Boerenzoon Isaac Newton (1642 - 1727) bereikte de top van de wetenschap. Hij ontdekte de regels en wetten van de moderne natuurkunde. Zijn privé-bestaan daarentegen was een chaos.
...

Boerenzoon Isaac Newton (1642 - 1727) bereikte de top van de wetenschap. Hij ontdekte de regels en wetten van de moderne natuurkunde. Zijn privé-bestaan daarentegen was een chaos.DE geboorte in 1642 van de natuurkundige Isaac Newton in het onooglijke Engelse plaatsje Woolsthorpe werd al omschreven als minstens even zeldzaam als de geboorte van een kalf met twee koppen. Er was niets in de familie van Newton dat hem voorbestemde voor de rol die hij als wetenschapper zou spelen. Newton is voor sommigen de belangrijkste wetenschapper aller tijden. Hij vatte de basisregels van de natuurkunde samen in enkele eenvoudige wetten, die nog altijd ongewijzigd van kracht zijn. Zijn vader kon echter niet lezen of schrijven, en ondertekende zijn testament met een groot kruis. In zijn omgeving was er niets dat de jonge Newton kon stimuleren om zich met de natuurkunde bezig te houden. Zelfs nu valt er in Woolsthorpe, in het district Lincolnshire, niets te beleven. Er is zelfs geen café. De boerderij waar Newton geboren werd, Woolsthorpe Manor, bestaat nog, en wordt als museum beheerd door The National Trust. Ze kan worden bezocht van woensdag tot zondag in de namiddag. Er is niet veel te zien dat rechtstreeks refereert aan Newtons aanwezigheid. Details als een snuifdoos van schildpaddenschild en een ivoren passer. Er ligt wel een derde uitgave van zijn monumentale werk ?Philosophiae naturalis principia mathematica? (?Wiskundige beginselen van de natuurfilosofie?) afgekort de ?Principia?. Daarin legde Newton de grondslag van de moderne natuurkunde. In de bibliotheek van de universiteit van Cambridge staat een van de originele exemplaren van de Principia gewoon als naslagwerk in de rekken. NOSTALGIE.De legende wil dat Newton het licht zag toen hij, in de boomgaard rond de boerderij van zijn moeder in Woolsthorpe, een appel van een boom zag vallen. Tal van bronnen beweren dat dit een roddel is, die zijn oorsprong vond in een verhaal dat een halfnicht van Newton vertelde aan een vriendin van de Franse filosoof Voltaire. De vrouw ene madame du Châtelet was op vraag van haar in die tijd naar Engeland verbannen vriend de Principia in het Frans aan het vertalen. Wetenschappers hebben deze legende op haar waarheidsgetrouwheid onderzocht. De boom in kwestie zou een speciaal oud ras zijn geweest : een Flower of Kent, dat in 1629 in de streek was ingevoerd, dus voor Newtons geboorte in 1642. Op tekeningen is te zien dat er zich in de boomgaard rond Woolsthorpe Manor een appelboom met halfliggende stam bevond. De overlevering wil dat de jonge wetenschapper daar graag op gezeten zou hebben. Na Newtons dood koesterden dorpelingen de boom als een kleinood, tot een storm hem in 1820 uit de grond rukte. Van de stam werden houten souvenirs gemaakt, waarvan er zich eentje in het museum in Woolsthorpe bevindt. Op de plaats van de oorspronkelijke boom schoot een nieuwe stam uit de grond. Die is vandaag nog altijd te bezichtigen. De nostalgie rond de boom werkt in ieder geval, hoewel erop gaan zitten geen garantie voor stichtende inzichten is. Woolsthorpe Manor werd een bedevaartsoord voor natuurkundigen. Het museum bevat de bewerkte deur van een kleine alkoof waarin Newton belangrijke boeken bewaarde. En deur die in 1796 bij renoveringswerken door de toenmalige eigenaar cadeau werd gedaan aan professor John Robison, een natuurkundige die Newton enorm bewonderde. Ze kwam pas in 1989 weer op haar oorspronkelijke plaats terecht. Ook Albert Einstein een van de weinige wetenschappers die Newtons genialiteit evenaarde bezocht Woolsthorpe Manor, op 30 juni 1930, toen hij op doorreis was naar de universiteit van Nottingham. Einstein beschreef Newton als ?een torenhoog genie dat voor ons staat, sterk, zeker en alleen?. Hij is tot dusver de enige die enkele kleine correcties aan Newtons natuurkunde heeft kunnen aanbrengen. Hij verontschuldigde zich daarvoor : ?Newton, vergeef me. Je hebt in jouw dagen de enige manier gevonden om de meest verheven gedachten en het grootste creatieve vermogen te bereiken. De denkbeelden waaraan je gestalte hebt gegeven, begeleiden ook nu nog ons natuurkundige denken, ofschoon wij nu weten dat zij vervangen zullen moeten worden door andere, die verder afstaan van de invloedssfeer van de rechtstreekse ervaring, wanneer wij willen komen tot een dieper begrip van de samenhangen.?De boerenfamilie Woolerton, die Woolsthorpe Manor van 1840 tot 1942 pachtte, hield een eeuw lang een dagboek bij van alle notoire bezoekers aan het domein. Dit boek is nooit publiek gemaakt, hoewel tal van historici de boeren er al op hun knieën zijn komen om smeken. Die blijven echter koppig weigeren de documenten vrij te geven. KERSTDAG.Het belang dat Woolsthorpe Manor in het Newton-toerisme speelt, zou kunnen suggereren dat de plaats van groot belang was in het leven van de eminente natuurkundige. Dat was niet het geval. Newton bracht maar relatief weinig tijd op de boerderij door. Hij was er ook diep ongelukkig. Zijn leven begon overigens slecht. Zijn vader stierf nog voor zijn geboorte. Hijzelf werd te vroeg geboren, op Kerstdag 1642 het jaar dat Galileo Galilei stierf, een man die hij later zou bewonderen. Een week lang hing zijn leven aan een zijden draadje. Drie jaar na zijn geboorte hertrouwde zijn moeder met een oudere man uit een naburig dorp en verhuisde naar diens woonst. De jonge Newton bleef zeer tegen zijn zin met haar ouders op de boerderij achter. Geregeld klom hij in een boom, van waaruit hij de heuvel kon zien waar zijn moeder woonde. Hij moet een moeilijk kind geweest zijn en werd op kostschool gestuurd, naar het stadje Grantham, een tiental kilometer ten noorden van Woolsthorpe. Toen hij zeventien was, haalde zijn moeder, ondertussen voor de tweede keer weduwe, hem terug naar de boerderij, met de bedoeling dat hij het beheer van het goed zou overnemen. Een groot succes was dat echter niet. De jonge Newton was, omwille van zijn speciaal karakter, niet geliefd bij knechten en meiden, en was allesbehalve in boeren geïnteresseerd. Documenten uit die tijd wijzen uit dat zijn moeder minstens driemaal een zware boete moest betalen, omdat de schapen die haar zoon moest hoeden, bij de buren terechtgekomen waren. De jonge herder zat met zijn kop in de boeken, of in de beek, waar hij kleine watermolens bouwde. Hij deed toen al eenvoudige experimenten. Zo mat hij het verschil in afstand dat hij kon springen met de wind mee, of er tegen in, om de kracht van de wind te berekenen. Zijn oom, dominee William Ayscough, die aan het fameuze Trinity College van de universiteit van Cambridge had gestudeerd, onderkende het talent van de jongen en overtuigde er zijn moeder van hem terug naar school te sturen. Hoewel zijn studieresultaten alles behalve briljant waren, werd Newton in 1661 toegelaten tot Trinity. Hij kwam er op 8 juli aan, als een ruwe plattelandstelg die nooit verder dan twintig kilometer van huis was geweest. In Cambridge boog hij zich weinig enthousiast over het werk van de oude filosofen zoals Aristoteles, dat toen nog tot het officiële curriculum behoorde. Hij raakte echter geboeid door de boeken van ?moderne? wetenschappers als Galilei en René Descartes, wier inzichten hij snel in zijn eigen denkwereld inbouwde. In het jaar dat hij afstudeerde (1665), brak in Cambridge de pest uit. De universiteit werd gesloten. De volgende twee jaar bracht Newton opnieuw in Woolsthorpe Manor door. Die jaren bevestigden de mythe van het plaatsje. Afgezonderd van elke vorm van afleiding, realiseerde Newton er de ene wetenschappelijke doorbraak na de andere. Hij vatte die periode uit zijn leven later zonder veel aplomb als volgt samen : ?In het begin van het jaar 1665 ontdekte ik de methode van de benaderende reeksontwikkelingen & de Regel voor het verminderen van de macht van elke binomiaaluitdrukking tot zo'n reeksontwikkeling. In de maand mei van datzelfde jaar ontdekte ik een methode voor Tangenten & in november de directe methode voor afgeleiden (de differentiaalrekening) . Het volgende jaar in januari de Theorie van de Kleuren & in mei kreeg ik toegang tot de omgekeerde methode voor afgeleiden (de integraalrekening) . En in hetzelfde jaar begon ik te denken dat de zwaartekracht ook van toepassing was op de baan van de maan.?DENKMACHINE.Op anderhalf jaar tijd legde Newton dus de fundamenten van zijn ontwikkelingen in de wiskunde, de optica en de natuurkunde. ?Newton was geen conventionele figuur?, schreef zijn voornaamste biograaf Richard Westfall : ?Daarvoor was zijn intellect te groot, zijn capaciteit tot woede te diep geworteld, zijn verlangen naar afzondering van de rest van de wereld te obsessioneel, zijn passie voor alles wat geen origineel denk- en studiewerk was te zwak. Newton was de incarnatie van de abstracte denkmachine.?Die capaciteiten waren ook de hoogleraren van Cambridge niet ontgaan. Hoewel hij nog bijna niets over zijn werk had gepubliceerd, werd Newton in 1667, toen de universiteit opnieuw werd geopend, als fellow van Trinity College aanvaard. Twee jaar later hij was amper 26 werd hij Lucasian professor in de wiskunde. Een van zijn eerste realisaties was de ontwikkeling van de reflectietelescoop. Zijn leerstoel wordt vandaag bezet door de gerenommeerde, hoewel verlamde, natuurkundige Stephen Hawking, die verwoed poogt om voor zijn dood het onsterfelijkheidsniveau van Newton en Einstein te evenaren. Newton zou nog zelden naar Woolsthorpe terugkeren. De rust die hij er had gevonden, was voorgoed uit zijn leven verdwenen. Hij was bezeten van de wetenschap. Een collega schreef ooit over hem : ?Hij gaat zo op in zijn studie dat hij nauwelijks eet en zelfs vaak helemaal vergeet te eten. Soms, wanneer hij had besloten om in de Hall te gaan eten, liep hij de straat op, bleef dan stilstaan, besefte zijn vergissing, en keerde op zijn schreden terug, om vervolgens niet naar de Hall te gaan, maar zich weer in zijn werkkamer terug te trekken. Af en toe begon hij staande achter zijn werktafel te schrijven, zonder zich de tijd te gunnen een stoel bij te schuiven.?Wie hieruit meent te moeten afleiden dat Newton ook de incarnatie was van de verstrooide professor, heeft het mis. Hij was soms heel werelds. In 1703 werd hij, als erkenning van zijn wetenschappelijk prestige, voorzitter van de Royal Society. Toen (en nog altijd) de meest eminente Britse wetenschappelijke instelling. Hij zou die functie behouden tot zijn dood in 1727. Hij zat ook even in het parlement, hoewel zijn enige bijdrage tot het debat die genotuleerd werd, zijn vraag aan een zaalwachter was om het raam te sluiten. In 1700 werd hij Master of the Mint, een soort muntbewaarder. Ook dat bleef hij tot zijn dood. De positie leverde hem een vorstelijk salaris op dat hem, samen met de opbrengsten van het landgoed in Woolsthorpe, rijk maakte. De benoeming gebeurde op voorspraak van een kennis, Charles Montagu of de eerste Earl of Halifax, die de Bank of England had gesticht, en lang minister van Financiën was. Van hem wordt gefluisterd dat hij een relatie had, of zelfs een geheim huwelijk aanging, met Catherine Barton. Ze was een verre halfnicht van Newton, die op diens huis in Londen lette, en (officieel) getrouwd was met een van diens beschermelingen, John Conduitt. Newton gaf verrassend genoeg blijk van administratieve vaardigheden. Hij werkte mee aan de hervorming van het Britse muntstelsel en dokterde een methode uit om geldstukken tegen valsemunterij te beschermen. Hij liet de randen zo bewerken dat ze niet konden worden afgeschaafd. Hij ontmaskerde talloze fraudeurs, onder meer William Chaloner, de meest gereputeerde vervalser uit zijn tijd. Alleen al in 1697 liet hij negentien misdadigers ophangen, en talloze anderen naar de galeien sturen. Hij woonde een aantal executies bij. PLAGIAAT.Newton was even hard voor zijn wetenschappelijke critici als voor de criminelen. Hij was supergevoelig voor kritiek, en kon in mateloze woede uitbarsten als iemand hem aanviel of tegenwerkte. Dat gebeurde uiteraard met de regelmaat van een klok. Hij vocht jarenlang als een leeuw met de koninklijke astronoom John Flamsteed voor de macht in het observatorium van Greenwich. In 1672, toen hij werd verkozen als lid van de Royal Society, publiceerde hij een artikel over licht en kleuren, dat onmiddellijk werd aangevallen door een van zijn demonen : professor Robert Hooke, die al over licht had geschreven. Drie jaar later beschuldigde Hooke Newton van plagiaat. Ook bij het verschijnen van de Principia, in 1687, claimde Hooke dat Newton de mosterd in zijn werk had gehaald. Hooke had inderdaad al over zwaartekracht geschreven, maar lang niet met dezelfde kracht van bewijs als Newton. De twee voerden in totaal dertig jaar lang oorlog, tot de dood van Hooke. Een van Newtons eerste bestuursdaden na zijn aanstelling tot voorzitter van de Royal Society was het vernietigen van een portret van Hooke. Hij deed ooit de uitspraak : ?Als ik verder heb kunnen kijken dan de meeste mensen, komt dit omdat ik op de schouders van reuzen stond.? Sommige, misschien wat naïeve, waarnemers menen dat hij hiermee mensen als Galilei bedoelde. Anderen zijn ervan overtuigd dat hij Hooke wilde ergeren, die zelfs voor zijn tijd opvallend klein was. De beschuldigingen van Hooke hadden tot gevolg dat Newton voorzichtig werd met het uitbrengen van zijn inzichten. Ook dat leidde tot problemen. De laatste twintig jaar van zijn leven voerde hij een uitzichtloze strijd met de Duitse filosoof Gottfried Leibnitz over de vraag wie als eerste het differentiaal- en integraalrekenen had ontdekt. Feit is dat de twee de methode onafhankelijk van elkaar ontwikkelden. Newton was ongetwijfeld de eerste, maar omdat hij zo lang wachtte om zijn bevindingen wereldkundig te maken, gaf hij Leibnitz soliede argumenten in handen om de primeur voor zichzelf op te eisen. Gelukkig had Newton ook wetenschappelijke vrienden. Zonder hen zou hij misschien nooit zo bekend geworden zijn als hij nu is, want zonder hen zou hij waarschijnlijk nooit zijn Principia hebben geschreven. Sir Edmund Halley, naar wie later een bekende komeet genoemd zou worden, vroeg in 1684 Newtons advies over problemen in verband met de zwaartekracht, die voortvloeiden uit discussies met Hooke. Halley onderzocht de basisbeginselen die de banen van planeten konden beschrijven. Hij stelde Newton meer bepaald de vraag naar de aard van de baan die een planeet rond de zon beschrijft, als ze wordt aangetrokken met een kracht omgekeerd evenredig aan het kwadraat van de afstand tussen beide. Newton wist het antwoord onmiddellijk : de baan was een ellips. Hij had dat namelijk bijna twintig jaar eerder berekend, tijdens zijn door de pest gestimuleerde verblijf in Woolsthorpe. Hij kon de berekeningen echter met de beste wil van de wereld niet meer terugvinden, en besloot, op aandringen van Halley, ze opnieuw op papier te zetten. Eerst schreef hij een kort traktaat : ?De motu corporum in gyrum? (?Over de beweging van draaiende lichamen?). Anderhalf jaar later had hij zijn meesterwerk klaar, de Principia, dat in 1687 op kosten van Halley in driehonderd exemplaren zou worden gedrukt. In de Principia berekende Newton nauwkeurig de baan van de planeten, en van de manen rond Jupiter en Saturnus. Hij voorspelde perfect het verloop van de getijden in het estuarium van de Theems. Hij toonde aan dat de baan van de maan om de aarde dezelfde beginselen volgt als de beweging van een vallende appel. Hij lanceerde de begrippen absolute ruimte en absolute tijd. Hij gaf zijn drie wetten van de beweging waarvan de tweede de bekendste is : kracht is massa maal versnelling hun definitieve vorm. Hij beschreef massa als de hoeveelheid materie in een object. Enzovoort. Hij werd op slag een levende legende. De eenzame boerenzoon was een vedette geworden. FRIVOLITEIT.Wie zich ondertussen afvraagt hoe Newtons gezin omging met de bezetenheid waarmee de man wetenschap bedreef, kan gerust zijn. Newton had geen gezin. De reden daarvan is klaar en duidelijk : Newton was homoseksueel. Helaas staat dat in de eminentste biografieën die over hem zijn geschreven nergens als dusdanig te lezen, alsof het om een schande ging. Hij was een introvert en geïsoleerd man, die zich niet overgaf aan frivoliteit, staat als verklaring voor het feit dat hij nooit trouwde in de gids over Newtons leven, die bezoekers aan Woolsthorpe Manor zich kunnen aanschaffen. Andere historici hielden het erop dat hij te bang was om te worden afgewezen. Het is zeker dat Newton het tweede huwelijk van zijn moeder, en het feit dat ze hem aan zijn lot overliet, slecht verteerde. Als kind stelde hij ooit een lijst op van zonden die hij had begaan. Daaruit kon worden afgeleid dat hij zijn moeder haatte, hoewel hij toch prompt naar Woolsthorpe reisde toen hij het bericht ontving dat ze op sterven lag. Hij stond haar in haar laatste weken dag en nacht bij. Kwatongen beweren dat zijn voornaamste bekommernis toen echter de toekomst van het landgoed was. Het is wetenschappelijk bewezen dat zulke jeugdtrauma's iemand tot homoseksualiteit kunnen brengen. De jonge Newton sloot zich zonder zijn moeder op in de denkwereld, die later het aanzicht van de wereld ingrijpend zou veranderen. Als scholier ging hij liever om met meisjes dan met jongens. Hij had regelmatig slaande ruzie met de twee stiefzoons van de apotheker bij wie hij in Grantham logeerde toen hij er naar school ging. Die bleven hem ook later in zijn leven de duvel aandoen. Ze huurden ooit Woolsthorpe Manor, maar Newton moest hen voor de rechter slepen, omdat ze de huur niet betaalden. Voor zover bekend, was hun zuster, Catherine Storer, de enige vrouw die ooit een rol van betekenis in zijn leven speelde. Zij zou later beweren dat ze in die tijd een romantische verhouding met Newton had, hoewel hij daar zelf nooit allusie op maakte. De twee verloren elkaar uit het oog, toen Newton voor zijn studies naar Cambridge trok. Over de mannen in Newtons leven zijn de biografen minder duidelijk. Belangrijk was zeker ene John Wickins, met wie Newton in Cambridge jarenlang de kamers deelde. Ze hadden elkaar ontmoet omdat ze beiden niet overweg konden met hun oorspronkelijke kamerpartners. Wickins wordt beschreven als de enige echte vriend die Newton in zijn studententijd had. Er is weinig over de aard van hun relatie bekend. Feit is dat Newton in 1678 een zware zenuwinzinking kreeg, onder meer door de voortdurende aanvallen van zijn kwelduivel Hooke, maar ongetwijfeld gevoed door de beslissing van Wickins om Trinity College te verlaten en te trouwen. Newton kreeg in 1693 een tweede depressie te verduren. Die werd uitgelokt door het vertrek naar Amsterdam van de Zwitserse wiskundige Fatio de Dullier, een wat fatterige man, veel jonger dan Newton, die geobsedeerd was door met diamanten belegde horloges. Hij maakte weinig brokken in zijn wetenschappelijke werk, maar wel in zijn relatie met Newton. Dat de twee zeer bevriend waren, kon worden afgeleid uit de brieven die Newton De Dullier stuurde. Daarin was hij uitzonderlijk intiem. Hij schreef, bijvoorbeeld, tegen zijn gewoonte in ongeremd over wat hij van zijn collega's dacht. De Dullier moet Newton aanbeden hebben, maar wilde even beroemd worden als zijn held. Dat lukte niet. Mogelijk was dat het belangrijkste motief voor zijn vertrek naar Amsterdam. Hij was ook vertoornd toen Newton weigerde om zijn naam te laten gebruiken in reclame voor horloges. Vanuit Amsterdam besliste hij om niet naar Londen terug te keren, zogezegd omdat hij last had van zijn longen. Hij schreef Newton toen een lange brief, waarin hij onder meer voorstelde dat zijn broer hem als vriend zou vervangen. Mogelijk had die brief Newtons tweede zware depressie voor gevolg. ALCHEMIE.De laatste dertig jaar van zijn leven bracht Newton in Londen door. Hij woonde eerst korte tijd in de Tower, maar verliet die, omdat het er te lawaaierig en te rokerig was. Hij verhuisde nog vier keer, maar over de woningen die hij betrok, is weinig bekend. Over de inrichting van zijn laatste huis is ooit geschreven dat de gordijnen, de bedspreien, de kussens en de bedekking van de zetels allemaal karmijnrood waren. Tot wetenschappelijke doorbraken kwam Newton na zijn vertrek uit Cambridge niet meer. Hij borduurde voort op de alchemie, die hem al zijn leven lang had gefascineerd, maar slaagde er niet in om in de scheikunde even belangrijke bevindingen te doen als in de natuurkunde. Scheikunde en natuurkunde vereisen een verschillende geestelijke ingesteldheid. Zijn belangstelling voor alchemie speelde wel een grote rol in zijn strijd tegen de valsemunters. Voor iemand die de fundamenten van de moderne wetenschap legde, was Newton verrassend godsdienstig. En dat niet alleen in de klassieke, maar ook in de occulte betekenis van het woord. Zo was hij onder meer gefascineerd door de magie van de priesters uit het Oude Egypte. Hij zocht, naar verluidt, ook verklaringen voor spiritualistische verschijnselen. Maar nooit vond hij een afdoende uitleg voor de manier waarop de zwaartekracht functioneert. Het gaat in feite om een kracht waarvan de werking op een (soms lange) afstand tot uiting komt. Zelfs de wetenschappers van nu zijn er nog niet uit. Er is gepostuleerd dat de kracht zou worden overgedragen door speciale elementaire deeltjes (gravitonen), maar die zijn nooit gevonden. Ook in zijn natuurkundige bevindingen plaatste Newton God centraal. In het slot van de Principia schreef hij dat ?de bewonderenswaardige ordening van zon, planeten en kometen alleen van de hand kon zijn van een almachtig en intelligent wezen?. En aan het slot van zijn boek over het licht ( ?Opticks?) stelde hij : ?Het lijkt me waarschijnlijk dat God in den beginne de materie heeft gevormd in de vorm van vaste, massieve, harde, ondoordringbare en beweeglijke deeltjes. Aangezien deze primitieve deeltjes vaste stof vormen, zo hard dat zij nooit zouden slijten of in stukken uiteenvallen, kan geen normale kracht ooit in staat zijn te splitsen wat God zelf tijdens de schepping als geheel heeft gevormd.?Daar was Newton niet helemaal accuraat, maar wel zijn tijd ver vooruit. Want volgens moderne natuurkundigen zette hij met die opmerking de koers uit voor de zoektocht naar de meest elementaire deeltjes van de materie. De buitengewone kracht die kan splitsen wat God als geheel heeft gevormd, wordt tegenwoordig opgewekt in de massieve deeltjesversnellers waarmee moderne natuurkundigen hun duizelingwekkende experimenten uitvoeren. Newton viel stil in het grensgebied van de natuurkunde, dat drie eeuwen na hem nog altijd niet door de wetenschap is begrepen. Dirk Draulans Desiderius Erasmus en zijn ?Lof der Zotheid?. Isaac Newton legde de fundamenten van de moderne wetenschap, maar geloofde tegelijk in God en het bestaan van occulte krachten.In de boomgaard van Woolsthorpe Manor bevindt zich een nakomeling van de appelboom waaronder Newton het licht zou hebben gezien.Het op de klippen lopen van affaires bezorgde Newton zware zenuwinzinkingen.Dat zijn moeder hem verliet om met een oudere man te trouwen, isoleerde Newton in een eigen denkwereld.