Weken aan een stuk al leeft de Amerikaanse ploeg US Postal op het ritme van de Tour. Niets mag het team van Lance Armstrong uit zijn concentratie brengen. Zelfs het personeel, zo liet de als een soort adviseur fungerende Oost-Vlaming Julien De Vriese een maand geleden weten, kreeg in de aanloop naar de Ronde van Frankrijk het verbod opgelegd om nog met de pers te praten. Op uitdrukkelijk bevel van sportdirecteur Johan Bruyneel, zo voegde hij eraan toe.
...

Weken aan een stuk al leeft de Amerikaanse ploeg US Postal op het ritme van de Tour. Niets mag het team van Lance Armstrong uit zijn concentratie brengen. Zelfs het personeel, zo liet de als een soort adviseur fungerende Oost-Vlaming Julien De Vriese een maand geleden weten, kreeg in de aanloop naar de Ronde van Frankrijk het verbod opgelegd om nog met de pers te praten. Op uitdrukkelijk bevel van sportdirecteur Johan Bruyneel, zo voegde hij eraan toe. Maar veel waarschijnlijker lijkt het dat die directieven van Lance Armstrong komen. De viervoudige winnaar van de Ronde van Frankrijk heerst als een patriarch over zijn team en vertoont despotische trekjes die sommigen doen huiveren. Alleen al zijn aanwezigheid in de ploeg veroorzaakt stress. Zelfs de sportdirecteurs, zo weten de renners die ooit nog voor US Postal hebben gereden op fluistertoon te vertellen, lopen dan op de toppen van hun tenen. Zeker wanneer het minder goed loopt, is het explosiegevaar nooit veraf. Armstrong heeft het nooit verheeld dat hij niets in het leven meer haat dan verliezen. Zijn gebrek aan geduld blijkt bovendien een voedingsbodem voor nogal wat irritaties. Ooit heeft Armstrong toegegeven dat hij meer energie verbruikt door zich te ergeren dan door te koersen. Iedereen in de ploeg kan ervan meespreken. Toch pleegt de ploegleiding de grimmige woedeaanvallen van de Amerikaan graag onder tafel te vegen. Assistent-sportdirecteur Dirk Demol bestempelde dezer dagen in een interview Lance Armstrong als 'een plezante gast die graag zit te dollen, te lachen en te zeveren', als iemand 'die aan tafel voor veel sfeer zorgt'. Maar op de vraag om dat met een voorbeeld te staven, kan hij niet echt een duidelijk antwoord geven. Armstrong zelf liet altijd al horen dat hij loyaliteit belangrijk vindt. Wie zich niet loyaal gedraagt, heeft het bij hem verkorven. Zelfs langjarige vriendschappen kunnen dan abrupt worden beëindigd. Lance Armstrong is het archetype van iemand die in felle contrasten denkt en handelt. In de omgang is hij dan ook niet de meest aangename mens. Tot vervelens toe wordt in dat verband verwezen naar zijn harde jeugd, toen Armstrong als een soort paria aan de buitenkant van de maatschappij opgroeide. Zijn moeder was zeventien bij z'n geboorte en zijn stiefvader brutaliseerde en terroriseerde hem. Het bezorgde Armstrong een vorm van verbale agressie die hem al als jonge renner kenmerkte. Toen hij zich als tiener liet begeleiden door Chris Carmichael, zijn allereerste coach, verbleekte die bij het grove taalgebruik van de jonge Amerikaan die zichzelf als een absolute koning beschouwde en zich hautain afvroeg wat er hem nog te leren viel. Lance Armstrong verpersoonlijkte niet alleen het beeld van de Amerikaan, maar vooral dat van de Texaan die zich altijd meer heeft gevoeld dan iemand anders. Mensen die Armstrong nu horen vertellen dat hij rustiger is geworden, kunnen een meewarige lach nauwelijks onderdrukken. Ook binnen de ploeg weten ze dat Armstrong in wezen nog steeds dezelfde is: de vleesgeworden arrogantie. Ook al heeft hij zeker na zijn ziekte ook een gevoelige kant: de Amerikaan ontpopte zich tot een filantroop die via zijn Lance Armstrong Foundation 23 miljoen dollar inzamelde voor kankerpatiënten. Voor het goede doel heeft hij veel over. De dag voor Luik-Bastenaken-Luik bezocht hij in een Luiks ziekenhuis een veertienjarig jongetje dat aan hersentumor lijdt. Hij vertelde hem dat hij moest doorzetten om de strijd tegen die ziekte te winnen. Zoals hij dat zelf heeft gedaan. Intimi menen te weten dat Lance Armstrong een veel kleiner hart heeft dan hij de buitenwereld wil laten zien. Het leven van Lance Armstrong, je kunt er niet omheen, bestaat uit twee hoofdstukken die diametraal tegenover mekaar staan: de episode voor en die na de ziekte die hem in oktober 1996 haast fataal is geworden. Armstrong werd toen geveld door een hardnekkige teelbalkanker die zich had uitgezaaid in het brein en de longen. Kankerpatiënten die hun ziekte overwinnen gaan achteraf doorgaans minder hard werken en meer van het leven genieten. Lance Armstrong bewandelde de omgekeerde weg. Terwijl hij vroeger uitsluitend op zijn natuurtalent teerde, pochte met dure auto's, stoeide met vriendinnen en zich wentelde in de luxe, werd hij nu plots bevangen door beroepsernst en gaf hij blijk van een nooit voor mogelijk gehouden mentale kracht. Het was het surplus op zijn uitzonderlijke lichamelijke mogelijkheden: al voor zijn ziekte hoorde Armstrong bij die vijf procent Amerikaanse atleten wier kwaliteiten als fenomenaal werden beschouwd. Het is duidelijk dat Armstrong die spartaanse mentaliteit ontleent aan de lijdensweg die hij heeft doorgemaakt. Tijdens zijn behandeling kreeg hij op een gegeven moment een geneesmiddel dat zijn spieren begon op te lossen en zijn huid aan de binnenkant verbrandde. Hij verging haast van de misselijkheid. En toen Armstrong na zijn laatste chemotherapie van alle gifgassen af moest raken die in zijn lichaam waren gepompt, lag hij een hele dag kronkelend van de pijn op de grond. In vergelijking daarmee, zo heeft hij ooit gezegd, stellen de inspanningen die hij zich voor de Ronde van Frankrijk oplegt niets voor. Dat ijzeren regime is opmerkelijk. Armstrong lijkt wel geobsedeerd door de gedachte de pijngrens steeds weer te verleggen. Met dat verschil dat hij het aantal wedstrijden tot het strikte minimum beperkt. Op zijn officiële website legt Lance Armstrong zijn trainingsschema gedetailleerd uit, alsof hij de buitenwereld de indruk wil geven vooral geen geheimen te hebben. Trainingen op weerstand, intervaloefeningen en duurtrainingen beginnen al in de laatste week van december en worden stelselmatig opgebouwd. Wanneer Armstrong zich begin februari vanuit zijn thuisbasis Austin naar het Spaanse Gerona begeeft, past hij ook zijn voeding aan om in vijf maanden tijd van 79 naar 74 kilo af te vallen. Een peulschil voor een topsporter, zo lijkt het, maar Armstrong blijkt het veel moeite te kosten. Zo snoeit hij, het harde labeur op training ten spijt, danig in zijn voeding. Hij neemt wel een stevig ontbijt, maar slaat de lunch veelal over. Ook 's avonds houdt Armstrong de tabel van de calorieën nauwgezet in het oog. Meer dan ooit, zo geeft hij toe, gaat hij met een gevoel van honger naar bed. Een journalist van het Amerikaanse maandblad Pro Cycling vroeg hij onlangs in een interview vooral niet over eten te spreken 'omdat ik echt honger heb'. Vier opeenvolgende overwinningen in de Ronde van Frankrijk hebben Lance Armstrong een status van onsterfelijkheid bezorgd. Ooit riep de Amerikaan met veel gevoel voor dramatiek dat zijn ziekte het beste was wat hem had kunnen overkomen. Omdat hij mentaal werd gehard, het overtollige gewicht kwijtraakte en zijn spieren anders vormde. Opmerkelijk is en blijft het beperkte programma dat Armstrong voor de Ronde van Frankrijk afwerkt. Precies vier rittenwedstrijden en twee voorjaarsklassiekers (de Amstel Gold Race en Luik-Bastenaken-Luik) neemt hij in zijn programma op. Hij heeft, in tegenstelling tot de meeste andere renners, nauwelijks houvasten nodig om te weten waar hij staat. En het gegeven dat hij van de ploeg nooit druk voelt, bot zijn motivatie niet af. Integendeel zelfs. Armstrong houdt tijdens die wedstrijden nauwgezet zijn ploegmaats in de gaten. Hij deelt bevelen uit en kijkt hoe ze met bepaalde (stress)situaties omgaan. En hij laat zich constant opjagen als een wild dier. Armstrong heeft een hekel aan wachten en laat zich daarom door een privévliegtuig naar de wedstrijden brengen. Het is alsof hij na zijn ziekte tot het besef kwam dat hij vooral geen tjid mag verliezen. Achter die gedaanteverwisseling schuilt, het is al vaak gezegd en geschreven, een grote Belgische inbreng. Het is verbazend dat een Amerikaans bedrijf blijft zweren bij Belgische begeleiders. En dat ook Armstrong, die ooit zei te willen sterven met een Amerikaanse vlag op de rug, zijn personeel niet alleen in eigen land zoekt, maar voor sleutelposities het vertrouwen geeft aan Belgen. Met ploegleiders Johan Bruyneel en Dirk Demol staan naast Julien De Vriese ook verzorger Freddy Viane en de jonge mecanicien Chris Van Roosbroeck op de loonlijst. Daar kwam ook nog ex-pistier Lorenzo Lapage bij die de sponsors begeleidt en soms als derde ploegleider dienst doet. Het aandeel van de tactisch sluwe Bruyneel in de triomfen van Armstrong mag weliswaar niet overschat worden, maar anderzijds toch ook niet geminimaliseerd. Bruyneel, ooit een sierlijke renner die op de fiets nooit de indruk gaf af te zien, werd destijds door Armstrong zelf voorgedragen om sportdirecteur te worden. Hij overtuigde de Amerikaan in januari 1999 alles op de Tour te zetten. Dat was toen een risicovolle onderneming omdat US Postal op dat moment niet verzekerd was van deelname aan de Ronde van Frankrijk: het moest rekenen op een wildcard. Maanden aan een stuk werd gedreven gewerkt aan een project waarvan niet eens vaststond of het wel zou worden gerealiseerd. Armstrong liet zich toen met enige tegenzin aanpraten om het voorjaar links te laten liggen. Bruyneel overtuigde de Amerikaan ook zijn manier van koersen te veranderen. De inspanningen van Armstrong, zo vond hij, waren slecht gedoseerd. Hij woekerde met zijn krachten en duwde een veel te grote versnelling. Bruyneel hield Armstrong voor een hogere trapfrequentie te halen en verwees naar de illustere Spanjaard Miguel Indurain die economisch en klein trappend de cols verteerde. Met succes. Tijdens een tijdrit bijvoorbeeld haalt hij tussen de 95 en 100 pedaalomwentelingen per minuut, tijdens een beklimming tussen de 80 en 85. In de Tour van 2002 reed hij, de tijdritten uiteraard buiten beschouwing gelaten, precies 22,5 kilometer op kop en dit op een totaal project van 3277 kilometer. Bruyneel prentte Armstrong ook in hoe belangrijk het is om alle berg- en tijdritten voor de Tour te gaan verkennen. In zijn ijver om dat zo perfect mogelijk te doen, kan de Amerikaan niet afgeremd worden. Niet alleen de beklimmingen van de cols worden tot drie keer toe verkend, ook de afdalingen om het gevaar in te schatten. En omdat er tijdens de Tour een ploegentijdrit op het programma staat, is ook dat traject al afgelegd, om te zoeken in welke volgorde de renners het best konden rijden. Ook regen en wind deren Armstrong tijdens die verkenningsritten niet. Ook dat heeft te maken met zijn ziekte: Armstrong is als het ware iedere morgen blij dat hij gezond is en kan gaan fietsen. De sportdirecteurs moeten er wel over waken dat Lance Armstrong tijdens die trainingsritten zijn ploegmaats niet opblaast. Vooral omdat hij bij tijd en wijlen al eens durft te provoceren en zijn compagnons pussies noemt. In die trainingsmethodiek blijft de inbreng van Bruyneel beperkt. Armstrong gaat daarvoor te rade bij de controversiële Italiaanse dokter Michele Ferrari die in eigen land in opspraak kwam door allerlei dopingverhalen. Dat leek op een gegeven moment ook het imago van Armstrong te bezoedelen. Rond hem circuleerden er vooral in de Franse pers allerhande insinuaties over doping. Ze werden nooit hard gemaakt. Die wilde verhalen hebben zijn relatie met de media danig verstoord. Toen Armstrong een week of zes geleden de beklimming van Alpe d' Huez verkende, reageerde hij als door een wesp gestoken toen het Franse televisiestation Antenne 2 plots opdook. De ploegleiding liet hem begaan. Het tekent nog maar eens de macht van Armstrong binnen US Postal. Hij bemoeit zich met alles en nog wat. Zelfs met een Belgische openingswedstrijd. Toen de Nederlander Max van Heeswijk, die in het begin van het jaar naar US Postal overkwam, tijdens de Omloop Het Volk met onder meer vier renners van Quick. Step in een kopgroep van zes zat en volop meewerkte, belde Armstrong vanuit Spanje de in de eerste volgwagen zittende Dirk Demol op. Het illustreert anderzijds ook zijn bekommering over de ploeg. Ook dat is opmerkelijk, want kopmannen worden doorgaans gedreven door een groot egocentrisme. Niet echter bij Armstrong die op de vraag wie zijn beste vrienden zijn steevast de renners van zijn ploeg noemt. Aan hun steun heeft hij zich vooral in het begin van het seizoen opgetrokken toen er barsten kwamen in zijn huwelijk en hij tijdelijk brak met echtgenote Kirsten. Een pijnlijke ervaring voor Armstrong, die het beeld van familieman haast idealiseerde. Inmiddels is het gezin weer herenigd. Het heet zelfs dat de opgave van Armstrong in de Franse rittenwedstrijd Circuit de la Sarthe, officieel toegeschreven aan maagklachten, het gevolg was van de thuiskomst van zijn vrouw en kinderen. Gevoelens van verzadiging zijn bij Lance Armstrong anders niet te bespeuren. Met het jaar lijkt de Texaan, die in september tweeëndertig wordt, nog meer voor zijn vak te doen. En in moeilijke momenten denkt hij aan de helletocht die hij tijdens zijn ziekteproces heeft meegemaakt. Of aan de vernederingen die hij in zijn jeugd moest ondergaan. Ze zitten in zijn geest opgeslagen. Als een soort stimulerende brandstof. Aan dergelijke prikkels pleegt Armstrong zich steeds weer op te trekken. Toen hij geveld werd door zijn ziekte kreeg hij halverwege de chemotherapie het bezoek van sportdirecteur Alain Bondue van het Franse Cofidis, waar hij toen nog op de loonlijst stond. Die bood hem een nieuw contract aan wat slechts een fractie was van wat de Amerikaan oorspronkelijk zou verdienen. Terwijl Armstrong doodziek op bed lag en geregeld moest braken, maande hij Bondue aan op te rotten. Toen hij drie jaar later de proloog van de Ronde van Frankrijk won en de basis legde voor zijn eerste zege, liep Lance Armstrong ostentatief langs de Cofidus-bus. Een triomfantelijke grijns op het gezicht. Miguel Indurain 1991-1992-1993-1994-1995 Bernard Hinault 1978-1979 1981-1982 1985 Eddy Merckx 1969-1970-1971-1972 1974 Jacques Anquetil 1957 1961-1962-1963-1964 Lance Armstrong 1999-2000-2001-2002 Greg LeMond 1986 1989-1990 Louison Bobet 1953-1954-1955 Philippe Thys 1913-1914 1920Jacques SysArmstrong verbruikt meer energie door zich te ergeren dan door te koersen.