Hoofse taal, wereldse manieren : over het weerzien van een oude vriend, die in twintig jaar tijd nog niet veel veranderd is.
...

Hoofse taal, wereldse manieren : over het weerzien van een oude vriend, die in twintig jaar tijd nog niet veel veranderd is.Waarde, mag ik u groeten... Met deze woorden trad hij binnen en hoewel het mogelijk wel twintig jaar geleden was dat ik hem nog in den lijve gezien had, kon ik met gesloten ogen en de handen achter de rug gebonden meteen zeggen dat het Ludo was. Reeds van in zijn prille jeugd was hij een fervent aanhanger van de hoofse taal. De hoofse liefde zat daar niet noodzakelijkerwijs aan vast, want mijn vriend was een hartstochtelijke lever. Iemand die de levenskaars in tien stukken breekt en die allemaal tegelijkertijd aansteekt. Zijn interesses waren vluchtig maar talrijk net zoals de beroepen die hij vliegensvlug aanleerde, weer afstootte of combineerde. Toen ik hem twee decennia geleden leerde kennen zat hij in de decoratie. Dit was een noodgedwongen omschakeling omdat zijn schilderscarrière niet vlug genoeg van de grond kwam. ?Onrecht viert hoogtij in onze democratie,? placht hij te zeggen. ?Kijk maar, wordt er voor mij geld uitgetrokken voor reconversie als de burger weigert mijn cultuuraanbod te kopen ? Geen sprake van, terwijl lassers, spondraaiers en spijkertrekkers armen vol geld toegeworpen krijgen om goochellessen of marmerschilderen te leren. Wij leven onder de dictatuur van het aantal.? In de jaren die volgden, nam hij stielen en werkzaamheden op en liet ze weer vallen zoals iemand die de stukken van een legpuzzel vastneemt en bekijkt om dan te zien dat het niet de juiste zijn en ze terug terzijde legt. Op het moment dat hij vóór me stond, was hij lijstenmaker, hoewel ook hieraan alweer de vorm van het publiciteitsontwerpen aan het knagen was. Voor de deur stond een blinkende Daimler. ?Het gaat je goed,? zei ik, door het raam op het koffie-verkeerd-kleurige monster wijzend. ?Laat je door dit speelgoed niet misleiden,? zei hij. ?Het is een ruil geweest. Weet je, ik had een huis in Aartselaar en...? De laatste zin klonk als hoorde ik Meryl Streep zeggen ?I haad a house in Aafricaa...?, in de bijna gelijknamige film. Alleen, bij Ludo klonk er geen spijt door. Ook het bezit van een huis in Aartselaar was gewogen en te licht bevonden. ?Met zo'n bunker heb je niets dan miserie,? klaagde hij. ?Je hebt dan al een stek en dan beginnen ze je leeg te melken : kadastraal inkomen, taks op toiletpotten met spoeling, rioolaansluiting, vuilnisophaaldienst, verzekering tegen brand, waterschade, stormschade, het houdt niet op. Nee vriend, een huis is een zwakke plek, heel het bestel kan er zijn pijlen en zuignappen in werpen. Nee man, dacht ik, weg ermee en een Daimler in de plaats.? ?Een gewichtige beslissing,? gewaagde ik. ?Ja en nee,? zei hij. ?Ik zat daar met die pakken geld op de tafel voor me en toen dacht ik : ga ik van deze mooie ronde som over de jaren kleine schilfertjes afpellen om daarmee dan enkele sneetjes rookvlees te kopen, of javelwater, toiletpapier, een bakje om aan de muur te hangen om koffiefilters in op te bergen, een vlooienband voor de kat ? Nee, dacht ik, dat nooit. Ik heb dit huis gehad en nu heb ik in de plaats een mooie som geld en ik vind dat ik nu hiermee iets groots moet doen en toen kocht ik deze asfaltvreter.? ?En waar woon je nu ?? vroeg ik benieuwd. ?Toch niet in je auto ?? ?Ik woon nu in het aards paradijs,? zei hij nadrukkelijk en de gelukzaligheid vloeide hem langs ogen, oren en mond naar buiten. ?Ik heb een gemeubileerde villa gehuurd,? zei hij glimlachend. ?Een gazon als een voetbalveld, een veranda als de serres van Laken, twee badkamers, kortom het kan niet op en bovendien niet van mij ! Alleluja !? ?Hoe ben je daar aangeraakt ?? vroeg ik, de brauwen heffend. ?Met deze passe-partout,? lachte hij en wees daarbij door het raam naar het puik van de auto-industrie. ?Met zulk een wagen gaan alle deuren voor je open, hij zou niet Daimler maar Sesam-open-u moeten heten.? ?Je moet toch een steile huishuur zitten in zo'n kast ?? zei ik. ?Ja, maar dat is voor later,? zei hij achteloos. ?Niet alles ineens, er zijn prioriteiten. Wij moeten toch eten en drinken, anders zijn we al bij voorbaat ongeschikt om de huur op te brengen.? ?En is zo'n paleis niet duur in het onderhoud ?? vroeg ik haasvoorzichtig. ?Bah, veel onderhoud is daar niet aan,? zei hij. ?Dat vloeren en meubels niet blinken, daar heb ik nooit om gegeven, daar ik altijd tussen dat soort kartonnen gedoe heb gewoond dat je in een pakket koopt en zelf moet in mekaar flansen.? ?En de tuin, verzorg je die zelf ?? Aan mijn verbazing kwam geen einde. ?De tuin ? Ik in de tuin werken ?? zei hij, mij met ongelovige ogen bekijkend zoals men iets ziet dat voor je blikken van gedaante verandert. ?Een tuin moet groeien, voor zichzelf zorgen. Alsof moeder natuur hulp nodig heeft ! Mijn honden drollen die onder en dat is meer dan zo'n gaarde nodig heeft.? ?Kerel,? waarschuwde ik. ?Pas maar op dat ze je er niet uittrappen.? ?Hoho, dat gaat zomaar niet,? antwoordde hij, zich oprichtend. ?Een gezin met klein kindje zet men niet zomaar op straat !? ?Wat !? kreet ik. ?Heb jij een klein kindje ?? ?En waarom niet ?? vroeg hij, mij in de ogen kijkend. ?Ik heb misschien wallen onder mijn ogen, het voorhoofd is doorgroefd, de buik is niet meer zo elastisch als weleer, maar mijn lendenen zijn nog fris en speels als forellen in een bergbeek. En nu moet jij niet gaan denken dat ik een schurk ben omdat ik van die villa mijn luxekraakpand heb gemaakt. De man heeft ze bijeengeschraapt met slinkse praktijken en financiële slagen onder de gordel. Usura was zijn beddegenote. Hij verdient een lichte straf, dus van zijn huishuurgeld geef ik tournees générales in de volkscafés, naar ik hoor noemt men mij de Robin Hood van 's Gravenwezel.? Ik zat ongelovig voor me uit te staren als iemand die door een eend gebeten is : een Daimler, een villa en een kind op pensioengerechtigde leeftijd ! Bijbelse toestanden, en dit alles met hoofse taal ! Bravourestukje. ?Maar nu terzake,? zei hij. ?Heb je dingen om te laten inlijsten ?? ?Voor het ogenblik niet,? zei ik verward. ?Maar volgende maand misschien.? ?Je zult je moeten haasten,? zei hij, ?want ik voel een onrust in mij. Mogelijk werp ik me in de nabije toekomst op staffeerwerk.? Gommaar Timmermans