Op 4 november 1992 stond Saddam Hoessein op het balkon van het stadhuis in Ramadi. De Amerikaanse president George Bush senior, die een jaar eerder bezetter Irak uit Koeweit had verdreven, had net de presidentsverkiezingen verloren. Saddam verklaarde triomfantelijk: 'Onze wens is vervuld. Dat heerschap is afgetreden. Nu willen we z'n kop zien rollen, zodat we hem tot moes kunnen stampen.'
...

Op 4 november 1992 stond Saddam Hoessein op het balkon van het stadhuis in Ramadi. De Amerikaanse president George Bush senior, die een jaar eerder bezetter Irak uit Koeweit had verdreven, had net de presidentsverkiezingen verloren. Saddam verklaarde triomfantelijk: 'Onze wens is vervuld. Dat heerschap is afgetreden. Nu willen we z'n kop zien rollen, zodat we hem tot moes kunnen stampen.'Negen jaar later, enkele dagen na de aanslagen van elf september in New York en Washington, maakte hij het nog bonter: 'De Verenigde Staten oogsten nu de doornen die hun leiders in de wereld hebben gezaaid.'Saddam Hoessein, de Tijger van de Tigris. Psychologen, psychiaters en spionnen hebben hem beschreven. Is hij een psychopaat met een manisch verlangen naar massavernietigingswapens? Een nieuwe Hitler, die de democratische landen ertoe dwingt hem met alle middelen uit het zadel te lichten? Of niet meer dan een omhooggevallen boerenzoon? Een overschat dictatortje van een derdewereldland, dat weliswaar kort gehouden moet worden, maar om wie zeker geen uitslaande brand in het Midden-Oosten mag worden geriskeerd? Wie is hij? Wat drijft hem? Uit officiële biografieën, verhalen van overlopers, rapporten van spionnen en reisverslagen van opmerkzame Irakreizigers kan een deel van de puzzel samengesteld worden. Officieel is Saddam Hoessein geboren op 28 april 1937. Een onecht kind uit al-Audsja, een boerendorp zonder water en elektriciteit vlakbij het stadje Tikrit. Hij beleefde een armoedige kindertijd in een dorp dat één held heeft voortgebracht: Saladdin, de man die in 1187 Jeruzalem ver-overde. Op zijn rechterpols zijn nog drie getatoeëerde puntjes te zien: clantekens van het boerenkind dat hij niet wil zijn. En dus heeft hij Irakese historici opgedragen hem een stamboom te bezorgen die rechtstreeks terugvoert naar de profeet. Zijn brutale stiefvader kijkt niet naar hem om. Hij moet in een lemen hut slapen en geiten hoeden. Hij wordt opgevoed door zijn oom Cheirallah Tulfah, die hem haat inpompt tegen de Britse koloniale macht en tegen iedereen die Irak ooit heeft bezet. 'Drie soorten had Allah beter niet geschapen,' leert oomlief hem, 'Iraniërs, joden en vliegen.' Het zou een levensprogramma worden. Saddam leert de harde wereld van de Iraakse clans kennen met hun natuurlijke, afgekochte of afgedwongen loyaliteit. Als 14-jarige pleegt hij met z'n eerste pistool al straatroven, vijf jaar later schiet hij - weliswaar op aanstoken van z'n oom - een rivaal dood. Op de militaire academie van Bagdad behaalt Saddam, wat 'dappere' betekent, middelmatige resultaten. Tot vandaag mag daarover niet gesproken worden. Saddam is president en opperbevelhebber voor het leven. De jonge Saddam sluit zich aan bij de Ba'ath-partij, dan nog de illegale partij van de Arabische 'heropstanding'. Hij wordt nationalist, revolutionair en neemt deel aan staatsgrepen. In 1968 grijpt Ba'ath de macht en Saddam weet via allerlei intriges in drie jaar tijd op te klimmen naar de top. In 1971 is hij de nummer twee van de partij. Hij nationaliseert de petroleumindustrie en sluit - zegt hij zelf - een 'pact met de duivel', de sjah van Iran: samen bestrijden ze de Koerden in het grensgebied. In juli 1979 is zijn uur gekomen. Maarschalk Ahmed Hassa el-Bakr treedt zogezegd vrijwillig af wegens ziekte. De waarheid is dat hij wordt afgezet door Saddam. Van dan af begint diens triomftocht. Saddam haalt zijn clanleden uit Tikrit - de enigen die hij kan vertrouwen - naar de hoofdstad. Op een partijvergadering barst hij in tranen uit: er is verraad gepleegd, hij kan niet anders: driehonderd partijleden worden over de kling gejaagd. Het land is geschokt, het volk is bang. En dat was de bedoeling. Hij heeft één droom: Irak moet een wereldmacht worden. En daarvoor moet alles wijken. Een trouwe moslim is hij alleen als het hem uitkomt. Zoals in 1990 toen hij Koeweit binnenviel, of vandaag nu hij als Arabische leider tegen het perfide Westen poseert. Ideologie telt niet: hij vleit de Sovjet-Unie, doet nu zaken met Rusland, maar haalde ook altijd westerlingen aan. In de jaren tachtig alfabetiseert hij zijn land en krijgt daarvoor applaus van de Unesco. Hij stuurt de meisjes naar school en zet een algemene ziekteverzekering op. Het Westen feliciteert hem: Irak vormt niet zo'n bedreiging als buurland Iran, waar in februari 1979 ayatollah Khomeini een theocratisch regime heeft geïnstalleerd. Irak wordt de hemel in geprezen als voorbeeld voor de hele regio. Het Westen sluit de ogen voor de corruptie, voor de schaamteloze elite die het land plundert en zelfs voor de brutale repressie die Saddam invoert. Die repressie kent geen grenzen: kinderen moeten hun ouders bespioneren en verraden, Irak wordt een 'republiek van de angst'. Als het eigen land vast in de greep van de dictator is, wordt het tijd voor buitenlandse avonturen. Met de oliedollars als reserve kan Irak een machtig leger opbouwen. Buurland Iran, het oude Perzië, is door de islamitische revolutie van Khomeini ten prooi gevallen aan chaos en verval. Saddam weegt af: het Westen zal niet tussenbeide komen. Het olierijke Iran is ook voor Washington belang- rijk. In september 1980 valt hij aan. Tegen alle verwachtingen in houdt het verzwakte Iran stand. Khomeini jaagt golf na golf soldaten de oorlog in, tot de kinderen toe. De gruwelijke stellingenoorlog zal acht jaar duren en een miljoen mensen het leven kosten. De uitslag is onbeslist. Saddam heeft zich misrekend. Maar niet op alle vlakken. De Verenigde Staten staan nu aan zijn kant. Ze leveren wapens en satellietbeelden van het front. Ondertussen is uitgekomen dat Washington wist dat hij mosterdgas gebruikte aan het front en in de Koerdische stad Halabja. Maar het doel heiligt de middelen en een goede bondgenoot is in die regio goud waard. In Irak zelf verandert de nederlaag weinig. Tenzij dat de verering van Saddam helemaal buitenmaats wordt. Hij wordt nu 'Leider van de revolutionaire massa's', 'Zwaard van de Arabische wereld'. Moskeeën dragen zijn naam. Op alle pleinen en in alle straten worden standbeelden opgericht. Zijn gezicht is overal te zien. Op grote muurschilderingen, foto's en zelfs op de wijzerplaten van polshorloges. Miljoenen Irakezen kijken naar zijn gezicht als ze willen weten hoe laat het is. Grootheidswaanzin? Niet volgens Saddam-kenners. De alomtegenwoordigheid is uitdrukking van zijn macht en deel van zijn strategie. Ook als hij Koeweit binnenvalt, gaat Saddam rationeel - zij het uiterst brutaal - te werk. Maar dit keer misrekent hij zich wel. Koeweit was ooit een provincie van Irak en voor hem is het dat nog. En hij heeft geld nodig: voor zijn megalomane projecten en om de trouw van zijn leger te kopen. Meer geld is meer olie en Koeweit kan die allebei leveren. Hij polst even bij de Amerikaanse ambassade in Bagdad en wanneer die niet heftig rea-geert, valt hij op twee augustus 1990 aan. Vast overtuigd dat Washington hem weer zal steunen. Mis. Hij krijgt Desert Storm over zich heen. Zijn soldaten, murw gebombardeerd, geven zich massaal over, zelfs aan fotografen en televisieploegen. De rest wordt overhoop geschoten. Bagdad wordt gebombardeerd. Saddam vuurt Scudraketten op Israël af, maar ze zijn niet met gifgas gevuld. Dat riskeert hij niet, omdat hij weet dat Israël zal terugslaan. Sterven wil Saddam alleen als hij zelf een grandioze martelaarsdood kan organiseren. De Amerikaanse generaals - Schwarz-kopf op kop - willen doorstomen naar Bagdad en Saddam afzetten. Washing-ton vreest een bloedbad, heeft ook geen vervanger op het oog en weigert. Latere pogingen, een opstand van Koerden en sjiietische moslims en een door de CIA opgezette raid, mislukken. Saddam overleeft alles, ook al moet hij in 1991 een aantal zware voorwaarden slikken. Over het noorden en het zuiden van Irak wordt een vliegverbod ingesteld. Sindsdien patrouilleren en beschieten Amerikanen en Britten een derde van Irak. Saddam moet de Koerden de facto een eigen staatje aan de Turkse grens toestaan. De economie is kapot; de oliedollars blijven weg. Hij mag enkel uitvoeren onder toezicht van de Verenigde Naties, het zogenaamde 'olie-voor-voedselprogramma'. En hij krijgt internationale wapeninspecteurs (UNSCOM) op bezoek. Die komen zijn wapenarsenaal opsporen en vernietigen. Tot 1998 inspecteren ze 261 opslagplaatsen: ze worden door aangevoerde betogers uitgescholden en bespuwd. Hun controlecamera's raken onklaar, acht paleizen van Saddam mogen ze niet in. Ze worden bedreigd en uiteindelijk in 1998 het land uitgezet. Volgens Irak omdat ze spioneren. Dat is niet helemaal onwaar. Er zitten inderdaad Amerikaanse spionnen in het inspectieteam. De UNSCOM-rapporten jagen de wereld de daver op het lijf: Saddam heeft tonnen chemische wapens, ontwikkelt biologische wapens en heeft het geld en de knowhow voor een atoombom. Overlopers leveren nog meer schrikwekkende gegevens wanneer de inspecteurs verdwenen zijn (zie kader). Ondanks alle vernederingen blijft Saddam machtig. Het repressieapparaat functioneert uitstekend. Washington mag dan al de Koerden en sjiieten tot verzet aansporen, wanneer die ook daadwerkelijk naar de wapens grijpen, komt er geen westerse steun. Een verraad dat niemand vergeten is, ook Saddam niet. Die wordt, als we de overlopers mogen geloven, steeds wantrouwiger. Hij slaapt haast elke nacht op een andere plek. Hij eet en drinkt niets wat niet is voorgeproefd. En in elk van zijn vijftig paleizen beschikt hij over een zwembad - water is een teken van macht in een woestijnstaat - waarvan het water voor iedere duik wordt gecontroleerd. Tenslotte weet hij wat je allemaal kunt doen met chemische en biologische wapens. Hij wordt bewaakt door verschillende groepen lijfwachten die elkaar het licht in de ogen niet gunnen. Want hij is een meester in het uit elkaar spelen van de oppositie. Dat heeft hij de laatste maanden nog maar eens bewezen. In tegenstelling tot 1991 is er nu geen brede alliantie van westerse en Arabische landen. De Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk staan zij aan zij. Zij kunnen verder rekenen op Israël en Koeweit. Rusland, dat van Bagdad nog acht miljard dollar te goed heeft voor wapens en ander tuig, aarzelt. De rest van de wereld wil niet meestappen in het avontuur. Tenzij dan onder de vlag van de Verenigde Naties. De schaakmeester in Bagdad houdt alles nauwlettend in het oog. Hij heeft niets te verliezen. De rest van de wereld wel. Zijn volk ook, maar daar waakt zijn repressieapparaat over. Zolang hij dat in de hand houdt, is hij naar eigen inschatting onoverwinnelijk. En die inschatting is zijn zwakste kant. Hij weet weinig van de wereld af, is amper buiten zijn land geweest. Hij kent het Westen enkel van kranten, televisie en boeken. Zijn helden zijn Winston Churchill - een trekje dat hij gemeen heeft met Bush Jr. - Stalin en Machiavelli. Hij heeft een paar lievelingsfilms: de documentaire over het einde van de Roemeense dictators Elena en Nicolai Ceausescu. Maar ook The Jackal, The Public Enemy,The Old Man and the See en The Godfather. Dat is de wereld waarin hij leeft: complotten, intriges, verraad en list. Als zijn twee dochters en schoonzoons in 1995 naar het Westen vluchten, weet hij ze met allerlei beloften terug te lokken. Zodra ze weer in zijn macht zijn, worden de twee schoonzoons afgemaakt. Dat is wat hem drijft. Achter elk aanbod tot onderhandelen zit voor hem een geheime code, een verborgen plan. De wereld is een raadsel waarvan de sleutels altijd geweld en macht heten. Dat maakt hem gevaarlijk. Dat maakt alles gevaarlijk. Sinds begin dit jaar en de uitspraak van Bush jr. over 'de as van het kwaad' is een retoriek in gang gezet die iedereen bang maakt. Tot in de laatste maanden bijna dag voor dag de kroniek van een aangekondigde oorlog werd geschreven (zie kader). Het pokerspel in Washington is ook niet makkelijk te duiden. De haviken in Washington - minister van Defensie Donald Rumsfeld, vice-president Dick Cheney en veiligheidsadviseur Condoleezza Rice - lijken te staan tegenover de gematigde minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell. Spelen ze 'good cop-bad cop' of is er verdeeldheid in de Amerikaanse regering? Ook de argumenten tégen Saddam wisselen snel. Hij steunt Hamas dat Israël bedreigt. Hij steunt al-Qaeda en is dus medeverantwoordelijk voor de aanslagen van elf september. Hij heeft atoomwapens, waarmee hij de hele regio gegijzeld houdt. In zijn land bestaat geen democratie en worden mensenrechten voortdurend geschonden - dát kan niemand tegenspreken. De Grote Overlever in Bagdad gebruikt de kinderen van zijn land als propagandawapens en laat ze sterven om de economische sancties aan te klagen. Hoewel voedsel en medicijnen vrij het land in mogen. Er is terreur in Irak. Er wordt gefolterd en duizenden mensen rotten er weg in gevangenissen. Maar zou een oorlog dat oplossen? Wat als de Arabische wereld in vlammen opgaat? De Irakezen zitten geklemd tussen angst voor Saddam en angst voor een nieuwe oorlog. Een kleine elite heeft het meer dan goed: dankzij Saddam. De meerderheid van de bevolking is totaal verarmd, dankzij dezelfde man. Maar iedereen weet dat deze spanning slecht is. Een bevolking in een dictatuur leest andere tekens. Als alles goed gaat, wordt Saddam dikker, lomer ook. Dan verschijnt hij - of een van zijn stand-ins - in het publiek. In slechte tijden ziet hij er fitter uit, hij vermagert en is alert. Hij komt nog enkel op televisie. En daar vertelt hij weer wat hij voor de oorlog in Koeweit zei: 'We vechten tot het bittere einde.' In Irak weten ze perfect wat dat wil zeggen. Misjoe Verleyen Bronnen: Der Spiegel, Iraq's Weapons of Mass Destruction (www.number-10.gov.uk)Complotten, intriges, verraad en list: dat is de wereld waarin Saddam Hoessein leeft.