De woorden rolden uit de mond van het frêle meisje. Het klonk zacht maar vastberaden: 'Ik wil blijven leven als een revolutionair.'
...

De woorden rolden uit de mond van het frêle meisje. Het klonk zacht maar vastberaden: 'Ik wil blijven leven als een revolutionair.'Wat dat leven als achtentwintigjarige Turkse extreemlinkse DHKP-C-militante dan nu concreet inhield, verklaarde ze even later aan de VRT-radio: 'Ik kijk televisie. Ik doe het huishouden en maak wat eten klaar.'Fehriye Erdal werd in 1999 door de Belgische staat veroordeeld tot huisarrest op een geheime plek in België. 'Voor haar eigen veiligheid', klonk het toen. Vorige week begon in Brugge het proces waar ze samen met tien andere leden van de DHKP-C of het Turkse Volksbevrijdingsfront terechtstaat op verdenking van wapenbezit, schriftvervalsing en lidmaatschap van een criminele organisatie. De DHKP-C richt zich tegen de Turkse staat en heeft cellen in enkele Europese landen. De DHKP-C staat op de Europese lijst van terreurorganisaties en is verboden in Duitsland en het Verenigd Koninkrijk. Aanvankelijk had Erdal geweigerd op haar proces in Brugge aanwezig te zijn omdat ze bang was voor represailles van de Turkse staat. Ze verscheen er dan toch onverwacht. Ze klonk nog altijd militant. 'Er zijn geen harde bewijzen tegen ons', zei ze. 'Ik hoop dat het proces snel afloopt en dat ik als vrij mens in België mag blijven wonen.' Ze zei dat ze geen toekomstplannen had, maar haar leven wel in dienst zou blijven stellen van de revolutie. Ze sprak weinig. Het was vooral DHKP-C-voorman Musa Asoglu die voor haar het woord voerde. Haar advocaat Paul Bekaert noemt haar gedreven, intelligent, principieel en bezeten door een ideaal. Hij noemt haar ook 'een van de weinige marxisten-leninisten die ik ken met gevoel voor humor.' In 1999 toonde ze wat voor doorzetter ze was. Ze ging 45 dagen in hongerstaking uit verzet tegen een mogelijke uitlevering aan Turkije. Fehriye Erdal werd op 25 februari 1977 geboren in het Turkse stadje Kangal, in de provincie Sivas. Haar ouders waren Koerden. Kort na haar geboorte week haar familie met haar jongere broer en zus uit naar Adana. Toen Fehriye en haar zus naar de universiteit van Istanbul gingen, trok heel de familie mee naar de stad. Fehriye Erdal studeerde er politieke en sociale wetenschappen. Aan de universiteit kwam ze voor het eerst in contact met de extreemlinkse DHKP-C. DHKP-C is een Turkse afkorting voor Revolutionaire Partij voor de Bevrijding van het Volk. De groepering komt voort uit het extreemlinkse, gewapende verzet tegen het Turkse bewind in de jaren zeventig. Ze is fel gekant tegen 'het imperialisme' van de NAVO en de Verenigde Staten. Erdal kon zich goed vinden in de beginselen van de DHKP-C. Ze beklaagde zich over de terreur van de politie en het leger op de campus. In Istanbul werd ze voor het eerst door de politie opgepakt omdat ze pamfletten van de DHKP-C aan het ronddelen was. In de zomer van 1995 zocht Fehriye Erdal een job om haar studies te financieren. Ze vond werk bij een schoonmaakfirma. Zo kwam ze terecht in de 'Sabanci Towers' waar het concern van de industrieel Ozdemir Sabanci huisde. Erdal was er erg geliefd en mocht vrij snel schoonmaken en koffie serveren op de verdieping waar de directie kantoor hield. De directie kende haar extreemlinkse sympathieën, maar loofde haar werkkracht. Ze raakte goed bevriend met de directiesecretaresse, die voor haar bij alle werknemers in de kantoorgebouwen een collecte organiseerde. Op 9 januari 1996 vergat Erdal haar toegangsbadge en vraagt er een van een collega. Met die badge laat Erdal twee huurmoordenaars binnen en brengt ze naar de kantoren van Sabanci. Het zijn beelden die vastgelegd werden op de bewakingscamera's van het gebouw. De twee huurmoordenaars schieten op Ozdemir Sabanci, zijn medewerker en directiesecretaresse. Erdal vluchtte meteen weg. Nog voor de moord ontdekt werd. Ze was nauwelijks negentien toen ze in 1996 uit Turkije vluchtte. Ze wordt in Turkije verdacht van medeplichtigheid aan een door de DHKP-C gepleegde en opgeëiste drievoudige moord. Erdal bleef spoorloos tot ze in september 1999 in Duinbergen werd opgepakt. Ze droeg een valse identiteit. Ze had er onderdak gevonden in een appartement bij DHKP-C-vrienden waar de politie vuurwapens en valse reispassen vond. 'In Duinbergen hebben we het kloppende hart en het geheugen van de DHKP-C gearresteerd', stelde de federale procureur Johan Delmulle vorige week. Hij eist straffen van tien tot drie jaar voor de elf militanten. Na de arrestatie van Erdal in september 1999 in ons land vroeg Turkije haar uitlevering. België weigerde en ging ook niet in op het verzoek van Turkije om haar in ons land voor de drievoudige moord te berechten. Fehriye Erdal riskeert nu wel vijf jaar cel. Toen ze vorige week uit het gerechtsgebouw vertrok, zocht Erdal, geflankeerd door DHKP-C-voorman Musa Asoglu, de camera's op. Terwijl een tiental DHKP-C-militanten revolutionaire slogans tegen de Turkse staat scandeerde, stak ze haar hand omhoog. Ze vouwde haar vingers open. Ze maakte het overwinningsteken. Op 28 februari oordeelt de rechter over haar lot. Anna Luyten