De absolute leegte van het Belgische politieke leven werd vorige week nog eens treffend geïllustreerd door het mediagedruis rond de zogenaamde comeback van twee gewezen premiers.
...

De absolute leegte van het Belgische politieke leven werd vorige week nog eens treffend geïllustreerd door het mediagedruis rond de zogenaamde comeback van twee gewezen premiers. Het ging om de terugkeer van Guy Verhofstadt (Open VLD) en Yves Leterme (CD&V), twee politieke marketingproducten, maar bovenal twee politieke farceurs zonder voorgaande in de vaderlandse geschiedenis. Guy Verhofstadt vatte zijn triomftocht in de media aan met een debat onder vrienden in Gent. Hij kwam daar niet verder dan wat emotionele prietpraat over Europa, die niettemin in nogal wat bladen ruime weerklank kreeg. Waarna de oud-premier ook langs mocht in een avondlijk amusementsprogramma op de openbare omroep en daarna nog eens in een cultuurprogramma voor de gevorderde lezers van de boeketreeks. Het spreekt voor zich dat op geen enkel moment kritische vragen werden gesteld. Zeker niet over de financiële en communautaire ellende die Verhofstadt met acht jaar Paars aanrichtte in het federale koninkrijk, en vooral niet over de politiek gecorrumpeerde klasse die na die acht jaar Paars de Wetstraat bevolkt. Laat staan dat iemand een vraag zou stellen, zoals Ewald Pironet verderop in dit blad, bij de manier waarop Guy Verhofstadt het monopolie over de Belgische energiemarkt verkocht aan het Franse GDF Suez, in ruil voor een zogenaamd gouden aandeel in de Franse energiegroep. Die deal werd door zijn opvolger Yves Leterme nog eens blindweg geconsolideerd. Intussen heeft huidig premier Herman Van Rompuy (CD&V) in het parlement moeten bekennen dat er van een gouden aandeel geen sprake meer is en dat bijgevolg onze gas- en elektriciteitsprijzen in Parijs worden bepaald. Heeft de retour van Guy Verhofstadt iets pijnlijks, dan is de terugkeer van Yves Leterme op het politieke toneel, nog geen half jaar na zijn ontslag als premier, zonder meer verbijsterend. Verbijsterend is de ongerijmde uitleg van de gewezen premier over zijn ontslag als gevolg van de Fortisaffaire, zowel als zijn eigen kijk op zijn kortstondige premierschap. Door een brief te sturen naar de voorzitter van de Kamer van Volksvertegenwoordigers over aanwijzingen voor onoorbare contacten tussen kabinetsmedewerkers en magistraten die in het Fortisdossier optraden, heeft voorzitter Ghislain Londers van het Hof van Cassatie volgens Yves Leterme een ministaatsgreep gepleegd. De brief van voorzitter Londers was nochtans legitiem: hij steunde volledig op een brief van Leterme aan zijn partijgenoot en minister van Justitie Jo Vandeurzen, waarin de premier zelf repte van die hoogst ongewone contacten, onder meer tussen zijn kabinetsmedewerker en een betrokken magistraat. Aan de uitleg van Yves Leterme over zijn ontslag valt intussen geen touw meer vast te knopen. Nu eens beweert hij ontslag te hebben genomen om de waarheid naar boven te laten komen. Dan weer heet de tussenkomst van Londers geen ministaatsgreep meer, maar was de brief van de Cassatievoorzitter wel de aanleiding tot zijn ontslag. En dat ontslag was dan weer het resultaat van een politieke afrekening, georkestreerd door de Open VLD, 'die mijn vel wilde'. Het opmerkelijkste aan die zogenaamde comebackinterviews en radio- en tv-gesprekken is dat Yves Leterme zich geen rekenschap lijkt te geven van de nagenoeg uitzichtloze constitutionele crisis die hij - door zijn besluiteloosheid, door zijn gebrek aan een afgelijnd politiek project, kortom: door zijn politieke onkunde - heeft aangericht. De achterdocht en het wantrouwen die hij zelf in zijn coalitieregering heeft binnengebracht, hebben ertoe geleid dat hij nooit nog maar de indruk kon wekken dat hij de regeringszaak onder controle had. De afwikkeling van de bankencrisis, met de zaak-Fortis als dieptepunt, was een pijnlijke illustratie van die onmacht. Leterme gaat er nu van uit dat het premierschap hem toekomt. Want hij heeft, zo meent hij, dat mandaat gekregen van zijn 800.000 kiezers. Maar die voorkeurstemmen zijn lang geen proeve van politieke bekwaamheid. De partijen hebben de verkiezingen gereduceerd tot een populariteitspoll. Letermes voorkeurstemmen zijn dan ook niets meer dan het resultaat van de gigantische middelen die zijn partij, onder zijn feitelijke leiding, heeft ingezet om de federale populariteitspoll te winnen. Leterme heeft op geen enkel moment nog maar de indruk gegeven het premierschap aan te kunnen. Toch zegt hij er spijt van te hebben dat hij in december zijn ontslag heeft ingediend. Hij moet stilaan de enige zijn. door Rik Van Cauwelaert