Hoe moet het verder? De menselijke kennis breidt almaar uit, de samenleving wordt complexer, de jobs vergen meer competentie, maar aan het schooljaar wordt geen dag toegevoegd. Integendeel, omdat de leerlingen ook moeten sporten, reizen en fuiven, neemt de effectieve duur ervan af. Steeds meer vulling moet in een steeds krappere zak.
...

Hoe moet het verder? De menselijke kennis breidt almaar uit, de samenleving wordt complexer, de jobs vergen meer competentie, maar aan het schooljaar wordt geen dag toegevoegd. Integendeel, omdat de leerlingen ook moeten sporten, reizen en fuiven, neemt de effectieve duur ervan af. Steeds meer vulling moet in een steeds krappere zak. Dat leerlingen bedolven worden onder bergen leerstof is geen nieuw probleem. Het was al zo toen de maatschappelijke druk om te presteren geringer was dan nu, al verbetert de toestand zeker niet. Wie onderwijs volgt, geniet van zijn recht om te delen in het cultureel erfgoed van de mensheid maar merkt ook dat het genot zijn schaduwzijden heeft. Het recht wordt een plicht, en de erfenis weegt als lood. Waarom wordt jonge mensen dit aangedaan? Hun hoofden zijn er doorgaans nog niet op gesteld op die manier te worden gevuld en de inspanningen nemen het grootste deel van hun voorbijflitsend leven in beslag. Is het onderwijs, zelfs in matige dosering en met mildheid toegediend, niet veeleer een straf dan een zegen? Ongetwijfeld heeft het iets van beide. De oorsprong van die ambivalentie ligt diep in het drama van het menselijk bestaan, zelfs van het leven op deze planeet in al zijn gestalten. Hoe wordt de kennis die het individu nodig heeft om te leven, doorgegeven van de ene naar de volgende generatie? De vraag werd voor het eerst in zijn algemeenheid gesteld en beantwoord in de negentiende eeuw, zowel met betrekking tot dieren, planten als mensen. De Fransman Jean-Baptist Lamarck was van mening dat de kenmerken of vaardigheden die een individu tijdens het leven verwerft, langs de weg van de erfelijkheid doorgegeven worden. De giraffe heeft zo'n lange nek omdat zijn voorouders de gewoonte aannamen te reikhalzen naar het smakelijk gebladerte van de bomen. Een dier dat zijn nek het leven lang heeft uitgerokken, brengt jongen ter wereld die een langere nek van hem erven. Aan de overkant van het Kanaal hield Charles Darwin er een andere opvatting op na. Hij was ervan overtuigd dat de erfelijke eigenschappen op willekeurige wijze veranderen en dat een natuurlijke selectie zorgt voor een aanpassing van de soorten aan de levensomstandigheden. Veranderingen die de kans op nakomelingen toevallig ongunstig beïnvloeden, worden vanzelf geëlimineerd door het ontbreken van een nageslacht. Daarentegen zullen veranderingen die de kansen op nakomelingen vergroten, zich in het nakroost voortzetten. Darwin verklaarde de nek van de giraffe door het voordeel dat deze eigenschap oplevert. Een dier met een toevallig iets langere nek bemachtigt gemakkelijker het voedsel van het hoge gebladerte dan de in dat opzicht minder begunstigde soortgenoot. De verhoogde levenskans levert een uitgebreider nakomelingenschap op dat vervolgens dezelfde erfelijke eigenschap bezit. In de discussie tussen Darwin en Lamarck moest deze laatste uiteindelijk het onderspit delven. Darwin kreeg gelijk. Zo voltrok zich de ontdekking van een buitengewoon tragisch feit. Toegepast op de mens, betekent dit immers dat niemand kan profiteren van de inspanningen die zijn ouders en voorouders zich getroostten. Al hebben mijn vader en mijn moeder nog zo ijverig wiskunde gestudeerd, zelf ontving ik bij mijn geboorte niets van hun wetenschap. Ik moest helemaal herbeginnen. De in het leven verworven bekwaamheden of lichamelijke aanpassingen worden niet via de geslachtscellen aan het kroost doorgegeven. Dat is het drama van de natuur die onnoemelijk veel inspanningen verloren laat gaan. In Darwins gelijk schuilt geen troost. Integendeel, zijn waarheid roept weerstand op. Indien het darwiniaanse spel van willekeurige veranderingen en natuurlijke selectie zich in de menselijke samenleving onverminderd zou voltrekken, zou al wie van bij de geboorte door erfelijke aanleg enigszins benadeeld is, daarvoor genadeloos afgestraft worden. Alleen de sterksten en de slimsten bepalen dan wie recht heeft op leven en op kinderen. Dat Lamarck géén gelijk heeft, en Darwin wèl, verklaart waarom het onderwijs uitgevonden moest worden. De verworvenheden van de cultuur kunnen niet door de mechanismen van de erfelijkheid worden doorgegeven. Al beheersen mensen al duizenden jaren de kunst van het schrijven en rekenen, elke boreling blijft ongeletterd. Het opgroeiende kind moet alles weer aanleren. En bij het uitblazen van de laatste adem gaan al de vruchten van die inspanningen weer verloren. Daarom is er geen minder rendabel bedrijf dan het onderwijs. Niets van wat het voortbrengt, is blijvend. En het rendement wordt zelfs alsmaar slechter, want door de groei van de kennis en de hogere eisen die de maatschappij stelt, dient de student steeds zwaardere inspanningen te leveren. Twaalf jaar studie volstaan niet meer om een gezaghebbende positie te veroveren, vijftien tot twintig jaar zijn daartoe nodig, aan te vullen met bijscholingen nadien. Een kwart tot eenderde van het leven wordt aan opleiding besteed. En even goed verdwijnt bij het heengaan van deze hooggeschoolden al de moeizaam verworven kennis in het niets, en komen hun kinderen als onwetenden ter wereld. Toch is deze weg van het eeuwige herbeginnen de enige die gevolgd moet worden. Sisyphus moet zijn rots op de berg rollen. Het is de enige manier om een samenleving te realiseren waaruit het darwiniaanse onrecht kan worden geweerd. Alleen een aan alle noden aangepast onderwijs kan iedereen de kansen geven om zich te ontplooien, ook diegenen die in natuurlijke omstandigheden geen schijn van kans zouden hebben. "Kennis is macht", leerde Francis Bacon, en de macht hoort toe aan iedereen, niet alleen aan de sterksten. Bovendien verscherpt het onderwijs het algemene bewustzijn, ook met betrekking tot sociaal onrecht, of tot het persoonlijke falen, zodat de mogelijkheid ontstaat tot bevrijding, tot correctie, of tot welk noodzakelijk initiatief ook. Onwetendheid is de stevigste van alle kluisters. Alleen door de slaven onderwijs te geven, kon de slavernij afgeschaft worden. Onderwijs is een noodzakelijke voorwaarde voor de democratie. Het genot ervan heeft zijn schaduwzijden, maar het alternatief is de duisternis van de jungle.Gerard Bodifée