In het onderzoek naar het werk van Rembrandt zit al jaren vaart. Een aantal aanvaarde meesterwerken bleken plots niet meer van zijn hand. En omgekeerd: schilderijen, zogenaamd te onhandig om aan de meester toe te schrijven, moesten onlangs als jeugdzonden van Rembrandt worden erkend. Een van de lessen is dat men niet alleen kan afgaan op de volwassen, virtuoze hand van een meester. In zijn ontwikkeling zitten aarzelingen, pogingen en mislukkingen. Het Rembrandt Research Project brengt die systematisch in kaart.
...

In het onderzoek naar het werk van Rembrandt zit al jaren vaart. Een aantal aanvaarde meesterwerken bleken plots niet meer van zijn hand. En omgekeerd: schilderijen, zogenaamd te onhandig om aan de meester toe te schrijven, moesten onlangs als jeugdzonden van Rembrandt worden erkend. Een van de lessen is dat men niet alleen kan afgaan op de volwassen, virtuoze hand van een meester. In zijn ontwikkeling zitten aarzelingen, pogingen en mislukkingen. Het Rembrandt Research Project brengt die systematisch in kaart. Wat Rubens betreft, heerst nog altijd de impasse. Sinds de grote retrospectieve in 1977 in Keulen is men nog geen stap gevorderd in de kennis over de werken die hij voor zijn vertrek uit Antwerpen naar Italië in 1600 schilderde. Zeker, er zijn ontstellend weinig bronnen om van uit te gaan. Dat is een geldig excuus. Minder vergeeflijk is dat de samenwerking tussen de kenners van de (jonge) schilder Rubens spaak loopt. Men vertikt het om de handen in elkaar te slaan en het onderzoek ernstig te voeren. Toen de Duitse professor Justus Muller Hofstede (Knack 7/9) op basis van een iconografisch en historisch goed gedocumenteerd dossier de allereerste Kruisafneming van Rubens ontdekte, liet hij na om de resultaten van het materieel-technisch onderzoek te publiceren. Terwijl het schilderij in Mantua als een echte Rubens wordt getoond (tot 11.12), wees Hans Vlieghe van het Antwerpse Rubenianum het van de hand op basis van een foto, zonder het zwaar gerestaureerde schilderij zelf te hebben gezien. Hij had het over een waardeloze kopie. Kunstadviseur Paul Verbraeken (Knack 14/9) kon pleiten wat hij wou, tot een discussie kwam het niet. David Jaffé - curator bij de Londense National Gallery - zit op de lijn van Vlieghe. Hij vindt de Kruisafneming een fascinerende compositie van Rubens, maar niet door hem geschilderd. En hij nam het werk dus niet op in de even prestigieuze als risicoloze expositie Rubens A Master in the Making (tot 15.1 ). Hij houdt het bij een foto en de vermelding in de catalogus van een 'kopie van een verloren werk'. De tentoonstellingsmakers stellen dat de jonge Rubens wel de 'ambitie maar nog niet de stielkennis' bezat om complexe composities te schilderen. Toch maken ze die bewering niet hard. Ze voelen zich comfortabeler bij de oogverblindende dynamiek van de Italiaanse periode en zijn onmiddellijke nasleep - onder invloed van Leonardo, Michelangelo, Rafael en Caravaggio. Prille meesterwerken als Sint Joris en de Draak, het Portret van Spinola Doria, de Samson en Dalila en De moord op de onschuldige kinderen maken sprakeloos. Het grote publiek wordt niet verontrust, en dat gebeurt ook niet in het Brugse Arentshuis, waar een vijftigtal tekeningen van Rubens, Van Dyck, Jordaens en andere Vlaamse meesters uit de verzameling van het Rotterdamse museum Boijmans van Beuningen te zien zijn (tot 31.12). J.B.