Sinds 1979, het jaar dat het Europees Parlement voor het eerst rechtstreeks werd verkozen, zag de Europese Commissie zich slechts drie keer met een motie van wantrouwen geconfronteerd. In 1990 ging dat over de landbouwpolitiek, in 1992 over de Gatt-onderhandelingen, in 1997 over de gekke koeien. Telkens kon de commissie de motie moeiteloos kelderen.
...

Sinds 1979, het jaar dat het Europees Parlement voor het eerst rechtstreeks werd verkozen, zag de Europese Commissie zich slechts drie keer met een motie van wantrouwen geconfronteerd. In 1990 ging dat over de landbouwpolitiek, in 1992 over de Gatt-onderhandelingen, in 1997 over de gekke koeien. Telkens kon de commissie de motie moeiteloos kelderen. Morgen zal haar dat allicht opnieuw lukken, maar deze keer zullen de voorstanders van het ontslag wel een betekenisvolle minderheid mobiliseren en riskeert de commissie ravage. De schorsing van de Nederlandse ambtenaar Paul van Buitenen, de man die het parlement op 9 december 1998 een stevig dossier over enkele bedenkelijke aanbestedingspraktijken toespeelde, heeft in vele parlementaire fracties kwaad bloed gezet. Ook de Vlaamse socialisten die oorspronkelijk tegen de motie zouden stemmen, denken eraan de commissie het vertrouwen te ontzeggen en het ordewoord van fractieleider Pauline Green naast zich neer te leggen. Op suggestie van de commissie zelf nam Green in december het initiatief voor een motie van wantrouwen, omdat ze ontstemd was over de houding van de christen-democraten. Die stemden in meerderheid tegen de kwijting voor de begroting van 1996, zodat de commissie voor het eerst in de geschiedenis geen decharge kreeg. De socialisten zagen hierin een electoraal manoeuvre en een gemakkelijke manier van de Europese Volkspartij (EVP) om zich te profileren. Middels de parlementaire trukendoos, een motie van wantrouwen, wilden ze de EVP een lesje leren en iedereen duidelijk maken dat de partij slechts een nummertje opvoerde. Green ging ervan uit dat de twee grote fracties de motie, die ze zelf indiende, met plezier zouden wegstemmen. EVP-voorzitter Wilfried Martens is daar inderdaad toe bereid, indien Jacques Santer zich duidelijk engageert dat hij orde op zaken wil stellen. Maar zelfs als Santer zich daartoe plechtig verbindt - iets waarover weinig twijfel bestaat -, dan nog is het vrijwel uitgesloten dat Martens de hele fractie achter zich krijgt. Net als bij de socialisten zullen talrijke christen-democratische dissidenten zich voegen bij de kleinere fracties, zoals de liberalen en de groenen, die de commissie allemaal het vertrouwen zullen ontzeggen. Toch is de kans gering dat de commissie op haar bek gaat. De motie van wantrouwen is pas goedgekeurd indien ze tweederde van de uitgebrachte stemmen achter zich krijgt en tenminste 314 van de 626 parlementsleden voor de motie stemmen. Tenzij Santer of de felbelaagde commissaris Edith Cresson de volgende uren gaan blunderen, acht niemand zo'n score waarschijnlijk. DE REPUTATIE VAN HET PARLEMENTDeze legislatuur werd gekenmerkt door een verzuring van de relaties tussen parlement en commissie. Voordien vormden de twee meestal front tegen de raad van (nationale) ministers. Ze waren objectieve bondgenoten in de strijd voor een sterker (multinationaal) Europees beleid met meer democratische controle. Sinds 1994 zitten parlement en commissie elkaar echter voortdurend in de haren. In juli 1994 ging het al goed fout, toen Santer slechts met een kleine meerderheid door het parlement als voorzitter werd aanvaard. Sinds het Verdrag van Maastricht kan de Europese Commissie pas benoemd worden als ze vooraf de investituur van het parlement krijgt. In het nieuwe Verdrag van Amsterdam werd die bevoegdheid nog aangescherpt, waardoor het parlement steeds meer op zijn strepen staat. Als enige instantie die de commissie tot aftreden kan dwingen, probeerde het deze legislatuur meer dan eens de duimschroeven aan te draaien. Zo spitte, zeer tot ongenoegen van Santer, een onderzoekscommissie het gekkekoeiendossier uit. Voor de commissie werd het een ontluisterend verhaal en Santer moest door het stof en door vele beloften om de motie van wantrouwen te ontmijnen. De vorige weken werd er vooral gebakkeleid over de begroting en het ordentelijk bestuur van de commissie. De begroting is natuurlijk het uitgelezen terrein waarop de instellingen, de lidstaten, de rijke en arme landen van de Unie met elkaar slag leveren. Zeker het parlement heeft de begrotingsproblematiek, waar het wel als een volwaardige partner kan optreden - tenminste als het niet over de landbouw gaat - altijd als een hefboom gebruikt om zijn machtspositie te versterken. Het ligt voor de hand dat het deze keer graag zijn tanden laat zien. Het thema ligt goed bij de publieke opinie en ook de media hebben er belangstelling voor. Het is dus een mooi thema om zich enkele maanden voor de verkiezingen in de aandacht te werken. Daarnaast kan het geen kwaad om de regeringsleiders nog eens in herinnering te brengen dat ze niet alleen over de toekomstige financiering van de Unie en Agenda 2000 kunnen beslissen. Tenslotte hebben de parlementsleden er mooi genoeg van dat zij met hun dure douches en riante reisvergoedingen de schandaalkronieken kruiden. Nu er een akkoord over het gemeenschappelijk statuut van de parlementsleden bestaat en het ergste gesjoemel rond de kostennota's is opgekuist, probeert het parlement zijn reputatie op te poetsen. Voor de commissie dreigt het een lijdensweg te worden. Gegeven het beperkte personeelsbestand moest ze veel hulpprogramma's uitbesteden en, zo blijkt uit de nota's van de geschorste Van Buitenen en andere vertrouwelijke rapporten, dat gebeurde niet altijd even zorgvuldig. De onhandige en niet zelden arrogante replieken van de commissarissen Manuel Marin - verantwoordelijk voor de steunprogramma's voor de landen in het Middellandse-Zeegebied -, en Cresson - verantwoordelijk voor onderwijs en opleiding -, hebben die kritieken niet ontzenuwd. Ook Santer, die in het parlement over weinig krediet en nog minder autoriteit beschikt, slaagde daar vorige week niet in toen hij heel plechtig verklaarde dat alle beschuldigingen tegen Cresson werden onderzocht en te licht bevonden. "Er is geen enkele reden om de integriteit van mevrouw Cresson in twijfel te trekken." VOOR SCHRÖDER DREIGT EEN FIASCOHet rapport van Van Buitenen brengt vooral Cresson in opspraak. Het kabinet van de voormalige Franse eerste minister, die ondanks haar diva-allures nauwelijks in de Brusselse commissie kon imponeren, wordt in een tiental fraudedossiers genoemd. Zowel in de zaak van het European Community Humanitarian Office (Echo) als het beroepsopleidingsprogramma Leonardo da Vinci, het Middellandse-Zeeprogramma (MED) als het toerisme onderscheidde de entourage van Cresson zich door betwistbare transacties en fictieve prestaties. Geregeld duikt hier de naam van de Luxemburgse consultant Claude Perry op die zo'n 100 miljoen frank humanitaire hulp zou gebruikt hebben om medewerkers of vrienden van Cresson te plezieren. Vorige week probeerde de commissaris zich op de parlementscommissie sociale zaken te verantwoorden. Volgens Nelly Maes (VU) sloeg haar verweer nergens op. "Ik heb zeer veel respect voor vrouwen die het maken in de politiek, maar dit was ondermaats. Het was beschamend. We kregen geen informatie en daarom besliste ik om klacht in te dienen." Dat is ondertussen gebeurd en procureur-generaal Benoît Dejemeppe beloofde Maes dat het binnen de veertien dagen duidelijk zal zijn of er een onderzoeksrechter wordt aangeduid. De druk van de media, de verontwaardiging over het ontslag van Van Buitenen en de starre weigering van de commissie om haar fouten toe te geven, kan sommige commissarissen fataal worden. De liberale fractie werkte aan een motie waarin het ontslag van Cresson en Marin wordt gevraagd. Zelfs in de socialistische fractie, de politieke thuishaven van de twee commissarissen, zijn er die zo'n radicale actie willen onderschrijven. Overigens heeft zo'n tekst alleen symbolische waarde. Volgens het verdrag is de commissie collectief verantwoordelijk en kan het parlement individuele commissarissen niet wraken. Dat is de theorie. Als een meerderheid het ontslag van Cresson en Marin vraagt, wordt het voor de twee natuurlijk moeilijk om normaal te functioneren. Toch lijkt het onwaarschijnlijk dat de twee hun koffers zullen pakken. Ook Santer verklaarde al dat hij zich strikt aan de verdragtekst zal houden. Als de motie van wantrouwen wel een meerderheid haalt maar geen tweederde, blijft de commissie op haar post. Het Duitse voorzitterschap heeft zich de vorige dagen erg ingespannen om een pacificatie tot stand te brengen. Minister van Buitenlandse Zaken Joschka Fischer zat maandagavond in Straatsburg bij de groenen en Magda Aelvoet, die in dit conflict een opgemerkte rol speelde. Een institutionele crisis met een vleugellamme commissie zou een heel zware hypotheek op het Duitse voorzitterschap leggen. Het wordt dan vrijwel onmogelijk om midden maart een akkoord over de toekomstige financiering van de Unie en het gemeenschappelijk landbouwbeleid rond te krijgen. Voor de nieuwe Duitse kanselier Gerhard Schröder zou het een fiasco zijn, voor de Unie een dramatische mislukking. Paul Goossens