Amper twee weken voor de eerste bommen en kruisraketten op Joegoslavië vielen, geloofden de topadviseurs van de Amerikaanse president Bill Clinton dat ze de Joegoslavische president Slobodan Milosevic met de rug tegen de muur hadden. Op zaterdag 13 maart vergaderden buitenlandminister Madeleine Albright, veiligheidsadviseur Sandy Berger, minister van Defensie William Cohen en stafchef-generaal Hugh Shelton in de Situation Room, een mooi ingerichte bunker onder het Witte Huis. De stemming was goed. Twee dagen later zouden de Albanese Kosovaren het akkoord van Rambouillet tekenen: een tachtig pagina's dik plan dat het geweld in Kosovo zou beëindigen, de Albanese meerderheid daar een brede vorm van autonomie zou geven en toch geen opdeling van Servië toeliet.
...

Amper twee weken voor de eerste bommen en kruisraketten op Joegoslavië vielen, geloofden de topadviseurs van de Amerikaanse president Bill Clinton dat ze de Joegoslavische president Slobodan Milosevic met de rug tegen de muur hadden. Op zaterdag 13 maart vergaderden buitenlandminister Madeleine Albright, veiligheidsadviseur Sandy Berger, minister van Defensie William Cohen en stafchef-generaal Hugh Shelton in de Situation Room, een mooi ingerichte bunker onder het Witte Huis. De stemming was goed. Twee dagen later zouden de Albanese Kosovaren het akkoord van Rambouillet tekenen: een tachtig pagina's dik plan dat het geweld in Kosovo zou beëindigen, de Albanese meerderheid daar een brede vorm van autonomie zou geven en toch geen opdeling van Servië toeliet. Milosevic stond voor de keuze: tekenen of gebombardeerd worden. Als hij weigerde, zou hij alleen staan en duidelijk schuld hebben aan de bombardementen. In het slechtste geval werd verwacht dat Milosevic nog wat lastig zou doen, maar na de eerste bommen wel zou plooien. Dan klonk de krasserige stem van Christopher Hill door een microfoon. Hill, Amerikaans ambassadeur in Macedonië, was in het afgelopen jaar dé man die met Milosevic onderhandelde. Hoe lagen de kansen op een akkoord nu, werd hem gevraagd. Hills antwoord was beknopt: "Nul komma nul procent." Geen schijn van een kans: Milosevic had beslist, om redenen die niemand kon begrijpen, om de Navo te trotseren. "Er viel", herinnert zich iemand van de aanwezigen, "een pijnlijke stilte in de kamer." DE SCHRIK VAN DE HAVIKDe Amerikaanse regering zal wel gelijk hebben: voor Kosovo zijn er nooit goede keuzes geweest. In de afgelopen acht jaar was Milosevic vier Balkanoorlogen begonnen, de ene altijd wreder dan de vorige. Het zal wel waar zijn wat de Clintonites zeggen: de Servische dictator had altijd al de intentie om Kosovo in brand te steken. "Er waren letterlijk geen andere opties die dit hadden kunnen beletten", zegt een topfunctionaris anoniem. Niet helemaal. De aanloop naar de bombardementen was een opeenstapeling van diplomatieke blunders, gemiste kansen en verkeerde politieke keuzes. Het Witte Huis trapte in de val die ze zelf had opgezet. Om te beginnen, gaf het Milosevic geen kans om via een compromis zijn gezicht te redden. De Amerikaanse regering dreigde wel met oorlog, maar deinsde er voor terug om die harde diplomatie zichtbaar te maken, bijvoorbeeld door troepen in de buurt te stationeren. En toen het onvermijdbare van bombarderen duidelijk werd, verzuimde ze een plan op te stellen voor de humanitaire ramp van duizenden vluchtelingen, een catastrofe die stafchef Shelton voorspeld had. De beslissing om oorlog te voeren, was het resultaat van een buitenlandse politiek ontworpen door Albright: "diplomatie met de dreiging van geweld". Maandenlang had Albright - de tophavik van het Witte Huis - geijverd om alle negentien Navo-leden op één lijn achter Washington te krijgen. Tegen 13 maart was zelfs Bill Clinton, de babyboomer met de typische Vietnam-aversie tegen oorlog, volkomen overtuigd. Het enige wat Milosevic moest doen, was buigen, net zoals hij dat in oktober laatstleden had gedaan bij het staakt-het-vuren, en drie jaar eerder in Dayton. Natuurlijk boog Milosevic niet. Het was niet de eerste keer dat de Servische dictator de Clinton-administratie verraste. En het zou niet de laatste keer zijn. Twee dagen later, tijdens een nieuwe geheime vergadering in het Witte Huis, legde generaal Shelton het rampenscenario uit. "Op korte termijn zullen de bombardementen alles erger maken in Kosovo." Veel erger: zonder grondtroepen zouden er massale vluchtelingenstromen op gang komen. De cijfers die Shelton voorlegde, bracht zelfs een havik als Albright zo aan het schrikken dat ze eerst nog even aan de vrede wilde werken. Toen de gesprekken in Rambouillet op 18 maart volgens het boekje - Milosevic tekende niet - de mist ingingen, stuurde Albright Richard Holbrooke naar Belgrado om de diplomatie een laatste kans te geven. De dag erna, 19 maart, liet de Britse minister van Defensie Robin Cook haar per telefoon weten dat hij niet geloofde dat Milosevic zou buigen. En de Navo-bevelhebber, de Amerikaanse generaal Wesley Clark, werd met het uur ongeruster over de rapporten uit Kosovo, waar de Serviërs massaal soldaten samen trokken. Maar Albright drong erop aan dat Holbrooke toch ging onderhandelen. Zijn missie mislukte. Er bleven geen goede opties meer over. Twee weken na het begin van de bombardementen geldt dat nog altijd. De Amerikaanse regering zag haar ergste nachtmerries realiteit worden. Milosevic ging harder te keer dan verwacht. Naar buiten uit stelt de Clinton-administratie zich op als één front. Maar stilaan distantiëren het Pentagon en de CIA zich van Clintons versie van een "onbevlekte vernietiging", een gemakkelijke luchtoorlog zonder bloed. De militaire elite laat somber weten dat ze van bij het begin waarschuwde dat bombardementen alleen niet zouden volstaan. En inderdaad, toen de bombardementen aanvingen, nam niemand van de stafchefs de moeite om zich, zoals gebruikelijk, te begeven naar "the tank", de meeting room van het Pentagon, om de salvo's te volgen. "Hun messen zijn getrokken en gericht naar Washington", zegt een Amerikaanse topdiplomaat.DE AFZETTING VAN DE PRESIDENTDe vraag is waarom de diplomatieke missies mislukten, en waarom Milosevic dit keer niet boog. Clinton mag nu hardop spreken over Milosevic als de "Hitler van de Balkan", maar in de voorbije herfst beschreef Holbrooke hem nog als een harde maar toch meewerkende onderhandelaar. Milosevic gaf toen - na wat dreigementen met wat op dat moment "speldenprikken" werd genoemd - toe: hij zou met de Kosovaren gaan onderhandelen, hij zou een vredesmacht in Kosovo toelaten en hij zou zijn troepenmacht daar reduceren. Wellicht werd toen, in oktober, dé kans op een duurzame vrede verkwanseld. Europese bronnen in Belgrado vermoedden toen dat Milosevic niet helemaal afkerig stond tegen Navo-troepen die toekeken op een staakt-het-vuren - een voorstel van de Fransen, de Duitsers en de Britten. Het echte probleem lag in Washington. De Amerikaanse regering wilde best Amerikaanse soldaten sturen, maar was doodsbang voor de reactie van het parlement. Bovendien waren er tussentijdse verkiezingen op komst en liep het impeachment-proces, dat de partij van Clinton stemmen kon kosten. Het Pentagon maakte zich ongerust over om het even welke militaire opdracht. Dus werd een alternatief uitgewerkt en werd Holbrooke op pad gestuurd. Die kwam af met een compromis: tweeduizend onbewapende "waarnemers" van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE). Europa gaf toe en stelde in Macedonië een extraction force op: een reddingsploeg die zou uitrukken als de waarnemers werden bedreigd. Clinton weigerde daar één Amerikaanse soldaat voor te leveren. Drie maanden later was het Holbrooke-bestand (zoals voorspeld) aan flarden geschoten. Kosovaren schoten Servische politie overhoop, Servische strijdkrachten richtten in Racak een bloedbad aan. Dat was het cruciale moment. Maar Washington was bezig met het afzettingsproces tegen de president en liet de buitenlandse politiek over aan Madeleine Albright. Zij verhardde het Amerikaanse standpunt. Albright, die in Tsjechië geboren is, heeft namelijk een soort München-complex. Ze gelooft dat toegevingen aan dictators alleen maar hun slechtheid stimuleert. En Milosevic was de slechtste dictator in de buurt. Laat in januari begon Albright te vragen om bombardementen. Ze stond alleen. Het Pentagon verwittigde meteen dat een luchtoorlog in Kosovo niets zou uithalen. Maar tegelijk wilde Defensie eigenlijk geen grondtroepen leveren. En Clinton zelf wees een Navo-plan voor een met een troepenmacht opgelegde vrede af, tenzij Milosevic daarmee instemde. Dus begon Albright - misschien vanuit haar instinct, misschien om het idee van bombardementen te verkopen aan het Witte Huis en de Europeanen - Milosevic te demoniseren. Ze liet zich betrappen op uitspraken als "Milosevic begrijpt alleen de taal van het geweld". Dat klopt, waarschijnlijk, maar is beledigend om te horen. "Het haalt niet veel uit om zulke zaken te personaliseren", zegt een hoge ambtenaar. "Zulke uitspraken hebben de vorm van een ultimatum. Ze zetten ons met de rug tegen de muur, maar hem ook." Rond die tijd stuurde Milosevic zo'n veertigduizend soldaten naar de grens met Kosovo.NAAR BED MET DE GUERRILLANu ging het snel. Half februari vonden in Rambouillet de tweede ronde van de vredesgesprekken over Kosovo plaats. Europa had een laatste gespreksronde afgedwongen. Maar de twee weken durende onderhandelingen verliepen zo gedesorganiseerd dat een diplomaat het had over een "anti-Dayton". "De Serviërs liepen de hele tijd beschonken rond", zegt een Navo-diplomaat. De Kosovaren van hun kant hadden geen zier vertrouwen in hun Franse gastheren. Albright kwam per vliegtuig over om de Kosovaren duidelijk te maken dat de Amerikanen aan hun kant stonden. En toen ze meer tijd dan verwacht nodig had om de Kosovaren te overtuigen, liet ze toe dat de voorgestelde deadline verschoven werd, al gaf ze Milosevic daarvoor de schuld. "Rambouillet moest gered worden", zegt een Amerikaans onderhandelaar. "En de prijs die we betaalden, was dat we ons vastklonken aan de Albanezen." Het zou ook de laatste kans op vrede verknald kunnen hebben. De Amerikaanse regering was nu naar bed gegaan met een obscuur guerrillaleger, waarvoor ze eigenlijk geen sympathie voelde. De verdedigers van Madeleine Albright vinden dat ze gewoon deed wat nodig was om de Kosovaren aan tafel te krijgen. "Ze vrijde hen niet op", verklaren ze. "Integendeel. Ze liet Rambouillet bijna mislukken door hun belangrijkste eis categoriek af te wijzen: hun referendum over onafhankelijkheid." En ze dreef Milosevic niet in een hoek: de Amerikanen boden hem een totale ontwapening van het UCK aan. "Hij had de gelegenheid om een goed akkoord te tekenen", zegt een Amerikaans onderhandelaar. Toch blijven westerse diplomaten en sommige Amerikanen geloven dat Milosevic daar overtuigd raakte dat de positie van Amerikanen niet neutraal was. Hij geloofde dat een onafhankelijk Kosovo - een provincie die voor de Serviërs is wat Jeruzalem voor de Israëli's is - het geheim Amerikaans wapen vormde. Dat was niet het geval, maar de perceptie bedreigde de politieke overleving van Milosevic. Ironisch genoeg bleek Clinton ondertussen wel bereid om zo'n vierduizend Amerikaanse soldaten in te zetten als peacekeepers. Net voor Rambouillet "kregen we inlichtingen dat de Serviërs niet zo afkerig stonden tegenover de aanwezigheid van Navo-soldaten", zegt een Amerikaans functionaris. "Maar dat veranderde op het ogenblik dat Rambouillet mislukte." Meteen na het mislukken van de top voerden de Serviërs hun aanvallen in Kosovo op. Het diplomatieke falen zadelde Washington met een ander probleem op. De VS had van tevoren elke troepenmacht voor noodgevallen uitgesloten. Terwijl in Rambouillet nog gepraat werd, hadden de Britten, Duitsers en Fransen wél soldaten naar Macedonië overgebracht. Als de Amerikanen daar een tankdivisie hadden bijgezet, had de Navo in Macedonië een legermacht klaar die eventueel tussenbeide had kunnen komen. Maar de Clinton-regering wilde wel bombarderen, geen soldaten ter plaatse houden. De raadgevers van Clinton reageren ziedend op de kritiek. "Het is schandelijk te suggereren dat wij die ramp veroorzaakten", brieste de president zelf. Zijn verdedigers beweren dat de Europeanen nooit echt een oplossing van Navo-troepen voorstelden. Sommigen denken dat een laatste oorlog met het monster uit de Balkan gewoon onvermijdelijk was. Clinton weet ondertussen dat een Balkan-oorlog het grootste gevaar is voor de 21ste eeuw. "Deze oorlog is de griezelige reductio ad absurdum van zeven jaar Milosevic-politiek", zegt een topfunctionaris. Maar ook de optelsom van een aantal verkeerde keuzes van de Clinton-administratie. Copyright Knack/Newsweek