprake in Brood & Rozen ; het enige anderstalige artikel is in het Engels en het blad stelt zelfs expliciet dat het ?aanknoopt bij de Grootnederlandse traditie in de sociaal-democratie?. Marc Reynebeau Bijdragen tot de Eigentijdse Geschiedenis, 800 fr. per nummer, 1200 fr. per jaar (2 nummers) ; adres : Résidence Palace, Wetstraat 155, bus 2, 1040 Brussel.Belgisch Tijdschrift voor Nieuwe Geschiedenis, 1400 fr. per jaar ; adres : Blandijnberg 2, 9000 Gent.Brood & Rozen, 150 fr. per nummer ; adres : Bagattenstraat 174, 9000 Gent.Staking in 1912 : en rozen ook.