Met de Duitser Gerhard Schröder en de Italiaan Massimo D'Alema erbij zijn elf van de vijftien regeringsleiders van de Europese Unie nu dus sociaal-democraten. Daar is enige aandacht aan besteed, op het moment dat ze aan de boorden van de Oostenrijkse Wörthersee met elkaar het glas hieven. Ze samen te zien in zo'n mondain oord doet terugdenken aan de eerste socialisten, die goed honderd jaar geleden hun weg zochten in het pluche van de nationale parlementen. Dat waren voor het establishment van die tijd baarlijke duivels.
...

Met de Duitser Gerhard Schröder en de Italiaan Massimo D'Alema erbij zijn elf van de vijftien regeringsleiders van de Europese Unie nu dus sociaal-democraten. Daar is enige aandacht aan besteed, op het moment dat ze aan de boorden van de Oostenrijkse Wörthersee met elkaar het glas hieven. Ze samen te zien in zo'n mondain oord doet terugdenken aan de eerste socialisten, die goed honderd jaar geleden hun weg zochten in het pluche van de nationale parlementen. Dat waren voor het establishment van die tijd baarlijke duivels. De ontwikkeling is al bij al niet abnormaal. Het is logisch dat de pendel na het hoogfeest van het kapitalisme in de jaren tachtig terugslaat. Vooral sinds veel socialisten, na de val van de Muur en enige bezinning daarover, het pad naar het centrum van de politiek vonden. Ze bevinden zich in de politieke main stream, waarin de Amerikaanse president Bill Clinton mee de koers uitzet. De Vlaamse liberaal Guy Verhofstadt onderschrijft veel van wat de paarse coalitie in Nederland, de Olijfboom in Italië of New Labour in Engeland voorhouden. Aan de vooravond van de 21ste eeuw wordt het veld opnieuw verdeeld, volgens andere denklijnen. Maar waar ze zich ook bevindt, op het einde van de 19de of de 20ste eeuw, van de sociaal-democratie wordt in de eerste plaats verwacht dat ze zich bekommert om wat in algemene termen de "verheffing van het volk" heet. De essentie blijft ook nu de zorg om werk in fatsoenlijke omstandigheden, welzijn en onderwijs. Dat de tewerkstelling en de sociale zekerheid in West-Europa onder druk staan, is bekend. Nu zijn er tekenen dat er ook met het onderwijs in verschillende landen van de Unie iets loos is. Op het hoogtepunt van zijn campagne tegen de conservatieven van John Major in 1997 riep Tony Blair uit dat hij voor een Labourregering drie belangrijke doelstellingen zag: education, education and education. In de traditionele Engelse klassenmaatschappij is het niet ongewoon dat een socialistische leider opkomt voor het lot van de public schools, en het onderwijs voor de brede massa die zijn kinderen niet naar dure privé-scholen kan sturen. De voorbije weken echter stond ook het linkse Frankrijk overhoop door betogingen van scholieren die een beter onderwijs eisen - met bekwame leraars of leraars tout court, kleinere klassen, en zo meer. Omdat ook daar de kloof groeit tussen wie een duur onderwijs kan betalen en wie dat niet kan. Iedereen is het erover eens dat ze gelijk hebben, maar niemand lijkt in staat om snel iets aan de situatie te veranderen - de minister van Onderwijs nog het minst van al. Ook bij ons is de klacht al opgevangen van scholen, die het moeilijk krijgen om voor een aantal vakken geschikte leerkrachten te vinden. Dat geldt alsnog vooral voor het technisch- en beroepsonderwijs, dat zich niet altijd in veel officiële aandacht mag verheugen. Lesgeven is niet meer waar jonge mensen van dromen. De vaak jarenlange jobonzekerheid en het ronduit slechte salaris maken de baan onaantrekkelijk. Toch slorpt het onderwijs veel geld op en is er de voorbije jaren hard gesleuteld aan de structuur. Maar het blijft een logge administratie die zich maar moeizaam aanpast aan de snelle ontwikkelingen in de samenleving.Het gerecht was tot voor kort ook een instituut dat boven elke verdenking verheven was, en dat vooral oog had voor zichzelf. De rechtsstaat - die procureur-generaal Eliane Liekendael zo lief is - bestaat slechts als hij de problemen van de rechtzoekende kan oplossen. De Franse onderwijstoestanden doen de vraag rijzen of er voldoende is nagedacht over de verwachtingen van diegenen voor wie het is georganiseerd: de leerlingen - die mondiger zijn dan ooit, geïnformeerd en die weten wat ze willen. Er is vorige week hier en daar een beetje meewarig gedaan over die kinderen, die per se een diploma willen halen waarmee ze verder kunnen. Hun vraag staat inderdaad ver af van de '68-slogans van hun ouders. Onderwijs is een kans in het leven, die niet terugkomt. Je mag ze niet verwijten dat ze die kans willen grijpen. Sociaal-democraten die zich respecteren hadden het daar, in Oostenrijk, bij hun glas champagne over moeten hebben.Hubert van Humbeeck