Er kan van de Vlaamse Liberalen en Democraten niet worden gezegd dat de partij sinds haar oprichting een grijs bestaan heeft geleid. Aan grote plannen ontbrak het nooit. De VLD verkondigde bij monde van haar stichter en inspirator Guy Verhofstadt harde stellingen. De partij wou een breuk, ze voerde bewust een meerderheidsstrategie die de mensen wou dwingen om te kiezen tussen haar en "de anderen". Dat was nieuw in de Belgische traditie, die wil dat de politiek altijd een brede consensus moet zoeken en voorzichtig de keuzes volgt die de samenleving toch al heeft gemaakt. De VLD wou het paard voor de kar spannen, en dat bracht haar in conflict met het bestel dat het niet gewoon is om zo voortvarend te moeten denken.
...

Er kan van de Vlaamse Liberalen en Democraten niet worden gezegd dat de partij sinds haar oprichting een grijs bestaan heeft geleid. Aan grote plannen ontbrak het nooit. De VLD verkondigde bij monde van haar stichter en inspirator Guy Verhofstadt harde stellingen. De partij wou een breuk, ze voerde bewust een meerderheidsstrategie die de mensen wou dwingen om te kiezen tussen haar en "de anderen". Dat was nieuw in de Belgische traditie, die wil dat de politiek altijd een brede consensus moet zoeken en voorzichtig de keuzes volgt die de samenleving toch al heeft gemaakt. De VLD wou het paard voor de kar spannen, en dat bracht haar in conflict met het bestel dat het niet gewoon is om zo voortvarend te moeten denken. De afstand die de VLD in haar jonge dadendrang tussen zichzelf en die "anderen" schiep was groot. Maar na de verkiezingen van 1995 begonnen de liberalen toch maar aan de weg terug. Ze worden daarbij intussen gediend door de omstandigheden. Die willen dat het klimaat gunstig is voor partijen die erin slagen om het zogenaamde Rijnlandmodel met zijn stevige sociale zekerheid, te verbinden met een liberaler gedachtegoed waarin de mens, het individu, veel ruimte krijgt om zijn vrijheid te beleven. Dat die daarbij de grenzen van wat sociaal, ethisch en ecologisch verantwoord is niet mag overschrijden, wordt als vanzelfsprekend aanvaard. Toen Frank Vandenbroucke op het hoogtepunt van het harde neoliberalisme voorzitter werd van de SP suste hij zijn achterban met de voorspelling dat de jaren negentig het decennium van de sociaal-democratie zouden worden. En de slinger kwam inderdaad terug. Maar hij bracht niet het soort sociaal-democratie dat Vandenbroucke voor ogen had. Voor de zachtroze variant, die typisch is voor onze tijd, was de SP niet klaar. Het gaf de VLD de kans om geleidelijk een discours te ontwikkelen, dat moeiteloos aansluit bij een brede Europese stroom. Op een congres van het Liberaal Vlaams Verbond (LVV) was er enkele weken geleden, bijvoorbeeld, veel aandacht voor een zorgzame staat en voor de ethische kanten van beleidsvoering. De tijd is rijp voor de VLD, maar ze zijn nog lang niet door de woestijn. Zeer ingenomen met wat hij op dat congres van het LVV hoorde, was in ieder geval Marc Verwilghen - die in ons jaarlijkse referendum voor de tweede opeenvolgende keer werd verkozen tot Man van het Jaar. De advocaat uit Dendermonde werd twee jaar geleden veeleer bij toeval voorzitter van de commissie-Dutroux en groeide op korte tijd uit tot, ja bijna het geweten van de natie. Het leek soms alsof hij dat zelf ook geloofde, en dat is voor een politicus altijd een gevaarlijke ontwikkeling.Normaal gesproken is zo'n goudhaantje een godsgeschenk voor een partij die, zoals de VLD, uit haar eigen kring moet breken om een deelname aan de macht af te dwingen. Maar dan moet die zelf ook meewillen. De constructie, bijvoorbeeld, waarbij Verhofstadt en Verwilghen als het ware als "colijsttrekkers" de senaatslijst zullen aanvoeren, is niet zeer geloofwaardig. Niet alleen zullen de twee er elkaar hoe dan ook voor de voeten lopen, bovendien is de senaatslijst wel een leuke poppoll maar het is op de lijsten voor de Kamer dat er over winst en verlies wordt beslist. Marc Verwilghen blijft van een verbazende contradictie getuigen. Enerzijds toont hij zich nog altijd de bescheiden partijman, die hij was voor de Dutroux-commissie hem overkwam. Anderzijds wil hij de spreekbuis zijn van wat goed is voor alle burgers, van niet minder dan het algemeen belang zelf. Waarmee hij zich dan weer boven en dus buiten zijn partij plaatst. Zijn redenering is eenvoudig. Die wil dat er thema's zijn waarover de grote stromingen in de samenleving bij nader inzien zo weinig van mening verschillen dat ze die beter samen kunnen oplossen, zonder daarover politiek te bedrijven. Het Octopusakkoord is daar een voorbeeld van, het veiligheidsbeleid zou er een ander kunnen zijn. Er zijn er die Verwilghen daarom naïef noemen. Volgens anderen kan hij het prototype zijn van een moderne politicus. Zijn charme is dat hij niet naadloos past in het beeld dat van de politiek bestaat. Hij maakt er helemaal deel van uit, en tegelijk toch ook niet. Hij gedraagt zich als een toeschouwer van een stuk waarin hij zelf meespeelt. Dat maakt hem wellicht herkenbaarder voor het publiek, dan voor de politieke actoren rond hem.Hubert van Humbeeck