S inds 1970 zijn er meer dan dertig oorlogen uitgebroken in Afrika, waarvan de grote meerderheid binnenlands van oorsprong was. In 1996 alleen al hadden veertien van de 53 landen van Afrika te lijden van gewapende conflicten, die meer dan de helft van alle uit oorlog voortvloeiende sterfgevallen wereldwijd voor hun rekening namen, en die meer dan acht miljoen vluchtelingen, terugkerende vluchtelingen en displaced persons tot gevolg hadden." En ook: "Hoewel de Verenigde Naties tot doel hadden zich met oorlog tussen staten te bemoeien, wordt hen steeds vaker verzocht tussen te komen in binnenlandse instabiliteit en conflict. In deze conflicten komt het steeds meer voor dat het hoofddoel niet zomaar de vernietiging van legers is, maar van burgers en hele etnische groepen. Dergelijke oorlogen voorkomen is niet meer een kwestie van de verdediging van staten of de bescherming van bondgenoten. Het wordt een kwestie van verdediging van de mensheid zelf."
...

S inds 1970 zijn er meer dan dertig oorlogen uitgebroken in Afrika, waarvan de grote meerderheid binnenlands van oorsprong was. In 1996 alleen al hadden veertien van de 53 landen van Afrika te lijden van gewapende conflicten, die meer dan de helft van alle uit oorlog voortvloeiende sterfgevallen wereldwijd voor hun rekening namen, en die meer dan acht miljoen vluchtelingen, terugkerende vluchtelingen en displaced persons tot gevolg hadden." En ook: "Hoewel de Verenigde Naties tot doel hadden zich met oorlog tussen staten te bemoeien, wordt hen steeds vaker verzocht tussen te komen in binnenlandse instabiliteit en conflict. In deze conflicten komt het steeds meer voor dat het hoofddoel niet zomaar de vernietiging van legers is, maar van burgers en hele etnische groepen. Dergelijke oorlogen voorkomen is niet meer een kwestie van de verdediging van staten of de bescherming van bondgenoten. Het wordt een kwestie van verdediging van de mensheid zelf." Het is een mooi rapport. Het was de secretaris-generaal van de VN, Kofi Annan, in september vorig jaar gevraagd door de Veiligheidsraad, en het was klaar om nu op 24 april besproken te worden. Afrika is een zorgenkind voor de secretaris-generaal, die zelf van Ghana afkomstig is. Niet alleen omdat veel landen daar van hem persoonlijk meer verwachten dan van zijn voorganger. Maar ook omdat hij weet dat hem door velen verwijten gemaakt worden - hoe onrechtvaardig ook - omdat hij in de VN aan het hoofd stond van de Peacekeeping-Operations ten tijde van de genocide in Rwanda, en er daar overduidelijk geen Peacekeeping-Operation gekomen is. Dat noch het hoofd van peacekeeping, noch de toenmalige secretaris-generaal - Boutros Boutros-Ghali - daarover veel verweten kan worden, aangezien het de grootmachten in de Veiligheidsraad zijn die beslissen waar de VN optreedt en hoe, en waar niét, heeft hij toentertijd wel duidelijk uitgelegd aan wie het horen wilde. Maar dàt waren er uiteindelijk niet zoveel. Kofi Annan heeft uit Rwanda de les getrokken. Hij noemt geen staten of personen in zijn rapport, uit geen gerichte beschuldigingen. Maar wie de spijtige feiten kent inzake het continent, heeft geen moeite met het verstaan van de boodschap. De gebeurtenissen in Afrika spelen zich af tegen een achtergrond van nieuwe economische groei. Een gemiddelde BNP-groei van vier procent per jaar in 1995-97; vergeleken met 0,4 procent gedurende de hele jaren tachtig, en 0,9 procent in 1990-94. Gezien de jaarlijkse bevolkingsaangroei van rond de drie procent betekende dat een catastrofale neergang van de persoonlijke inkomsten. Maar in 1997 hebben wel elf landen een groeivoet van zes procent of meer. Tegen die achtergrond is het dringender dan ooit de politieke en militaire implosie van Afrika stop te zetten. Te beginnen bij het voorkomen en stopzetten van deze moorddadige en verwoestende oorlogen: de Grote Meren, Sudan, het wankele Congo, Noord-Uganda, Liberia, Angola...ZE HEBBEN ALLEMAAL GEFAALDAnnan spreekt harde woorden: de VN hebben gefaald, de internationale gemeenschap heeft gefaald, de Afrikaanse leiders hebben gefaald. Wil men deze conflicten vermijden, zegt hij, dan moet men de mensen veiligheid en ontwikkeling en een serieuze levensstandaard geven. Maar als een conflict er aankomt, dan dienen de meest gesofistikeerde "early warning systems" tot niets, als er op het alarm geen actie volgt. De echo van Rwanda, de luid en duidelijk aangekondigde moord die niet voorkomen werd, klinkt hier luid en duidelijk door. Hij stelt dan enkele dingen voor. Aangezien de toevoer van wapens oorlogen in de hand werkt en ze langer laat duren, zou men de wapenhandel kunnen tegengaan. VN-lidstaten zouden wapensmokkelaars die VN-embargos overtreden, in hun eigen wetgeving als criminelen kunnen behandelen. En Afrikaanse landen zelf zouden hun wapenaankopen kunnen beperken tot 1,5 procent van hun BNP per jaar, en de komende tien jaar hun defensiebudget kunnen bevriezen. Over het veelbesproken en dubbelzinnige "wapen" van sancties: economische sancties zijn al te vaak een botte bijl, en dienen doelgerichter aangewend te worden, bijvoorbeeld door de bezittingen van verantwoordelijke bewindslui, hun families en organisaties te bevriezen, en hun verplaatsingen te beperken. Combattanten anderzijds, zouden bij internationaal recht financieel aansprakelijk moeten zijn voor hun slachtoffers als zij bewust burgers tot doelwit hebben genomen. Een internationaal legaal mechanisme dient ontwikkeld te worden om de bezittingen van overtreders te helpen opsporen en aanslaan. Er is natuurlijk nog meer, en veel van wat de secretaris, zegt, klinkt saaier en zal doeltreffender zijn dan de meerpoëtische rechtvaardigheid boven geciteerd, die zijn luciditeit beter illustreert. Er moet meer schuld aan Afrika kwijtgescholden worden, zegt hij, en de Bretton Woods-organismen moeten daarbij helpen - dat wil zeggen het IMF en de Wereldbank. Arme regeringen die hun best doen om vredesakkoorden in de praktijk te brengen, moeten niet meer gestraft worden door hun help af te snijden omdat de oorlog gedaan is. Enzovoort. De bestemmeling van dit rapport is natuurlijk niet de Europese of de Afrikaanse openbare opinie, hoewel die misschien kan helpen. Het werkje is geschreven voor de Veiligheidsraad, en meer speciaal voor het selecte comité van vijf permanente leden van die Veiligheidsraad. En daarin meer specifiek de VS, maar zeker ook Frankrijk en Groot-Brittannië, landen die erfenissen in Afrika te beheren hebben. Want de secretaris kan zeggen wat hij wil, en door dat te zeggen, trachten zijn "meesters" voor hun verantwoordelijkheden te stellen. Maar de beslissingen om te handelen, en om te betalen, worden elders genomen. Dat weet hij ook. Misschien dat hij het daarom weer even gezegd heeft.Sus van Elzen