Het is een aloude gewoonte: overheden krijgen na een massale crisis weer de teugels van het economisch beleid in handen, de zorgen over de staatsschuld verdwijnen naar de achtergrond. Maar kunnen we onze bestuurders vertrouwen om het na de covidcrisis beter te doen dan de neoliberale (on)zichtbare hand? Een hand die in het verleden al te vaak klappen uitdeelde aan onze leefomgeving,...

Het is een aloude gewoonte: overheden krijgen na een massale crisis weer de teugels van het economisch beleid in handen, de zorgen over de staatsschuld verdwijnen naar de achtergrond. Maar kunnen we onze bestuurders vertrouwen om het na de covidcrisis beter te doen dan de neoliberale (on)zichtbare hand? Een hand die in het verleden al te vaak klappen uitdeelde aan onze leefomgeving, ons welzijn en onze toekomst? Niet alle overheden wereldwijd beschikken over de capaciteit om die leidende rol op zich te nemen. Er zijn de landen waar regeringsleden vooral tijd investeren in zelf- verrijking en het verder uithollen van instellingen die ze zelf inzetten voor eigen gewin; zij zullen hun inwoners de komende tijd meer dan ooit teleurstellen. Diezelfde landen genieten minder vertrouwen dan sterkere staten en kunnen daarom moeilijker geld lenen aan een gunstig tarief. Dat gegeven zal de wereldwijde ongelijkheid nog ver- groten. Toch biedt dit kantelpunt hoop. Ook al ontberen vele landen voldoende sterke instellingen, ook al staan andere voor uitdagingen zoals het weren van agressief lobbywerk en het overwicht van nationale belangen over internationale samenwerking. Hoop op een nieuwe economie, waarin menselijk welzijn centraal kan staan.