Het is altijd al een typisch Belgisch fenomeen geweest: van de bedrijven die in Brussel noteren, is de helft van de aandelen in handen van één of enkele grote aandeelhouders - die dan uiteraard ook de lakens uitdelen op de algemene vergadering. De laatste jaren waren er wat inspanningen gedaan om het aanbod van de vrij verhandelbare aandelen wat op te krikken, niet het minst omdat zo'n goede free float de prijsvorming minder kwetsbaar maakt. Maar tussen juni 2007 en juni 2008 is de ...

Het is altijd al een typisch Belgisch fenomeen geweest: van de bedrijven die in Brussel noteren, is de helft van de aandelen in handen van één of enkele grote aandeelhouders - die dan uiteraard ook de lakens uitdelen op de algemene vergadering. De laatste jaren waren er wat inspanningen gedaan om het aanbod van de vrij verhandelbare aandelen wat op te krikken, niet het minst omdat zo'n goede free float de prijsvorming minder kwetsbaar maakt. Maar tussen juni 2007 en juni 2008 is de free float volgens een studie van ING-econoom Jerry Van Waterschoot weer onder de 50 procent gezakt. Ter vergelijking: op andere beurzen in Europa loopt de free float niet zelden op tot 80 of zelfs 90 procent. Het 'vastliggende' deel van de Brusselse beurskapitalisatie nam in een jaar tijd toe van 46,2 naar 50,9 procent. Dat heeft volgens Jerry Van Waterschoot verschillende oorzaken. Ten eerste hebben in tal van bedrijven groepen en families in de laatste weken vóór 1 september 2007 gauw nog wat bijgekocht, zodat ze de drempel van 30 procent overschreden toen dat nog kon zonder een bod te moeten uitbrengen op alle uitstaande aandelen. Ten tweede heeft een aantal bedrijven met sterke referentieaandeelhouders in Brussel beter standgehouden dan het gemiddelde. GBL van Albert Frère, bijvoorbeeld, weegt in de beurskapitalisatie nu veel sterker door dan een jaar geleden. Idem voor Distrigas (waarvan Suez en Publigas samen 88 procent controleren). Een derde en zeker niet verwaarloosbare reden is dat buitenlandse aandeelhouders in Brussel steeds belangrijker worden; hun belang neemt toe van 12 tot 15 procent. Wat te denken van die tendens? Misschien vormen sterke referentieaandeelhouders wel een wenselijk tegenwicht voor paniekerige kleine beleggers? Paul Huybrechts, voorzitter van de Vlaamse Federatie van Beleggingsclubs, herinnert eraan dat kleine beleggers volgens studies helemaal niet zo wispelturig zijn, en dat veel kleine aandeelhouders doorgaans een stabiliserend effect heeft op de koersen. 'Je moet de kleine aandeelhouders vooral niet verwarren met actieve traders',aldus Huybrechts. Maar daarnaast leert hij uit de Fortissaga toch dat de aanwezigheid van een degelijke referentieaandeelhouder voor extra veiligheid kan zorgen. 'Fortis was een boardroom company geworden waarin geen enkele aandeelhouder sterk genoeg was om de lakens uit te delen - zelfs de familie Lippens niet. Veel bestuurders hadden zelfs helemaal geen aandelen. Dan krijg je toch makkelijker lichtzinnige beslissingen. Een béétje referentieaandeelhouder zorgt wellicht voor meer voorzichtigheid.' Luc Baltussen