Het is een cliché zo groot als een huis dat de Britten de absolute meesters zijn van het understatement. De mededeling van premier Tony Blair enkele weken geleden, dat het Verenigd Koninkrijk op 7 juni een nieuw parlement kiest, was goed voor enkele fraaie voorbeelden van deze kunst, die doorgaans in driedelig maatpak wordt beoefend.
...

Het is een cliché zo groot als een huis dat de Britten de absolute meesters zijn van het understatement. De mededeling van premier Tony Blair enkele weken geleden, dat het Verenigd Koninkrijk op 7 juni een nieuw parlement kiest, was goed voor enkele fraaie voorbeelden van deze kunst, die doorgaans in driedelig maatpak wordt beoefend.Een voorbeeld. Het minste wat je van een regering mag verwachten, schreef het weekblad The Economist, is dat ze wat waardevol is niet kapotmaakt. In die proef blijkt Blair in de voorbije vier jaar te zijn geslaagd: hij heeft het schip van staat niet op de klippen gestuurd. Duidelijk enigszins tot de verbazing van de conservatief-liberale redactie van het blad, die zich vorige Labour-leiders nog goed herinnert. Maar ze weet ook nog hoe het er in de latere jaren van het Thatcher-tijdperk toeging - en in vergelijking daarmee is die blaag van een Blair blijkbaar toch een hele opluchting. De analyse die dezer dagen in Londen wordt gemaakt, is ook aan deze kant van het Kanaal interessant om te volgen. Blair, zijn New Labour en de politiek van de Derde Weg stonden in de zomer van 1999 in Brussel inhoudelijk model voor het project dat Guy Verhofstadt voor ogen had toen hij na de verkiezingen met socialisten en groenen rond de tafel ging zitten. Daar zal de komende weken aan worden herinnerd, als de balans van twee jaar paars-groen wordt gemaakt. Tony Blair werd in mei 1997 verkozen met een enorme parlementaire meerderheid, maar eigenlijk helemaal niet met zo'n grote voorsprong aan stemmen. Hij beloofde tijdens zijn campagne dat hij radicaal zou werken aan een ' better Britain', maar beschouwingen bij deze eerste ambtstermijn wijzen erop dat hij in de eerste plaats behoedzaam is gebleven. Blair zet regelmatig een grote bek op, hij haalt in toespraken agressief uit tegen de 'conservatieve krachten' die hij het hoofd moet bieden, maar in de bestuurspraktijk van elke dag blijft voorzichtigheid troef. Vooral op de belangrijke terreinen van gezondheid en onderwijs wacht hem nog veel werk: daar heeft hij de conservatieve krachten nog niet echt diep in de ogen gekeken. De gelijkenis met wat er in Brussel gebeurt, valt daarbij op. Vooral de VLD schrikt niet terug voor een krasse uitspraak meer of minder. Paars-groen zou van België een 'modelstaat' maken, maar dat heidense karwei vordert met kleine pasjes. Van veel grote projecten is niet helemaal duidelijk in welk stadium van uitvoering ze zich bevinden. Tegelijk worden er sowieso al vraagtekens geplaatst bij de manier waarop er met de opbrengsten van de economische groei is omgesprongen. In ieder geval ACW-voorzitter Theo Rombouts toonde zich op Rerum Novarum niet onder de indruk. Zolang de CVP met haar vernieuwingsoperatie sukkelt, doet de christelijke arbeidersbeweging dienst als de enige oppositie die het de regering lastig kan maken. Rombouts was vooral hard voor de Vlaamse regering, die hij verweet te weinig aandacht te hebben voor wat er bij de sociale organisaties leeft. Dat is een beetje vreemd omdat de idee dat de politiek opnieuw prioritair de lijnen van het beleid moet uitzetten - waar het ACW kanttekeningen bij maakt - van federaal premier Guy Verhofstadt uitgaat. Tenzij de organisatie federaal minister van Sociale Zaken Frank Vandenbroucke wil ontzien, met wie ze beter kan opschieten. Het ACW is overigens nooit tevoren zo het hof gemaakt door de politiek als uitgerekend door deze regering.Theo Rombouts, normaal gesproken de ernst zelve, maakte vorige week hier en daar een karikatuur van de paars-groene voorstellen en dat verdienen ze niet allemaal. Hij heeft gelijk met zijn klacht dat de politiek niet de enige vertegenwoordiger is van het volk. Het zou in de Belgische context van arrogantie getuigen om naast het belang van de sociale organisaties te kijken. Maar de ACW-voorzitter mag ook niet de indruk wekken dat hij de legitimiteit van het verkozen parlement in twijfel trekt - voor een man met zijn status is dat een gevaarlijk spel.De ACW-voorzitter houdt ook geen rekening met een nieuw fenomeen dat het leven van de politici zuur maakt. Beslissingen worden voortdurend betwist en moeten altijd weer onderhandeld worden, niet alleen met de politieke partners of met sociale organisaties, maar met de mondige burger zelf. Een goed verpakte portie emotie in het televisienieuws of in de krant kan reputaties onherstelbaar beschadigen. Besturen is ingewikkelder geworden dan in de tijd, niet zolang geleden, toen enkele ACW-getrouwen in het idyllische Poupehan onder elkaar in de naam van land en regering konden beslissen. In Londen wordt Tony Blair een tweede mandaat gegund, in het besef dat er daarna geen excuses meer zijn: dan moeten er resultaten op tafel liggen. Blair, schrijft The Economist, moet zich zoals Hendrik V opmaken voor de sprong van de tijger. Shakespeariaanse beeldspraak die Guy Verhofstadt stof tot nadenken biedt. Hubert van Humbeeck