Volgens de bevoegde diensten in Turkije zou de beruchte separatistische "Koerdische Arbeiderspartij", de PKK, na bijna veertien jaar oorlog zo goed als verslagen, gedecimeerd en opgevouwen zijn. De PKK laat via zijn woordvoerders in Europa natuurlijk weten dat zulks niet waar en op z'n minst schromelijk overdreven is. De Koerden zelf, vooral die in de Europese diaspora, zullen tegenover het nieuwtje wel de nodige scepsis koesteren: ten eerste zou Ankara wel willen dat de PKK verdween, dat zou een hoop dingen gemakkelijker maken, zij het niet onmiddellijk, dan toch op middellange termijn. Geen enkele maatschappij voert ongestraft tien jaar oorlog in eigen land, ook de Turkse niet. Niet, zonder een hoge prijs te betalen. Ten tweede is Ankara van z'n eerste leugen niet gebarsten. Het oude Koerdische spreekwoord zegt het toch: "Als de Turken niet meer liegen, zullen de Koerden niet meer stelen."
...

Volgens de bevoegde diensten in Turkije zou de beruchte separatistische "Koerdische Arbeiderspartij", de PKK, na bijna veertien jaar oorlog zo goed als verslagen, gedecimeerd en opgevouwen zijn. De PKK laat via zijn woordvoerders in Europa natuurlijk weten dat zulks niet waar en op z'n minst schromelijk overdreven is. De Koerden zelf, vooral die in de Europese diaspora, zullen tegenover het nieuwtje wel de nodige scepsis koesteren: ten eerste zou Ankara wel willen dat de PKK verdween, dat zou een hoop dingen gemakkelijker maken, zij het niet onmiddellijk, dan toch op middellange termijn. Geen enkele maatschappij voert ongestraft tien jaar oorlog in eigen land, ook de Turkse niet. Niet, zonder een hoge prijs te betalen. Ten tweede is Ankara van z'n eerste leugen niet gebarsten. Het oude Koerdische spreekwoord zegt het toch: "Als de Turken niet meer liegen, zullen de Koerden niet meer stelen." Een heel programma, en vierhonderd jaar geschiedenis in één zin: de Turken waar het gezegde het over heeft, zijn die van de Sublieme Poort, de diplomaten van het Ottomaanse Rijk, die in hun praktijk niet verschilden van diplomaten nu. De Koerden van het gezegde zijn de stammen in de bergen van dat rijk, plunderaars en dieven, eigengereid en niet in te schakelen. De twee hebben een lange geschiedenis gemeen, ze kennen elkaar goed. De afgang van de PKK zou volgens binnenlopende berichten in een stroomversnelling geraakt zijn door de affaire Semdin Sakik, die ooit de rechterhand was van de "historische" en unieke PKK-hoofdman Abdullah Ocalan. Semdin Sakik, die een man van het terrein en de actie in de bergen was, en die als tweede man van de PKK hoog op het verlanglijstje van alle Turkse diensten figureerde, zou in de afgelopen paar jaar wel achttien valstrikken en hinderlagen van het Turkse leger ontlopen hebben, zodat hij zelfs bij het leger een zeker heimelijk respect zou genieten. Ocalan was dan wel onbetwist de hoofdman, maar die zat het grootste deel van de tijd hoog en droog in het veilige Damascus, beschermd door de agenten van Hafez al-Assads Syrische politiestaat, en stuurde van daaruit zijn manifesten en nieuwe offensieven de wereld in. Met alle respect en kameraadschap moet er tussen de twee, Ocalan en Sakik, een zekere wrijving ontstaan zijn, mischien omdat Sakik te groot werd. Om die reden of om een andere is Semdin Sakik in maart van de PKK overgelopen naar de - Iraakse - Koerdische Democratische Partij van Massoed Barzani, die al jaar en dag met het Turkse leger zou samenwerken. TIEN DAGEN "ONDERVRAGING"Zo gauw de Turkse geheime dienst daarvan op de hoogte was, vertrokken er van daar eisen naar Barzani, om de zeer gezochte guerrillaleider aan Turkije uit te leveren. Maar de wetten van de Koerdische gastvrijheid zijnde wat ze zijn, weigerde Massoed Barzani zijn gast uit te leveren aan de beulen. Geen nood: voor de Turkse diensten was het niet echt moeilijk een speciaal commando samen te stellen, dat Sakik in Noord-Irak gewoon ging halen. Na tien dagen "ondervragen" zou Sakik ze alles verteld hebben wat ze wilden weten, of toch een groot deel daarvan. Men neemt aan dat Sakik door de Turkse geheime diensten lang en erg gemarteld is. De "inlichtingen" van Semdin Sakik zouden twee soorten gevolgen krijgen. Ten eerste waren de Turkse diensten ineens in staat om twee belangrijke PKK-commando's te onderscheppen, die zich opmaakten voor terreuracties in Antalya, het Turkse kustgebied aan de Middellandse Zee dat de grote trekpleister voor toeristen is. Dat moet een behoorlijke militaire en morele klap geweest zijn voor een organisatie die, zeggen getuigen dan weer, militair en organisatorisch bijna aan de grond zit, en alleen nog tot terroristische acties in staat is. Ten tweede lekken sinds de vangst van Sakik in de Turkse pers de meest sensationele beschuldigingen uit: hooggerespecteerde zakenlieden, intellectuelen, journalisten, de voorzitter van de vereniging voor de rechten van de mens en wie niet al, zouden de PKK hebben helpen financieren, of zelfs, toegewijde militanten van de organisatie geweest zijn. Al gelijk of men deze berichten gelooft, ze werken behoorlijk verwarrend in de samenleving: de journalisten worden ontslagen of mogen niet meer over Koerden schrijven, de intellectuelen worden verdacht gemaakt. En de klap op de vuurpijl kwam toen de krant Sabah schreef dat volgens Sakik de PKK ook de Zweedse eerste minister Olof Palme vermoord had. Waarom? Omdat de Zweedse regering toen nieuwe wetten voorbereidde die tegen de PKK gericht waren? Algauw bleek voor de Zweedse politie dat ze de zogenaamde nieuwe inlichtingen jaren geleden zelf al onderzocht had, en ook toen het "Koerdenspoor" bij de andere kwakkels had moeten klasseren. Een en ander wordt door Koerdische organisaties, en niet het minst de PKK zelf, dan ook afgedaan als een nieuw offensief in de psychologische oorlogvoering van Ankara, en dus totaal ongeloofwaardig. Terwijl men zich allerlei kan voorstellen bij de waarde van "bekentenissen" die afgelegd zijn door een guerrillaleider na tien dagen "ondervraging" door zijn Turkse kidnappers. Dat neemt natuurlijk niet weg dat de PKK wel degelijk in moeilijkheden lijkt te verkeren. Maar het lijkt aannemelijker dat de vlucht van Semdin Sakik een gevolg is van die moeilijkheden dan omgekeerd de moeilijkheden een gevolg van de vlucht van Sakik. Dat moet waarschijnlijk internationaal worden bekeken. Het Koerdisch-Turkse verhaal, en dus ook dat van Sakik, speelt zich af in de bergen van Zuidoost-Anatolië, waar hoeken van Iran, Irak en Turkije samenkomen. Daar situeert men historisch Koerdistan: in de bergen, te paard op vier landen - want ook Syrië heeft een kleine Koerdische groep. Sinds de Golfoorlog over Koeweit heeft men in Noord-Irak het zogenaamde Koerdische veilige gebied willen organiseren, waar de organisaties van Massoed Barzani en Jalal Talebani de dienst uitmaakten. Maar omdat de Koerdische organisaties - vaak nog half of helemaal feodaal van aard en in clans verdeeld -- notoir gevoelig zijn voor manipulaties en complotten van de geheime diensten van de buurlanden rondom, zijn Barzani en Talebani er niet in geslaagd van de hun geboden kans ook een min of meer autonome - en democratische, wat zij beweerden - Koerdische ruimte te maken. De latente staat van ruzie waarin zij met elkaar leefden, bood de gedroomde opening voor Ocalans PKK, die in Turkije vocht voor onafhankelijkheid, om in Iraaks Koerdistan neer te strijken en tussen de duiven van de Iraakse broedergroepen te gaan schieten die zij, revolutionairen, toch maar als "bourgeois" beschouwden. HET WESPENNESTHet rechtstreeks gevolg daarvan was dat het Turkse leger bijna jaarlijks Iraaks Koerdistan begon binnen te vallen in grootscheepse schoonmaakoperaties met luchtmacht en tanks en duizenden soldaten, wat op zijn beurt ook weer hielp om de Iraakse groepen te verzwakken. Die gaven uiteindelijk de strijd op: Talebani zocht weer aansluiting bij Teheran, Barzani riep de tanks van de Iraakse president Saddam Hoessein ter hulp en pikte Talebani's steden in. Daar had de PKK op haar beurt van kunnen profiteren, als de internationale context niet veranderd was. Maar dat was hij wel. Turkije kreeg een islamistische regering en probeerde de aandacht daarvan af te leiden door een aantal "vuile" dossiers te sluiten. Dat van de PKK was er één van. Met die groep waren de Turkse militairen toch al oorlog aan het voeren sinds 1984, met als enig resultaat dat Koerdistan volledig verwoest was, de toegang tot de Europese Unie volkomen dicht, de reputatie van Turkije in West-Europa geen cent waard, en de PKK na veertien jaar machtiger en bij de Koerden invloedrijker dan ooit tevoren. Zelfs de Turkse generaals van de Nationale Veiligheidsraad, die de echte autoriteit is in het land, moeten toegegeven hebben dat er iets fout ging, en dat ze van die oorlog af moesten. Maar van die oorlog konden ze niet afraken zolang de PKK veilig in Irak en in Libanon zat, en beschermd en gefinancierd werd door de Syriër Assad. Ankara is dan begonnen aan een hertekening van de diplomatieke kaart van het Midden-Oosten. Enerzijds had het geen ruzie met Saddam Hoessein. Anderzijds zat het in een goede positie om te onderhandelen met Damascus. Dat was altijd al zo geweest. Nieuw was dat het toenadering zocht tot Teheran en, tegelijk, met Israël. Het militaire bondgenootschap tussen Turkije en Israël is een van de interessantste nieuwigheden in de regio, omdat het tal van vastgeroeste evenwichten doorbreekt. Dat heeft Ocalan uiteindelijk de das omgedaan. De grootscheepse militaire operatie die Ankara nu weer gelanceerd heeft in Noord-Irak - de sneeuw is gesmolten - moet men waarschijnlijk zien als verlengstuk van het werk van de Sublieme Poort, de oude Ottomaanse diplomatie die zo lang werkloos is gebleven.Sus van Elzen