'Het veroveren van de wereld, wat meestal neerkomt op het ontfutselen van grond aan mensen die een andere huidskleur of een wat plattere neus hebben dan de wereldveroveraars zelf, is op de keper beschouwd niet bepaald een fraaie zaak', mijmerde Joseph Conrad een eeuw geleden in de aanhef van zijn Congo-verhaal Hart der duisternis.
...

'Het veroveren van de wereld, wat meestal neerkomt op het ontfutselen van grond aan mensen die een andere huidskleur of een wat plattere neus hebben dan de wereldveroveraars zelf, is op de keper beschouwd niet bepaald een fraaie zaak', mijmerde Joseph Conrad een eeuw geleden in de aanhef van zijn Congo-verhaal Hart der duisternis. Edmund Dene Morel die met zijn Congo Reform Association een humanitaire campagne voerde tegen het bewind van Leopold II in de Congostaat, sprak al van 'de stinkende Congolese wonde'. Als we de jongste rapporten van Human Rights Watch mogen geloven is er sedert de dagen van Conrad en Morel in Congo weinig veranderd en is de barbaarse handelsagent Kurtz uit Hart der duisternis opnieuw aan het werk - al sjachert hij niet meer in ivoor maar in diamanten, koper, kobalt, coltan en goud. Na de verkrotting ingezet onder het Mobutu-regime zakt Congo nu weg in de complete chaos. Het bruto binnenlands product bedraagt geeneens 200 dollar per hoofd. President Joseph Kabila staat in de hoofdstad Kinshasa onder het militaire toezicht van Zimbabwanen en Angolezen en mag zich bezighouden met zijn snelle Italiaanse wagens. Volgens de meest terughoudende statistici kostte de nu vier jaar durende oorlog in Congo al aan meer dan twee miljoen mensen het leven - andere bronnen spreken over drie miljoen doden. In Oost-Congo sterft 35 procent van de zwaar ondervoede kinderen nog voor ze vijf jaar oud worden. Na zijn machtsgreep in 1997 moest Laurent-Désiré Kabila, vader van de huidige president, al wie hem politiek en militair had bijgestaan, Robert Mugabe van Zimbabwe, José Edouardo dos Santos van Angola, Paul Kagame van Rwanda en Yoweri Museveni van Uganda, meteen uitbetalen. De ene kreeg de exploitatie van de kopermijnen, een andere goud- en/of diamantconcessies. Gaandeweg werden de grenzen tussen Congo en buurlanden als Rwanda, Burundi en Uganda, vager. Net als in Congo is in geen van die buurlanden nog sprake van een staatsstructuur. De machthebbers in de Centraal-Afrikaanse landen werden niet door het volk gekozen, maar geïnstalleerd door buitenlandse, veelal westerse mogendheden. Een kleine groep leeft er in ongehoorde luxe. De rest van de bevolking moet in onmenselijke omstandigheden zien te overleven. Alle vredesakkoorden ten spijt onderhouden die potentaten in Congo zogenaamde rebellenbewegingen die geen andere opdracht hebben dan toezicht te houden op hun zakelijke belangen. Met de exploitatierechten op de bodemschatten als inzet, geven krijgsheren als waren ze feodale baronnen elkaar op de meest brutale wijze partij en voeren over de lokale bevolking een schrikbewind dat de rubberterreur van weleer overstijgt. Intussen wachten veilig in Brussel, New York, Londen of Johannesburg de zakenlui en traders - de 21ste-eeuwse collega's van Albert Thys, directeur van de Société Anonyme Belge pour le Commerce du Haut Congo waar Conrad emplooi vond. Zij wachten op de definitieve beslechting van al die oorlogen om nieuwe handelsposten uit te zetten. Want een terugkeer naar het oude Afrika van de comptoirs komt ze erg voordelig uit. Enige tijd geleden stuurden de Verenigde Naties een voor het gebied onooglijke vredesmacht naar Congo die zich evenwel moet beperken tot de rol van waarnemer. Op geen enkel moment mogen de VN-soldaten tussenbeide komen als rebellenbewegingen of legereenheden moordend en plunderend door het land trekken. Daarom bestoken hulporganisaties en missionarissen momenteel voorzitter Romano Prodi van de Europese Commissie met bedes om deze menselijke catastrofe te helpen afwenden. Doch zowel in Brussel als in New York nemen ze hun tijd. Vorige week deponeerde de Egyptische diplomaat Mahmoud Kassem het jongste rapport van het onderzoek naar de plunderingen van de grondstoffen in Congo bij de leden van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. Waarop de vergadering prompt de bespreking van het rapport voor onbepaalde duur verdaagde. Het rapport dat Kassem aan de VN-Veiligheidsraad voorlegde is al het derde op rij. En net als in de vorige verslagen maken verschillende clans, Antwerpse diamanttraders en mijnbouwers die nu eens aansluiten bij het Zimbabwaanse dan weer bij het Congolese kamp, van deze gelegenheid gebruik om persoonlijke en zakelijke rekeningen te vereffenen. Dat wordt ze mogelijk gemaakt omdat de VN-vertegenwoordigers zich zelden buiten Kinshasa wagen alwaar ze met hun vorstelijke salarissen goede sier maken en met hun dure jeeps door de stad schuiven. De toestanden ter plekke gaan opmeten, wat je van zo'n VN-missie zou mogen verwachten, is te gevaarlijk. Bijgevolg zijn de rapporten van de VN-vertegenwoordigers overvloedig gelardeerd met verslagen uit de tweede en derde hand. Op de talloze onvolkomenheden in hun verslagen worden ze door de beschuldigde partijen keer op keer aangevallen. En terwijl de leden van de Veiligheidsraad in New York en de Europese Commissie in Brussel nadenken over wat ze met die onheilsrapporten zullen aanvangen blijft in Congo 'de gruwel', waarover de stervende Kurtz ijlde, voortduren. Alleen, in de tijd van Conrad was er nog hoop. Rik Van Cauwelaert