Toegegeven, België is maar een vlek groot en daar in de Caraïben al helemaal onbestaand. Behalve natuurlijk wanneer het landeke op een Europees opstapje gaat staan en zodoende in naam van een half continent kan spreken. Minister van Buitenlandse Zaken Erik Derycke (SP) - of zijn adviseurs - had dat goed begrepen. Toen hij vorige week in de Cubaanse hoofdstad Havana werd ontvangen, had hij een origineel cadeau voor de president (en levende legende) Fidel Castro: een euro.
...

Toegegeven, België is maar een vlek groot en daar in de Caraïben al helemaal onbestaand. Behalve natuurlijk wanneer het landeke op een Europees opstapje gaat staan en zodoende in naam van een half continent kan spreken. Minister van Buitenlandse Zaken Erik Derycke (SP) - of zijn adviseurs - had dat goed begrepen. Toen hij vorige week in de Cubaanse hoofdstad Havana werd ontvangen, had hij een origineel cadeau voor de president (en levende legende) Fidel Castro: een euro. Geen echte euro natuurlijk, wel een volzilveren presse-papier met daarop de beeltenis van de nieuwe munt. Vandaar misschien dat Castro er zijn minister van Buitenlandse Zaken Roberto Robaina Gonzalez bijriep - hem aansprekend met het koosnaampje Robertito, zijnde Klein Roberke of Bobje - om het ding te inspecteren, waarna hij Derycke vroeg of die wel zeker was dat er niet al valse euro's in omloop zijn. De Lider Máximo zit niet om een grapje verlegen. Ministers trekken tegenwoordig wel vaker als een soort veredelde handelsreizigers de wereld rond. Dat gold ook voor Derycke in Cuba: "We zijn het land met de grootste export per capita ter wereld en we willen erbij zijn." Dat "erbij zijn" heeft alles te maken met de verwachting dat de Cubaanse economie niet zo erg lang meer zijn staatsdirigistische model zal kunnen volhouden en gedwongen zal worden om steeds meer vrijemarktprincipes te aanvaarden. De eerste aanzetten daartoe zijn al gegeven, zij het niet van harte. Wel beginnen steeds meer buitenlandse bedrijven in het land te investeren, vooral uit Spanje, Mexico, Canada, Italië en Frankrijk.SPREKEN OVER SCHULDENIn de Belgische economie stelt Cuba evenwel niet zo geweldig veel voor: amper voor 1,2 miljard frank export (niet één procent van wat het eiland jaarlijks invoert) en voor 171 miljoen import. De verhouding tussen in- en uitvoer, zowel met België als met de rest van de wereld, levert Cuba een behoorlijk onevenwicht in de handelsbalans op, met onder meer een aanzienlijke buitenlandse schuld als resultaat. Cuba moet de wereld nog bijna 400 miljard frank, waarvan 6 miljard aan België. Al een tijd is de Delcrederedienst - die de Belgische export garandeert - met de Cubaanse Nationale Bank over die schuld aan het onderhandelen. Niet over een of andere vorm van kwijtschelding, wel over een herfinanciering van de kortlopende commerciële achterstallen. Die onderhandelingen verlopen kennelijk moeizaam. Terzake kon Derycke in Havana niet meer dan een intentieverklaring ondertekenen, waarbij de uitstaande schuld voor 350 miljoen frank zou worden geherfinancierd, terwijl Delcredere een nieuwe exportgarantie voor eenzelfde bedrag zou willen toekennen. De onderhandelaars hebben zich alleen geëngageerd om de zaak tegen eind volgende maand rond te krijgen. Die datum is niet toevallig gekozen: in maart strijkt een missie van Export Vlaanderen in Cuba neer. Het tweede document dat Derycke in Havana met zijn handtekening sierde, is ook al niet meer dan een memorandum van overeenstemming over juridische aangelegenheden, zoals de strijd tegen de georganiseerde misdaad, de drugshandel en de mensenhandel. Een achterliggende gedachte daarbij is dat steeds meer Belgen vertier gaan zoeken op de Cubaanse stranden, van wie er vroeg of laat wel enkele in de problemen zullen raken. Concreet: de sekstoerist die binnenkort met een minderjarige wordt betrapt, zal, krachtens dat memorandum, niet in een Cubaanse cel hoeven weg te rotten, maar zijn straf rustig in een gevangenis thuis kunnen uitzitten. Behalve misschien de schuldherschikking, heeft dit alles bitter weinig om het lijf. Deryckes aanwezigheid in Cuba had dan ook een andere, vooral symbolische betekenis. Het is voor een Belgisch minister immers niet meteen vanzelfsprekend om Cuba, tenslotte officieel nog altijd een communistische dictatuur, met een bezoek te vereren. Wie dat voornemen koestert, mag zich altijd aan een kwaad telefoontje verwachten van de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Madeleine Albright. Washington en Havana voeren nog altijd een nogal uitdetijds lijkend stukje Koude Oorlog op en zijn daarbij, zoals een waarnemer het uitdrukt, "de gevangenen van hun eigen verleden" geworden. De Verenigde Staten volharden nog altijd in hun vrij strenge embargo tegen Cuba en hebben dat recent nog versterkt met de zogeheten Helms-Burton-wet, die ook bedrijven uit andere landen dan de VS wil sanctioneren wanneer ze handel drijven met Cuba. DE DOLLAR ALS HARTSLAGMet het Amerikaanse embargo heeft het bepaald niet democratisch te noemen (hoewel daarom niet meteen geheel onpopulaire) Cubaanse regime een gedroomde zondebok voor zijn eigen economische miserie en hoeft het zijn eigen falen niet meteen onder ogen te zien. Dat neemt niet weg dat Cuba - toch sinds kort - niet liever wil dan uit zijn isolement te breken. Het land voert daarom een open diplomatie in de Caraïben, Centraal- en Zuid-Amerika en verwacht vooral erg veel van Europa. De euro daarom lijkt het gedroomde alternatief voor de vermaledijde dollar, het wapen van de imperialistische vijand, die evenwel ook de hartslag van het Cubaanse openbare leven bepaalt. Het is dus niet voor niets dat Derycke zich bij Castro populair kon maken met zijn zilveren euro (tussen twee haakjes: Derycke kreeg van de president een doos Cohiba's, een van de beste Cubaanse sigaren - helaas voor hem rookt de man niet). Voor Europa is Cuba niet echt een prangende aangelegenheid. Het is een thema waar nog een beetje bevlogenheid voor nodig is, en daarvoor is men - in dit geval toch - bij Derycke wel aan het juiste adres. Hij is niet de eerste Europese minister die Havana aandoet. Van zijn EU-collega's gingen die van Spanje, Italië, Portugal en Groot-Brittannië hem al vooraf. Toch voert België tegenover Cuba een uitdrukkelijk voluntaristische politiek, bedoeld om het eiland los te wrikken uit de achterhaalde bipolaire situatie waarin het nu nog verkeert, teneinde er een "normaal" land van te maken. Daarom is Cuba nog het enige land in het Caraïbische gebied waar België een kleine, maar bedrijvige ambassade openhoudt. Tot nu toe neemt Europa tegenover Cuba een nogal formalistisch standpunt in, dat wordt gedomineerd door de mensenrechtenkwestie. Eind 1996 nam de EU daaromtrent een "Gemeenschappelijke Positie" in, waarin goede relaties afhankelijk werden gemaakt van de mate waarin het Cubaanse regime zich zou engageren om politieke en andere vrijheden toe te staan. Vooral door de moeilijke verhouding met het ex-moederland Spanje, bleven de Cubaans-Europese relaties op een laag pitje staan. Daar kwam nog bij dat de Europese Commissie in mei vorig jaar op de top van Birmingham een omstreden memorandum met de Verenigde Staten afsloot, dat door de Amerikanen wordt geïnterpreteerd als een veroordeling van Cuba en een goedkeuring van de principes van de extraterritoriale Helms-Burton-wet. Zo denkt Europa er evenwel niet over, zeker niet over de omstreden wet, terwijl over dat memorandum, ook in de Belgische regering, steeds meer gemor opstijgt. Het resultaat is wel een "bilateralisering" van de Europees-Cubaanse relaties, waarbij niet de EU als zodanig, maar wel de afzonderlijke lidstaten de verhouding met Cuba trachten open te wrikken. Daarin past ook het bezoek van Derycke. Hij tracht er, naar het model van Canada's houding tegenover Havana en van de Belgische voorstellen ten aanzien van Vietnam, een meer soepele, pragmatische en uiteindelijk, zo hoopt hij, meer productieve visie op de mensenrechten door te drukken. Want, zo laat de Belgische minister uitschijnen, de EU geeft daarin wel blijk van enige dubbelhartigheid. De Unie voert een grootschalig ontwikkelingsbeleid met de zogeheten ACP-landen, waarvan er maar weinig echt democratisch kunnen worden genoemd. Waarom dan strenger zijn voor Cuba? En het voorbeeld van de verdragen van Lomé, waardoor die ACP-landen zich tegenover Europa hebben verbonden, is niet toevallig gekozen. Als ook Cuba daarin zou kunnen worden opgenomen, kan dat land in een veel opener, multilaterale sfeer terechtkomen, dan in dat zinloos geworden ideologische antagonisme met de Verenigde Staten.Marc Reynebeau