DOOR FRANS VERLEYEN
...

DOOR FRANS VERLEYEN De mooiste uitspraak over het voorbije jaar staat in dit weekblad op bladzijde 23. Daar zegt kardinaal Danneels over het Dutroux-debacle en de witte oktobermars : ?Nu hebben enkele kinderen, helaas door hun verschrikkelijke dood, gedaan wat kinderen altijd doen 's morgens : ze hebben hun ouders wakker gemaakt.? Wakker uit de ?ethische slaap? waarin een groot deel van de samenleving ligt of lag te sluimeren en waaruit 1996 haar met harde hand deed ontwaken. De moderne mens is gaan geloven dat het morele geweten vervangen kan worden door opgelegde regels, wetgeving en rechtspraak. Natuurlijke normen zoals de eerbied voor leven, trouw en eerlijkheid worden vertaald in contractueel denken, altijd met een zwerm advocaten in de buurt. Botsingen tussen goed en kwaad worden beslecht aan de hand van een reusachtig juridisch apparaat, een papieren monster dat zich uitsluitend met paragrafen voedt. ?Zo laat je de codex uitgroeien tot een encyclopedie en het strafwetboek tot een bibliotheek.? Die dreigt nu om te vallen, zelfs het Hof van Cassatie komt armen te kort om de instorting tegen te houden. Maatschappij en ethiek, wat een onhandelbaar probleem. Wie kan een beschaving noemen, van nu of vroeger, die er ergens ter wereld in slaagde beide te doen samenvallen ? Is er ook maar één historisch voorbeeld te vinden van een sociale of politieke gemeenschap die uit zichzelf uit de morele kwaliteit van zowel haar gezagsdragers als haar leden vreedzaam, gelukkig, goed en waarachtig wist te zijn ? De zoektocht naar spontaan onschuldige volkeren, naar utopische samenlevingen is al oud. Soms dachten antropologen er een gevonden te hebben, in de Stille Oceaan of een Indiaans oerwoud, maar dat bleek telkens tegen te vallen. Waar mensen een collectief verband vormen, ontstaat altijd, zoals in de eerste de beste apenkolonie, een stille strijd voor meer bezit, seks en macht : drie drijfveren die ook volgens Danneels ?altijd samenkomen?. Dat gebeurt zelfs in ogenschijnlijk niet-politieke organisaties, zoals religieuze. Elk heilig geschrift, van waar ook, bevat kaste-verhalen over ongelijkheid, vrouwenkwesties en geweld. De bittere ervaring leert ons dat ethos of zelfs godsdienst geen vervangmiddel kan zijn voor politiek. Waar de breeddenkende kardinaal een ?levensbeschouwelijk? gehalte toekent aan de idealen van de Franse revolutie vrijheid, gelijkheid en broederlijkheid zegt hij teveel en te weinig. Dat drieledige adagium was de samenvatting van meer dan een eeuw laïek en rationeel denken, gericht tegen de sociale privilegies van kerk en monarchie in het Oude Regime. Tegelijk legde het twee eeuwen geleden de grondslag voor een politiek-filosofisch liberalisme waarin Europa lange tijd het beste van zichzelf wist te vinden. Het zou trouwens spoedig leiden tot de wedergeboorte van een antieke idee : democratie. En op zichzelf is dat geen ethisch begrip, maar een zakelijke bestuursvorm. Democratie berust niet op altruïsme, maar op een sociale afspraak. Die gaat uit van het feit dat mensen niet alleen op de wereld zijn, wat zowel voor- als nadelen biedt. Gunstig is ons vermogen tot samenhorigheid en -werking. Andere gevolgen van het collectieve bestaan kunnen onaangenaam of zelfs pijnlijk zijn : hiërarchische dwang in het arbeidsproces, persoonlijke onveiligheid, vals leiderschap, inhalige buren, milieuhinder, vele vormen van massificatie. In de westerse wereld en dus ook in eigen land heeft de democratie heel wat bereikt. Onvrijheid, hoewel subtiel aanwezig bij wijze van algemeen verlies aan privacy, wordt door weinigen als probleem nummer één ervaren. Ook is een overvloed aan gelijkheid gesticht, zeker in de sterk genivelleerde middenklasse waarvan het arbeidsinkomen voor ongeveer de helft wordt wegbelast. De gedachte aan broederlijkheid maakt niettemin een behoorlijke crisis door. Zij werd immers geruisloos omgezet in een computergestuurde, anonieme solidariteit die haar doel niet eens bereikt. Dat tekort aan broederlijkheid is geen toeval. Het spruit voort uit een misbruik van macht, sedert jaren, door de verkeerde mensen die wetens en willens onjuiste methoden blijven gebruiken om het officieel beleden ideaal van democratie in werkelijkheid om te zetten. Dat is in veel zogenaamd moderne landen zo, en zeker ook bij ons. De politiek en de economie, in grote mate met elkaar verstrengeld, blijven hun eigen patriciaten produceren. Daartoe eigenen ze zich, eigenlijk heel ouderwets, een onmatig groot deel van het volksbezit toe. Dat herverdelen ze dan : ten gunste van zichzelf en wat de politici betreft van hun ambtelijke of andersoortige onderaannemers die overzichtelijk zitten te wachten in herkenbare netwerken : de zuilen van het ?middenveld?, de justitiële vertrouwenskringen, een bepaald soort industriële belangenwereld enz... Democratie vraagt voortdurend vernieuwing, omdat het collectieve gedrag snel verandert. De huidige Belgische regering is echter een van de meest conservatieve die het land ooit kende. Zelfs met volmachten het uitschakelen van de parlementaire tegenmacht weet ze, ten gunste van meer broederlijkheid, geen enkele grondige maatregel te nemen. Dat kan ze niet, omdat ze zichzelf rekruteerde uit het oude stelsel dat sedert de jaren vijftig aan het bewind is en ons straffeloos gebracht heeft waar we nu staan. In dat stelsel raakten de inwoners van België hun vooruitgangsgevoel kwijt, nadien hun vertrouwen in de instellingen en tenslotte hun eer. Vandaag zeggen ze in het buitenland niet graag meer waar ze vandaan komen, namelijk uit little Italy. OVER TWEE JAAREn hier ligt dan toch een raakpunt tussen democratie, of politiek, en een door de kardinaal bepleite ethiek. Wie als overheidsmacht anderen wil besturen, wat in wezen een moreel neutrale opdracht is, moet toch grenzen leggen waar zijn geweten niet over mag. Dat soort ?geweten? betekent : weigeren in het openbaar te liegen, onrecht toe te dekken, misdaad te beschermen, een gegeven woord (?programma?) te breken, onbetrouwbare of egocentrische medewerkers te dulden. Pas over meer dan twee jaar krijgt de bevolking de kans, in een reeks van vier verkiezingen, om zo een type politicus te laten terugkeren. Niet omdat ze tegen die tijd klaarder zal zien dan in 1995. Maar omdat de daders de plaat gepoetst zullen hebben : fin de carrière.