Ondernemingen zijn op zoek naar technisch gevormden. Niet alleen naar ingenieurs, maar ook naar vakmensen en technici, zoals metselaars/vloerders, informatici en verplegers. In 1997 signaleerde de VDAB op 82.000 vacatures 34 procent knelpuntberoepvacatures. De jongste vijf jaar verdubbelden deze moeilijk of niet in te vullen vacatures.
...

Ondernemingen zijn op zoek naar technisch gevormden. Niet alleen naar ingenieurs, maar ook naar vakmensen en technici, zoals metselaars/vloerders, informatici en verplegers. In 1997 signaleerde de VDAB op 82.000 vacatures 34 procent knelpuntberoepvacatures. De jongste vijf jaar verdubbelden deze moeilijk of niet in te vullen vacatures. Andere gegevens beklemtonen de behoefte aan technisch gevormden. Een enquête van Febeltex in het voorjaar 1997 toont aan dat de Vlaamse textielindustrie op een termijn van twaalf maanden ongeveer duizend vacatures zou openstellen, waarvoor in 70 procent van de gevallen een opleiding van technisch secundair onderwijs (TSO) nodig zou zijn en in 18 procent een beroepssecundaire scholing (BSO). Een jaar later klopt dat aanbod nog. In andere sectoren blijkt dat 5 tot 20 procent van de vacatures niet wordt ingevuld bij gebrek aan geschikte kandidaten. "In onze informatiemaatschappij is niet alleen kennis van belang, maar ook kunnen", zegt Isabelle Cortens, adviseur VEV-studiedienst. "De technisch geschoolden liggen mee aan de basis van de technologische vooruitgang en de economische groei. Naast een degelijke algemene kennis en voldoende persoonlijkheidsvorming is er behoefte aan opleidingen met een algemene technische vorming voor jongeren. De opkomst van de informatiemaatschappij, technologische evoluties, de mondialisering en internationale competitie waarmee de ondernemingen in Vlaanderen worden geconfronteerd, noodzaakt hen om hun troeven beter te gebruiken. Wie over voldoende technisch kunnen beschikt en op technologisch vlak vooruitkijkt, versterkt die troef. De arbeidsmarkt vraagt dan ook meer dan vroeger naar goede technisch geschoolden." Bovendien dreigt een kenniskloof. De Europese Commissie voorspelt dat, als de huidige investeringen aanhouden, tegen 2005 tachtig procent van technologie jonger zal zijn dan tien jaar. Maar tachtig procent van de opgedane onderwijsvorming en opleiding zal daarentegen ouder zijn dan tien jaar. Op de onderwijsdag "Sleutelen aan technische vorming" zoeken de ondernemers samen met het onderwijs en de overheid naar haalbare initiatieven voor een betere technische vorming in onze scholen. Het VEV schuift tien aandachtspunten naar voren. Drie punten zouden alvast op korte termijn haalbaar moeten zijn: de technische scholen positief profileren, het praktisch en organisatorisch mogelijk maken dat de technische leraar zich extern kan vormen en samenwerken aan de objectieve beeldvorming rond technische vorming.DE PARELS MOETEN IN DE ETALAGEHet technisch onderwijs kampt met een imagoprobleem. De ouders van Roger vonden het goed dat hun zoon na het lager onderwijs naar de technische school ging. Een goed technicus heeft immers meer kans op een job dan een mislukte leerling van het algemeen secundair onderwijs, vonden ze. Maar het werd een catastrofe. Niet zozeer was de leerstof een tegenvaller, maar veeleer de sfeer en het publiek in de technische school. Roger moest daar over het voetbal en de koers kunnen meepraten. Wat hij niet kon. Hij vroeg zich liever af hoe de Egyptenaren erin geslaagd waren hun piramides te bouwen. Waardoor Roger voor zijn klasgenoten doorging als een "rare" en bijgevolg een uitverkoren pestslachtoffer werd. En voor het gemak "klasseerden" de leraars Roger ook maar meteen. Had Roger dan toch algemeen secundair onderwijs moeten volgen? De keuze voor technisch was nochtans positief. Zo dreigt het technisch onderwijs in een vicieuze cirkel te raken. Veel jongeren hebben weliswaar interesse voor techniek en technologie, maar vaak is de sfeer op zo'n school uitgeblust. Nogal wat zittenblijvers en "afvalleerlingen" komen er terecht. Men klaagt er over geweld. Niet alle leraars vinden het overigens een compliment in het technisch of beroepsonderwijs tewerkgesteld te worden. Nochtans doorbreken sommige technische scholen het imago van minderwaardigheid. Cortens: "Veel hangt af van de schoolcultuur. Het komt erop aan dat de technische school zijn eigen parels in de etalage legt. Dat kunnen oudleerlingen zijn die het waarmaakten. Sommige technische scholen zorgen dat ze in de media komen met succesvolle projecten, soms via samenwerking met andere instellingen. Ze moeten durven naar buiten komen. Positief de kranten halen, kan de studiekeuze van jongeren beïnvloeden en het imago van het technisch onderwijs herwaarderen." De externe vorming van leraars is een tweede kortetermijnpunt. Dat kan in de vorm van stages in een bedrijf, een leersabbat of contractonderwijs. Cortens: "Leraars kunnen in de vakantie stages volgen die vergoed worden. Of ze kunnen een dag per week gedurende een semester in een bedrijf meedraaien. Kennismakingsstages of meeloopstages in ondernemingen kunnen ook leraars wiskunde, wetenschappen en andere algemene vakken aantrekken." Een technische leraar tijdens zijn stage vervangen is evenwel een probleem voor de school. Zal de directie hem nog wel terugzien? Een derde prioriteit draait rond de objectieve beeldvorming. Daar kunnen de toekomstige centra voor leerlingenbegeleiding (CLB's), ondernemingen, onderwijs en ouders samen aan werken. Cortens: "Het initiatief kan van een onderneming komen. Als ze nieuwe machines aanschaft, kan ze de technische leerkrachten uit de naburige scholen uitnodigen voor een infodag. Zo kan het bedrijf de technische toelichting voor zijn eigen medewerkers meteen opentrekken naar leerkrachten. Bedrijfsbezoeken, debatten in de school met ondernemers en personeelsdirecteurs kunnen de wederzijdse vooroordelen wegnemen."POSITIEVE ERVARINGSMOMENTENVolgen nu drie aandachtspunten die met enige inspanning van de betrokken partijen haalbaar zijn. Het VEV denkt aan introduceren van "doe-pakketten" rond technisch-wetenschappelijke toepassingen, meer integreren in het technisch en beroepsonderwijs van kennis, attitudes en vaardigheden die de arbeidsmarkt eist en bevorderen van een daadwerkelijke samenwerking tussen technisch en algemeen secundair onderwijs in scholengemeenschappen. Cortens: "Met doe-pakketten in de lagere school leren leerlingen ontdekken waarvoor ze interesse hebben. Ze komen met het technologische aspect in contact, weten dat het bestaat. Dat is niet altijd evident. Kinderen hebben niet genoeg positieve ervaringsmomenten. Lagere scholen zouden overigens meer op bezoek moeten gaan naar technische scholen." De eindtermen (wat leerlingen ten minste moeten kennen en kunnen) die vanaf dit schooljaar gelden, spelen daar nu al op in. In de lagere school omvat "wereldoriëntatie" het onderdeel "technologie". Deze eindterm zou kinderen moeten stimuleren zich af te vragen hoe iets werkt, hoe iets in elkaar zit en hen aansporen zelf ook iets te maken, op te lossen en toe te passen. Constructiespeelgoed, huishoudtoestellen, dagelijkse gebruiksvoorwerpen en gereedschappen worden aangegrepen om technische inzichten, vaardigheden en attitudes te ontwikkelen. De verwachtingen van de arbeidsmarkt integreren in het technisch en beroepsonderwijs is al een eind op gang met de opstelling van beroepsprofielen. Die omschrijven wat het bedrijfsleven precies verwacht van hoe een werknemer een bepaald beroep uitoefent. Daaraan zijn beroepsopleidingsprofielen gekoppeld. Op dit terrein werken bedrijfsleven en onderwijs samen. De toekomst zal uitmaken of de nieuwe scholengemeenschappen de samenwerking tussen technische (TSO) en algemeen vormende (ASO) richtingen zullen bevorderen. Doordat in een scholengemeenschap een ASO-school feitelijk geen leerling "verliest", zal ze misschien vlugger bereid zijn om een leerling met technische talenten naar een TSO-school te oriënteren. Cortens: "Die samenwerking kan de status van de leraar technisch onderwijs herwaarderen. Vaak moeten leerlingen in het ASO abstracte zaken uit het hoofd leren. Terwijl de praktische toepassing ervan in de scholengemeenschap te zien zou zijn. Neem de wiskundigetheorie over de sinus. De leraar van het technisch of beroepsonderwijs kan daar de leerlingen uitleggen hoe men de sinus op de draaibank toepast. Naast de draaibank kunnen de technische leraars bijvoorbeeld de computerinformatica en de toepassingen ervan illustreren. Daardoor vervalt de haast automatische associatie van techniek met handenarbeid.DE CURSUSSEN ZIJN ACHTERHAALDTen slotte blijven er nog vier aandachtspunten over. Ze komen pas op middellange termijn in aanmerking. Om te beginnen stelt het VEV voor om in elke leraarsopleiding expliciet ruimte te creëren voor technisch-wetenschappelijke toepassingen. Cortens: "De huidige leraarsopleiding heeft te veel leemten. De onderwijzers, regenten en licentiaten hebben geen of onvoldoende kennis van techniek en technologie. In Nederland is dat daarentegen een vast element in het curriculum. En waarom geen afzonderlijke opleiding voor technologische opvoeding? Het vak "technologische opvoeding" in de eerste graad secundair onderwijs versterken en uitbreiden is noodzakelijk, volgens het VEV. Maar de leraars zouden niet voor de nieuwe eindtermen van de eerste graad secundair onderwijs opgeleid zijn. Deze eindtermen omvatten techniek in algemene zin (bijvoorbeeld, de leerlingen maken kennis met de activiteiten van technische beroepsbeoefenaars, zowel mannen als vrouwen), technische begrippen (bijvoorbeeld, de leerlingen onderscheiden een aantal bewegings- en krachtoverbrengingen) en basisvaardigheden (bijvoorbeeld, de leerlingen monteren en demonteren een eenvoudig samengesteld voorwerp met behulp van een schema). Van de jongeren die op achttien jaar de school verlaten, heeft een vijfde geen enkel getuigschrift. Daarom vraagt het VEV een opdeling van de leerstof in kleinere pakketten, een modulair curriculum. Zo kan een jongere via deelcertificaten uiteindelijk een gedeeltelijk gevolgde opleiding en de opgedane praktijkervaring valideren. Deze modularisering zou worden voortgezet in het volwassenenonderwijs. De overheid werkt nu al zo'n systeem voor het beroepssecundair onderwijs uit. Ten slotte is er de vraag om in de basisvakken minimaal te behalen doelstellingen over technisch-wetenschappelijke toepassingen op te nemen. Cortens: "Onderwijs kan in een basisvak als wiskunde of chemie meer het verband aantonen tussen de technische vormingscomponent en de actualiteit. Waar vind je bijvoorbeeld de technologie in de bedrijfswereld terug? Het onderwijs kan de technologie in historisch perspectief bekijken en het belang ervan beklemtonen voor ons cultureel erfgoed, de welvaart en de Belgische economie. De waardering voor techniek en technologie kan groeien via ingebouwde sleutels om de interesse ervoor aan te wakkeren. Met het bedrijfsleven samenwerken is aangewezen. Dat vermijdt vervreemding tussen de stof die leerlingen op school krijgen en de huidige evoluties in de bedrijfswereld. Een technische school mag zich evenwel niet blindstaren op het feit dat ze de nieuwste machines niet heeft. Het is belangrijker dat leerlingen principes aanleren. Voor specifieke technieken zorgen de bedrijven. Toch moeten we constateren dat scholen soms met erg verouderd materieel werken. Ook cursussen zijn achterhaald. Cursussen vernieuwen vereist natuurlijk nieuwe lesvoorbereidingen opstellen. Of is er in het onderwijs angst voor verandering en aanpassing?"Gaby De Moor