Zo is het wellicht gegaan. Drie ijlboden werden door de administrateur-generaal van de Belgische Staatsveiligheid uitgestuurd: één naar het kabinet van eerste minister Guy Verhofstadt, een tweede naar minister van Justitie Marc Verwilghen en een derde naar de Mediaminister van de Franse Gemeenschap Richard Miller. De drie boodschappers waren elk drager van een gewichtige nota, van de hoogst mogelijke urgentie.
...

Zo is het wellicht gegaan. Drie ijlboden werden door de administrateur-generaal van de Belgische Staatsveiligheid uitgestuurd: één naar het kabinet van eerste minister Guy Verhofstadt, een tweede naar minister van Justitie Marc Verwilghen en een derde naar de Mediaminister van de Franse Gemeenschap Richard Miller. De drie boodschappers waren elk drager van een gewichtige nota, van de hoogst mogelijke urgentie. De administrateur-generaal van het Bestuur voor de Veiligheid van de Staat Koen Dassen, pas benoemd en zeer bewust van de ernst van zijn ambt, had zich persoonlijk met de kwestie ingelaten. Een hoogst onverkwikkelijke zaak was het. Zo moet de chef van de Staatsveiligheid hebben gedacht terwijl hij vanuit zijn kantoor aan de Brusselse Albert II-laan uitkeek over de grootstad, waaruit de voosheid opstijgt die hij elke dag bestrijdt. De eerste bewaker op de muren van het Belgische fort was wellicht nog in gedachten verzonken toen aan de overkant van de stad de drie ministers, met stijgende ongerustheid, kennis namen van zijn confidentiële nota. In dat rapport stond dat Soetkin Collier, lyrisch kunstenares en lid van de zanggroep Urban Trad, die door de RTBF was gekozen om op 24 mei de natie te vertegenwoordigen op het Eurovisiesongfestival in Riga, een donkerbruin verleden heeft. In 1993 immers, ze was toen 16, werd Soetkin Collier administratief aangehouden tijdens een actie van het extreem-rechtse Voorpost. Zij zou, volgens andere bronnen, dat jaar een tweede keer zijn opgepakt nadat ze met andere jongeren van gelijke gezindte, de Blijde Intrede van koning Albert en koningin Paola in Antwerpen had verstoord. Haar vader was bovendien de uitbater van een Antwerps café, de Vlaamse Leeuw, een broeinest van Vlaams-nationalisten en aanhangers van extreem-rechts. 'Soetkin Collier heeft een laatste keer onze aandacht getrokken bij een cantus van de Nationalistische Studentenvereniging, op 30 april 1998', besloot de chef van de Staatsveiligheid zijn plechtige nota aan de ministers. Luttele uren nadat de geheime informatie uitlekte in de krant La Dernière Heure, werd Soetkin Collier uit Urban Trad gestoten en kon het land opnieuw opgelucht ademhalen. Beter: 'het ons zo dierbare België lijkt een grotere blamage te zijn bespaard dan velen denken', verzekerde ons de zaterdageditie van De Morgen. De krant wist zelfs dat de hele volkskunstscene - waar groepen als Urban Trad en Laïs, destijds mee opgericht door Soetkin Collier, opereren - zweemt naar extreem-rechts. 'Waar denkt u dat ze hun belangstelling voor oude Vlaamse en middeleeuwse gezangen vandaan halen', noteerden de investigative reporters uit de mond van een anonieme informant. De krant illustreerde haar bewering met de onthulling dat de vader van een van de Laïs-zangeresjes geregeld in het openbaar de doedelzak bespeelt en zich daar blijkbaar niet over schaamt. 'Ja, het is nu eenmaal de taak van de Staatsveiligheid alles te zien en alles te horen', sprak een triomferende justitiewoordvoerder Johannes Thuy, nadat de missive van de Staatsveiligheid bekend geraakte. De scherpte van het gehoor en het gezicht van de Belgische Staatsveiligheid is spreekwoordelijk. Terwijl in de jaren 1960 en 1970 agenten van de dienst vlijtig notities zaten te pennen op vergaderingen van de Volksunie, attendeerden 'Franse diensten' de Belgische premier op de rekrutering van Belgische huurlingen voor nakende militaire operaties in Congo en werd een landgenoot die de Sovjets van geheim NAVO-nieuws voorzag door Israëlische agenten uitgerookt. In de jaren 1980 werd de Staatsveiligheid helemaal in beslag genomen door opwindende verhalen, deels door eigen agenten verzonnen, over Roze Balletten, over de staatsgreepplannen van Zwarte Baron de Bonvoisin en over de potsenmakers van Westland New Post - verhalen waarmee de dienst een clubje van bevriende journalisten voedde. Intussen vergaderde de Canadese kanonnenbouwer Gerald Bull, ontwerper van het Iraakse superkanon, in Brussel met munitiefabrikant PRB, toen nog eigendom van de Generale Maatschappij, over een mogelijke overname. Notulen van die bijeenkomsten en documenten met betrekking tot de levering van PRB- marchandise in het Midden-Oosten doken op tijdens hoorzittingen in het Britse parlement. Toen Gerald Bull in maart 1990 in Ukkel werd vermoord - door Israëlische of Iraakse agenten, wie zal het zeggen? -, wisten ze op het hoofdkwartier van de Staatsveiligheid niet wat ze hoorden. Als ze daar al een dossier hadden over Gerald Bull, dan was dat in elk geval dunner dan dat over Soetkin Collier. Voor de Belgische Staatsveiligheid is de ontmaskering van Soetkin Collier in elk geval een wapenfeit waar het Comité-P, dat momenteel de dienst doorlicht, niet naast kan kijken. En zeggen dat er nu nog zijn die volhouden dat de aanstelling van Koen Dassen - tot voor kort kabinetschef van de liberale minister van Binnenlandse Zaken Antoine Duquesne - aan het hoofd van de Staatsveiligheid een politieke benoeming was en dat hij elke bekwaamheid mist om de dienst te leiden. Het is ons een voorrecht een deel van 's mans salaris te mogen betalen - noem het een vermakelijkheidsbijdrage. Rik Van Cauwelaert