'Wij hebben deze crisette niet gevraagd.' Met die uitspraak gaf de interim-voorzitter van CD&V, Wouter Beke, vorige week donderdag in de wandelgangen van de Kamer alvast toe dat de zoveelste communautaire opstoot in het dossier van Brussel-Halle-Vilvoorde (B-H-V) minstens voor een kleine politieke crisis binnen de coalitie van Leterme I had gezorgd. Ongewild allicht sprak Beke daarmee premier Yves Leterme (CD&V) tegen. Trouw aan zijn stijl van 'koelbloedigheid' die door anderen binnen zijn regering als een steeds minder te doorgronden vorm van 'politiek autisme' wordt ervaren, had Leterme immers twee weken lang volgehouden dat er 'geen crisis' was.
...

'Wij hebben deze crisette niet gevraagd.' Met die uitspraak gaf de interim-voorzitter van CD&V, Wouter Beke, vorige week donderdag in de wandelgangen van de Kamer alvast toe dat de zoveelste communautaire opstoot in het dossier van Brussel-Halle-Vilvoorde (B-H-V) minstens voor een kleine politieke crisis binnen de coalitie van Leterme I had gezorgd. Ongewild allicht sprak Beke daarmee premier Yves Leterme (CD&V) tegen. Trouw aan zijn stijl van 'koelbloedigheid' die door anderen binnen zijn regering als een steeds minder te doorgronden vorm van 'politiek autisme' wordt ervaren, had Leterme immers twee weken lang volgehouden dat er 'geen crisis' was. Gelukkig voor de premier kon hij rekenen op de uitgekookte chaosregie van Kamervoorzitter Herman Van Rompuy (CD&V) om het politieke onweer voor even te verdrijven. Die bestond erin voorrang te geven aan de plenaire behandeling van de programmawet en pas enkele uren na middernacht een stemming toe te laten over een CD&V-motie om de Vlaamse splitsingsvoorstellen voor B-H-V alsnog aan de agenda toe te voegen. En ook die parlementaire theaterakte eindigde zoals verwacht. De steun van alle Vlaamse partijen voor de motie werd prompt gecounterd met een reeks amendementen en een vraag om advies aan de Raad van State door de Franstalige meerderheidspartijen MR, PS en CDH. Die creëerden zo meteen de nodige tijd om een nieuw belangenconflict over de Vlaamse B-H-V-voorstellen in te leiden. Dat gebeurde vrijdag door de Raad van de Franse Gemeenschapscommissie in Brussel, zodat deze kwestie in elk geval op het niveau van het federale parlement weer voor minstens vier maanden bevroren is. Door deze georkestreerde afwikkeling verkreeg Leterme, zonder zelf een doortastend initiatief te nemen, dat de timing en de afspraken over een tweede pakket van de staatshervorming in zijn regeerakkoord uiteindelijk alleen maar bevestigd werden. Tegen 15 juli komt hij naar het federale parlement met een verklaring over 'de krijtlijnen van de hervorming van de instellingen', over hoe de regering mee zal werken aan een 'onderhandelde oplossing' voor B-H-V en over de voortzetting van haar sociaaleconomisch beleid. Wat dat laatste betreft, zou de goedgekeurde programmawet als instrument om de begroting van 2008 uit te voeren, intussen moeten aantonen dat de regering-Leterme I wel degelijk oog heeft voor de afnemende koopkracht van de bevolking en de concurrentiezorgen van de bedrijven. Maar omdat de financiële ruimte beperkt is, zijn de maatregelen om bijvoorbeeld de sociale uitkeringen, de belastingvrije minima en de werkbonussen te verhogen veel bescheidener dan voor de verkiezingen van 2007 werd beloofd. Bovendien steunt die programmawet op een begroting waarvan het Internationaal Muntfonds, de Europese Commissie en andere instanties zowel de optimistische economische uitgangspunten als het beoogde evenwicht ernstig ter discussie hebben gesteld. Overigens wacht die begroting nog altijd op een parlementair fiat. Maar voor een mogelijke bijsturing van het budget voor 2008 wacht Leterme dus eveneens tot in de zomer. Daardoor is het de vraag of die nog effect kan hebben, met ingrepen die op z'n vroegst in het najaar kunnen worden doorgevoerd. De meerderheidspartijen mogen dan al om uiteenlopende redenen prat gaan op de programmawet - die volgens de mantra van Leterme 'goed is voor de mensen en voor het land' - de commissiebesprekingen van de begeleidende beleidsnota's van de verschillende ministers hebben meermaals geïllustreerd dat het vertrouwen binnen de meerderheid bijzonder klein is. Zo blijven de Open VLD en de PS het grondig oneens over de groeinorm voor de uitgaven in de gezondheidszorg. De N-VA keurde de plannen van minister van Werk Joëlle Milquet (CDH) niet goed en ligt met minister van Sociale Zaken Laurette Onkelinx (PS) op ramkoers over haar versoepeling van de numerus clausus voor artsen. De PS en de CDH zijn zelfs nog een stap verder gegaan en hebben al het ontslag van minister Annemie Turtelboom (Open VLD) geëist omdat ze haar asiel- en migratiepolitiek niet te pruimen vinden. Overtuigende tekenen van grote cohesie en politieke slagvaardigheid in de schoot van Leterme I zijn dat zeker niet. Na de jongste sage rond B-H-V zijn er sterke twijfels of er op dat vlak in de komende maanden veel beterschap mag worden verwacht, zolang er geen communautaire doorbraak gerealiseerd wordt. Die lijkt integendeel verder verwijderd te zijn. De Franstalige partijen hebben hun op 24 april ingenomen stelling om geen nieuw belangenconflict in te leiden, moeten verlaten. Tegelijk is hun test van de stevigheid van het geradicaliseerde kartel CD&V/N-VA als een boemerang teruggekeerd. Van de weeromstuit zetten ze nu de hakken nog meer in het zand. Voor de MR is het institutioneel en communautair debat 'niet langer actueel'. Voor de CDH is volgens Milquet de door de premier gestelde deadline van 15 juli van geen tel meer. En PS-voorzitter Elio Di Rupo wil dat er nu eerst een oplossing voor B-H-V wordt gezocht. Anders mogen de Vlaamse partijen van hem zowel het in februari door de Octopuswerkgroep afgesproken eerste pakket als een tweede pakket van een nieuwe staatshervorming vergeten. Op die manier verstrakken de Franstalige partijen niet alleen hun posities. Voor wie er nog aan getwijfeld zou hebben, is door hun houding nu echt 'alles met alles' verbonden. Hoe al die knopen in amper twee maanden ontward moeten worden, is een enorm groot vraagteken. Over het pakket van de eerste fase heeft de Raad van State intussen een erg kritisch advies geschreven. De afspraken over bijvoorbeeld de regionalisering van de huurwet, het prijzenbeleid en het verkeersbeleid leiden volgens het rechtscollege helemaal niet tot meer homogene bevoegdheden. Voor de tweede fase is er tot nog toe enkel een niet-limitatief menu van thema's zoals het arbeidsmarktbeleid, de fiscaliteit, de gezondheidszorg en het gezinsbeleid. 'Krijtlijnen' voor een onderhandelde oplossing voor B-H-V waren dan weer alleen terug te vinden in het verslag dat interim-premier Guy Verhofstadt (Open VLD) begin januari voor de koning maakte. Daarin greep hij terug naar zijn mislukte onderhandelingen van 2005 en naar suggesties voor onder meer een uitschrijfrecht voor de Franstaligen in de Vlaamse Rand, de inrichting van een federale kieskring en de uitbouw van een stadsgewest Brussel. Maar voor de eerste twee 'toegevingen' passen ze in elk geval bij CD&V en N-VA, net als voor de Franstalige eisen om Brussel uit te breiden of om in de faciliteitengemeenten Kraainem, Linkebeek en Wezembeek-Oppen de drie omstreden Franstalige burgemeesters te benoemen. In dat troebel kader vol uitgesproken tegenstellingen probeert premier Leterme zich overeind te houden met nuchtere uitspraken over de noodzaak om in het dossier B-H-V 'deze hypotheek op de verhoudingen tussen de gemeenschappen te lichten' en om nu 'zonder taboes en oekazes' de onderhandelingen aan te vatten. Daarbij tracht hij zich al enige tijd te profileren als een premier 'boven de partijen', maar ook hij is niet zonder beschadiging uit het jongste geruzie over B-H-V gekomen. Met uitzondering van zijn eigen kartel - althans naar buiten uit, lieten alle andere coalitiepartners niet na om hem 'een gebrek aan besluitvaardigheid' te verwijten. Vermoedens over een doelbewuste strategie van Leterme om de communautaire onderhandelingen over verschillende etappes te spreiden, tot aan een nieuwe mislukking over B-H-V in de lente van 2009, droegen de voorbije weken evenmin bij tot het vertrouwen binnen de meerderheid in het leiderschap van 'de man van 800.000 stemmen'. Door de stembusslag in juni volgend jaar zal Leterme zowel aan Franstalige als aan Vlaamse kant het hoe dan ook steeds moeilijker krijgen om nog 'een breed draagvlak' tot stand te brengen voor een grote staatshervorming. Volgens Di Rupo is een nieuwe Octopuswerkgroep (met ook de groenen en de Vlaamse socialisten erbij) daarvoor het best geschikt, maar van SP.A-voorzitter Caroline Gennez bijvoorbeeld weet Leterme al dat haar partij niet zomaar zal toehappen. Op deze sukkelweg naar 15 juli mag de premier er trouwens zeker van zijn dat er nog genoeg op stapel staat om bij te dragen aan een geladen communautaire sfeer. Zo worstelt de Senaat al enige tijd met een minder opgemerkt belangenconflict over het optreden van de Vlaamse onderwijsinspectie in een aantal Franstalige basisscholen in de faciliteitengemeenten. En volgende week komen rapporteurs van de Raad van Europa in Kraainem, Linkebeek en Wezembeek-Oppem uitzoeken waarom de Vlaamse regering er de Franstalige kandidaat-burgemeesters niet wil benoemen. De komst van dat gezelschap zal aan Franstalige zijde, met de altijd provocerende FDF-voorzitter Olivier Maingain op kop, ongetwijfeld weer inspiratie bieden om nog wat olie op het communautaire vuur te gieten. DOOR PATRICK MARTENS/foto's guy kokken