Het was een bevreemdend beeld: meer dan een miljoen Turken die begin augustus op straat kwamen om hun president een hart onder de riem te steken. Na de mislukte coup die het leger in juli tegen hem pleegde, kon Recep Tayyip Erdogan die steun goed gebruiken. Zelfs de oppositie betuigde haar steun. Het is geruststellend dat zo veel mensen zich verzetten tegen een staatsgreep van het leger, maar de opkomst maakte eens te meer duidelijk hoe populair Erdogan in eigen land is. Op een moment dat steeds meer Europeanen zich afkeren van zijn autoritaire politiek is dat moeilijk te begrijpen. Of net wel?
...

Het was een bevreemdend beeld: meer dan een miljoen Turken die begin augustus op straat kwamen om hun president een hart onder de riem te steken. Na de mislukte coup die het leger in juli tegen hem pleegde, kon Recep Tayyip Erdogan die steun goed gebruiken. Zelfs de oppositie betuigde haar steun. Het is geruststellend dat zo veel mensen zich verzetten tegen een staatsgreep van het leger, maar de opkomst maakte eens te meer duidelijk hoe populair Erdogan in eigen land is. Op een moment dat steeds meer Europeanen zich afkeren van zijn autoritaire politiek is dat moeilijk te begrijpen. Of net wel? Erdogan is lang niet de enige regeringsleider met autoritaire trekjes. Twee weken geleden stemde 61 procent van de Thaise bevolking in met een nieuwe grondwet die van het land een militaire dictatuur maakt. Met Rodrigo Durerte verkozen de Filipijnen eind juni nog een leider die campagne voerde met de belofte zich niets aan te trekken van mensenrechten. In Rusland heeft Vladimir Poetin elke vorm van liberale oppositie uitgeschakeld, de media in handen genomen en een nabijgelegen schiereiland ingelijfd. De Arabische Lente is al jaren geleden omgeslagen in een barre herfst. In Egypte nam een generaal de leiding die meer gelijkenissen vertoont met Hosni Moebarak dan het optimisme van de Egyptische jeugd kon verdragen. In de jaren negentig leken nochtans alle dictators die nog in dienst waren op hun laatste benen te lopen. De Sovjetunie en de Latijns-Amerikaanse junta's waren in elkaar geklapt, en het bloedbad op het Tiananmenplein leek zelfs het begin van het einde van de Chinese eenpartijstaat te worden. Autoritaire regimes, zo wisten veel politicologen, waren relicten uit het verleden. Hun bevolking zou weldra de democratie omarmen en de landen zouden zich fluks omvormen tot liberale democratieën naar West-Europees model. Vandaag gebeurt net het omgekeerde. De democraten zijn aan zichzelf beginnen te twijfelen. Het draagvlak voor democratie brokkelt al jarenlang af, de Europese Unie brengt niet wat de stichters ervan hadden verhoopt, en in de Verenigde Staten tart Donald Trump de democratische beginselen. Sinds het begin van de eeuw is de opmars van het aantal democratieën wereldwijd haast stilgevallen. Dictators zijn slimmer geworden, en lijken in nog weinig op de meedogenloze tirannen in sepia uit de geschiedenisboeken. De tijd waarin dictators elke vermoede sta-in-de-weg én zijn uitgebreide familie uitroeiden, en verkiezingen - als ze al de moeite namen om die te organiseren - wonnen met 99,9 procent van de stemmen, is voorbij. 'Woorden zijn prima, maar musketten werken beter', een zegswijze die door Benito Mussolini werd gemunt, is een uitspraak waar maar weinig autoritaire leiders vandaag op kunnen worden betrapt. Het is vandaag bijna onmogelijk om brutaal op te treden zonder daar op het wereldtoneel op aangesproken te worden. Uit een database van de Wereldbank blijkt dat in 1975 22 procent van de niet-democratieën zich schuldig maakte aan massamoorden. In 2012 was dat nauwelijks 6 procent. 'Het moet allemaal een stuk subtieler', zegt Marlies Glasius, autoritarisme-expert aan de Universiteit van Amsterdam. 'Het totalitaire idee van een staat die alle informatie controleert en zijn burgers niet loslaat, zoals George Orwell het beschreef, hebben dictators allang opgegeven. Met uitzondering van het Noord-Korea van Kim Jung-un bestaan er vandaag geen totalitaire regimes meer.' Evert van der Zweerde, politiek filosoof aan de Radboud Universiteit Nijmegen, heeft het over smart dictators. 'Hedendaagse autocraten zijn pragmatisch', zegt Van der Zweerde. 'Ze hebben geen echte ideologische agenda.' Dictators met imperialistische ambities zoals Adolf Hitler zijn een uitgestorven ras. Autoritaire regimes prenten hun publiek nog altijd strakke voorschriften in, maar eisen in realiteit nauwelijks ideologische orthodoxie. Iran is in naam een theocratie, maar in de privésfeer worden alcohol en voorhuwelijkse betrekkingen oogluikend toegestaan. In Rusland fulmineert het regime tegen het decadente Westen, maar de burgers zijn vrij om door Europa te reizen en er zich aan het verderf over te geven. Hedendaagse autocraten zijn oprecht bekommerd om hun populariteit. 'Het is voor ons misschien moeilijk voor te stellen,' zegt Van der Zweerde, 'maar leiders zoals Xi, Poetin en Erdogan zijn echt populair in eigen land. Zelfs als ze de verkiezingen niet zouden vervalsen, zouden ze nog de meeste stemmen krijgen.' Volgens de laatste poll van het onafhankelijke peilingsbureau Levada Center zegt maar liefst 82 procent van de Russen president Poetin te steunen. Sinds het aantreden van de oud-KGB'er is het gemiddelde beschikbare inkomen verviervoudigd. De werkloosheid is gehalveerd, en zeker in zijn eerste jaren zorgde Poetin voor grote investeringen in onderwijs en gezondheidszorg. Met de annexatie van de Krim gaf hij zijn regime een imperialistische uitstraling en het Russische volk zijn trots terug. Net zoals zijn Turkse collega Erdogan zet Poetin nadrukkelijk in op traditionele waarden zoals religie en gezin. Nu de vette economische jaren voorbij zijn, predikt Poetin stabilnost: economische stabiliteit, politieke continuïteit en vooral geen fratsen zoals eerlijke verkiezingen. Dat slaat aan, en die hang naar stabiliteit verklaart ook waarom zelfs een autoritaire leider zoals Abdul Fatah al-Sisi steun heeft bij een groot deel van de Egyptische bevolking. Hoewel ze in 2011 lijf en leden riskeerde om de verfoeide Hosni Moebarak te verdrijven, wordt ze nu geleid door een ex-generaal die de duimschroeven zo mogelijk nog harder aandraait. 'Het is een terugkerend probleem bij revoluties', zegt arabist Chams Eddine Zaougui, die met Dictators, een Arabische geschiedenis weldra een boek publiceert waarin hij de Arabische dictaturen uitgebreid analyseert. 'Revoluties zijn zodanig hevig en gewelddadig dat burgers snel weer verlangen naar law-and-order. Daar heeft Sisi slim op ingespeeld', zegt Zaougui. 'Eigenlijk kun je hem nog het best vergelijken met Napoleon. Net als Napoleon hult Sisi zich met de mantel van de revolutie, terwijl hij de facto een absolutistisch regime voert.' Daarnaast worden dictators steeds beter in het verfijnen van hun beleid. Soepelheid is veruit de belangrijkste eigenschap van succesvolle dictaturen. De Amerikaanse auteur William J. Dobson noemt het 'de leercurve van de dictator'. Vooral in China heeft het regime zich geperfectioneerd in het oppikken van signalen van de bevolking. De Chinese leiders, die ongeveer elk decennium door de Communistische Partij worden gewisseld, presenteren zich als technocraten die goed bestuur voorstaan. 'Autocratische regimes leren voortdurend van elkaar', zegt Marlies Glasius. Ze geeft het voorbeeld van de Russische ngo-wet, die mensenrechtenorganisaties verbiedt om geld uit het buitenland te ontvangen. 'Rusland heeft grote delen van de ngo-wet letterlijk overgenomen uit Kazachstan en Oezbekistan, die al eerder zo'n wetgeving hadden. Tussen de Golfstaten wordt net zogoed knowhow uitgewisseld.' De meest succesvolle regimes slagen er zelfs in de machtsoverdracht te regelen. Machtsoverdracht is de klassieke achilleshiel van elke dictatuur. Waar een wissel in liberale democratieën geregeld wordt door verkiezingen, breekt binnen autoritaire regimes vrijwel altijd een machtsstrijd uit, die niet zelden eindigt in bloedvergieten. 'En dus zal elke verstandige charismatische leider proberen om zijn macht te institutionaliseren', zegt Glasius. 'Ze bouwen een partijsysteem om zich heen dat hun macht verankert. Dat is enorm succesvol in een land als China, maar ook Poetin en Erdogan zijn erin geslaagd hun persoonlijke macht te organiseren in de partij.' Het is een moeilijke evenwichtsoefening, erkent Glasius, want een partijsysteem zorgt altijd voor troonpretendenten, en daar zijn autocraten natuurlijk allergisch aan. 'Maar het is natuurlijk dé manier om een elite aan je te binden. Het moet interessant zijn voor twintigers om zich bij het regime aan te sluiten. Als een autocraat het goed aanpakt, is dat een van de slimste manieren om zijn positie te versterken.' Naast flexibiliteit is een groeiende economie een prioriteit voor elke succesvolle autocraat. China is daarbij een lichtend voorbeeld. Want hoewel het idee van een planeconomie meestal naar de prullenmand wordt verwezen met een verwijzing naar Noord-Korea, slaagt de Chinese overheid erin met harde hand de economie aan te jagen. 'China houdt de regie in handen met onder andere staatsbanken, maar stelt zich verder heel pragmatisch op', zegt econoom Bruno Merlevede van de UGent. 'Vanaf de jaren zeventig gingen de Chinezen op zoek naar een systeem dat eenvoudigweg goed werkte. Zo is hun planeconomie beetje bij beetje veranderd in een systeem dat volgens het ritme van vraag en aanbod functioneert. China is erin geslaagd miljoenen en miljoenen mensen uit de extreme armoede te helpen.' Toch staat ook de Chinese economie voor immense uitdagingen, maar daar is Xi zich terdege van bewust, meent Merlevede. In Turkije kan Erdogan uitstekende cijfers voorleggen. Met grootschalige infrastructuurwerken die voor een voortdurende economische groei hebben gezorgd, legde hij de basis voor zijn succes. Autocratische regimes slagen er steeds vaker in een aantrekkelijk ondernemersklimaat te creëren. Singapore staat al jaren op de eerste plaats van de Ease of Doing Business-index. Volgens die rangschikking doen landen als Kazachstan (41e) en Wit-Rusland (44e) het ongeveer even goed als België (43e). En als de economie niet aanslaat, hebben autocraten wel andere middelen om de bevolking aan zich te binden. Een van de meest geraffineerde trucs in de Arabische dictaturen is wasta. 'Dat betekent letterlijk 'het midden' maar eigenlijk kan wasta zowat voor alles staan', vertelt Zaougui. 'Het kan zowel "connectie", "privilege" als "gunst" zijn, maar vaak komt het neer op regelrechte corruptie. Door het gebrek aan transparantie en de bureaucratie is het heel moeilijk om iets gedaan te krijgen. Daarom zorgen autoritaire regimes met opzet voor shortcuts. Als je iemand kent die iemand kent die dicht bij het regime staat, krijg je wél dingen gedaan. Zo creëer je een netwerk van burgers die van de staat afhangen, en er dan ook geen enkele baat bij hebben om het regime af te vallen.' De wasta is bijzonder hardnekkig, en zorgt ervoor dat het vrijwel onmogelijk is om een bevolking en haar leider uit elkaar te spelen. Toen de VN-Veiligheidsraad na de Eerste Golfoorlog sancties uitvaardigde tegen het Irak van Saddam Hoessein verdubbelde het ledenaantal van zijn Ba'ath-partij. Die toename had weinig te maken met een plotse sympathie voor de grote leider, maar alles met de enorme schaarste aan goederen en voedsel die de sancties veroorzaakten. 'Door de sancties werd het des te belangrijker om connecties te hebben binnen het regime', zegt Zaougui. 'In plaats van een opstand uit te lokken, hebben de sancties de bevolking juist dichter bij Saddam Hoessein gebracht.' Het is dan ook niet verbazend dat autoritaire regimes vrijwel zonder uitzondering hoge corruptiecijfers laten optekenen. Corruptie is geen nevenproduct van een dictatoriaal regime, maar een weloverwogen strategie. Het gaat verder dan het typische gegraai van een kleine elite. Corruptie is de goedkoopst mogelijke manier om voor sociale cohesie te zorgen. Het maakt een hele gemeenschap medeplichtig aan het regime. Wie in Rusland geen zin heeft in het turnexamen, brengt een fles wodka mee voor de examinator. Wie in Zimbabwe een rijbewijs nodig heeft, koopt de rij-instructeur om. In autoritaire regimes is corruptie een verbindend verhaal. De meest gesofisticeerde dictators kunnen als laatste redmiddel altijd de werkelijkheid naar hun hand zetten. Waar internet en sociale media bepaalde autocraten aan het wankelen brachten, slagen velen erin die nieuwe technologieën in hun voordeel om te buigen. Vooral de audiovisuele media kunnen snel in lijn worden gebracht met de wensen van het regime. De truc is een klein beetje ruimte te laten voor kritische journalistiek, zegt Van der Zweerde. 'Slimme dictaturen tolereren doorgaans één enkele kritische krant of een radiozender in de marge, zolang de brede massa maar bereikt wordt door de staatsmedia.' Een andere strategie is een relletje uitlokken in de Krim of de Zuid-Chinese Zee en ervoor zorgen dat de leider geportretteerd kan worden als de dappere wereldleider die het opneemt voor zijn land. Kan het ook in Europa? Volgens een Franse opiniepeiling uit 2015 ziet maar liefst 40 procent van de Fransen brood in een autoritair regime. Ook uit de World Values Survey, een gerenommeerde vergelijkende studie die sinds de jaren tachtig wereldwijd attitudes in kaart brengt, blijkt dat democratie vandaag minder naar waarde wordt geschat dan pakweg twintig jaar geleden. Bij het laatste onderzoek verklaarde 17 procent van de Amerikanen dat ze het een goed idee zouden vinden om het leger het land te laten besturen. Dat was vroeger aanzienlijk minder. Ook in Zweden, een van de meest geroemde voorbeelddemocratieën ter wereld, verklaarde bij het laatste onderzoek 9 procent van de bevolking dat ze een overname door het leger geen slecht idee zouden vinden. Van der Zweerde ziet een aantal verklaringen voor dat teruglopende enthousiasme. 'Door de internationalisering krijgen burgers de indruk dat hun stem er steeds minder toe doet. Bovendien raken politieke landschappen versplinterd, waardoor de coalities in veel West-Europese democratieën minder stevig zijn. Dat geeft spanningen binnen regeringen, wat veel burgers afdoen als politieke spelletjes. De echte dossiers zijn veel technischer en ingewikkelder geworden, wat vaak leidt tot discussies die voor niet-beroepspolitici volstrekt onbegrijpelijk zijn. Dan wordt een autocratie verleidelijk, want daar heb je al die moeilijke vraagstukken niet.' Professor internationale betrekkingen Jonathan Holslag maakt zich zorgen. Ook in Europa geeft hij een autoritaire leider een behoorlijke kans van slagen. 'Het is een kleine minderheid die zit te wachten op een sterke leider. Alleen slagen centrumpartijen er niet langer in om daar een antwoord op te formuleren. Als zo'n autoritair politicus aan de macht komt, blijkt dat het grote publiek geen graten ziet in de afbouw van fundamentele vrijheden. Het verzet komt maar van een hele kleine groep. Dat zien we ook in Hongarije en Polen.' Die twee landen, die lid zijn van de Europese Unie, passen stilaan in het rijtje van autoritair geleide staten. De Hongaarse premier Viktor Orban en de Poolse sterke man Jaroslaw Kaczynski trekken sinds hun verkiezingsoverwinning ongegeneerd de lakens naar zich toe. 'Er is geen goed alternatief voor Fidesz, de partij van Orban', zegt Oost-Europakenner Peter Vermeersch (KU Leuven). 'Alle andere partijen zijn ofwel extreemrechts of hebben een schaduw van corruptie over zich hangen. De oppositiestemmen die er waren, heeft Orban het zwijgen proberen op te leggen. In Polen probeert de Europese Unie nu veel sneller tussenbeide te komen door met sancties te dreigen. Zij wil niet dat Polen verglijdt zoals ze dat met Hongarije heeft laten gebeuren.' Het succes in Polen en Hongarije is nog geen reden waarom soortgelijke leidersfiguren in onze contreien zouden aanslaan, meent Vermeersch. 'De electorale verleiding voor sterke leiders die eenvoudige oplossingen voorstellen is overal dezelfde', zegt hij. 'Maar in tegenstelling tot in Polen en Hongarije heb je hier veel meer checks-and-balances. Alleen al omdat politieke partijen hier een coalitieregering moeten vormen, is de kans veel kleiner dat één partij snel alles voor het zeggen zal krijgen.' Holslag klinkt pessimistischer. 'Het liberale momentum is voorbij', zegt hij. 'We hebben allemaal even een verlichtingsmoment beleefd waarop we dachten zo goed geïnformeerd te zijn dat wij nooit meer een dictator of een autoritaire leider zouden verkiezen. Dat was een vergissing. Het kan nog altijd overal gebeuren, en we zijn ons niet goed aan het wapenen tegen die dreiging.' Chams Eddine Zaougui, Dictators: Een Arabische geschiedenis, Uitgeverij Polis, 352 blz., ?19,95DOOR PETER CASTEELS EN JEROEN ZUALLAERT'De totalitaire staat van George Orwell hebben dictators opgegeven. Het moet allemaal een stuk subtieler.' 'Revoluties zijn zo hevig en gewelddadig dat burgers snel weer verlangen naar law- and-order.' 'Slimme dictaturen tolereren vaak één kritische krant of radiozender. Zolang de massa maar de staatsmedia volgt.' 40 procent van de Fransen ziet brood in een autoritair regime. 17 procent van de Amerikanen wil het leger aan de macht.