De liefhebber die ambieert het volledige culturele veld te volgen, zit al eens met de handen in het haar. Het aanbod aan film, dans, literatuur, muziek, tentoonstellingen... is zo overweldigend dat de cultuuromnivoor zich elke dag van de week de buik vol kan eten. Het Vlaamse theater vormt daarop geen uitzondering. Tussen 1 september en 31 december 2005 waren 92 structureel gesubsidieerde producties te zien en 31 daarvan waren nieuwe creaties. Met de weinige recul die vier maanden terugblik bieden en zonder aanspraak te maken op volledigheid, registreerde de theaterliefhebber van Knack enkele tendensen en verschuivingen binnen het copieuze aanbod.
...

De liefhebber die ambieert het volledige culturele veld te volgen, zit al eens met de handen in het haar. Het aanbod aan film, dans, literatuur, muziek, tentoonstellingen... is zo overweldigend dat de cultuuromnivoor zich elke dag van de week de buik vol kan eten. Het Vlaamse theater vormt daarop geen uitzondering. Tussen 1 september en 31 december 2005 waren 92 structureel gesubsidieerde producties te zien en 31 daarvan waren nieuwe creaties. Met de weinige recul die vier maanden terugblik bieden en zonder aanspraak te maken op volledigheid, registreerde de theaterliefhebber van Knack enkele tendensen en verschuivingen binnen het copieuze aanbod. De theaterliefhebber die een portie wereldproza wil meepikken, kan dat tegenwoordig doen zonder een bladzijde om te draaien. Op geregelde tijdstippen een schouwburg binnenlopen volstaat. Steeds vaker zijn romans het uitgangspunt voor theaterbewerkingen. Door zich in romans of novellen vast te bijten, maken theatermakers zichzelf het leven knap lastig. Toneel beantwoordt aan andere wetmatigheden dan proza, en een tekst tot een speelbare partituur omwerken, vraagt talent en stielkennis. In de beste gevallen verrijkt de taal van de roman het theater zonder dat daarbij afbreuk wordt gedaan aan de eigenheid van een van beide disciplines. NTGent opende zijn eerste seizoen onder regisseur Johan Simons met De asielzoeker, een bewerking van de roman van Arnon Grunberg. De liefhebber zag een man (Wim Opbrouck, genomineerd voor de prestigieuze Louis d'Or) en vrouw (Elsie de Brauw) op scène, deinend op een luchtmatras. Zij begint een zin, hij vult haar aan, zij zegt, hij herhaalt en wiegt haar woorden met haar lichaam heen en weer. Een ondersteuning in beweging en woord als de ultieme liefdesverklaring. Twee maanden later dezelfde schouwburg: Simons regisseerde er Platform naar de gelijknamige roman van Michel Houellebecq. De liefhebber zag een man (Steven van Watermeulen) en een vrouw (Els Dottermans). Aanvankelijk spreken ze in monologen tegen het publiek en zo tot elkaar. Hij zegt: 'Ik dacht aan haar geslacht.' Zij zegt: 'Hij wist niks te zeggen.' De personages spraken een dubbele taal: de taal waarmee ze denken over de wereld en de taal waarmee ze spreken tegen die wereld. In maart dit jaar pakt Simons een derde keer uit met een roman, Foe van Nobelprijswinnaar J.M. Coetzee. Ook andere theaterhuizen tonen zich gretige afnemers van prozateksten. Het Toneelhuis/Rotheater toerde met Bezonken rood, naar de roman van Jeroen Brouwers. Dit stuk in een meesterlijke regie van Guy Cassiers werd geselecteerd voor het Theaterfestival. Theater Malpertuis uit Tielt speelde Totterdood van Amos Oz en herneemt later op het seizoen het intimistische Gloed van de Hongaarse romanschrijver Sándor Márai. In Kortrijk opende Antigone vrij tam met Geliefd monster van de Spanjaard Javier Tomeo. Minder opgemerkte producties waren Een ontgoocheling, de Elsschot-bewerking die Herman Verbeeck in oktober bracht en Tine Ruysschaerts herneming van Wit is altijd schoon, naar de novelle van Leo Pleysier. Tegelijkertijd met de stap naar reverse novelisation van de theaterhuizen, valt ter hoogte van het schrijversspectrum, de toeleveraars van de toneelteksten dus, merkwaardig genoeg een tegenstrijdige tendens waar te nemen. Regisseurs en artistieke leiders hebben lange tijd steen en been geklaagd dat Vlaanderen geen rasechte toneelauteurs had. De Heilige Drievuldigheid Herman Teirlinck, Hugo Claus en Walter van den Broeck buiten beschouwing latend, kan dat kloppen, maar die bewering snijdt allang geen hout meer. Tom Lanoye, Pieter De Buysser, Jeroen Olyslaegers, Paul Mennes, Christophe Vekeman, Stefan Hertmans en Peter Verhelst hebben zich op het theater gestort. Laat dat nu schrijvers zijn die komen overgeroeid van de andere kant van het water en wier corebusiness ooit de roman of de poëzie was. Het minste dat je kunt zeggen is dat binnen het artistieke veld de creatielogica van auteurs en regisseur-makers niet altijd op elkaar is afgestemd. Simons van NTGent ziet het niet zo zwart-wit. Voor hem geen leuze als 'schoenmaker, blijf bij je leest', maar de 'schoenmaker leest'. 'De vraag is niet "is er nog voldoende interessante theaterliteratuur". Het gaat om de verrijking van het idioom,' vindt Simons, 'anders kun je je evengoed afvragen waarom je multimedia gebruikt of interdisciplinair werkt? Bij een theatertekst krijg je maar het tipje van de ijsberg te zien, het voordeel aan een roman is dat je de hele berg voor je hebt: het beeld is completer.' Een verrijking of verarming: feit is dat het theater steeds vaker zijn woorden zoekt bij de roman en als woorden tekortschieten, is er nog altijd het beeld. De liefhebber stond om vijf uur 's morgens in wat op dat vroege uur wellicht de enige open snackbar van Borgerhout was. Hij was niet alleen. Samen met veertig andere liefhebbers had hij een theaterticket betaald om naar het ochtendgloren te zien: dat had hij nooit eerder gedaan. Of althans zo had hij het nog nooit bekeken. Het blauwe uur van de jonge Nederlandse theatermaakster Lotte van den Berg (Het Toneelhuis/HETPALEIS) nam de toeschouwers mee op een ochtendlijke wandeling en liet hen plaatsnemen op houten krukjes in een ontwakende straat. Een man vertrok naar zijn werk, een oud vrouwtje keek of de krant al in de bus zat, ergens klepperde een keukenkast en pruttelde een oud koffiezetapparaat. De liefhebber had er het raden naar wat gespeeld was en wat echt. Theater is een andere manier om naar de werkelijkheid te kijken, met de microscoop of macroscoop, met precisie of juist verstoord. Theatermaker Peter De Graef, die de jongerenproductie Marianne, een koningsdrama! bij HETPALEIS regisseerde, definieerde theater als: 'Net zoals de wiskunde iets zegt over de meetbaarheid van de werkelijkheid, is theater een mededeling van de werkelijkheid van de ziel.' Lotte van den Berg keerde zijn woorden om en toonde de ziel van de werkelijkheid. Wanneer het oude vrouwtje tot tweemaal toe de krant zoekt en ten slotte met een gieter buitenkomt om niet alleen haar voortuintje maar ook de overige bloemen in de straat water te geven, zegt dat zoveel meer dan een ellenlange monoloog over oud worden en eenzaamheid zou kunnen doen. Kris Verdonck bracht bij Het Toneelhuis met II installatietheater op de grens van beeldende kunst. Benjamin Verdonck en Bernard Van Eeghem verkenden met respectievelijk Wewillivestorm (Nieuwpoorttheater) en If not for you (kc Buda) het eigen verleden aan de hand van de anekdotiek van het beeldende object. Het Mechelse theatercollectief Abattoir fermé vroeg het zich twee jaar geleden af na Galapagos, een stuk dat vol sterke filmische beelden zat: hoeveel krachtiger zou het niet zijn een nagenoeg woordeloze voorstelling te maken? Het antwoord kwam dit najaar met Moe maar op en dolend: een voorstelling bestaande uit rauwe tableaux vivants, geruggensteund door een soundscape. De lonesome cowboy gezeten aan een tafel in een clair-obscur waaraan Goya zich verlekkerd zou hebben, het meisje dat gemodelleerd wordt tot een landschap van klei, een verkrachting waarbij enkel een naakte schreeuwende vrouw over de scène kronkelt. Als woorden tekortschieten, dan bijt het beeld. Ook Toneelgroep Ceremonia, die met Au nom du père een grote zaalproductie maakte bij Het Toneelhuis, speelde eerst met het idee om het zonder tekst te doen. Daar hadden regisseur Eric De Volder en co. misschien beter aan gedaan, want de woordeloze eindscène waarbij een poppenkoppel een zelfmoordmaal krijgt voorgeschoteld, was een bijzonder aangrijpend beeld. Bij de meest heftige emoties, schieten woorden tekort. De Nederlandse Abke Haring studeerde aan Herman Teirlinck en kwam zo terecht bij Het Antwerpse Toneelhuis. Het collectief Jonghollandia verhuisde met Simons mee naar NTGent en doopte zich om tot Wunderbaum. 'Een Hollandse coup', zo schreeuwden enkele Gentse puristen, die met 'slechts' zeven Vlamingen in het negentienkoppige NTGent-ensemble het schrikbeeld van een Hollands Toneel Gent voor hun ogen zagen opdoemen. Ook bij het Toneelhuis, waar Josse De Pauw het bed warm houdt voor Antwerpenaar Guy Cassiers, die volgend seizoen aantreedt als artistiek leider, struinen nogal wat bovenburen rond. Daar spelen in het vaste gezelschap drie Noord-Nederlandse acteurs (het jaarcontract van Lotte van den Berg als regisseur niet meegerekend), tegenover vier Vlaamse. KVS is het enige stadstheater dat dit seizoen geen Nederlandse acteurs op de loonlijst heeft staan. De Hollandse aanwezigheid op Vlaamse podia was niet altijd een schot in de roos. Met de muziektheatervoorstelling De Zwaluw leverden de Nederlandse acteur Tom Jansen en Vlaams componist Jan Kuijken van Het muziek Lod koppijntheater af. De brochure verkondigt dat de scenografie als installatie (Dirk Boutkan) bedoeld was. Het air van filosofische diepgang dat het stuk zich aanmat, was misplaatst. Het stuk eindigde met vijf revolverschoten, zonder duidelijk effect. Bij Dood Paard stond Shakespeare in de aanbieding. Het devies van elke discount is 'Massa is kassa', dus trokken de Amsterdammers met de hele zwik, heel toepasselijk 'Shakespeare Stock' genaamd, de grens over. Vier op een rij, waarvan de liefhebber er twee onderging. J. C. en Coriolanus begonnen dansant, terwijl het publiek de zaal binnenliep en muziek door de luidsprekers dreunde. Bij de beide interpretaties gingen de decibelmeters constant in het rood en was de bewegingspartituur zo chaotisch, dat het beeld van hormonentieners die van jetje geven op het jaarlijks schooltoneel nooit ver weg was. De tekst was herschreven in een turbotaaltje en werd afgehaspeld. De liefhebber zat samen met een andere liefhebber in een aluminium cilinder in NTGent. In deze 'Philipotte van Belle'-denktank bezonnen ze zich over het begrip 'Groot-Nederlandse culturele identiteit'. Welke waardevolle zaken moeten worden bewaard voor ons nageslacht? dEUS of Marco Borsato? Welke morele waarde representeert het duidelijkst onze Groot-Nederlandse identiteit? De denktank van Wunderbaum/NTGent was een reactie op de Marnix van Sint-Aldegonde-denktank, opgericht door politici Hilbrand Nawijn en Filip Dewinter. In tegenstelling tot die rechtse denktank, die op het landgoed van wijlen Pim Fortuyn vooral wat keuvelde over Groot-Nederland bij een Bourgondische maaltijd, wilden ze in Gent concrete resultaten. Maar ook Philipotte kon dat niet ten volle waarmaken. Naast het begrip 'Groot-Nederlands' nam het theater ook de Vlaamse en nationale ik onder de loep, want er werden heel wat eigentijdse 'history plays' opgevoerd. KVS gaf het voorbeeld met een herneming van Het leven en de werken van Leopold II. In NTGent komt Martens, een actueel koningsdrama eraan. In Antwerpen liep de zoektocht uit op een kastijding van het Vlaams Belang in Borms, de musical van De Zwarte Komedie. Het hoofdpersonage Borms mengde zich nog even onder de levenden en gaf kompaan Filip Dewinter lessen in fascisme. Het stuk miste helaas scherpte en snedigheid in zijn poging om activisme en collaboratie onder vuur te nemen. Nog droeviger gesteld was het in Raamtheater met De nacht leek wel een verzinsel. Daarin worden leven, lijden en lusten van de edelfascist en politieke windhaan Joris Van Severen opgevoerd. Dit praatstuk implodeerde onder het gewicht van te veel verhaallijnen, een stagnerende plot, uitleggerigheid en geaffecteerd spel. Regisseur Walter Tillemans kon geen kant op met de slappe tekst van Bruno De Vuyst. De KVS bezon zich over zijn culturele identiteit en plaats in het Vlaamse landschap. In Baraque Frituur, een coproductie met het Brusselse gezelschap Action Malaise, hekelde regisseur-tekstschrijver Ivan Vrambout stereotypen als de luie Waal en de racistische Vlaming maar raakte daarbij niet veel verder dan een opeenstapeling van die clichés. Na het succesvolle De Leeuw van Vlaanderen, waarin regisseur Chokri Ben Chika focuste op zijn naar Blankenberge geïmmigreerde Tunesische vader, verpersoonlijkte Ben Chikha de clash tussen de Arabische en de westerse cultuur met een ode aan de moeders in zijn leven. In het bruisende danstheaterstuk OLV Van Vlaanderen, een coproductie van Union Suspecte en KVS, stelde hij zijn Poolse katholieke buurvrouw en zijn biologische moslimmoeder centraal. Hoewel politieke thema's en figuren niet werden geschuwd in het theater, vonden de politieke stellingen vooral plaats naast het podium. De liefhebber vond bij de première van OLV van Vlaanderen aan de ingang van het Brusselse stadstheater zijn weg versperd door aan de ene kant een politiekordon in gevechtskleding en aan de andere kant een vijftigtal Marialiederen zingende conservatieve christenen en rechtse aanhangers. Deze voelden zich in hun eer aangetast door de affiche waarop een allochtone Madonna te zien was met kindeke Jezus aan haar ontblote borst. De inhoud van het stuk, niemand had de voorstelling al gezien, stond niet ter discussie. De liefhebber zat op een regenachtige herfstavond in een lounge. Om preciezer te zijn in de Amsterdamse stadsschouwburg die ter gelegenheid van het toneelstuk Perfect Wedding van Toneelgroep Amsterdam tot een lounge was omgebouwd. Het was niet het eerste huwelijksfeest waarop de liefhebber te gast was. In Gent had theaterhuis Victoria al een echte bruiloft georganiseerd en Victoria Deluxe en NTGent hadden een multicultureel huwelijk in scène gezet in het kader van het Festival van Vlaanderen. Het Limburgse De Queeste focuste op multiculturele liefdes met Biz Kolderbos, en in CC Genk was De lege cel naar het jeugdboek van René Swartenbroekx te zien. Love was in the air, indeed. Politieke thema's en maatschappelijk debat werden teruggebracht in de schoot van het gezin, de familie, de relatie. Met De asielzoeker en Platform koos NTGent voor twee romanbewerkingen met een politieke lading. Regisseur Simons focuste op het liefdesverhaal. Het leverde tweemaal sterk geacteerd en ontroerend theater op, maar de vraag waarom de harde politieke uitspraken uit de roman verdoezeld werden, blijft bestaan. Dit in weerwil van wat Simons zelf beoogt: 'Ik voel me verantwoordelijk voor mijn gezin en mijn gezelschap, maar ook voor hetgeen "daar buiten" momenteel aan de gang is. Daar moeten we toch durven over praten in het theater? Wat moeten we anders brengen? Liefdesverhaaltjes? Ik hoop dat we toch wel meer te vertellen hebben dan dat', vindt Simons. Het was een kritiek die hij ook al formuleerde naar aanleiding van de huwelijkscyclus die Vlaming Ivo van Hove, regisseur en directeur van Toneelgroep Amsterdam, maakte. Een theatervierluik dat in het najaar werd afgerond met Perfect Wedding. In Perfect Wedding vormen de bruiloftsgasten een microversie van de moderne samenleving: met verschillende geaardheden, ideologieën en culturen. De moeder van de bruid heeft een minnaar, de vader heeft een vriend, de vader van de bruidegom had liever een Amerikaanse dikbil als eega in plaats van zijn ranke gesluierde besneden vrouw. Acteurs speelden er in vrouwenkleren, actrices in pak. De Vlaamse choreograaf Koen Augustijnen (Les Ballets C de la B) liet het bruiloftsfeest ontaarden in een dansspektakel met een knipoog naar West Side Story en Bollywood. Sari's en gouden lovertjes incluis. Was Perfect Wedding feelgoodtheater? Dat ook, maar vrijblijvend was het niet. Van Hove vertrekt vanuit de kleine biotoop om een groter verhaal te kunnen vertellen, Simons vertrekt vanuit het grotere verhaal en past dat toe op kleine menselijke schaal. Ergens in het midden van de wereld ontmoeten beide theaters elkaar. LIV LAVEYNE EN JAN DE SMET