'Onrust bij jonge officieren' kopte de krant Cumhurriyet in november 2002. Enkele dagen eerder had de AK-partij de Turkse parlementsverkiezingen gewonnen met 34 % van de stemmen, wat haar een absolute meerderheid in het parlement had opgeleverd. Amper vijf jaar nadat de Welvaartspartij, de voorganger van de AKP, buiten de wet was gesteld, zagen de officieren alweer een vertegenwoordiger van de politieke islam aan de horizon opdagen. In 1997 waren de militairen erin geslaagd de regering te laten vallen zonder de tanks de straten op te sturen. Een eisenpakket, gesteld aan de wankele coalitie rond de islamitische Welvaartspartij, had toen volstaan.
...

'Onrust bij jonge officieren' kopte de krant Cumhurriyet in november 2002. Enkele dagen eerder had de AK-partij de Turkse parlementsverkiezingen gewonnen met 34 % van de stemmen, wat haar een absolute meerderheid in het parlement had opgeleverd. Amper vijf jaar nadat de Welvaartspartij, de voorganger van de AKP, buiten de wet was gesteld, zagen de officieren alweer een vertegenwoordiger van de politieke islam aan de horizon opdagen. In 1997 waren de militairen erin geslaagd de regering te laten vallen zonder de tanks de straten op te sturen. Een eisenpakket, gesteld aan de wankele coalitie rond de islamitische Welvaartspartij, had toen volstaan. Maar anno 2008 blijkt de AKP een geduchtere tegenstander dan haar voorgangers. Toen Recep Tayyip Erdogan, Abdullah Gül en enkele tientallen activisten, intellectuelen en academici in 2001 hun handtekening plaatsten onder de beginselverklaring van de AKP, bezwoeren ze dat ze de fouten uit het verleden niet zouden herhalen. Fouten die Erdogans voormalige mentor Necmettin Erbakan wél had gemaakt toen hij premier was. Diens eerste staatsbezoeken gingen richting Iran en Libië. Geen wonder dat de generaals hem ervan verdachten de sharia in Turkije te willen invoeren. Iets later was Erbakans lied uitgezongen. Voor de AKP zou de christendemocratie in Europa het voorbeeld worden, en onderhandelingen met de EU over Turks lidmaatschap moesten de hefboom worden van een hervormingsgericht beleid. Drie verkiezingen verder (lokaal, parlement en president) heeft de AKP een ruimer politiek mandaat dan ooit, leverde ze twee keer op rij de premier, woont in Ankara een president wiens vrouw een hoofddoek draagt, en onderhandelt Turkije met Brussel over lidmaatschap van de Europese Unie. En toch kan het lot zich nog tegen de AKP keren. Sinds 31 maart onderzoeken de elf rechters van het Grondwettelijk Hof of de AKP buiten de wet gesteld moet worden, en of 71 van haar belangrijkste mandatarissen een politiek verbod van vijf jaar zullen krijgen. Het Hof beroept zich daarvoor op een dossier waarin openbaar aanklager Abdurrahman Yalçinkaya in 169 pagina's en exact 54.453 woorden aantoont dat de AKP in haar beleid, acties en discours een partij is die de scheiding tussen Kerk en Staat niet respecteert. Het aanpassen van de grondwet eerder dit jaar om het verbod op het dragen van de hoofddoek in het hoger onderwijs op te heffen, was daarbij de druppel in de spreekwoordelijke emmer. De geschiedenis leert dat de AKP haar verdediging maar beter grondig kan voorbereiden. In Turkije werden al tientallen partijen ontbonden, waaronder de twee rechtstreekse voorgangers van de AKP. De partijtop weet ook dat 9 van de 11 rechters in het Grondwettelijk Hof nog aangesteld werden door de vorige president, Ahmet Sezer, en dat was een seculiere scherpslijper van de eerste orde. Voor de AKP blijkt elk voordeel een nadeel. Wie verwacht had dat de status van regeringspartij en een vergroot mandaat van de kiezer (47 procent van de stemmen bij de parlementsverkiezingen in 2007) de AKP zouden beschermen, komt bedrogen uit. Net het tegendeel is waar. Het succes van de partij is voor haar tegenstanders een reden om ze extra hard aan te pakken. Wat ook niet helpt, is de waarschuwing van de EU dat een eventuele ontbinding van de AKP de toetredingsonderhandelingen tussen Ankara en Brussel zou belemmeren. Want laat dat nu precies zijn wat de oppositie tegen de AKP wil. Zelfs de verbeterde verhouding tussen de regering en de Koerden kan de AKP zuur opbreken. Als straks én de AKP én de Koerdische DTP-fractie buiten de wet gesteld worden (want ook tegen de DTP loopt een onderzoek), dan zal 95 procent van de in de Koerdische regio uitgebrachte stemmen naar de vuilbak verwezen worden. De AKP heeft een lichtpeertje als logo. Als de rechters van het Grondwettelijk Hof straks beslissen het peertje uit te knippen, dreigt voor heel veel Turken het licht voor lange tijd uit te gaan. De indruk bestaat dat het de bedoeling van het seculiere establishment is om in 2008 voor eens en altijd duidelijk te maken dat het de enige legitieme vertegenwoordiger is van de republiek Turkije. Het dossier dat de openbare aanklager heeft samengesteld, wordt door veel Turken gezien als een stok die dient om de hond te slaan. De medestanders en sympathisanten van Erdogan, binnen en buiten Turkije, zeggen dat de 'postmoderne' coup van 1997 een opvolging krijgt in de vorm van een 'juridische coup' en spreken van een politiek proces. De juridische veldslag die de AKP nu moet voeren, is niet zomaar uit de lucht komen vallen. Hij is de voorlopige climax in een fanatieke oppositie tegen de AKP die sinds november 2002 almaar crescendo ging. Die oppositie is breed, maar niet noodzakelijk in de numerieke zin van het woord. Zeker is dat ze niet alleen in het parlementaire halfrond gevoerd wordt, maar ook in de bureaucratie, de media, de magistratuur, de universiteiten en hogescholen, de veiligheidsdiensten, het leger, en in een amalgaan van organisaties (waarvan sommigen zelfs buiten de wet opereren) die zich steevast profileren als bewakers van de nalatenschap van Atatürk. Het gemeenschappelijke doel is duidelijk: op korte termijn de AKP in diskrediet brengen, de regering doen vallen, de partij laten ontbinden en haar mandatarissen politiek monddood maken. Uit het betoog van de oppositie kan alleen maar afgeleid worden dat democratische hervormingen voor haar geen prioriteit zijn, en dat ze niet onder de huidige voorwaarden wil onderhandelen met de EU. Een toetreding tot de EU zou in haar ogen niet alleen leiden tot een opdeling van het land (met de Koerden die zich afscheiden) maar ook het einde van het project van Atatürk betekenen. In de nationalistische retoriek klinkt het dat de Kopenhagencriteria die de EU de kandidaat-lidstaten oplegt niets meer of minder betekenen dan een Turkse capitulatie. Ook de militairen hebben de afgelopen jaren hun stem gehad in de oppositie tegen de AKP. Hoe dicht het land de afgelopen jaren opnieuw bij een militair ingrijpen stond, bleek uit een reeks artikelen die het tijdschrift NOKTA in maart 2007 publiceerde. Het was enkel toenmalig opperbevelhebber Hilmi Özkök die de commandanten van land-, zee- en luchtmacht ervan had weerhouden een staatsgreep uit te voeren. Özkök besefte dat de Turkse publieke opinie niet zit te wachten op tanks die door de straten rollen. Hij distantieerde zich van de plannen, maar tegelijk ook van NOKTA. Uiteindelijk zou de publicatie leiden tot een gerechtelijk onderzoek tegen het tijdschrift. NOKTA werd opgedoekt, de potentiële coupplegers bleven ongemoeid. Bleken de geesten niet rijp voor een klassieke coup, op 27 april 2007 kozen de generaals het internet uit om hun invloed te laten gelden. Op de website van de generale staf verscheen een mededeling die waarschuwde tegen de kandidatuur van Abdullah Gül voor het presidentschap. De publicatie vond plaats op een moment dat vele honderdduizenden in Turkijes grote steden de straten op trokken in wat de geschiedenis inging als de 'Republikeinse Meetings'. De betogingen waren massaal, maar de oproepen tot een 'onafhankelijk Turkije' die vanaf het podium klonken werden vertaald in vijandbeelden van de AKP, de EU en de VS. De daaropvolgende campagne voor de parlementsverkiezingen was sterk nationalistisch gekleurd. Dat angst een slechte raadgever was, bleek op 22 juli 2007 toen de AKP haar stemmenaantal met 12 procent verhoogde. Enkele weken later werd Abdullah Gül uiteindelijk toch president. In het buitenland werden beide gebeurtenissen gezien als een overwinning van de democratie, maar zowel de politieke oppositie als de legertop ervoeren ze als een slag in hun gezicht. Die legertop houdt zich sindsdien wat afzijdig, na een staatsgreep die niet van de grond kwam, gevolgd door een virtuele coup die een slag in het water bleek. Andere strategieën bleken nodig om de AKP onderuit te halen. Wie Turkije zegt, zegt complottheorieën. Recent werd duidelijk dat in de oppositie tegen de AKP ook schimmige organisaties thuishoren die buiten de wet opereren. In januari en februari werd een aantal leden van de zogenaamde Ergenekongroep opgepakt. De lijst arrestanten maakt duidelijk dat de groep vertakkingen heeft in alle geledingen van de maatschappij: het gerecht, de media, het leger, de politiek, de onderwereld en zelfs de Turks-Orthodoxe Kerk. Het doel van Ergenekon was de Turkse samenleving te destabiliseren via intimidatie en geweld en op die manier de militairen te dwingen in te grijpen. Intimidatie gebeurde via het dagvaarden van intellectuelen, journalisten en academici die de 'Turkse identiteit' beledigd zouden hebben. Uit het onderzoek blijkt dat het netwerk gelinkt kan worden aan enkele ophefmakende moorden die de afgelopen jaren in Turkije plaatsvonden, zoals die op uitgever/journalist Hrant Dink en de Italiaanse priester Andrea Santoro. Ook auteur en Nobelprijswinnaar Orhan Pamuk stond op de dodenlijst. Militanten van Ergenekon voerden aanslagen uit met de bedoeling die toe te schrijven aan de achterban van de AKP, zoals de moord op een rechter van het Hooggerechtshof en bommen gericht tegen de kemalistische krant Cumhurriyet. Uiteindelijk kunnen enkele namen uit het Ergenekononderzoek zelfs gelinkt worden aan de organisatie van de 'Republikeinse Meetings' in 2007. Wie zou verwachten dat de Turkse publieke opinie zich in haar geheel zou scharen achter het onderzoek naar Ergenekon - een symbool van wat de Turken zelf de 'staat binnen de staat' noemen - vergist zich evenwel. Met name de arrestaties van een senior writer van de krant Cumhurriyet en van politicus Dogus Perincek werden door heel wat Turken geïnterpreteerd als een zet van de regering om terug te slaan richting kemalisten. Kortom, Turkije lijkt beland in een negatieve spiraal waar geen winnaar maar enkel verliezers uit kunnen komen. Het onderzoek naar de AKP is veel breder dan louter het debat of de partij al dan niet politiek van religie scheidt. Net zo goed als het overleven van de AKP gaat het om de overlevingsstrijd van een autoritair Turkije dat zich alleen op democratische principes en praktijken beroept wanneer het goed uitkomt. Het is niet duidelijk welke strategie de AKP de meeste overlevingskansen biedt. Méér of minder democratie, dat is in essentie de keuze waar de partij voor staat. De boodschap van Europees Commissievoorzitter Jose Barosso op 10 en 11 april op bezoek in Turkije was duidelijk: 'Voer de hervormingen verder uit!' Zo'n beleid zou de AKP ook de steun opleveren van het kleine maar mondige liberale segment van de Turkse samenleving. Dat segment keerde zich de afgelopen twee jaren af van de AKP. De 'liberalen' herkennen zich niet langer in een partij die al drie jaar lang treuzelt in de onderhandelingen met de EU, de oren laat hangen naar het nationalistische discours van de oppositie en de indruk geeft vooral naar haar conservatieve achterban te luisteren. Zij zien op dit moment een AKP die alleen voor haar overleving vecht, en daar desnoods het democratiseringsproces voor wil stilleggen. DOOR DIRK VERMEIREN