Omstreeks de 16e eeuw werd hetgeen wij democratie zijn gaan noemen met een dimensie verrijkt. Al eeuwen daarvoor bestond er inspraak van welbepaalde belangengroepen bij zaken als het heffen van belastingen. Maar toen werd ook het individuele geweten en het recht daarmee van de norm af te wijken een politiek pregnante kwestie. In het zog van humanisme én godsdienstoorlogen won het inzicht veld dat niemand in het zekere bezit van waarheid en kennis omtrent God was. Pacificering kon slechts op grond van verdraagzaamheid. Het resulteerde in een rechtsorde waarin aan uiteenlopende opvattingen ruimte wordt geboden, uit erkenning dat de mens geen toegang vindt tot een voor iedereen overtuigende universele waarheid. Ieders recht op een eigen manier van zijn, op een eigen leven kwam daar bij. Die ...

Omstreeks de 16e eeuw werd hetgeen wij democratie zijn gaan noemen met een dimensie verrijkt. Al eeuwen daarvoor bestond er inspraak van welbepaalde belangengroepen bij zaken als het heffen van belastingen. Maar toen werd ook het individuele geweten en het recht daarmee van de norm af te wijken een politiek pregnante kwestie. In het zog van humanisme én godsdienstoorlogen won het inzicht veld dat niemand in het zekere bezit van waarheid en kennis omtrent God was. Pacificering kon slechts op grond van verdraagzaamheid. Het resulteerde in een rechtsorde waarin aan uiteenlopende opvattingen ruimte wordt geboden, uit erkenning dat de mens geen toegang vindt tot een voor iedereen overtuigende universele waarheid. Ieders recht op een eigen manier van zijn, op een eigen leven kwam daar bij. Die orde steunt dus niet alleen op koppen tellen en volonté générale, maar ook op elementaire afspraken. Daartoe behoort het respect voor deze of gene minderheid, die misschien de meerderheid van morgen vormt. Want dan gaan we weer tellen. Maar hoe reëel is die theorie buiten de studeerkamers van filosofen, juristen en politicologen? Het 'volk' is een praktisch concept dat een perspectief biedt voor pacificering en civilisatie, maar berust niet op een eenduidig historisch fenomeen. Het getouwtrek tussen een kwalitatief en een kwantitatief begrepen democratie blijft aanhouden. Elementaire spelregels die onttrokken zijn aan het meerderheidsbeginsel én dat tegelijk mogelijk maken, staan tegenover de verheffing van de meerderheid tot unieke norm. Het marktdenken dat de economie voorstelt als een in wezen zuiver kwantitatief proces van vraag en aanbod, bleef hier niet zonder invloed. De kritiek op een louter marktgewijze benadering van zowel politiek als economie kwam sinds de negentiende eeuw uit verschillende hoeken. Religie, tradities, cultuur, sociale rechten, ethische waarden, zo betoogden hun woordvoerders, mogen niet zonder meer overgeleverd worden aan politieke en economische aritmetica. De koppentellersmentaliteit kan overigens behoorlijk totalitair uit de hoek komen. Voor Jean-Jacques Rousseau, een van de vaders van de Franse Revolutie, stond de volonté générale niet zomaar gelijk met de 'toevallige meerderheid', maar kwam door haar de rede aan het licht. Deze ratio staat gelijk met dé waarheid en wie dus niet overeenstemt met de numerieke meerderheid dwaalt. Het individu wordt daarbij ondergeschikt aan het 'homogene' collectief en zijn waarheid. Op deze fundamentele vooronderstelling bouwde zowel een deel van rechts als van links verder. De uitschakeling van het democratische beslissingsproces bij gratie van een parle-mentaire meerderheid is geen fictie. Collectieve waanzin van de helft plus één kan elementaire mensenrechten overstemmen. Het is altijd comfortabel om daarvoor te verwijzen naar het Duitsland van de jaren dertig omdat dat wegens de gevolgen voor de rest van de wereld aanspreekt en tegelijk behaaglijk ver achter ons ligt. Maar onbehaaglijk dichtbij is het parlement dat in een vlaag van massale antiterreurneurose Guantanamo toeliet. Of zijn door meerderheidsacclamaties gelegitimeerde godsdienstrepublieken. Nog dichter staat de partij die haar verkiezingsoffensief opent met een verdedigingsrede voor de volgens haar gemarginaliseerde 'blanke, heteroseksuele legaal', een appel aan een al of niet denkbeeldige mainstream om uit zijn oevers te treden. Het verraderlijke ligt erin dat het antwoord daarop bij wijze van een kwalitatieve democratie evengoed kan uitdraaien op een totalitaire reactie. Als ze banvloeken begint uit te spreken in naam van de ene sacrosancte politieke correctheid tegen alle daarvan afwijkende meningen verstikt ze net wat ze met het overstijgen van de loutere meerderheidsregel wilde beschermen: de vreedzame confrontatie van tegenstellingen en het ongecensureerde denken van de tot een eindeloos gesprek veroordeelde mens, de meest welbespraakte eendagsvlieg. Olivier Boehme (35) is historicus.door Olivier Boehme