Wie ter gelegenheid van 175 jaar België een brok erfgoed wil bezoeken dat la Belgique à papa nog uit al zijn poriën zweet, moet eens langslopen bij de Koninklijke Bibliotheek (KB) op de Brusselse Kunstberg. De impact is onmiddellijk en onontkoombaar. De ruimte is een blokkendoos van bruin en beige marmer, mahoniehouten bordjes wijzen er de weg naar de ves- tiaire en de handschriftenzaal, het nepleer rond de designstoelen uit de jaren zestig barst onder het gewicht van alweer een doctoraatsstudent, rij na rij na rij wachten de fichebakken op bezoekers. 5 miljoen boeken. 67.000 vierkante meter. 1100 stoelen. 150 kilometer boekenrekken. De Albertina - zo heet de KB onder intimi - is niet zomaar een bibliotheek. Ze is een museum van een bibliotheek. Ooit heeft iemand er een stolp overheen gezet om het in zijn oorspronkelijke staat van 1969 te bewaren, maar het stof en het sleet zijn blijven doorzetten.
...

Wie ter gelegenheid van 175 jaar België een brok erfgoed wil bezoeken dat la Belgique à papa nog uit al zijn poriën zweet, moet eens langslopen bij de Koninklijke Bibliotheek (KB) op de Brusselse Kunstberg. De impact is onmiddellijk en onontkoombaar. De ruimte is een blokkendoos van bruin en beige marmer, mahoniehouten bordjes wijzen er de weg naar de ves- tiaire en de handschriftenzaal, het nepleer rond de designstoelen uit de jaren zestig barst onder het gewicht van alweer een doctoraatsstudent, rij na rij na rij wachten de fichebakken op bezoekers. 5 miljoen boeken. 67.000 vierkante meter. 1100 stoelen. 150 kilometer boekenrekken. De Albertina - zo heet de KB onder intimi - is niet zomaar een bibliotheek. Ze is een museum van een bibliotheek. Ooit heeft iemand er een stolp overheen gezet om het in zijn oorspronkelijke staat van 1969 te bewaren, maar het stof en het sleet zijn blijven doorzetten. Als alles volgens plan verloopt, wordt de Franstalige Patrick Lefèvre op 1 mei 2005 directeur-generaal van de KB. Dat is op het eerste gezicht geen onaardige keuze, want tot op vandaag is hij het hoofd van een museum van een museum - te weten: het Koninklijk Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis in het Jubelpark. Zeggen dat de benoeming van Lefèvre nogal wat voeten in de aarde heeft gehad, is een understatement. De procedure sleept al twee jaar aan. Om duidelijk te maken waarom, is een kleine omweg nodig. Loopt u even mee. De Koninklijke Bibliotheek is een van de tien Federale Wetenschappelijke Instellingen (FWI's) in dit land, naast onder meer het Algemeen Rijksarchief, het KMI, het museum voor Natuurwetenschappen en het museum voor Midden-Afrika. Stuk voor stuk instellingen die instaan voor cultuur en wetenschapsbeleid dus. Die FWI's zijn relieken van het oude België: in de loop van de staatshervormingen werden ze niet over- gedragen aan de gemeenschappen. Door hun ongewone federale statuut bleven ze jarenlang stuurloos rondzwalpen. Lange tijd waren ze de verantwoordelijkheid van de ongeïnteresseerde ministers van Onderwijs, later kregen ze een eigen minister, maar in de praktijk veranderde er weinig. 'Twaalf jaar lang waren het PS-ministers, aan wie de FWI's opgedrongen werden. Hun interesse voor de instellingen beperkte zich in veel gevallen tot het doordrukken van politieke benoemingen, van zaalwachters tot hogere functies', zegt Kamerlid Simonne Creyf (CD&V), die gespecialiseerd is in wetenschapsbeleid. Aan die praktijk kwam een einde met het Copernicus-plan van gewezen minister van Ambtenarenzaken Luc Van den Bossche (SP.A), dat de top van de federale administratie moest hervormen. De directeurs-generaal van de FWI's zouden voor amper zes jaar worden aangesteld en als het goed ging, konden ze nog zes jaar bij krijgen. Door Copernicus werden eind 2002 alle topfuncties van de FWI's vacant verklaard. Directeurs die op post wilden blijven, moesten net als iedereen aan de selectieproeven deelnemen. De benoemingen zijn een typisch Belgische evenwichtsoefening met taalgroepen en politieke kleuren. Een van de richtlijnen daarbij is een aloud gentlemen's agreement: wanneer de chef van de Albertina een Vlaming is, moet die van het Rijksarchief een Franstalige zijn, en vice versa. De man die de directeurs uiteindelijk benoemt is minister van Wetenschapsbeleid Marc Verwilghen (VLD), die vorig jaar Fientje Moerman (VLD) opvolgde. De eerste proef vond plaats in 2003. Het rapport van drie van de kandidaten is spannende lectuur. Kandidaat één: Willy Vanderpijpen. Beroep: departementshoofd Logistiek van de KB. Solliciteerde voor de KB. Score: zeer geschikt (A). Kandidaat twee: Karel Velle. Beroep: ex-Rijksarchiever, en toevallig adjunct-directeur van de beleidscel Wetenschapsbeleid van het kabinet-Verwilghen. Solliciteerde voor het Rijksarchief. Score: minder geschikt (C). Kandidaat drie: Patrick Lefèvre. Beroep: hoofd Legermuseum. Solliciteerde voor het Rijksarchief. Score: zeer geschikt (A). De conclusies uit zo'n rapport zouden simpel kunnen zijn: Vanderpijpen mag zijn nieuwe visitekaartjes van de KB laten drukken, en Velle maakt geen kans bij het Rijksarchief. Maar na een klacht van een gezakte kandidate schorste de Raad van State het resultaat van de selectieproef. Er bleken aparte jury's voor Nederlands- en Franstaligen te zijn gebruikt, wat een eenduidig oordeel in de weg stond. De hele zaak kon dus van voren af aan worden overgedaan. Niet alleen kwam er een nieuwe selectieproef voor álle tien FWI's, ook de kandidaatstelling werd weer helemaal opgegooid. Toen gebeurden er enkele fascinerende dingen. Patrick Lefèvre schreef zich opnieuw in voor het Rijksarchief, maar besliste op het laatste moment om zijn geluk ook te wagen bij de bibliotheek. Daar zouden zijn kansen groter zijn, leek hij ineens te beseffen. En dat bleek nog te kloppen ook. De tweede selectieproef gooide de rangschikking grondig door elkaar. Voor het Rijksarchief was Velle plots 'zeer geschikt' (van een C naar een A). Voor de KB viel Vanderpijpen terug van 'zeer geschikt' naar 'minder geschikt' (van een A naar een C) - hij kon zijn promotie vergeten. En Lefèvre? Die bleek 'geschikt' voor het Rijksarchief én voor de KB. Plots klopte het plaatje: een Vlaamse liberaal op het Rijksarchief, en een Franstalige liberaal in de Koninklijke Bibliotheek. Iedereen tevreden, vooral dan op het kabinet-Verwilghen. Willy Vanderpijpen van de KB was níét tevreden, en diende bij de Raad van State klacht in tegen Selor, het selectiebureau van de overheid. 'Ik voel mij vernederd', zegt hij. 'Ik heb geen probleem met de andere kandidaat, wel met de manier waarop de tweede proef werd georganiseerd. De eerste bestond uit een doorlichting door het bureau Quintessence, dat de kandidaten beoordeelde op managerskwaliteiten, en door een jury van managers en academici, die de expertise maten. Zij vonden me zeer geschikt. De tweede procedure bestond uit een vragenlijst op de computer. Sommige vragen toetsten de kennis van de regel van drieën, maar je mocht ook een rekenmachine gebruiken. Daarna volgde een gesprek voor een jury, waarvan amper twee van de twaalf leden uit de bibliotheekwereld kwamen. Van hen kreeg ik een C. Met mijn 33 jaar ervaring in de bibliotheek en als docent Management in de Informatie- en Bibliotheeksector aan de UIA vind ik dat een belediging.'Waarom wil iemand per se directeur-generaal van de Koninklijke Bibliotheek worden? Uit idealisme? Voor het salaris? Het prestige? Of om het klassieke missverkiezingenexcuus, de uitdaging? De Albertina is een van de rijkste bibliotheken van Europa en wordt ons in verre buitenlanden fel benijd. Ze verzamelt alle werken die door Belgen en in België worden uitgegeven, maar huisvest vooral de crème van de Middelnederlandse handschriften, 3000 incunabelen, en tienduizenden historische kaarten, atlassen, partituren, munten en penningen. Prestigieus is de job dus zeker. Maar de opdracht die de nieuwe directeur-generaal wacht, is kolossaal. De politieke benoemingen, de jarenlange desinteresse van de overheid en het bijbehorende geldgebrek hebben de KB met de tijd geparalyseerd. De universiteitsbibliotheken werken sinds jaren veel professioneler en gebruiksvriendelijker, en ook internationaal heeft de KB nauwelijks een stem in het kapittel. 'De bibliotheek en de andere FWI's zijn lange tijd het onderwerp van intriges en touwtrekkerij geweest', herinnert Louis Tobback (SP.A) zich, die van 1988 tot 1992 behalve minister van Binnenlandse Zaken ook minister van de Nationale Wetenschappelijke en Culturele Instellingen was. 'In 1988 drong het hof erop aan om al die instellingen onder de bevoegdheid van één minister te brengen. Ik heb in 3,5 jaar veel kunnen doen, maar er was gewoon geen geld. Het was nu eenmaal de tijd van de globale plannen en de Maastrichtnorm.'Hoe diep de sporen van die verwaarlozing wel zijn, bleek in 2000 uit een doorlichting in opdracht van de Koning Boudewijnstichting. Het rapport was keihard. De Albertina miste een mission statement, trok steeds minder bezoekers aan, had de trein van de informatietechnologie gemist, en had geen idee hoe ze hedendaagse tentoonstellingen moest organiseren. Daarnaast bleek het management volledig versnipperd, van een transparant aanwinstenbeleid was geen sprake en een structurele samenwerking met andere grote bibliotheken bestond al helemaal niet. En als klap op de vuurpijl: op de schappen van de Alber- tina lagen 2 miljoen boeken en handschriften te verzuren. Het gaat om werken die tussen 1830 en 1960 werden gedrukt of geschreven op minderwaardig papier, dat met de jaren gewoon verpulvert. Daardoor dreigt het geheugen van het unitaire België verloren te gaan. Over die verzuring zijn de jongste jaren liters inkt gevloeid. Vaak werd de indruk gewekt dat ze de schuld van wanbeheer door de KB was. 'Dat is niet zo: het proces is eigen aan het gebruikte papier en doet zich in bibliotheken over de hele wereld voor', zegt Willy Vanderpijpen. 'Het klopt wél dat de bibliotheek - in tegenstelling tot de Nederlandse en Franse collega's - niet over een waakdienst beschikt die de verzuring tijdig opspoort. Er zijn dure chemische technieken voorhanden die waardevolle documenten kunnen 'ontzuren'. De documenten scannen, waardoor er tenminste een beeld van het origineel bewaard blijft dat bovendien via het internet openbaar kan worden gemaakt, is de eerste gigantische opdracht. Veel tijd heeft de bibliotheek niet meer, veel keuzemogelijkheden ook niet. 'Wat kan ze doen? De zaak overhevelen naar de gemeenschappen?' vraagt Simonne Creyf. 'Je hoeft maar te kijken naar de Nationale Plantentuin in Meise om te weten dat zoiets een nachtmerrie kan worden. De enige optie is specialiseren en samenwerken met de grote bibliotheken in binnen- en buitenland. Wie koopt wat aan, wie zal wat digitaliseren, en hoe kunnen we zo veel mogelijk informatie op een goed gestructureerde manier aanbieden aan zo veel mogelijk gebruikers?' De eerste aanzet daartoe is de jongste jaren gegeven, al is er van een echte relance van de Albertina nog geen sprake. De KB heeft begrepen dat ze niet álles kan blijven verzamelen en spitst zich nu toe op humane wetenschappen, is eindelijk haar fichebakken van vóór 1985 aan het digitaliseren, en heeft zowaar plannen om een behoorlijke inventaris te maken van het materiaal dat ze in huis heeft uit de periode 1835-1920. Vooral op het vlak van prenten en kaarten hebben ze aan de Kunstberg nauwelijks een idee van wat er in de rekken ligt. Maar zoals altijd draait alles om geld. In Horizon 2005, een witboek voor de modernisering van de FWI's, becijferde gewezen minister van Wetenschaps- beleid Yvan Ylieff (PS) wat het zou kosten om de wetenschappelijke instellingen te digitaliseren. Hij kwam uit op 543 à 575 miljoen euro - veel geld, dat er natuurlijk niet is. Zijn opvolgster Fientje Moerman (VLD) besliste in 2004 om te beginnen met de belangrijkste collecties. Prijskaartje: 147 miljoen euro. 43,8 miljoen (verspreid over tien jaar) moet komen uit de portemonnee van Wetenschapsbeleid, 30,05 miljoen van de FWI's zelf, en 73,58 miljoen zou worden geleend bij de Europese Investeringsbank. Precies een jaar later ziet de rekening er een stuk somberder uit. De jaarlijkse bijdrage van Wetenschapsbeleid is herleid van 4,38 tot 2,2 miljoen euro. 'Het gaat om een eenmalige operatie', verzekert de woordvoerder van minister Verwilghen. 'Het is de bedoeling van de regering om voor de volgende jaren 4,3 miljoen euro extra op tafel te leggen voor de digitalisering van het patrimonium van de FWI's. Van dat bedrag gaat meer dan de helft naar de Koninklijke Bibliotheek.' De nieuwe directeur-generaal zal zich in zijn nieuwe bureau geen minuut vervelen. Bart Cornand'De tweede selectieproef controleerde de kennis van de regel van drieën, maar je mocht ook een rekenmachine gebruiken.'In 1988 vroeg zelfs het hof om de verwaarlozing een halt toe te roepen.