Premier Massimo D'Alema heeft zijn koffers moeten pakken. Niet vanwege intern geruzie in de regering, wel omdat zijn centrum-linkse front op Palmzondag het onderspit moest delven bij de regionale verkiezingen. 'Alleen maar in Italië kunnen regionale verkiezingen nationale gevolgen hebben' verzuchtte een linkse volksvertegenwoordiger de dag nadien. Hij doelde evenwel op Silvio Berlusconi, leider van Forza Italia, die onmiddellijk na de klinkende overwinning van zijn uitgebreide centrum-rechtse alliantie vervroegde parlementsverkiezingen had geëist.
...

Premier Massimo D'Alema heeft zijn koffers moeten pakken. Niet vanwege intern geruzie in de regering, wel omdat zijn centrum-linkse front op Palmzondag het onderspit moest delven bij de regionale verkiezingen. 'Alleen maar in Italië kunnen regionale verkiezingen nationale gevolgen hebben' verzuchtte een linkse volksvertegenwoordiger de dag nadien. Hij doelde evenwel op Silvio Berlusconi, leider van Forza Italia, die onmiddellijk na de klinkende overwinning van zijn uitgebreide centrum-rechtse alliantie vervroegde parlementsverkiezingen had geëist.Als aanvoerder van de rechtse alliantie had Berlusconi van het begin af aan een nationale dimensie gegeven aan wat in wezen een campagne was voor de vijfjaarlijkse vernieuwing van de regionale bestuursorganen, al was de inzet ditmaal verschillend van 1995. Voor het eerst werden de regiopresidenten namelijk rechtstreeks verkozen, ze worden echte minister-presidenten die zelf het beleid bepalen en aanblijven zelfs wanneer hun regioraad uiteenvalt. Niets was de mediamagnaat te veel om zijn nationale weddenschap te winnen. Eerst hadden hij en zijn alliantiepartners zich fel maar vergeefs geweerd tegen het wetsontwerp van de centrum-linkse regering inzake de ' par condicio', de beperking van verkiezingspropaganda op de televisie. Zonder raadpleging van zijn coalitiepartners dong Berlusconi naar de gunst van de leiders van de Radicale Partij, Marco Pannella en vooral ex-EU-commissaris Emma Bonino die bij de Europese verkiezingen vorig jaar een monsterscore had behaald. Hun (evengoed nationale) eisen in verband met een soepelere abortuswetgeving en een liberaal drugsbeleid waren evenwel onaanvaardbaar voor het conservatieve kamp. Vervolgens greep Berlusconi terug naar de tactiek waarmee hij in '94 de parlementsverkiezingen had gewonnen: een electoraal akkoord met de Lega Nord van Umberto Bossi. De jarenlange trouwe coalitiegenoot van Berlusconi, gezworen Bossi-vijand Gianfranco Fini van Alleanza Nazionale (AN), moest zich wel bij de gang van zaken neerleggen. Met een cruiseschip voer de mediatycoon vervolgens de Italiaanse kust af voor een verkiezingscampagne van vooral nationale inslag. Het boegbeeld van centrum-links D'Alema deed echter ook zijn best om zijn officieus leiderschap van centrum-links in de verf te zetten. Hij probeerde een flinke vinger in te pap te hebben bij de selectie van de kandidaat-regiopresidenten; dat leidde tot geruzie met de populaire burgemeester van Napels, Antonio Bassolino, die op het nippertje kandidaat kon worden voor zijn regio, Campanië - en er ook won. Tijdens de electorale strijd liet D'Alema ook geen kans onbenut om nationale thema's te bespelen. En net als zijn tegenstander dong ook hij op eigen houtje naar de gunst van de Radicalen om hen naar het centrum-linkse kamp over te halen. Met acht regiopresidenten verovert centrum-rechts drie lokale regeringen meer dan in 1995; centrum-links behoudt er maar zeven en verliest het centrale, symbolische Lazio aan de neofascistische AN-kandidaat Francesco Storace. Die kon rekenen op de steun van de vicaris van Rome, kardinaal Camillo Ruini.ONVERWACHTE OPDOFFERZo'n opdoffer had een zelfverzekerde D'Alema niet verwacht. Uit politieke overwegingen besloot hij zijn ontslag aan te bieden aan het staatshoofd Carlo Azeglio Ciampi. Niemand van zijn bondgenoten hield hem tegen, zelfs niet de voorzitter van zijn eigen Linkse Democraten, Walter Veltroni. De afgetreden premier is immers niet zo'n geliefde figuur, ook niet in eigen gelederen. Hij was dan wel de 'maker' geweest in '96 van Romano Prodi, de man die het vanuit de anonimiteit maar met een zeker charisma tot leider van de centrum-linkse Olijfboom en tot eerste minister had gebracht. Maar het was ook een ambitieuze en wat arrogante D'Alema die zich zonder veel plichtplegingen opwierp als opvolger van Prodi, toen die in oktober '98 opstapte omdat hij niet met zich wilde laten sollen door een opdringerig coalitiepartnertje. Was er met Prodi een stukje weg afgelegd naar de vorming van een stabielere 'Tweede Republiek', dan keerde D'Alema terug naar de oude praktijk van onderhandse coalitievorming met alles wat er aan gesjacher te pas komt; een goed jaar later was de eerste minister al toe aan een herschikking van zijn regering omdat er ongenoegen heerste bij enkele van de tien partijen die hem steunden. Terwijl de regeringsploeg wel enkele successen behaalde op economisch, financieel en fiscaal gebied, bleef D'Alema zelf niet onverschillig voor het gekibbel tussen zijn meerderheidspartners over wie centrum-links zal aanvoeren bij de parlementsverkiezingen in de lente 2001: hij ambieerde die plaats en daarmee een volgend premierschap. Zijn kansen liggen nu veel moeilijker, al treedt er niet meteen een andere leidersfiguur naar voren. Tenzij Romano Prodi dan toch de Europese Commissie zou worden buitengekeken en zijn onderbroken taak in Italie opnieuw wil opnemen. De president van de Italiaanse republiek was tegen het ontslag van D'Alema en wil dus liever geen vervroegde verkiezingen. Ondanks alles behoudt centrum-links nog altijd een nipte meerderheid in het parlement. Dus worden de gelederen gesloten om de regeerperiode uit te doen. Komt de huidige minister voor Begroting Giuliano Amato aan het hoofd van een overgangsregering te staan, dan lijkt een cyclus te worden afgerond: Amato was in '93 de laatste politieke regeringsleider van de Eerste Republiek; hij kan de Tweede naar een einde leiden om met de verkiezingen van 2001 een nieuw hoofdstuk te laten beginnen. Want zowel president Ciampi als D'Alema zijn er voorstander van dat het kiessysteem wordt hervormd vóór nieuwe verkiezingen. De kwestie sleept al jaren aan: wordt het nu halfslachtige meerderheidssysteem radicaal doorgevoerd of blijft het bij een of andere variant van de proportionele vertegenwoordiging? De meeste kleine partijtjes willen hun zetels behouden via proportionele verkiezingen; de enkele grote partijen zien liever het zuivere meerderheidssysteem. Omdat de wetgever er niet uitkwam promootten een aantal parlementsleden, al dan niet geruggesteund door hun partij, een volksraadpleging ten voordele van het zuivere meerderheidsstelsel. Samen met nog zes andere wordt dat referendum normalerwijze op 21 mei aan de kiezer voorgelegd. Slechts vervroegde verkiezingen of een hervormingswet, door het parlement goedgekeurd voor die datum, kunnen dat verhinderen. Niemand raakt er evenwel nog wijs uit welke positie de partijen innemen. Een van de hoofdpromotors van het referendum zijn de Radicalen. Maar iemand als Emma Bonino pleit voor het zuivere meerderheidssysteem, doet bij de regionale verkiezingen mee als derde kandidaat tussen de twee grote blokken en beklaagt er zich na haar nederlaag over dat de kiezers zo bipolair ingesteld zijn. Ook Berlusconi was voorstander van het meerderheidsstelsel, terwijl AN-voorzitter Fini zelfs tot de referendumpromotoren behoort. Op de vooravond van de regionale verkiezingen bekeerde de leider van Forza Italia zich plots tot het proportionele kamp; Fini stond er als door de hand gods geslagen bij maar achtte het beter de grote baas niet tegen te spreken. Indien het volk toch zou kiezen voor het meerderheidssysteem is het niet zeker dat de politieke wereld zich daarbij zal neerleggen; onder andere Fausto Bertinotti van de Hervormde Communisten gaf al te verstaan in dat geval opnieuw parlementaire initiatieven te zullen nemen om die beslissing te keren.BERLUSCONI EN BOSSIBerlusconi wist dat hij de Lega Nord nodig had om te kunnen winnen in Noord-Italië. Bossi presenteerde hem meteen zijn prijskaartje, wat multimiljonair Berlusconi zonder verpinken accepteerde. In volle verkiezingscampagne dienden B&B een wetsvoorstel in aangaande immigratie. Dat wil de als evenwichtig beschouwde wet van 1999 overboord gooien en het regime verstrengen. Zo mogen in Italië alleen die niet-EU-vreemdelingen binnen die werk hebben en dus beschikken over een fiscale code (onmisbaar voor administratieve aangelegenheden); over het contingent immigranten beslist elke regio; clandestienen worden onmiddellijk uitgewezen, mogen Italië in tien jaar niet meer in en wie dat toch probeert krijgt bij de derde keer gevangenisstraf; mensensmokkel wordt gelijkgesteld aan maffia-misdaad, smokkelaars kunnen van 3 tot 30 jaar gevangenis krijgen en hun transportmiddelen worden aangeslagen of vernietigd; indien nodig mag er met de wapens opgetreden worden tegen de smokkelaars terwijl schepen van de marine of de kustwacht ook buiten de territoriale wateren inschepingen van clandestienen kunnen tegenhouden. AN-voorman Fini was niet alleen sprakeloos omdat de alliantiepartners niet waren geïnformeerd: hij was ook op eigen terrein de loef afgestoken. De voorzitter van de Italiaanse Caritas bestempelde de voorstellen als verwoestend en immoreel en centrum-links zag de Italiaanse Haiders al aantreden. Evengoed zonder coalitieraadpleging bekeek Berlusconi welwillend een ontwerp van Bossi om van Italië 'een federatie' te maken - te realiseren ingeval het centrum-rechtse verbond in het noorden wint. Nu het zover is wordt de dag afgewacht dat de daar verkozen regioraden samengeroepen worden in grondwetgevende vergadering om de soevereiniteit van de regio's uit te roepen over alle materies behalve defensie, buitenlandse politiek, monetair beleid en bijdragen om een minimum aan centrale staat in stand te houden. Bossi is alleen geïnteresseerd in het noorden; Berlusconi wil zo'n hervorming ook in het zuiden en het centrum. De geloofwaardigheid van de unitaristische AN-leider Fini, tot voor het stembusakkoord met Bossi de sterkste partner en rechterhand-rivaal van Berlusconi, komt helemaal in het gedrang indien hij ook dit project slikt. Vooralsnog houdt hij zich gedeist, want numeriek overvleugeld door de Lega. Het vorige verbond tussen centrum-rechts en de Lega voor een nationaal bestuur hield zeven maanden stand (in '94). Wie weet of de nieuwe regionale raden, die in de noordelijke gewesten voorgezeten zullen worden door mensen van de Lega, ook niet uiteen zullen spatten wegens onverzoenbare tegenstellingen of simpele naijver.Marcel Meeus